Interview100

Aad Kouwenhoven (100 jaar): ‘Ik geef mijn leven een 10. Ik voeg er graag nog een paar jaar aan toe’

Aad Kouwenhoven is net als de Volkskrant 100 jaar. Wat zijn voor de voormalige tuinder uit Wateringen de belangrijkste gebeurtenissen in de eeuw die achter hem ligt en hoe beleeft hij het huidige tijdsgewricht?

Marjon Bolwijn
‘Ik heb ooit een zinnetje gelezen dat mij is bijgebleven: ‘Zonder waardering jegens elkaar faalt elk systeem.’’ Beeld Aurélie Geurts
‘Ik heb ooit een zinnetje gelezen dat mij is bijgebleven: ‘Zonder waardering jegens elkaar faalt elk systeem.’’Beeld Aurélie Geurts

Volledig ingewijd in de hedendaagse ­begroetingsrituelen geeft Aad Kouwen­hoven een boks bij binnenkomst. Om daarna, nog voor het bezoek een zitplaats heeft bereikt, meteen de gewenste richting van het gesprek kenbaar te maken: ‘Ik leef niet in het verleden. Ik houd mij vooral bezig met de toekomst. Die maakt mij bang.’

Op vier hoog in een verzorgingshuis in Wateringen zit de 100-jarige in een stevige leren stoel bij het raam, een rollator binnen handbereik en een grootbeeldtelevisie pal voor zijn neus. Op een bijzettafeltje ligt een speciale tv-bril met vergrootglazen. ‘Van mijn kinderen heb ik een abonnement gekregen op een betaalzender die veel voetbalwedstrijden uitzendt. Voetbal is mijn grote passie. Met die bril op kan ik de bal tenminste zien.’ Uit rebellie is hij PSV-fan, ‘want de rest van de familie is voor Ajax of ­Feyenoord’.

Naam: Aad Kouwenhoven

Geboren: 3 augustus 1921 in Wateringen

Familie: acht kinderen, vijftien kleinkinderen, zestien achterkleinkinderen, (nog) vier broers en zussen

Weduwnaar: sinds 30 december 2010

Hoe heeft u uw 100ste verjaardag gevierd?

‘In een partycentrum met honderd gasten, verspreid over twee dagen. Het was 3 augustus, we hadden nog te maken met beperkingen door corona. Ik heb een grote familie met acht kinderen en partners – die nog allemaal bij elkaar zijn – en vijftien kleinkinderen en zestien achterkleinkinderen. Ik kom uit een gezin met elf kinderen, van wie er nog vijf in leven zijn, zoals mijn jongste broer Jan van 76. Ik ben de oudste.’

Een groot leeftijdsverschil tussen de oudste en de jongste telg.

‘Mijn moeder kreeg Jan op haar 46ste. Hij moest Jantje vervangen, die verdronk in een sloot. Mijn ­ouders waren van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat aan het werk, als kinderen zorgden we voor elkaar. Ik weet nog dat ik in de schuur was en ineens een hysterisch gil van een zus hoorde. Ik gooide mijn klompen uit en rende op mijn sokken naar buiten. Daar zag ik Jantje van 3 levenloos aan de slootkant liggen. Iemand had hem eruit gehaald. Ik nam hem in mijn armen en rende naar huis, waarschuwde de dokter en die zei dat hij niet meer te redden was. Dit was het dieptepunt in mijn jeugd. Ik was 13 en zie het knulletje nog in mijn armen liggen.’

Wierp zijn dood een schaduw over het gezin?

‘We hadden elkaar nog. Het leven ging door. Als je nu ziet hoeveel drukte wordt gemaakt bij de geboorte van een kind, het lijkt wel een bruiloft. Vroeger hoorde je: het is zover. Dan kwam de baker en ging je als vader even kijken: alles zit erop en eraan, het ziet er gezond uit, en dan weer aan het werk.’

Wat maakt u zo bang voor de toekomst?

‘Er is heel wat aan de hand in de ­samenleving. Geld is te veel een drijfveer geworden en oorzaak van problemen. En steeds meer mensen verliezen het vertrouwen in de politiek en gaan hun eigen weg. Dat kan tot verschrikkelijke toestanden leiden. Zoals demonstranten die vorige week een galg meedroegen, bestemd voor een minister. Dat is verwerpelijk. Ik begrijp waaruit zulk gedrag voortkomt: er is geen ontzag meer voor politici.’

