profiel

Aaron T. Beck dacht Tony Soprano in een handomdraai van zijn paniekaanvallen af te kunnen helpen

Aaron Temkin Beck wordt wel beschouwd als de grondlegger van de cognitieve therapie. 
 Beeld ANP
Aaron Temkin Beck wordt wel beschouwd als de grondlegger van de cognitieve therapie.Beeld ANP

Geestelijk lijden kwam volgens Aaron T. Beck helemaal niet voort uit masochisme, zoals Freud had bedacht. Met het stellen van vragen via zijn cognitieve gedragstherapie zette hij notoire somberaars op een ander spoor.

Evelien van Veen

Van zijn naam hebben de meeste Nederlanders nooit gehoord, maar velen kennen zijn levenswerk: psychiater Aaron T. Beck was de grondlegger van de cognitieve gedragstherapie. Hij overleed op 1 november in zijn woonplaats Philadelphia (VS), 100 jaar oud. ‘Mijn vader wijdde zijn leven aan het ontwikkelen en onderzoeken van behandelmethodes die de levens hebben verbeterd van talloze mensen met psychische problemen’, twitterde zijn dochter Judith, met wie hij in 1994 zijn eigen Beck Institute begon.

Therapie voor vele problemen

In het Beck Institute werden duizenden zorgprofessionals van over de hele wereld getraind om te werken met de methode. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de best onderzochte en de meest effectieve behandelmethode voor een heel scala aan problemen. Depressie, angst- en paniekstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, verslaving, eetstoornissen, schizofrenie, het wordt allemaal aangepakt met CGT.

Dat was wel anders in de tijd dat Beck een jonge man was. Hij werd psychiater in een tijd, begin jaren vijftig, dat Freuds psychoanalyse stevig werd omarmd. Dromen waren belangrijke aanwijzingen om psychische stoornissen van patiënten te verlichten, en dan met name de verborgen betekenissen ervan. ‘Droomde je over paarden, dan ging het eigenlijk over seks, en droomde je over seks, dan ging het over paarden. Dat gaf Beck altijd als voorbeeld’, zegt hoogleraar psychologie Marcus Huibers, die Beck goed heeft gekend.

‘Beck geloofde er niets van. Hij zag dat depressieve patiënten vooral leden onder hun negatieve, vertekende gedachten.’

Afstand van theorieën Freud

Ook de Freudiaanse opvatting dat geestelijk lijden voortkwam uit masochisme, de behoefte om te lijden, verwierp Beck. Vroeg hij zijn patiënten waarom ze leden, dan kreeg hij namelijk heel andere antwoorden. Omdat ze zichzelf niets waard vonden, bijvoorbeeld. Voor Beck veel inzichtelijker dan de theorieën over het superego van Freud.

Beck was een pragmaticus. Vertelde een patiënt dat hij ’s ochtends zijn bed niet uit kon komen, dan opperde Beck om de wekker wat verder weg te zetten. Dan móét je wel opstaan. En is de eerste stap gezet, dan valt de tweede misschien mee.

Empathisch

Hij gaf zulk advies niet om klachten weg te wuiven, maar uit een diep gevoel van empathie. Hij wilde cliënten daadwerkelijk helpen en meende dat dat beter lukte door op het hier en nu te focussen dan door eindeloos te graven in het verleden. Dat was in de psychoanalyse van de jaren vijftig juist wel de praktijk: met de zes patiënten uit zijn begintijd, zei Beck later weleens, had in principe voor de rest van zijn loopbaan zijn kostje gekocht kunnen zijn.

Beck pakte het anders aan. Aan de universiteit van Pennsylvania, waar hij zijn leven lang zou werken, begon hij met het ontwikkelen van een nieuwe behandelmethode. Hij richtte zich daarbij op de automatische, negatieve gedachten die veel patiënten over zichzelf hadden, zoals ‘mij lukt nooit iets’ of ‘niemand houdt van mij’. Hij gaf hen de opdracht die gedachten te bevragen, of ‘uit te dagen’, in therapeutisch jargon. Wat klopt daar nou eigenlijk helemaal van? Denk je dat zulke gedachten je helpen? Kun je iets noemen dat wél is gelukt?

Ander spoor

Met socratische vragen zette hij notoire somberaars op een ander spoor. Die methode onderwierp hij daarnaast voortdurend aan wetenschappelijk onderzoek om de effectiviteit te meten. Daarmee werd Beck ook de grondlegger van de evidencebased psychotherapie.

Beck ontdekte dat tien tot twintig behandelsessies plus oefeningen voor thuis beter werkten dan een eindeloze reeks gesprekken op de divan. Hij had Tony Soprano - eeuwig in therapie in de tv-serie - in twee sessies van zijn paniekaanvallen af kunnen helpen, zei hij eens.

Beck ontwikkelde zijn methode in de tijd dat psycholoog Albert Ellis zijn enigszins vergelijkbare rationeel-emotieve therapie presenteerde. Hij was schatplichtig aan Ellis, gaf Beck ruimhartig toe. ‘Hij was wars van kinnesinne’, zegt hoogleraar klinische psychologie in de psychiatrie Claudi Bockting, die samen met Beck heeft gepubliceerd. ‘Ieder idee dat de psychotherapie vooruit kon helpen, juichte hij toe.’

Discussie beslecht

Hij was ook handig in het verkopen van die ideeën, zegt Pim Cuijpers, ook hoogleraar psychologie. ‘In de jaren zeventig woedde een debat over wat effectiever was: Becks cognitieve therapie, dus je gedachten uitdagen, of gedragsactivatie, simpel gezegd: leuke dingen doen om je beter te voelen.’ Die gedragsactivatie was ontwikkeld door Peter Lewinsohn, maar Beck lijfde de methode soepeltjes in. ‘Hij bundelde de twee tot cognitieve gedragstherapie en de discussie was beslecht.’

Later in zijn loopbaan kreeg Beck met kritiek te maken: CGT zou oppervlakkig zijn, een instant boost die niet beklijft. Maar Beck pareerde die kritiek steeds met nieuwe cijfers. Wetenschappelijk onderzoek toonde keer op keer de effectiviteit ervan aan, zowel bij depressie als bij allerlei andere aandoeningen als angst, paniek en dwang.

‘Ik voel me net een handelsreiziger in haarlemmerolie’, zei Beck op een congres in Nederland. Zoveel succes van één therapie moet je wantrouwen, zei hij er zelf meteen bij. ‘Gelukkig heb ik lang kunnen zeggen dat de therapie waarschijnlijk niet werkt bij schizofrenie.’ Ten onrechte. Ook daarbij bleek CGT van nut.

Slimme en warme man

‘Een ongelooflijk lieve, slimme en warme man’, zegt Marcus Huibers over Beck, bij wie hij een tijd in opleiding was. ‘Hij was befaamd om zijn rollenspellen. Ik heb regelmatig deelgenomen in de rol van dwarse, ongelukkige patiënt. Binnen no time was al je weerstand weg. Hij stelde zulke waanzinnig goede vragen.’

Hij was tot op hoge leeftijd nieuwsgierig, zegt Claudi Bockting. ‘Ik zat eens naast hem bij een diner en vroeg kritisch waarom hij patiënten altijd eerst de nare gedachten in het hier en nu laat verwoorden en niet meteen naar de onderliggende denkpatronen gaat. ‘Ja, waarom eigenlijk niet’, reageerde hij. ‘Ga het onderzoeken.’ Zo heeft hij heel veel mensen uit het vak geïnspireerd.’

Zelfs toen hij blind werd, bleef Beck aan het werk, de laatste jaren in zijn eigen instituut, waar zijn dochter directeur is. Huibers: ‘Ik ben ervan overtuigd dat hij daardoor 100 is geworden.’

3 x Aaron T. Beck

Aaron Beck werd op 18 juli 1921 geboren in Rhode Island, VS, als jongste zoon van Oekraïense immigranten. Zijn vader was drukker, zijn moeder huisvrouw.

Hij trouwde in 1950 met Phyllis W. Beck, de eerste vrouwelijke rechter aan het hooggerechtshof van Pennsylvania, die hem overleeft.

Ze hebben vier kinderen, van wie de twee dochters rechter en cognitief gedragstherapeut geworden zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden