interviewLaura Jansen

‘Aan de rand van een klif dacht ik: als ik nog één stap zet, hoef ik niet meer terug naar die ruis’

Laura Jansen. Haar & make-up:  Nathalie Gros, locatie: Café Mano, Kreuzberg, Berlijn. Beeld Marlena Waldthausen
Laura Jansen. Haar & make-up: Nathalie Gros, locatie: Café Mano, Kreuzberg, Berlijn.Beeld Marlena Waldthausen

Zangeres Laura Jansen kon tijdens de vluchtelingencrisis niet lijdzaam toekijken. Ze wilde iets doen, echt iets bijdragen. Ze vertrok naar Lesbos om er te helpen, tweeënhalf jaar lang. Wat ze daar aantrof ging haar niet in de koude kleren zitten. ‘Jezus, wat was het hard en moeilijk en veel.’

Laura Jansen heeft bijna een heel jaar geslapen. De 44-jarige Nederlands-Amerikaanse zangeres is in twaalf maanden nauwelijks uit het bed gekomen van haar donkere Berlijnse eenkamerflat met uitzicht op een binnenplaats.

In april 2018 kwam ze daar aan met twee koffers, een gitaar en een zwaar gemoed. Jansen kocht beddengoed en ‘zachte spullen’ om een nest te bouwen: een fort tegen de buitenwereld. En daar ging ze liggen. Ze kwam alleen de deur uit voor korte fietstochtjes en boodschappen. Ritjes met de U-bahn waren slopend, de vrouw die zelfstandig de hele wereld over had gereisd raakte nu steeds de weg kwijt in het metronetwerk van Berlijn.

Thuis, via het computerscherm, volgde Jansen EMDR, traumatherapie tegen de nachtmerries en de paniek. De diagnose die ze kreeg: complexe PTSS, posttraumatische stressstoornis.

In een nieuw Berlijns appartement, met een foto van de maan boven een keyboard en een grote kamerplant tegen de muur, heeft Laura Jansen zich drie jaar later weer geïsoleerd, ditmaal op verzoek van de Duitse overheid, in de strijd tegen een pandemie. ‘De avondklok is gisteren weer ingegaan in Berlijn’, zegt ze. ‘Maar ondanks de maatregelen is het nog steeds een superfijne stad. Het is hier zo groen.’ Ze lacht veel. Haar ‘grote liefde’ Felix met wie ze sinds twee jaar samenwoont, blijft tijdens het Zoomgesprek buiten beeld. In haar taalgebruik doorklinken haar Amerikaanse roots; gaandeweg het interview haalt ze vaker Nederlandse lidwoorden door elkaar en drukt ze zich geregeld uit in het Engels.

Ze oogt ontspannen. Maar grote emoties liggen aan de oppervlakte, blijkt als ze vertelt over haar tijd op Lesbos, tussen september 2015 en maart 2018. Ze zou er een paar weken vrijwilligerswerk doen. Het werd tweeënhalf jaar, een periode die ze de rest van haar leven zal herkauwen. ‘Mijn hart bleek ongelooflijk veerkrachtig. Maar Jezus, wat was het hard en moeilijk en veel.’

Over haar ervaringen schreef Jansen het boek Wij zagen een licht, een aangrijpende getuigenis van een ietwat geprivilegieerde vrijwilliger die vol goede en naïeve bedoelingen naar het epicentrum van de Europese vluchtelingencrisis toog en bezeten raakte van het idee om te helpen. Totdat de twijfel toesloeg en haar lichaam het opgaf. Tegelijk met het boek verschijnt haar nieuwe muziekalbum, We Saw a Light.

Beroemde idolen van Jansen gingen haar voor naar Griekenland. Joni Mitchell reisde begin jaren zeventig af naar Kreta, en bezong de liefde voor een excentriekeling in het lyrische Carey. Leonard Cohen verpandde eind jaren zestig zijn hart aan het eiland Hydra, waar hij jaren zou wonen, en onder meer Bird on a Wire schreef. Jansen: ‘Het lijkt me heerlijk om Griekenland op zo’n bohemienachtige, dronken manier mee te maken, op de manier zoals zij dat hebben gedaan.’

Maar Jansen leerde een ander Griekenland kennen, een Griekenland dat gebukt gaat onder een van de grootste crises in de recente wereldgeschiedenis. Ze schreef over die tijd het nummer Lara, over een negen maanden oude baby die verdronk in de zee. Haar vader, een Iraakse jezidi, dacht haar vast te hebben toen de boot omsloeg, maar het bleek een rugzak. ‘Ik denk elke dag aan Lara, en voel de verantwoordelijkheid om haar naam te noemen.’ De titels van haar album en boek verwijzen naar de vele nachten waarin Jansen samen met anderen over de zee tuurde, op zoek naar een teken van leven, naar een vluchtelingenboot die hulp nodig had.

Waarom wilde je een boek over de vluchtelingencrisis op Lesbos schrijven?

‘Voor mij voelde het als een plicht. De mensen op Lesbos bestaan niet volgens de boeken. Ik wilde mijn waarheid vertellen. Als ik in gesprek ga met politici of met critici voel ik me vaak onzeker. Ik ben een zangeres, geen advocaat of asielspecialist. Maar ik kan wel altijd rekenen op die verhalen.’

Hoeveel boten met vluchtelingen heb je geholpen veilig aan te komen?

‘Honderden. De rotsen onder water op Lesbos zijn scherp, het is ontzettend gevaarlijk om uit te stappen. De boten waarin de vluchtelingen zaten, waren vaak rubberbootjes die lek raakten op die rotsen. Dus het was aan ons vrijwilligers om een plek te zoeken waar ze veilig konden uitstappen.’

Laura Jansen had al vele levens geleid, voordat ze naar Lesbos vertrok. Als dochter van een Amerikaanse moeder en een Nederlandse vader bracht ze een deel van haar jeugd door in ‘het prachtige, maar doodsaaie’ Connecticut. Haar ouders waren gescheiden, die breuk had plaatsgevonden toen het gezin – dat ook nog bestaat uit broer Vincent – vanuit Breda naar Brussel verhuisde. Haar vader deed ‘iets met financiën’, haar moeder was veiligheidsspecialist bij luchtvaartmaatschappijen. Via een omweg in Zürich belandde het drietal – haar vader zag ze nog zelden – uiteindelijk in de Verenigde Staten.

Haar kindertijd is getekend door trauma, schrijft Jansen in haar boek. Ze wil er verder niets over kwijt. ‘Het is niet alleen mijn verhaal’, zegt ze. ‘En daardoor heb ik niet het recht om het helemaal te vertellen.’ Ze is er bovendien persoonlijk nog niet aan toe. ‘Erkennen dat ik het ook heftig heb gehad in mijn jeugd, vind ik voor mezelf al een hele stap.’

Ze omschrijft zichzelf als ‘een apart kind’. Al op jonge leeftijd was ze bezig met klassieke muziek. Ze speelde piano en dwarsfluit. ‘Ik droeg Laura Ashley-jurken, terwijl die toen helemaal niet in waren. Ik was echt een soort meisje uit een tijdcapsule dat naar een Amerikaanse highschool ging, waar andere meisjes megaveel make-up droegen.’ Haar moeder greep in: ze wilde dat haar kinderen opgroeiden in een ‘normale en relaxte’ omgeving. En dus verhuisden ze terug naar Nederland, waar Jansen de rest van haar middelbareschooltijd doorbracht.

Na het conservatorium in Rotterdam ging Jansen naar Boston, waar ze een opleiding volgde aan het Berklee College of Music. Via Nashville kwam ze in Los Angeles terecht. Daar leefde ze als 32-jarige het cliché van een struggling artist: ’s nachts tegen daltarieven een studio afhuren om muziek te maken, overdag bijklussen als serveerster. ‘Ik was straatarm en had een torenhoge studieschuld.’

Het was haar neef, voor wie Jansen als bijbaantje polaroidfoto’s op bedrijfsfeestjes maakte, die erop aandrong dat ze haar muziek zou opsturen naar producer en kennis John Ewbank. Als indiezangeres kon Jansen zich nauwelijks voorstellen dat de man die Marco Borsato groot heeft gemaakt iets voor háár kon betekenen. ‘Maar toen gebeurde er iets bijzonders: Ewbank belde me op en zei dat hij me wilde helpen. Hij wilde er niets voor terug.’

Voordat Jansen het wist, zat ze in een vliegtuig naar Nederland en schoof ze samen met Ewbank aan bij De wereld draait door, een tv-programma waarvan ze nog nooit had gehoord. ‘Ik mocht er een liedje spelen, Single Girls, en dat veranderde alles.’

Want Jansen maakte grote indruk met haar heldere stemgeluid en uitgekiende teksten. Nog diezelfde week tekende ze een contract bij platenlabel Universal. Haar plaat Bells behaalde platina, en haar vertolking van Kings of Leons Use Somebody ging de wereld over. Grote tours volgden, naar China en de Verenigde Staten. En er kwam een nieuw album, Elba. Maar na het megasucces van Bells werden de commerciële beloften niet ingelost.

En toen werd je uitgenodigd door Armin van Buuren om met hem op tournee te gaan. Wat doet een singer-songwriter met een trance-dj?

‘Dat was een vreemd uitstapje, qua smaak. Op Armins bruiloft hadden vrienden Use Somebody gebruikt onder een video. Daar had Armin een remix van gemaakt. Zonder dat ik het wist, had hij dat uitgebracht. Het werd een enorme hit. Daaruit volgde het verzoek om anderhalf jaar mee op tournee te gaan. Hij zei: we gaan naar vijftig landen. En ik zei: ja! Ik was helemaal klaar voor zo’n avontuur.’

Tijdens deze Armin van Buuren Intense World Tour trad Jansen op in een latex pakje, met een pruik van zeemeerminnenhaar. Voor haar stonden tienduizenden uitzinnige Chinezen, Arabieren of Indiërs in een zee van flikkerend licht en snoeiharde beats. ‘In Mexico-Stad heeft het publiek tijdens ons optreden zelfs een aardbeving veroorzaakt.’

Het was overweldigend en leerzaam. Maar het bestaan on the road, dat aan elkaar hing van feestjes en adrenalinekicks, begon te schuren. Vlak voor de tour was Jansen door Oxfam Novib gevraagd als ambassadeur. Geregeld stapte Jansen kortstondig de tour uit, voor tripjes naar achterbuurten of sloppenwijken. ‘Het frustreerde me dat ik steeds maar een paar uur de tijd had voor deze projecten. Ik wilde iets betekenen, iets doen.’

In diezelfde tijd strandde ook haar relatie met een knappe, maar zwaarmoedige Londenaar. ‘Ik was zo vreselijk verliefd op hem geworden. Maar ik ging mijzelf kleiner maken, op eieren lopen. Ik ga geen psychische labels op hem plakken, maar laten we zeggen: hij had wat spoken te bevechten.’

En zo belandde Laura Jansen in het najaar 2015 weer in Amsterdam. Moe van de tour, met een gebroken hart en de hete adem van de platenmaatschappij in haar nek, want waar bleven de nummers voor een nieuw album?

Laura Jansen. Beeld Marlena Waldthausen
Laura Jansen.Beeld Marlena Waldthausen

Op een avond las je op Twitter een noodkreet om hulp, voor vluchtelingen die aan de achterkant van Amsterdam Centraal waren gestrand. Waarom stapte je op de fiets?

‘Ik was op dat moment erg bezig met de vluchtelingencrisis. Ook ik had de foto van de verdronken peuter Alan Kurdi gezien, die foto hield me ’s nachts wakker. Ik kon niet naar Syrië of naar Turkije, maar toen de vluchtelingen opeens in Nederland waren, had ik de mogelijkheid om wat te doen. Ik was ook nieuwsgierig.’

Je stopte een paar bananen en dekens in je tas en reed naar het station. Wat trof je aan?

‘Er stonden daar twee jongens, Mohammad en Zuhair, die een paar dagen eerder al waren begonnen met het helpen van vluchtelingen die met de trein vanuit Duitsland waren aangekomen. Ik dacht: ik heb geen idee wat er gaat komen, maar ik blijf wel bij de spullen. Het eerste gezin dat aankwam, zal ik nooit vergeten: Hamid en zijn vijf kinderen, zijn vrouw was overleden. Ik speelde met zijn kindjes, hielp hem zijn telefoon op te laden. Ik gaf ze mijn banaan. Het bleek zo makkelijk om hem te helpen, het voelde zó goed.’

En dus keerde je elke avond terug?

‘Ja, ik ben echt een regelaar, dus ik zag meteen dat het anders moest. Dat er meer spullen nodig waren, meer handjes. Ik plaatste een oproep op Facebook en werd overladen met reacties. Kennelijk wilden heel veel mensen iets doen. Samen met een van mijn beste vrienden Joost Rentema – de broer van mijn drummer – zette ik een soort welkomstcomités voor vluchtelingen op, zoals dat op treinstations in Duitsland ook gebeurde. Het werd tijdelijk ons hele leven.’

Een paar weken later, tijdens een etentje met de vrijwilligers op het treinstation, daagde Joost Rentema je uit om naar Lesbos te gaan.

‘En ik zei: challenge accepted. Binnen een uur was het beklonken. We zouden tien dagen gaan. We zamelden geld in en belachelijk veel spullen. Toen we in het kleine vliegtuigje van Athene naar Lesbos zaten, met onze nieuwe The North Face-jassen en lampjes op onze armen, voelde ik mijn hele lichaam koud worden. Ik baadde in het zweet. Joost werd ook stil, wat hij nooit is. Ik dacht: wat de fuck zijn we aan het doen?’

Voorafgaand aan de reis had Jansen veelvuldig contact gehad met tv-persoonlijkheid Johnny de Mol en vastgoedhandelaar Adil Izemrane, bekenden die in 2015 hadden besloten hun jaarlijkse feestweek op Ibiza te verruilen voor vrijwilligerswerk op Lesbos. Later voegden de oprichter van The Student Hotel, de Schot Charlie MacGregor en ‘brand strategist’ Dylan Ingham zich bij dit gezelschap om gezamenlijk de ngo Movement on the Ground op te richten, een van de belangrijkste organisaties in het gezinskamp Kara Tepe, op veertig minuten rijden van het beruchte kamp Moria.

Maar in die eerste weken op Lesbos was er nog geen sprake van enige vorm van structuur. Vrienden Jansen en Rentema reden wat verweesd rond op het eiland in hun gehuurde bestelbus. Ze boden hun diensten aan in een parkeerruimte onder Oxy, een befaamde nachtclub waar in de zomermaanden danseressen in kooien hoog boven het publiek vliegen. Nu deed het terrein dienst als geïmproviseerd doorgangskamp. Ze smeerden broodjes, deelden dekens uit en hielpen vluchtelingen op weg naar Moria.

Al snel volgde de eerste ‘nachtdienst’. Hoe verliep dat?

‘Als je dat woord al uitspreekt, krijg ik kippevel. De weg op Lesbos, die langs de kust loopt, is onverhard en moeilijk te bereiken. Overal langs die weg liggen zwemvesten en kinderschoenen, luiers, medicijnflesjes, haarclipjes, boeken, afgescheurde paspoorten. Het enige wat ik wist, is dat er tienduizend mensen in de nacht of vroeg in de morgen via deze weg aankwamen. Ik had online gezien hoe dat in zijn werk ging. Maar ik was er niet op voorbereid om zelf het water in te gaan.’

Want dat deed je wel?

‘Ja, ik ging tijdens die eerste nachtdienst achter Joost aan, die een wetsuit droeg. Het was november, ijskoud. Je moet je voorstellen: er komen tachtig of honderd onderkoelde, brakende mensen uit die boten, soms met wegdraaiende ogen van ellende. Mensen kunnen niet zelf uit de boot komen, omdat ze gebroken benen hebben, of oud zijn. Ze zijn kletsnat. Sommigen hebben oorlogsverwondingen, verse brandwonden. Er komen ook mensen dood aan, door de drang en drukte overleden op de overvolle boten. Op één zo’n boot zat een moeder die niet wist dat haar baby, die op schoot zat, was overleden, verdronken in water dat in de boot stond.’

Je schrijft in je boek: ‘Ook ik was naar Lesbos gekomen met een hele hoop naïeve ideeën en grote bedoelingen.’ Waarin was je achteraf het meest naïef?

‘Ik had ideeën als: als ik ga helpen, dan zal dat zin hebben. Als we keihard ons best doen, dan zal dit probleem worden opgelost. En ik dacht ook: ik kan dit aan.’

Jouw organisatie Movement on the Ground organiseerde op een gegeven moment een ‘luchtbrug’: een all-inclusivereis in samenwerking met Sunweb naar Lesbos om een weekje vrijwilligerswerk te doen. Daar kwam kritiek op.

‘In die periode was er veel vraag naar extra handen. Al het toerisme naar Lesbos was stilgevallen, 80 procent van de economie was weg. Zo kwamen we op het idee om die lege vluchten van Transavia een keer per maand in te zetten voor vrijwilligers, die zo met gedoneerde spullen uit Nederland konden overvliegen. De media beschreven het als deugtripjes, een soort voluntourism, wat heel ongemakkelijk voelde.’

Waren het niet ook een beetje deugtripjes?

‘Nee, mensen kwamen echt keihard werken. Het was echt geen vakantie.’

Met jouw organisatie boekte je successen op Lesbos. Zo bouwden jullie het veel menswaardigere kamp Kara Tepe, waar een activiteitenprogramma van de grond werd getild. Maar in je boek beschrijf je ook hoe de twijfel toenam over jouw rol, en die van je ngo. Waar twijfelde je over?

‘Aan de ene kant dacht ik: Jezus, wat hebben we veel gedaan, wat gaaf. Maar het begon ook aan me te knagen dat alle initiatief vanuit de privésector kwam. Waar bleef dat geld dat Griekenland zelf kreeg voor humanitaire opvang van vluchtelingen?’

Jansen werd ook kritischer op haar collega’s, de medevrijwilligers die vaak voor korte tijd naar het eiland kwamen om te helpen. Ze omringden zich met breed lachende kinderen en maakten daar gretig foto’s van voor het thuisfront. Maar ze leken vaak niet te beseffen dat hun gedrag eigenlijk ongezond is. Uit haar boek: ‘Stel je eens voor dat het jouw kinderen zijn die op wildvreemden af rennen en bij hen op schoot kruipen.’ (...) Een soort reddersidee neemt het over, van zielige mensjes die hulp nodig hebben, die tot object worden gemaakt in plaats van gezien te worden.

Nadat in maart 2016 de EU-Turkije-deal werd beklonken, veranderde Lesbos in een openluchtgevangenis.
De deal houdt in dat vluchtelingen hun toelatingsprocedure in Griekenland moeten afwachten, en Griekenland vluchtelingen naar Turkije kan terugsturen. Turkije krijgt geld van de EU voor die opvang. Jansen zag dat rechten van vluchtelingen stelselmatig werden geschonden. ‘Ik heb daarover op Lesbos uitvoerig gepraat met Diederik Samsom (oud-PvdA-leider, red.), een van de architecten van de overeenkomst. Hij was een al luisterend oor: bel me als je ziet dat er schendingen plaatsvinden. Toen ik dat deed, kreeg ik zijn assistent aan de lijn. Ik ben nooit meer teruggebeld.’ (Diederik Samsom herinnert zich met Jansen te hebben gesproken op het eiland, maar wil niet ingaan op de vraag of hij haar telefoontjes heeft ontvangen. Volgens hem werd Moria pas een gevangenis toen Hongarije en andere landen de route naar Duitsland afsloten.)

Ngo’s, daar raakte Jansen zich steeds meer van bewust, dragen in zekere zin bij aan een ‘verderfelijk beleid’, door telkens weer te hulp te schieten op een moment dat overheden steken laten vallen. ‘Hun hele modus operandi is mensen helpen en daarmee hun bestaan bevestigen. Terwijl het einddoel moet zijn dat er geen kampen meer zijn op Lesbos. Maar het is moeilijk om dat besef te hebben als je ter plekke bent.’

Laura Jansen gefotografeerd in Café Mano. Beeld Marlena Waldthausen
Laura Jansen gefotografeerd in Café Mano.Beeld Marlena Waldthausen

Wat moeten ngo’s op Lesbos dan wel doen?

‘Ik ben inmiddels op het punt dat ik het niet meer oké vind om eten uit te delen, als je je niet tegelijkertijd politiek uitspreekt. Voor mij is het duidelijk dat er gebouwd is aan een systeem op Lesbos dat mensen moet afschrikken naar Europa te komen. Kamp-Moria is bedoeld voor drieduizend mensen. Op het moment van de brand, in september vorig jaar, woonden er twintigduizend. Na de brand is de situatie nog veel slechter geworden, met overvolle tenten en een schrijnend tekort aan sanitair. En dat is expres zo. De wreedheid, het militariseren van grenzen en detentie zijn er normaal. Een paar dagen terug kreeg ik een bericht binnen dat Kara Tepe helemaal is ontruimd. En daar is geen reden voor, daar zit geen logica achter.’

In maart vorig jaar besloot Laura Jansen uit Movement on the Ground te stappen. Ze wilde zich vrijelijk kunnen uitspreken, zonder rekening te hoeven houden met strategische belangen van de organisatie. Net na haar vertrek werd Movement on the Ground onderdeel van een verhit debat. De organisatie was een opvallend ontbrekende speler op een lijst met ngo’s, wetenschappers, politici, artsen en andere prominenten die een handtekening hadden gezet onder een oproep aan de overheid om vijfhonderd alleenstaande en minderjarige asielkinderen uit kamp-Moria naar Nederland te halen.

De timing was uiterst ongelukkig. Op het moment dat de petitie werd gepresenteerd, was bekend geworden dat Movement on the Ground miljoenen euro’s van de Nederlandse overheid zou ontvangen om drie opvanghuizen voor asielkinderen op te zetten op het Griekse vasteland. Schrijver en jurist Roxane van Iperen zou Johnny de Mol een paar maanden later – toen Moria inmiddels volledig was afgefikt – in tv-programma De Vooravond toebijten dat hier sprake was van ‘humanitaire greenwashing’: de Nederlandse overheid had wisselgeld betaald om vooral géén kinderen te hoeven opnemen. Het verweer van Johnny de Mol, die ook aan tafel zat: Movement on the Ground bemoeit zich niet met politieke beslissingen.

Was je het ermee eens dat Movement on the Ground de petitie niet had ondertekend?

‘Daar kan ik duidelijk over zijn: nee. Die vijfhonderd kinderen is het absolute minimum. Natuurlijk teken je dat. Ik heb daar flink discussie over gevoerd, ook al was ik toen geen coördinator meer. Het idee om opvanghuizen in Griekenland te bouwen is op zich volkomen logisch: er is geen onderdak voor minderjarigen, kinderen wonen in politiebureaus, werken als prostituees in de parken. Maar die opvanghuizen worden vervolgens betaald door een regering die tegelijkertijd zegt: we gaan geen vijfhonderd kinderen overbrengen, we zoeken er vijftig uit, en die moeten precies zo en zo oud zijn en deze nationaliteiten hebben. Door die eisen zijn er nog steeds geen kinderen naar Nederland gebracht – dát is de kern van het probleem.’

Je beschrijft hoe je na twee jaar op Lesbos achteruitging, fysiek en mentaal. Wat gebeurde er met je?

‘Ik heb lange tijd in een soort vecht-of-vluchtreactie-stand gestaan, maar op een gegeven moment begon ik last te krijgen van ontstekingen in mijn nieren. Geen enkel antibioticum hielp. Ik was erg afgevallen en altijd moe. Ik had opgezette ogen en zag bleek. Op zich was dat normaal, iedereen liep er zo bij. Maar ik was ook niet meer zo aardig. Alleen als mijn toenmalige vriendje David, een Spaanse brandweerman, me kwam opzoeken kon ik een beetje ontspannen. Maar dat werd steeds moeilijker. Ik kreeg paniekaanvallen en nachtmerries.’

In maart 2018 verliet je Lesbos om tot rust te komen bij je vriend. Tijdens een camperreis langs de westkust van Spanje belandde je op een hoge klif aan zee. Je dacht: ‘Als ik nu eens nog één stap vooruit zette, dan zou de eindeloze stroom van onrust in mijn binnenste gewoon ophouden.’ Wilde je echt dood?

‘Ik dacht vooral: als ik nog één stap zet, hoef ik niet meer terug naar die ruis. Op dat moment was ik vooral heel rustig. Dit gevoel, dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik dacht echt: holy shit, wie was dat? Ik vertelde David wat er door me heen was gegaan aan de rand van die klif, en dat ik weg moest.’

Je vertrok naar Berlijn, waar je een jaar lang niet veel meer deed dan uitrusten. Dat voelde ook eenzaam, beschrijf je. Dus zette je Tinder aan. Was dat een succes?

‘Nee, totaal niet, haha. Ik heb een jaar lang drie, vier keer per week een date gehad, zonder ooit te zoenen. Gek genoeg was ik op Tinder ook gematcht met Felix, die de liefde van mijn leven bleek te zijn. Maar we hebben elkaar nooit een berichtje gestuurd. Wel werden we een jaar later aan elkaar voorgesteld via vrienden. Sindsdien is mijn leven heel simpel, heel kalm. Ik ben zo dankbaar voor hem.’

Je hebt weleens in een interview gezegd dat je het jammer vond dat je geen moeder bent geworden. Hoe is dat gevoel nu?

‘Dat vind ik nog steeds. Ik ben 44, en heb een lange weg bewandeld van vragen en twijfels. Ik had daarbij het liefst twintig kinderen uit het kamp meegenomen. Vooral eentje, een jongetje genaamd Luay. Hij was een beetje dik, onhandig. Echt een heerlijk ventje. Hij was alleen en ik dacht: hij gaat nu naar een opvanghuis en ik mag hem niet adopteren omdat ik alleenstaand en te oud ben.’

Hoe ga je je engagement voortzetten?

‘Ik heb besloten om migratierecht te gaan studeren. Deze zomer volg ik alvast een cursus aan Oxford. Ik wil de kennis hebben om in gesprek te gaan met beleidsmakers. Twee weken geleden heb ik nog een-op-een met de Oostenrijker Gerald Knaus gesproken, de werkelijke schrijver van de EU-Turkije-deal. Een hele slimme social scientist die tegenwoordig Merkel adviseert. Dat was heel interessant, want hij wist niet hoe het er na zijn deal aan toeging op het eiland.’

En je muziek?

‘Ik ben gewoon muzikant. Maar ik denk dat de vorm gaat veranderen. Ik vind het leuk om met publiek te praten, dus ik denk dat ik meer de theaterkant op wil, niet alleen maar clubshows.’

Zodat je in de setting van het theater kunt vertellen over Lesbos?

‘Ja, ik denk dat dat wel kan, zonder dat het mensen afschrikt. Ik wil mijn publiek met hoop achterlaten.’

Waar kunnen zij die hoop uit putten?

‘Ik vind houvast in kleine dingen. Het feit dat er in de hel op Lesbos ook strikjes in vlechtjes worden gezet, appels worden uitgedeeld en met kinderen wordt gespeeld. Dat is blijkbaar hoe wij mensen in elkaar zitten. Onze aard neigt meer naar liefde dan naar schade of wreedheid. En dat is heel hoopvol.’

CV Laura Jansen

4 maart 1977 Geboren in Breda. Verhuist met moeder en broer Vincent naar Connecticut, tijdens haar middelbareschool tijd weer terug naar ­Nederland.

2000 Volgt opleiding aan het Berklee College of Music in ­Boston. Verhuist naar Los Angeles, en wordt daar onderdeel van muziekscene rond de club Hotel Café, waartoe ook John Mayer en Jason Mraz behoren.

2009 Ontdekt door de Nederlandse producer John Ewbank.

2009 Album Bells, zestig weken in de ­Nederlandse album top 100.

2011 Bells wordt platina.

2012 Same Heart met Keane-frontman Tom Chaplin.

2013 Album Elba.

2014-2015 Tourt met dj Armin van Buuren door vijftig landen.

2015 Vrijwilligerswerk op Lesbos.

2021 Boek We zagen een licht en album We saw a light verschijnen.

Jansen heeft een relatie met Felix en woont met hem samen in Berlijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden