InterviewHein van der Heijden

Acteur Hein van der Heijden verloor drie naasten aan corona: ‘Het verdriet moet nog komen’

Hein van der HeidenBeeld Anne Claire de Breij

In maart was acteur Hein van der Heijden nog aan het repeteren voor de familiekroniek Leedvermaak. Maar toen zijn dochter twee weken lang opgesloten raakte met zijn stervende schoonvader, ontvouwde zich een heel ander familieverhaal. ‘In hun ontmoeting komt zoveel samen.’ 

Op maandag 16 maart overleed de moeder van acteur Hein van der Heijden (61) in verpleeghuis Het Wereldhuis in Boxtel. ‘Ze heette Elizabeth. Maar we noemden haar Beppie. Oma Bep. Ze is 89 geworden.’ Diezelfde dag werd zijn schoonvader in een seniorenwoning in Amsterdam getest op corona. Op woensdag kwam de uitslag: positief. Fred (94) overleed twee weken na Elizabeth, ook op een maandag. Kort daarop verloor Van der Heijden nóg een dierbare aan corona, Frans (88) – een ‘gewenste vader’ noemt hij hem, de oom van een goede jeugdvriend, waar hij kind aan huis was. ‘Ja, wonderlijk wel hè? Hoe deze ziekte buitenproportioneel heeft huisgehouden onder mijn naasten.’

Hij zegt het met verbazing in zijn stem, terwijl hij thee inschenkt in zijn werkkamer in Amsterdam-West. Van der Heijden zit voor zijn goedgevulde boekenkast, vol titels van Tolstoj, Sartre en Philip Roth, en met de tragedies van Shakespeare naast Primo Levi. Op de bladmuziekstandaard ligt The Yiddish Song Book, en in elke hoek staat een gitaar. Op 13 maart had de acteur nog gerepeteerd voor de Leedvermaak-trilogie van Het Nationale Theater, waar hij deel uitmaakt van het ensemble – dat zou achteraf de laatste repetitiedag blijken te zijn geweest. ‘Die avond belde mijn broer, dat mijn moeder snel achteruit ging. Ik ben dat weekend nog langs geweest. Half maart was corona voor veel mensen nog een abstractie, maar wij vielen er als gezin meteen middenin. Mijn moeder, schoonvader en gewenste vader dood, in vier weken tijd. Het is veel. Het ging zo razendsnel allemaal.’

Heb je eigenlijk wel tijd om te rouwen?

‘Eigenlijk niet, nee. Ik ben alleen maar aan het regelen en organiseren geweest. Kort nadat mijn moeder overleed, werd mijn schoonvader Fred ziek. Mijn dochter Dunja besloot bij hem te blijven toen hij hoge koorts kreeg en heeft vijftien dagen en nachten voor hem gezorgd, tot zijn dood. Dus terwijl ik de rouwkaarten en begrafenis voor mijn moeder aan het regelen was, belde ik ondertussen steeds met Dunja. Die zat daar helemaal alleen: de zorgmedewerkers en de huisarts hadden geen beschermende kleding en konden niet naar binnen. Ik was voortdurend bezig, en ik was ontzettend bezorgd. Ik had helemaal geen tijd om…’ Hij staart in zijn kop thee. Stilte. ‘Dat heb ik eigenlijk nog steeds niet.’

‘Mijn zoon Jesse en ik brachten Dunja boodschappen, die zetten we voor de deur en dan konden we even naar elkaar zwaaien – zij op het balkonnetje op de eerste verdieping en wij achter de heg. Toen konden we al niet meer bij elkaar komen. Van Fred heb ik geen afscheid kunnen nemen. Het enige geluk dat ik nu nog koester is dat ik tenminste nog afscheid heb kunnen nemen van mijn moeder.’

Hoe ging dat?

‘Ze was al een tijdje dementerend, maar ze reageerde nog, en ze lachte nog een beetje. Ik had me voorgenomen om alles te zeggen wat ik nog tegen haar wilde zeggen en dat heb ik gedaan. Ja, wat zeg je dan? Ik zei dat ik haar dankbaar ben voor alles wat ze voor me heeft betekend, en dat ik heel veel van haar heb gehouden.

‘De dag erna sloot het tehuis zijn deuren en nog een dag later was ze dood. Een uitvaart was toen al niet meer mogelijk, we hebben besloten haar waardig te herdenken zodra dat weer kan. Nu stond ik alleen met mijn broers en onze zonen op het parkeerterrein van het mortuarium de lijkwagen na te kijken, tot die uit het zicht was.’

Van der Heijden groeide op met zijn moeder en twee broers. Zijn vader overleed toen hij bijna 2 was en zijn moeder in verwachting was van zijn jongste broer. Zijn moeder vond een baan als assistente van een oogarts en heeft de kinderen alleen opgevoed. Ze is nooit meer hertrouwd. Van der Heijden: ‘Op haar 70ste zei ze: ik denk dat ik nu wel weer klaar ben voor een nieuwe relatie. En toen ze al dik in de 80 was, praatte ze nog tegen zijn portret. Dan zei ze: ‘Ik moet maar het beste van het leven maken, hè jongen? Ook zonder jou.’ Hij was toen al meer dan vijftig jaar dood.’

Hein was naar eigen zeggen ‘een dik, boos jongetje’. ‘Ik zat al gauw bij de kinderpsychiater wegens driftaanvallen. Op judo gooide ik altijd heel fanatiek alle andere kinderen op de grond.’ Tijdens zijn studie Nederlands in Nijmegen kwam hij in aanraking met het studententoneel. Een broer zat op het conservatorium en speelde in een bandje. ‘Daar was ik jaloers op, dat wilde ik ook, zo’n los, creatief leven. In mijn studentenhuis merkte dat ik mensen kon vermaken met liedjes en grapjes. Toen heb ik auditie gedaan bij de toneelschool in Arnhem, zonder dat aan mijn moeder te vertellen. De mededeling dat ik was aangenomen was een van de mooiste momenten van mijn leven.’

Wat vond je moeder daarvan?

‘Ze zei: ‘Maar zou je daarnaast je studie niet afmaken?’ Mijn moeder was een lieve, ingetogen, zeer bescheiden vrouw uit een behoudend, kleinburgerlijk milieu. Ze was heel bang om af te wijken, of raar gevonden te worden. Dat ik naar de toneelschool ging vond ze doodeng, omdat het tegenovergesteld was aan haar temperament: acteurs vragen aandacht, die staan in de belangstelling, ja zelfs op een podium! Terwijl zij altijd zoiets had van: doe maar gewoon normaal. Ik heb me er vaak over verbaasd dat ik met die achtergrond toch dit vak ben gaan doen. Maar die drive heeft er blijkbaar altijd ingezeten.’

Was ze trots op wat je hebt bereikt?

‘Ze kwam vaak kijken. Maar als ik dan vroeg: wat vond je ervan, zei ze altijd: ‘De mensen vonden het mooi, of niet soms?’ Ze was altijd bezig met: wat vinden de anderen. Nooit met: maar wat vind ik?’

Na zijn afstuderen in 1983 maakte Van der Heijden carrière bij toen toonaangevende gezelschappen als Het Publiekstheater, Baal en het Ro Theater. Tussen 1989 en 2001 was hij lid van het ensemble van Toneelgroep Amsterdam: het elitecorps voor acteurs. De laatste jaren was hij daar minder gelukkig, zegt hij zelf: ‘Ik kwam daar niet goed uit de verf, vond ik. Ondanks een paar mooie rollen, kon ik me er voor mijn gevoel niet goed profileren. Daardoor raakte ik gefrustreerd, verbitterd. Ik ben er eigenlijk te lang gebleven.’

De feestjes waren wel leuk, begreep ik.

‘Haha, ja. Met Hajo Bruins was ik een muzikaal duo, we brachten zelfgeschreven, satirische liedjes over collega’s en het gezelschap. Een liedje heette De Slangenkuil, dat hebben we geloof ik nooit opgevoerd.’

Na Toneelgroep Amsterdam volgde een zoekende periode, waarin de acteur een kijkje nam in het musicalcircuit: hij speelde Frank Sinatra in Sinatra That’s Life (2002) en slechterik Scar in The Lion King (2004) – in de badkamer hangt nog de Lion King-badjas die hij daaraan overhield. Voor beide rollen werd hij genomineerd voor een Musical Award voor beste mannelijke hoofdrol. Grijnzend: ‘Maar dat was in kunstkringen natuurlijk totaal not done, in die tijd.’ Even overwoog hij er helemaal mee te stoppen. ‘Ik dacht dat de journalistiek misschien wel wat voor mij zou zijn; daarvoor heb ik nog een cursus gevolgd aan de media-academie Santbergen. Mijn grootste succes was een artikel over een plaatselijke hondentrimsalon.’

Vanaf 2007 ging zijn toneelcarrière weer bergopwaarts, toen hij aanhaakte bij het politiek geëngageerde, tiendelige theaterproject Mightysociety van regisseur Eric de Vroedt. In dat jaar won Van der Heijden de belangrijke toneelprijs Arlecchino. ‘Toen ging het opeens: boem! Het helpt als ik werk met een stevige, beetje autoritaire regisseur die er bij mij bovenop zit. Ja, een soort vaderfiguur, misschien wel. Hoewel ik ook mijn leven lang moeite heb gehad met autoriteit.’

Als acteur oogst hij steevast lof bij collega’s en critici, maar Van der Heijden brak nooit door bij het grote publiek, ondanks zo’n tachtig rollen in films en tv-series. Recent was hij op tv te zien in onder meer Anne+, als de vader van Anne, en in Nieuw Zeer.

Zijn vrouw Edith Andriesse, tevens zijn agent, die aan het eind van het gesprek een glas wijn komt brengen, roept vol onbegrip: ‘Niemand kent hem!’

Van der Heijden: ‘Nou, dat vind ik nou niet zo leuk, dat je dat zegt.’

Dan: ‘Ze heeft natuurlijk wel gelijk, ik ben geen bekende Nederlander.’

Vind je dat jammer?

‘Soms. Ik had best wat meer grote dingen in film en tv willen doen. Ik begrijp eigenlijk niet waarom dat nooit helemaal is gelukt.

‘Tja, hoe komt zoiets? Misschien heb ik gewoon pech gehad? Of heb ik er niet genoeg mijn best voor gedaan? Ik weet het niet. Castingdirector Job Gosschalk zei ooit tegen mij: je hebt veel te diepliggende ogen, dat gaat nooit wat worden. En een goeie vriend zei: je zit gewoon in de verkeerde kaartenbak. Maar het begint nu wel meer te komen. Je moet ook gewoon een beetje mazzel hebben.’

Sinds 2016 maakt Van der Heijden deel uit van het ensemble van Het Nationale Theater in Den Haag, waar hij mooie rollen speelde in onder meer Race, The Nation en Sexual Healing. Collega’s prijzen zijn kwetsbaarheid en wendbaarheid op toneel, en zijn vermogen om razendsnel te schakelen. Als acteur is hij spannend onvoorspelbaar en ambigu: geestig, speels en charmant, maar net zo gemakkelijk getroebleerd en vilein.

Beeld Anne Claire de Breij

Van der Heijden heeft felblauwe ogen onder borstelige wenkbrauwen, een scherp wijkende haargrens en een warm, klokkenbronzen stemgeluid. Als hij enthousiast wordt, kleuren zijn wangen jongensachtig roze. Hij is een bevlogen verteller die zich geregeld verliest in historische anekdoten, bijvoorbeeld over de Joodse familie van Edith. ‘Haar moeder overleefde de kampen, haar vader zat ondergedoken. Maar bij hun thuis werd nauwelijks over de oorlog gesproken.’ In hun verhaal herkent hij veel van de thematiek uit het stuk Leedvermaak, geschreven door Judith Herzberg, waar hij graag over vertelt. Over de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust, en tweede- en derdegeneratieproblematiek. Soms citeert hij uit het stuk, of hij haalt Primo Levi aan. Een paar keer vraagt hij: ga ik te snel? ‘Dat zeggen regisseurs altijd tegen mij. Wil je nog thee? Dezelfde?’

Je lijkt meer op je gemak als je anekdoten over anderen verteld dan als het wat langer over jezelf gaat.

‘Dat is de acteur, de verhalenverteller in mij. Maar het klopt dat ik het lastig vind als het alleen maar over mij gaat. Misschien dat ik daarom ook nooit zo de publiciteit heb gezocht. Het is dubbel. Mijn vader schijnt wel een grappenmaker geweest te zijn, een charmeur, iemand die de aandacht zocht. Dus die kant heb ik mogelijk van hem. Maar verder…’ Hij draait zich naar zijn computer, zet zijn leesbril op zijn neus, klikt iets aan.

‘In jouw krant stond laatst een mooi citaat van theatermaker Laura van Dolron, mag ik dat even voorlezen? Zij zegt dit: ‘In de eerste drie jaar is een veilige basis gelegd waar ik nog altijd op teer. Ik heb van mijn ouders geleerd dat het boeiend is, zodra ik mijn mond opendoe: ‘Als jij iets zegt, is dat fantastisch.’ Daaraan dank ik het zelfvertrouwen dat me in staat stelt op het podium mijn mond open te doen.’

Herken je dat?

‘Absoluut niet.’ (lacht).

Waarom wilde je het dan voorlezen?

‘Omdat bij mij het omgekeerde het geval is. Ik herinner me niets concreets van mijn vader of de periode dat hij overleed, maar heb wel gevoeld dat het een moeilijke, verwarrende tijd was. Er hing veel verdriet in de lucht. Later, in de puberteit, als ik een conflict had met mijn moeder, dan was dat verdriet er weer. Ze werd nooit kwaad, maar zei alleen maar: ‘Ik sta er ook helemaal alleen voor.’ En dan voelde ik me weer schuldig.

‘Dat maakt het moeilijk om je punt te maken, of iets voor jezelf op te eisen, want dan deed ik mijn moeder verdriet. Begrijp me niet verkeerd; ze heeft heel veel voor me betekend, maar dat bemoedigende, waar Laura het over heeft, dat heb ik gemist.

‘Dat citaat – hoe moet ik dat nou uitleggen? – dat maakt me bijna jaloers. Voor dat zelfvertrouwen op het podium heb ik ongelofelijk moeten knokken. Dat heeft zich bij mij in de loop der jaren heel traag en moeizaam ontwikkeld.’

Beeld Anne Claire de Breij

Volgens Edith vind je het lastig om voor jezelf op te komen. Ze zei ook dat ze je nog nooit heeft horen zeggen dat je jezelf een goede acteur vindt.

‘Dat vind ik wel hoor. Ik hoef het alleen niet zo nodig te zeggen. Dat is denk ik de stem van mijn moeder in mij. En die maakt inderdaad ook dat ik soms niet genoeg voor mezelf durf te vragen. Dan kan het gebeuren dat ik word onderbedeeld, waar ik vervolgens weer heel kwaad over word. Maar ja, dan ben je al te laat.’

Maar zo slecht is het je toch niet vergaan? Je won in 2012 de Louis d’Or, de belangrijkste Nederlandse toneelprijs, voor twee rollen: als Vincent van Gogh in Vincent en Theo en als de afgegleden dorpsdokter Astrov in Tjechovs Oom Wanja.

‘Ja, die erkenning was geweldig. Maar ook eng, want dan moet je het daarna extra waarmaken hè?’

In 2013 werd je opnieuw voor die prijs genomineerd, voor je rol in Mightysociety10.

‘Ja, gelukkig wel. Toen vond ik het ook echt verdiend. Heel soms komt bij een rol alles samen, dan kan ik het gevoel hebben dat ik zweef op het toneel. Dat was zo bij die rol, dat ik wist: dit is topsport, nu speel ik op mijn best. Maar dat het spelen je zo optilt gebeurt maar heel af en toe. Verder is het vooral veel aanploeteren. Althans, zo ervaar ik het. Van de tien rollen zijn er misschien één of twee echt goed, en een stuk of vier, vijf zijn redelijk.’

En de rest?

‘De rest is gewoon slecht.’

Edith en je dochter Dunja zeiden allebei dat je nog steeds bovenmatig nerveus kunt zijn voor een rol.

‘Altijd! Elke nieuwe rol is weer een bezoeking: slapeloze nachten, angstzweet, strak staan van de stress. Alsof ik in een diepe afgrond verdwijn. Ik heb heel lang gedacht: door mijn jeugd heb ik nu een probleem met spelen. Dat werd een soort selffulfilling prophecy: zie je wel! Ik ben heel goed in mezelf de put in praten.

‘En als ik er dan moest staan – bam! Dan was dat weg, en stond ik er. Ik denk dat ik ook een beetje ben gaan geloven dat ik die afgrond nodig heb om daarna te kunnen vliegen. Maar dat is een gevaarlijke gedachte.’

Dan, resoluut: ‘Op een gegeven moment moet je daarmee ophouden. Net als te veel drinken en roken wordt dat rond je 60ste een beetje sneu. Uiteindelijk is het met mijn carrière best heel goed gegaan.’

Wanneer kwam je tot dat inzicht?

‘Nou ja, ik ben nu alweer een tijdje met iemand in gesprek. En zij heeft mij zo’n beetje op dit andere spoor gekregen. Ik ben gaan inzien dat wat ik altijd als obstakels zag: dat onzekere, het zoekende, de angst, dat die dingen me misschien juist helpen, in mijn spel. Dus in plaats van te denken dat het me in de weg zit, probeer ik nu te accepteren dat het er is, en het in mijn voordeel te gebruiken.

‘Ik moest ervanaf, want die onzekerheid heeft echt lelijke kanten: ik word er jaloers van, en zelfdestructief.’

Zelfdestructief?

‘Ja, met overmatig nadenken. En drinken, enzo.’

Daar zei Edith ook iets over. Ze zei: Hein stopt ontzettend vaak met drinken.

‘Ja, god, er wordt in dit vak natuurlijk ontzettend veel gezopen. Na een voorstelling even ontladen in het café, of in de bus terug naar huis. Maar waarom kan de een het bij drie glazen houden en drinkt de ander twee flessen? Ik ben wel verslavingsgevoelig, geloof ik.’

Ik vraag me altijd af wat mensen precies bedoelen als ze dat zeggen. Dat je er niks aan kan doen?

‘Ik kan er best wat aan doen, dat doe ik ook heel vaak, haha. Nee het is eerder een hang naar iets duisters, misschien. Ik kan diep ontevreden zijn en een gevoel hebben van totale verlatenheid. Drankmisbruik geeft dan een grimmig soort bevrediging; omdat het die negatieve gevoelens bevestigt. Meestal blijft het gewoon gezellig hoor. Maar ik kan een heel slechte dronk hebben, dan komt er een soort duivel tevoorschijn. Alsof die woede die zich in mijn jeugd bij de judo manifesteerde, er nog steeds zit.’

Woede waarover?

‘Ik weet het niet. Een gevoel van in de steek gelaten zijn misschien? Het is een onbestemde pijn, abstract bijna. In die drie mooie jaren waar Laura van Dolron het over heeft, ben ik juist iets kwijtgeraakt – iets waar ik geen herinneringen aan heb, en dus nooit meer bijkan. Ik herinner me niets van mijn vader, niet eens hoe het voelde om een vader te hebben. Misschien maakt dat het moeilijker om het verlies te verwerken. Het is een soort zwart gat. Ik begrijp nooit helemaal: waarom voel ik me zo? Maar dat zeurende gemis blijft.

‘Het drinken heb ik nu redelijk onder controle. Ik vergelijk het wel eens met zo’n tekenfilm; iemand valt in een ravijn, maar ergens halverwege blijft-ie nog net hangen aan een tak. Mijn gezin is die tak, Edith, mijn baan. Ik moet blijven functioneren en dat doe ik dus ook. Met Edith ga ik eens per jaar op een soort detox-retraite en dan drink ik daarna soms maandenlang niet. Dus ik ken nu ook de vreugde en bevrediging van niet drinken, gelukkig.’

Je zei dat de onzekerheid je ook jaloers maakt. Hoe komt dat tot uiting?

‘Nou ja, als ik een kleine rol krijg… Daar heb ik een bloedhekel aan. Dan kan ik heel afgunstig zijn op de collega met de mooiere, grotere rol. Nee, ik ga nu geen voorbeeld geven. Het is ook gewoon ijdelheid – dat mag je best schrijven hoor, dat ik ijdel en kleinzielig ben, haha. Ik verveel me ook snel, dan krijg ik het gevoel dat ik mijn tijd aan het verdoen ben.

‘Meestal ben ik aardig en charmant, op het behaagzieke af, maar op zulke momenten komt er een hele andere kant naar boven. Dan word ik vervelend, chagrijnig.

‘Het is ook een autoriteitsdingetje. Omdat ik er blindelings op vertrouw dat mijn regisseur wel goed voor me zal zorgen.’

En dan ben je boos als dat niet gebeurt?

‘Dan ben ik teleurgesteld.’

Weer een vaderfiguur die je in de steek laat.

‘Ja, terwijl je gewoon ook voor jezelf moet opkomen, in dit vak.’

Maar er zijn toch ook acteurs die met veel plezier een kleine rol spelen?

‘Nou, ik niet.’

Maar waarom dan niet?

‘Ja, jezus, ik weet het niet. Als je ijdel en jaloers bent zoals ik, is dat soms moeilijk.’ (lacht). ‘Het is een soort neurotische omkering in mijn hoofd; als iets niet lukt, of ik krijg iets niet, dan denk ik al heel snel: zie je, ik ben dus niet goed genoeg.

‘Maar dat is natuurlijk heel kinderachtig van mij, hè? Dat weet ik wel. Ik wil anderen alles gunnen. En je moet natuurlijk ook gewoon je werk doen, klaar.’

Uiteindelijk komt er toch een voorbeeld. Van der Heijden vertelt dat hij het ook had bij de repetities van de Leedvermaak-trilogie. ‘In het eerste deel trouwt de Joodse Lea met Nico. Ik speel Zwart, de vader van Nico, wiens Joodse vrouw door de nazi’s is vermoord. Een kleine rol, ja, dat vond ik dus wel even lastig, maar daar heb ik me mee verzoend. Omdat het verder zo’n prachtig stuk is.’ 

Edith, als ze langskomt met de fles chablis: ‘Je was daar wel intens verdrietig over, eerst. Ik denk dat je mijn ouders een eer wilde bewijzen met dit stuk. Dat je het ergens ook voor hen wilde doen.’

Van der Heijden: ‘Nu je het zegt, ja, ik denk dat dat klopt. Dat is dan toch wel weer lief van mij.’

Beeld Anne Claire de Breij

De thematiek van het stuk – hoe oorlogsleed generaties lang doorwerkt, zag je terug bij je eigen schoonfamilie.

‘In Ediths gezin werd niet veel over de oorlog gepraat. Dat lees je vaker over de tweede generatie. Misschien omdat het te moeilijk was, te pijnlijk, te dichtbij. Met mij praatte haar moeder wel; ik vroeg er gewoon naar. Een keer kwam ik ’s ochtends om 11 uur de auto terugbrengen, en om 8 uur ’s avonds zat ze nog te praten, trillend. Maar Ediths vader Fred sprak er nooit over. Als het al over de oorlog ging, dan was zij aan het woord. Het was háár verhaal, haar verdriet. Zijn vrouw overleefde Bergen-Belsen, en hij had ‘alleen maar’ ondergedoken gezeten. Die hiërarchie in het lijden zit ook in Leedvermaak.

‘Maar toen zijn vrouw in 2010 overleed, kwamen ook bij Fred de verhalen los, en nu vooral omdat Dunja er expliciet naar vroeg. Hij wilde vertellen, en zij wilde luisteren. Ze hadden een heel bijzondere band.

‘Omdat Dunja na zijn overlijden twee weken in quarantaine moest, kon ze niet bij zijn begrafenis zijn. En ook Edith kon geen afscheid nemen van haar vader, omdat zij vanwege longproblemen contact zoveel mogelijk vermijdt. Van der Heijden: ‘Fred is begraven op de Joodse begraafplaats Gan Hasjalom in Hoofddorp, waar voor hem een plek was gereserveerd bij zijn vrouw en jongste dochter. Hij wilde eigenlijk geen Joodse begrafenis, want hij was atheïst, maar uiteindelijk heeft de rabbijn toch kans gezien voor een kleine dienst in de buitenlucht.’

Je vertelt het allemaal nog redelijk onaangedaan.

‘Ik ben heel moe, maar ik heb mezelf nog wel redelijk onder controle. Kijk, al deze mensen, Fred, mijn moeder, en Frans – die waren al wat ouder en ziek. Dat ze zijn overleden, daar kan ik in zekere zin vrede mee hebben. Maar de omstandigheden waaronder het is gebeurd, die zijn hartverscheurend en hardvochtig. Dat we geen afscheid konden nemen. Dat we elkaar nu niet vast kunnen houden. Dat vind ik erg. Ik denk dat het verdriet daarover nog moet komen.’

Je schrijft ook zelf stukken. Verwacht je dat je zal gaan schrijven over wat jullie hebben meegemaakt als gezin?

‘Ik vind hoe Dunja en haar geliefde opa samen opgesloten zaten in zijn appartement, op een bepaalde manier wel exemplarisch voor deze crisis. Het is ironisch genoeg nog een ideale toneelsetting ook: twee personages, eenheid van plaats en tijd. Daar zou ik wel een mooie toneeldialoog van willen maken. En spelen natuurlijk ook, ja. Het is een mooi, hoopvol verhaal, over zorg voor elkaar en liefde.

‘In hun ontmoeting komt thematisch zoveel samen. Het isolement, hoe we afgesneden zijn geraakt van de wereld. Hoe de zorg onder druk staat, de eenzaamheid van ouderen, en het altruïsme van jongeren ook. En natuurlijk de parallel tussen deze crisis en die vorige. Je hoort mensen wel zeggen dat ons nu de grootste crisis wacht sinds de Tweede Wereldoorlog. Het is misschien wel goed dat Fred dat niet meer mee hoeft te maken.’

CV

11 juli 1958 Geboren in Heerlen

1983 Toneelschool Arnhem

1987 -2020 Rollen bij verschillende toneelgezelschappen en in zo’n tachtig film- en tv-producties

1989 – 2001 Toneelgroep Amsterdam (nu ITA)

2002 Musicaldebuut als Frank Sinatra in Sinatra, that’s life (nominatie Musical Award)

2004 Rol van Scar in musical The Lion King (nominatie Musical Award)

2007 Mightysociety 4, wint toneelprijs Arlecchino

2012 Wint de Louis d’Or voor twee rollen: Vincent van Gogh in Vincent en Theo, en Astrov in Tsjechovs Oom Wanja

2013 Nominatie Louis d’Or voor Mightysociety 10

2016 Nominatie Arlecchino voor Een soort Hades van Toneelgroep Utrecht

2016 Het Nationale Theater

2019 Eerste zelfgeschreven solovoorstelling Ad Fundum

2016-2020 Rollen in onder meer Race, The Nation, Sexual Healing e.a. bij HNT. En op tv: Anne+ en Nieuw Zeer 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden