Achterstand in een keer weggewerkt

Amsterdam Deutsche Bahn heeft de hoofdprijs binnengesleept. Maandenlang was de vraag wie er met Arriva vandoor zou gaan: het Franse SNCF of het Duitse DB....

Het beursgenoteerde Arriva heeft in twaalf Europese landen activiteiten, waaronder Nederland. Sinds 1998 exploiteert het bedrijf hier behalve bussen en treinen ook taxi’s, ambulances en touringcars.

Deutsche Bahn was tot nu toe maar zeer beperkt aanwezig in het buitenland, in tegenstelling tot de Franse en Nederlandse spoorwegen die al jarenlang posities aan het opbouwen zijn in heel Europa. DB had tot donderdag alleen een busbedrijf in Denemarken en een treinbedrijf in Engeland.

Met de overname van Arriva is die achterstandspositie in één klap verleden tijd. DB behoort nu tot de allergrootste Europese spelers. Waar de NS sinds 2000 met bloed, zweet en tranen een bescheiden marktaandeel in Engeland, Duitsland en Tsjechië heeft opgebouwd, krijgt DB nu in een keer toegang tot twaalf landen.

Vanaf nu doet Deutsche Bahn mee in het strategische kwartetspel dat gaande is in Europa. Elk zichzelf respecterend vervoersbedrijf probeert marktaandeel te winnen in Europa. Of dat nu echt grote toegevoegde waarde voor de bestaande activiteiten heeft, maakt daarbij niet zoveel uit.

Marktaandeel veroveren is het motto. Op last van de Europese Unie worden sinds eind jaren negentig vervoersmarkten in Europa geliberaliseerd. Zo mogen buitenlandse bedrijven in Nederland treinen, trams en bussen rijden, en dat doen ze ook.

De NS op zijn beurt probeert op de thuismarkten van die indringers marktaandeel te verwerven. En dus rijden de Nederlandse Spoorwegen treinen, trams en bussen in bijvoorbeeld Engeland. De NS wil ook verder uitbreiden naar Centraal- en Zuid Europa en Scandinavië.

Wie kijkt naar de landkaart van de Europese vervoersmarkt ziet een lappendeken van honderden concessies waar Duitse, Franse, Britse, Nederlandse, Deense en Zweedse bedrijven naast, boven en onder elkaar rijden.

De bestuursvoorzitter van Deutsche Bahn, Rüdiger Grube, voorspelde donderdag dat een grote consolidatieslag in Europa een einde zal maken aan deze versplintering. Hij denkt dat binnen tien jaar nog hooguit ‘vijf tot zes’ grote spelers een sleutelrol zullen spelen ‘waarvan enkele door de staat gesteund’ zijn. Hij verzuimde daarbij namen en rugnummers te noemen.

De vraag is: wie koopt wie? Grote staatsvervoersbedrijven, zoals de NS, DB en SNCF, zijn niet te koop, en zullen waarschijnlijk ook nooit te koop komen. Dat ligt politiek te gevoelig. Zij zijn vooral de overnemende partij.

Er zijn sinds de jaren negentig zowel grote als kleine private Europese spelers ontstaan die soms heel behoorlijke posities hebben opgebouwd e`n voor een goede prijs misschien te koop zijn. Ze komen vooral uit Frankrijk en Engeland. Zo is ook het Britse National Express een partij om rekening mee te houden. Het bedrijf heeft niet Europa maar de hele wereld als marktgebied gedefinieerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden