ACH JA, HET BLIJFT EEN SEKTE

Haar boek De droom van mijn moeder gaat over haar jeugd in een Bhagwan-commune in de jaren zeventig. Donderdag was de presentatie....

ZONDAG 23 APRIL

Deze week komt mijn (eerste) boek uit en ik denk nergens anders aan. De boekpresentatie is donderdag en en is heel wat anders dan een filmpremière. Dit is een kwestie van een speech en dan al meteen de drankjes, want het lezen komt later. Het enige dat ik nog kan doen is goed voor de dag komen. Vriendin M. uit Utrecht heeft vijf kledingopties voor me, maar eigenlijk wil ik zelf iets kopen.

Thuis oefen ik in signeren. Vreemde bezigheid en nog nooit hoeven doen. Op Google zoek ik naar 'tips signeren', maar dat levert weinig op. Ik worstel ermee, want als linkshandige is het moeilijk op een rechterbladzijde iets moois te schrijven. En de pen die ik van de sigarenboerjongens kreeg, rolt niet lekker over het papier.

Zondag vier ik met vrienden de eerste verjaardag van hun dochter Jip. Lekker jong ding, die Jip. Heeft nog geen opmerkingen over haar opvoeding. Dat komt pas over een jaar of vijfentwintig. Wie weet waarmee ze dan komt aanzetten, terwijl haar ouders natuurlijk hun best doen. Iedereen probeert zijn of haar kind zo goed mogelijk op te voeden, en de 'fouten' van de eigen ouders niet te herhalen. En daar ga je, want al niet-herhalend creëer je natuurlijk weer nieuwe problemen. Gelukkig levert dat veel boeken, films en voorstellingen op. Dat dan weer wel.

MAANDAG 24 APRIL

De ochtend begint met een groene papegaai uit het Vondelpark die ondersteboven aan mijn pindaketting hangt. Hij eet uit zijn vuist en knipoogt (zo van hé, jij ook hier?).

NRC Handelsbladen het Leidsch Dagblad willen een interview en ik hoor via-via een eerste boekrecensie: goedgekozen perspectief en een heel interessant boek!

Het is een heel persoonlijk boek, hoor ik om me heen, net zoals het een zeer persoonlijke film was die ik regisseerde. Ik denk dat sommige mensen daar niet tegen kunnen. Dat het zo dichtbij is. Je moet natuurlijk geen kromme tenen hebben als je er naar kijkt of 't leest. Daarop is ook gelet. En als het niet persoonlijk is, waarom dan een film of boek? Zelden tot nooit komt zoiets voort uit iets anders dan jezelf, vind ik.

Bij Paul de Leeuw afgelopen donderdag moest ik wel even slikken toen hij vroeg: 'En die ontmaagding, hoe zit dat?' Maar ik kon het natuurlijk niet weglaten, want ik was veel te jong toen dat gebeurde. En ik gaf keurig antwoord.

Ik ben en blijf wel bang (waarvoor ik op mijn kop krijg van S. en B.) voor de reacties van andere (voormalige) sannyasins (volgelingen) als ik dat soort dingen vertel. Wat ik van hen na de film al hoorde, was vooral dat ik niet zo negatief moest doen (dat mocht vroeger ook al niet - positief zijn, daar ging het om) - of zo zielig. En dat ik maar eens moest gaan mediteren. Er waren ook leuke reacties van sannyasins, maar die waren in de minderheid. En die sannyasins waren ook niet meer zo héél erg met Bhagwan (nu Osho) bezig. Ach ja, het blijft een sekte, denk ik dan. En zelfs dát zeggen vind ik dan weer eng. Houdt het nooit een keer op?

DINSDAG 25 APRIL

Er komt een interview-aanvraag binnen van RTVNH en vanavond praat ik met Sophie Hilbrand in BNN United. Net nu ik keelpijn krijg - ik heb zondag op het feestje van Jip vast allerlei crèchebacillen opgedaan. Als ik donderdag maar niet ziek ben.

Het woord censuur doet me direct denken aan de Bhagwancommune waarin ik woonde: op een gegeven moment was (zelf)censuur aan de orde van de dag. Het niet uiten van kritiek was gewenst. Negativiteit was slecht voor de commune. Als je ergens commentaar op had, dan moest je maar eens gaan uitzoeken waarvandaan dat precies kwam en weer positief worden.

Het kwam natuurlijk altijd bij jezelf vandaan, daarvan was ik op 13-jarige leeftijd volledig overtuigd. Dat is een logische reactie als je het mij vraagt. Een kinderlijke keuze voor veiligheid. Ik wilde niet de aanstichter zijn van ellende in de commune en zeker geen knuppels in hoenderhokken gooien. Werkte ik twaalf uur per dag in de keuken en was ik helemaal kapot? Ik zei niets. Ik zei dat ik van Bhagwan hield. En het enge is: ik geloofde het zelf. Sterker nog: behalve voor mijn moeder die (terecht) wel kritiek had op de commune, voelde ik niet eens kritiek meer. Als dát geen zelfcensuur is.

Nagekomen bericht. Ik zat nog wat na te denken. Mijn werk gaat van tunnel naar explosie naar zwart gat. Tunnel: je hebt een idee en je maakt een film of boek. Je ademt de film of het boek. Je ziet ondertussen je vrienden nauwelijks, je werkt in betrekkelijke eenzaamheid, terwijl iedereen collega's heeft, je snoet is bleek want je bent zelden buiten. Je hebt geen nieuwe ideeën, want je kunt maar aan één ding denken en meestal verdien je, nou ja, zeg maar minder dan de meeste mensen mét collega's, waardoor binnen blijven niet eens zo'n gek idee is. Vervolgens komt de explosie: je werk is af, al had je dat zelf bijna niet door. Er is een première of presentatie, je staat in de krant, je zucht alleen nog, je bent geen dag alleen, je rent van hot naar her en je hebt niet genoeg vazen voor de bloemen. Onherroepelijk komt daarna het zwarte gat: je project is af en gerecenseerd. Je bent geslaagd in je opzet en mensen laten je met rust, want ze denken dat je het vast wel druk hebt met een of ander nieuw plan. Maar eigenlijk hang je de hele zomer een beetje rond in het Vondelpark, hopend op een nieuwe tunnel (hoewel?).

Zoiets. En wat wil het toeval, bedacht ik net? Sheela, de secretaresse en rechterhand van Bhagwan midden jaren tachtig, verwierf alle macht en bouwde een tunnel om met veel geld te ontsnappen uit de grote commune in Oregon, Amerika (echt waar). Ze veroorzaakte explosies in een door Bhagwan-volgelingen gerund hotel. Vervolgens was haar vlucht en de repercussies daarvan het einde van de beweging, oftewel: het zwarte gat.

WOENSDAG 26 APRIL

Zo, die zijn weer schoon. Het rammelde als een gek in de wasmachine en toen ik de was eruit haalde, bleken mijn fietssleutels er ook bij te zitten. Dit is het bewijs dat ik mijn hoofd er niet meer bij heb want ik ben normaal gesproken vrij secuur. De dag begon goed, ondanks - nog steeds - keelpijn. Interview met Het Parool gedaan, jurkje proberen te vinden in de Pijp, in plaats daarvan parkeerbon gescoord. Ik moest letterlijk even huilen, maar die mensen snapten natuurlijk niets van mijn explosie-fase. Het kost me 50 euro. Ze waren niet te porren voor schadeloosstelling. Parkeerbon daarom zelf maar verscheurd en ergens in de auto gegooid. Waarschijnlijk was dat niet zo'n goed idee.

Er zijn ook veel mails, waaronder een van een Bhagwan-volgeling uit Oostenrijk, waar mijn film gisteren is uitgezonden. Hij schrijft dat ik niet moet zeuren, omdat hij kinderen kent in derdewereldlanden die het veel erger hebben gehad in hun jeugd. Zelf heeft hij 'inner peace' gevonden en als ik wil mag ik hem bellen om ook inner peace te verkrijgen.

DONDERDAG 27 APRIL

Oké, ik geeft het toe: loggen is verslavend. De presentatie is in de namiddag en ik zit nog achter de laptop.

Vanochtend heb ik toonladders gezongen, voordat ik in VARA's Ontbijtradio moest, want ik was nog wat schor. Presentator Hans Smit: in je boek staat dat je als kind met een geweer bedreigd bent in de grote commune in Amerika. Ja, zeg ik, maar dat was maar één keer. Eén keer is al erg genoeg, zegt hij.

HS heeft volkomen gelijk. Ik zat te nuanceren, alsof er hier iets te verdedigen valt. Weer! Na een korte analyse van mezelf blijkt de knoop te zitten in het feit dat mensen anders kunnen denken dat bedreiging schering en inslag was. Verscholen achter de knoop: niemand wil dat ik dit vertel. Hang de vuile was niet buiten!

Zo'n presentatie is een soort trouwdag, maar dan in je eentje.

(Nu heel snel op de fiets voor een outfit, Maroesja!)

VRIJDAG 28 APRIL

Ik wist wel dat het in mijn omgeving gewaardeerd werd dat ik een boek probeerde te schrijven en het project nog had afgemaakt ook. Velen hadden al lieve dingen gezegd. Maar tijdens de speeches en daarna de felicitaties werd ik zowat tegen de muur gedrukt door de warmte en liefde die op me afkwamen.

Er waren meerdere speeches, maar die van S. vond ik fenomenaal. Zij en R. hadden me opgehaald (nadat ik ergens in Amsterdam-Zuid binnen in een uur een toch nog, al zeg ik het zelf, gewel-dig rokje en truitje had weten te vinden) en gezamenlijk fietsten we naar de uitgever. Eerst stond iedereen en vooral ikzelf nog wat onwennig te zijn maar al snel veranderde dat, mede door de aanwezigheid van Jip en oogappeltje Mana. En, eerlijk toegegeven, door de wijn. (Vergeef me als ik me vreemd uitdruk; de wijn doet zijn werk nog).

S. sprak van de essentie van literatuur, de zoektocht naar de glanzende kiemcel (Simon Vestdijk): het onzegbare en zelfs het ondenkbare in woorden gieten. Mijn boek is het resultaat van die zoektocht, zei S., een zoektocht die veel parallellen vertoont met die van mijn moeder. De cirkel is rond want mijn moeder was er en stond trots naast me.

Ik heb iedereen bedankt maar mijn woorden drukten maar een fractie uit van wat ik voelde tijdens het feest (en ook tijdens de afterparty): dat het niet uitmaakt of ik werk heb of geld, of ik goed woon of dat mijn auto door de APK komt, zolang ik mijn vrienden heb. Ik prijs me zeer gelukkig met de mensen om me heen, inclusief collega's. Niks 'zakelijke contacten!'

Aangezien het geheugen van mijn mobiel nu vol is en ik mailtjes moet wissen om weer nieuwe te kunnen ontvangen, is het tijd om aan de slag te gaan. Het zwarte gat doemt natuurlijk, maar dat til ik even over het weekend heen. En S. die hier nog zit, verdient een heerlijk ontbijt in de stad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden