Column Aaf Brandt Corstius

Aaf bezocht het Soho House voor een ‘kopje exclusieve internationale koffie’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Doordat ik, tegen het beeld dat ik van mezelf heb in, bevriend ben met mensen die bij een exclusieve internationale sociëteit horen, ben ik al twee keer in het (de? the? dat weet ik al niet) Soho House geweest. Om een kopje exclusieve internationale koffie te drinken.

Het Soho House is een hotel in Amsterdam, en het was eerst natuurlijk een hotel in Londen. Het idee is dat het een gesloten bastion is. Dat vinden mensen fijn: om een gesloten bastion te enteren. Meteen al bij de lift moet je vertellen wie je bent en met wie van de leden je afgesproken hebt, in het Engels, en dan word je met een minzame hoofdknik duidelijk gemaakt dat je naar boven mag, naar het café.

Het rare is dat ik in het Bungehuis, zoals het Soho House vroeger heette, gestudeerd heb. Toen was het een volstrekt rafelig en stinkend gebouw, vergeven van de al even rafelige studenten en gevuld met bruine dozen vol onduidelijk papier – het was nog in de tijd van het papier. Ik had geen idee dat het een prachtig gebouw was met donkergroene glanzende tegels, stenen trappen en art decoliften, want alles was bedekt met A4-tjes en studenten. Er was een stel ondernemende hotelbritten voor nodig om dat tevoorschijn te halen.

In de bar op de bovenste verdieping gelden trouwens ook allemaal regels. Zo mag je in één deel wel met je laptop zitten en in een ander deel niet. En je moet er ongelofelijk modern uitzien. Dat staat nergens, maar het is wel zo.

Terwijl mijn afspraak naar de wc was, keek ik rond. Ik was omgeven door mensen die, vermoedde ik, allemaal uit Kopenhagen of Shanghai kwamen, of de helft van de tijd in Kopenhagen woonden en de andere helft in Shanghai en daar een hiphop-slash-gympenlabel runden. Ik probeerde snel in me op te nemen hoe ik mezelf ook die air kon toe-eigenen.

En ineens zag ik het meisje met het telefoontasje. Het was eigenlijk een leren hoesje, en daar hing een lange schouderband aan.

Zoals met alles wat hip en cool is, kon je dit tasje ook de verkeerde kant op interpreteren: als iets wat een bejaarde man om zijn nek had hangen omdat hij anders om de drie seconden zijn telefoon zou kwijtraken.

Maar zoals die telefoon daar losjes aan de schouder van dat meisje bungelde – en vooral: doordat ze verder helemaal niets bij zich had, straalde ze precies uit wat ze op deze plek uit moest stralen. Dat ze een losse, ondernemende ziel was, dat ze overal kon aarden en ook weer nergens, en dat ze haar lucratieve hiphop-slash-gympenlabel vanaf elke plek op aarde kon runnen via haar telefoon. Verder had ze niets nodig. Alleen die telefoon en een wereldwijd lidmaatschap van exclusieve hotels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.