Hoe komt dat denkt u?

‘Deels heeft dat te maken met de doorgeslagen bureaucratie. Voor elk probleem maken kabinet en Tweede Kamer nieuwe regels en als er grote fouten worden gemaakt, zoals bij de kinderopvangtoeslag, verschuilen instanties die nieuw beleid moeten uitvoeren zich achter die regeltjes. Er is veel gaande. Neem nu ook Mona Keijzer, waarom ga je als staatssecretaris zo tekeer tegen het eigen kabinetsbeleid dat je op staande voet wordt ontslagen? ­Tegenwoordig komt ook alles aan de oppervlakte, zoals pas de investeringen van minister Hoekstra in een bedrijf in een belastingparadijs. Dat was dan wel legaal, maar fraai is het niet. Vervolgens duikt de Tweede ­Kamer er meteen bovenop met een debat waarin het er hard aan toegaat. Die reflex zie je bij elk incident, dan vraag ik mij af: zitten die partijen in de Tweede Kamer voor het landsbelang of alleen maar om de ander vliegen af te vangen? Ik ben bezorgd dat al deze ontwikkelingen leiden tot meer instabiliteit in de samenleving en in de politiek. ’

Heeft u een idee hoe het tij te keren?

‘Ik heb ooit in mijn leven een zinnetje gelezen dat mij altijd is bijgebleven: ‘Zonder waardering jegens ­elkaar faalt elk systeem.’ Vroeger keek je op tegen politici en noemde iedereen ze meneer. Nu is het Wopke, Mark, Sigrid. Het gebruik van voornamen, doet afbreuk aan hun gezag. De hiërarchie moet terug, want daarmee bouw je een beheersbare samenleving op. Ach, dit zijn woorden van een 100-jarige, wat weet die van de gang van zaken af.’

U volgt het nieuws duidelijk op de voet

‘Ja, vooral politieke ontwikkelingen. Ik lees elke dag de krant het AD en kijk nieuwsprogramma’s zoals het Journaal. Met talkshows ben ik gestopt, al die meningen vergroten de polarisatie. Wel volg ik op tv veel debatten in de Tweede Kamer, zoals pas de Algemene Beschouwingen. Ik heb toch alle tijd. Mijn eigen partij bezorgt mij veel pijn. Het houdt mij dagelijks bezig hoe het toch ­mogelijk is dat het CDA, dat zoveel goeds heeft gedaan voor het land, in de marge is beland door al het interne gekrakeel. Ik had niet gedacht dat ik in mijn leven nog op een punt zou komen dat ik niet meer weet wat ik moet stemmen.’

Zou u in deze tijd jong willen zijn?

‘Oh nee. Jongeren hebben al een schuld van zo’n 30 duizend euro als ze nog met hun leven moeten beginnen. Alleen vakman zijn is tegenwoordig niet voldoende meer. Je moet nu ook handelaar én manager zijn. Daar ben ik niet geschikt voor. In deze tijd zou ik niet het volle ­leven kunnen leiden wat ik heb gehad. Ik had een lieve vrouw die geen eisen stelde en mij alle ruimte gaf. Ik geef mijn leven een 10.’

Hoe zag uw volle leven eruit?

‘Ik ging op mijn 12de van school om in de tuinbouw geld te verdienen. In die tijd werd het Westland een slavenkamp genoemd. Eenmaal volwassen ben ik een eigen tuindersbedrijf begonnen. Van een klein tuintje dat ik kon huren om verschillende groenten te verbouwen, tot uiteindelijk een bedrijf met eigen grond van ongeveer 2 hectare met voornamelijk chrysanten die het hele jaar door bloeiden. Ik werkte zeven dagen in de week, 60 à 70 uur. Elke ochtend stond ik voor vieren op omdat om 06.00 uur de bloemenwagen mijn oogst kwam halen voor de veiling. In de avond was ik druk met maatschappelijke beslommeringen, voor de land- en tuinbouwbond en de ­Katholieke Volkspartij (KVP). Ik was bestuurslid van de afdeling van de KVP in Wateringen. Dat was een machtige club hoor, we trokken volle zalen. Ik was vaak niet voor 23.00 uur thuis. Mijn vrouw en kinderen zag ik dus weinig.’

Hebben uw vrouw en kinderen u dat weleens verweten?

‘Nu wordt het interview spannend. Achteraf vind ik dat ik te weinig thuis was. Ik had mijn kinderen meer kunnen ondersteunen en met mijn vrouw meer van het leven kunnen genieten. Werk was voor mij altijd prioriteit nummer 1. Vandaar dat geen van de kinderen mijn bedrijf heeft willen overnemen, denk ik nu.’

Was dat een grote teleurstelling?

‘Ja. Eén van mijn zoons heeft toen hij 9 jaar was tegen mij gezegd: ‘Papa, ik word later geen tuinder.’ Hij was mij aan het helpen met het spannen en bevestigen van ijzerdraad. ‘Waarom niet?’, vroeg ik. Hij vertelde dat als hij ’s ochtends onderweg naar school een vriendje ging ophalen, daar een vader zag met een kop thee en een beschuitje. En als hij na school bij een ander vriendje ging spelen, was er ook een vader thuis. ‘En het ziet er daar nog netjes uit ook’, voegde hij eraan toe. Ik nam zijn uitspraak niet zo serieus. De boodschap dat hij geen tuinder wilde worden, heeft hij denk ik aan zijn vier broers overgedragen, want ook zij bleken later geen interesse te hebben in overname van het bedrijf dat ik met twee handen heb opgebouwd. Achteraf besef ik dat zij niet het leven wilden leiden van hun vader.’

Hoe was het voor uw vrouw, zij stond vrijwel alleen voor de opvoeding van acht kinderen.

‘Nu raak je een teer punt. Ze deed het uit liefde en stelde geen eisen. Ik had een heerlijk huwelijk met een lieve vrouw. Vlak voordat ze 50 jaar werd, vroeg ze mij: ‘Heb je al een cadeau?’ Nee, zei ik en vroeg wat ze wilde hebben. Ze zei: ‘Mag ik als ik 50 word gevrijwaard blijven van werken in de tuinderij?’ Dat vond ik goed, maar het was wel slikken, het scheelde een arbeidskracht.’

Kreeg uw vrouw betaald voor haar werk?

‘Nee, natuurlijk niet, alles ging in één pot. Zo ging dat toen.’

Hoe ziet u deze tijd, met meer gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, ook in de verdeling van werk en zorg?

‘Prachtig. Als ik mijn eigen kinderen zie: ze hebben met hun partners, maar ook apart met eigen vrienden, veel meer tijd voor ontspanning. Wij gingen destijds niet gebukt onder het harde werken hoor, het was nu eenmaal zo. Het leven van nu is complete luxe.’

Wat vindt u van de discussie over voltooid leven?

‘Daar heb ik grote moeite mee. Natuurlijk is het verschrikkelijk als ­iemand erg ziek is of levensmoe. Met die persoon heb ik te doen. Maar dan zeg je toch niet: u mag er van de wet een eind aan maken? Alsof dat leven waardeloos is. Ik heb zelf ervaren hoe die boodschap voelt. Ik was 97 toen ik een zware aanval van bronchitis kreeg, met hoge koorts. Toen mijn dochter het ziekenhuis belde en vertelde hoe oud ik was, zei de verpleegkundige: ‘Oh, op die leeftijd doen we niks meer.’ Dankzij ingrijpen van mijn huisarts kreeg ik toch een behandeling. Het is niet aan de mens te bepalen of je tijd gekomen is. God beslist hoe ons leven loopt.’

U lijkt niet te lijden onder de ouderdom

‘Ik vind het leven erg fijn. Ik heb altijd 100 jaar willen worden. Een voor­vader die de leeftijd van 101 heeft bereikt, wil ik verslaan. Hij leefde van 1501 tot 1602, en dat in een tijd zonder de medische mogelijkheden van nu. Ik heb geluk. Vervelende ziekten zijn mij bespaard gebleven, ik kan nog elke week een fietstocht maken van 50 à 60 kilometer, wel op een driewieler hoor, voor het evenwicht. Hier in het verzorgingshuis heb ik het ook naar mijn zin. Het hele plaatje blijft een 10. Ik voeg er graag nog een paar jaar aan toe. Ik ben té nieuwsgierig naar de ontwikkelingen in onze maatschappij.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden