Aantal gemengde relaties neemt toe tot één op de zes

Er komen steeds meer gemengde relaties, constateert het CBS, maar de verschillen tussen etnische groepen zijn groot. Bij migranten met een Turkse of Marokkaanse achtergrond blijft trouwen in de eigen groep de norm. 'Het is makkelijker om met iemand van dezelfde achtergrond te trouwen.'

Ernad Zendegani en Mirjam Lucassen met hun kinderen Amber en Floris. Beeld Negin Zendegani

Als gemengde relaties een graadmeter zijn voor de integratie, dan gaat het langzaam de goede kant op in Nederland. Van alle getrouwde Surinaamse Nederlanders heeft bijna de helft een Nederlandse partner. Vijftien jaar geleden was dat één op de drie. Ook het aantal gemengde huwelijken onder Marokkaanse en Turkse Nederlanders neemt toe.

Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag heeft gepubliceerd. Het aantal gemengde relaties is met één op de zes aanzienlijk, maar verschilt sterk per etnische groep. De combinatie Indonesisch-Nederlands komt het meest voor (160 duizend stellen), gevolgd door paren van Europese origine (Duits-Nederlands en Belgisch-Nederlands).

Trouwen binnen eigen kring

Daarbij vergeleken is het aantal gemengde relaties onder de omvangrijkste groep migranten in Nederland, die met een Turkse en Marokkaanse achtergrond, relatief gering. Trouwen binnen de eigen kring is de norm. Des te opvallender is dat het aantal gemengde huwelijken onder deze twee groepen de afgelopen tien jaar is toegenomen tot boven de 10 procent, vindt sociologe Leen Sterckx, werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Van de Nederlandse Turken heeft 11 procent een partner met een Nederlandse achtergrond, in totaal tienduizend paren. Onder Marokkaanse Nederlanders is dat 12 procent (negenduizend stellen). Bij het merendeel van deze gemengde stellen is de vrouw van Nederlandse origine.

Sinds de overheid het 'importeren' van een bruid of bruidegom uit Turkije of Marokko ontmoedigt, is de tweede generatie migranten aangewezen op de Nederlandse huwelijksmarkt. De blik is nu meer op Nederland gericht. Vooral op partners van de eigen groep, maar ook steeds meer op autochtone partners.

Voorheen, zegt Sterckx, lag het aandeel gemengde huwelijken vrij constant onder de 10 procent. 'Als je alleen al naar de tweede generatie zou kijken, zou je waarschijnlijk hoger uitkomen dan op 11 en 12 procent gemengde relaties. Door het toenemende opleidingsniveau, de arbeidsparticipatie en opgegroeid zijn in Nederland, nemen de verschillen tussen hen en van origine Nederlandse leeftijdgenoten af. Bovendien wordt de invloed van de familie op de partnerkeuze, kleiner.'

Turkse en Marokkaanse jongeren die Nederlandse partner kiezen zijn vaak of niet streng religieus of juist wel, zegt Sterckx. De eerste groep ziet de islamisering in de eigen groep met lede ogen aan en kiest liever een minder streng gelovige of niet-moslim uit een andere etnische groep als partner.

Onder streng religieuze jonge mannen met Turkse en Marokkaanse wortels is er juist een toenemende belangstelling voor bekeerde moslima's, ziet de sociologe. 'Die zien zij vaak als een puurdere moslima dan vrouwen uit hun eigen groep. Zonden als alcohol drinken,hebben zij in het verleden uit onwetendheid begaan. Voor geboren moslima's geldt dat niet, dus hebben zij meer moeite met hun overschrijding van de voorschriften. De meeste jongeren van Turkse en Marokkaanse herkomst zetten een zelfde kijk op het geloof op één, als het aankomt op het kiezen van een partner. Moslimouders kunnen tegen dat argument weinig inbrengen als die partner een andere etnische achtergrond heeft', aldus Sterckx.

Anderzijds is geloof ook een factor die de kans op een huwelijk klein of onmogelijk maakt. Trouwen met een niet-moslim is in veel families met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond niet geaccepteerd. Andersom zijn er Nederlandse ouders die moeite hebben met een moslim als schoonzoon of -dochter.

Sociaal-psychologe Pieternet Dijkstra publiceerde vorig jaar met psycholoog Abraham Buunk een studie over de voorkeur voor een partner onder 15- tot 25-jarige Nederlandse, Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse jongeren. De overgrote meerderheid in alle groepen geeft de voorkeur aan een partner uit de eigen groep.

Dat is niet zo verwonderlijk, zegt Dijkstra. Voor een langdurige relatie is iedereen op zoek naar een partner met de meeste overeenkomsten in denkbeelden, achtergrond, gewoonten en levensstijl. Dat geeft een gevoel van herkenning, bevestiging en veiligheid. 'Dat wil niet zeggen dat zij zo'n partner wel kunnen vinden uit een andere etnische groep zodra zij die persoonlijk leren kennen, tijdens hun studie of op het werk.'

Sociologe Sterckx merkt daarbij op dat een gemengde relatie niet per definitie goed is voor de integratie. Botsende culturele gewoonten kunnen ook leiden tot conflicten en verwijdering tussen en binnen families en de partners zelf.


'Wij leven zoals gewone Nederlanders'

Emad Zendegani (50, afkomstig uit Iran) en Miriam Lucassen (46), zijn sinds 1999 getrouwd. Ze hebben twee kinderen, Amber (12) en Floris (10). Ze wonen in Cuijk. Emad werkt als ambtenaar bouw- en woningtoezicht. Miriam werkt als docent op een middelbare school.

'De oma en moeder van Miriam waren positief toen wij een relatie kregen. Het maakte ze niet uit dat ik een buitenlander ben, ze keken naar mijn karakter. Een halfjaar voor ik Miriam leerde kennen, was ik vanuit Iran naar Nederland gevlucht.

'Mijn ouders waren blij voor mij, ze vonden onze relatie goed. Miriam en ik gingen samenwonen in Beers. Daar vonden ze onze relatie wel bijzonder. Bepaalde mensen reageerden negatief, dachten dat ik een buitenlander zonder geld en werk was.'

Beeld Negin Zendegani

'Van cultuurverschillen hebben we geen last meer, na dertig jaar samen. In het begin schrok ik van Miriam als ze nee zei. Ze zegt heel direct nee. Dat was voor mij een teken van niet netjes zijn. De meeste Iraniërs durven niet met nee te antwoorden. Als wij al nee zeggen, dan doen we dat op een hele nette manier.'

'Mijn vrouw is katholiek opgevoed. Ik ben zelf absoluut niet religieus. Dat ik niet gelovig ben, is nooit een probleem geweest. We leven zoals gewone Nederlanders leven. Onze kinderen krijgen weinig van de Iraanse cultuur mee. Ze worden ook niet tweetalig opgevoed. Ze zijn hier geboren, dit is hun land.'

Aanvullingen en verbeteringen: In een eerdere versie van dit artikel werd Abraham Buunk ten onrechte opgevoerd als ontwikkelingspsycholoog in plaats van als psycholoog.

'Het is simpelweg zo gegaan'

Bilal Cevik (50) en Gulcan Cevik (40), beiden van Turkse afkomst, zijn sinds 2007 getrouwd. Ze hebben twee kinderen, Baris (6) en Berke (4). Ze wonen in Arnhem. Bilal woont sinds zijn 9de in Nederland. Hij heeft een garage. Gulcan volgt een cursus tot nagelstyliste.

'Het was geen bewuste keuze om met een Turkse vrouw te trouwen. Ik had nooit eerder een Turkse vriendin gehad en was niet met trouwen bezig. Een vriend wilde mij koppelen. Zijn verloofde was bevriend met mijn vrouw. Ik belde haar op en vier maanden lang spraken we elkaar over de telefoon. Ze woonde toen nog in Turkije. In de zomer van 2006 ging ik naar mijn ouders in Turkije en zocht ik Gulcan ook op. Ik ben meteen tien dagen bij haar gebleven. Het klikte goed met haar, het is simpelweg zo gegaan.'

Beeld Negin Zendegani

'Veel Turken trouwen wel bewust met elkaar. Het is makkelijker om met iemand met dezelfde achtergrond te trouwen. Je spreekt dezelfde taal en hebt dezelfde cultuur. Turkse families staan ook niet open voor een Nederlandse partner voor hun kind. Andersom is dat net zo. Toen ik een Nederlandse vriendin had, vonden haar ouders het moeilijk dat ik Turks ben. '

'Voor ik mijn vrouw leerde kennen, had ik altijd Nederlandse vriendinnen. Van mijn ouders hoefde ik niet met een Turkse vrouw te trouwen. Als mijn zoontje later een Nederlandse vrouw heeft, dan heb ik daar helemaal geen probleem mee.'

'Je kiest er niet voor, het overkwam ons'

Istahil Abdulahi (45, van Somalische afkomst) en Jeroen van Strien (44) zijn sinds 1991 samen. Ze hebben drie kinderen. Naïma (17), Anissa (15) en Julian (12). Ze wonen in Emmen. Istahil werkt als horecamedewerker. Jeroen werkt als administratief medewerker.

'In de Somalische gemeenschap wordt het niet geaccepteerd om met iemand te trouwen die geen moslim is. Je moet sterk in je schoenen staan, je krijgt veel kritiek. Ik vind mijn geluk belangrijk. Ik mag zelf bepalen met wie ik trouw. In Somalië was dat onmogelijk geweest. Of mijn familie onze relatie uiteindelijk heeft geaccepteerd, weet ik niet. Het is een cultuur waarin niet gepraat wordt. Alles is taboe, je mag veel niet doen en niets zeggen.'

Beeld Negin Zendegani

'Ik leerde Jeroen kennen in de opvang waar ik verbleef toen ik net in Nederland was. Zijn vader was eigenaar van het gebouw en Jeroen deed er klusjes. We werden verliefd. Je kiest niet voor een gemengd huwelijk, het overkwam ons. Zijn moeder was heel blij en enthousiast voor hem. Zijn vader was terughoudender, hij was wat argwanend. Je weet het nooit met die vluchtelingen, zei hij.'

'Ik ben zelf moslim en blijf dat ook. Dat mijn man geen moslim is, is nooit een probleem geweest. Als ik wil vasten, dan vindt mijn man dat prima. We hebben twee verschillende culturen en hebben samen onze eigen cultuur gecreëerd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden