Column

19 en uitgehuwelijkt: dan liever gevangenis in en uit

Hayat heeft piketdienst. En treft een jonge veelpleger in het nauw.

Beeld Eva Roefs

Ik heb piketdienst en bezoek op het politiebureau een jongen die wordt verdacht van mishandeling. Hij is 19 jaar en op zaterdagavond stomdronken in een vechtpartij beland. Ik loop de standaardvragen met hem door en leg de procedure uit. Hij heeft geen strafblad en probeert te overzien waarin hij is terechtgekomen. Zijn kater helpt daar niet bij. Zijn schuldgevoel evenmin, hij kan me amper aankijken en laat zijn hoofd beschaamd hangen. Ik probeer 'm op te beuren door te zeggen dat het letsel gelukkig meevalt en dat hij de volgende keer minder moet drinken. Ik regel een paracetamol en ga naar de volgende melding. De rest van mijn dienst spoken zijn verdrietige ogen door m'n hoofd.

Een paar weken later krijg ik een nieuwe melding. Het is dezelfde jongen, nu aangehouden voor een auto-inbraak. Als ik 'm weer zie, kijkt hij zo mogelijk nog verdrietiger. Hij had weer te veel gedronken en ging toen rottigheid uithalen, hij weet verder niet meer hoe hij in die auto is terechtgekomen. Het zal niet de laatste keer zijn dat ik hem bezoek, in korte tijd pleegt hij meerdere strafbare feiten. Over zijn privé-omstandigheden wil hij niet veel kwijt, maar dat er thuis iets speelt, is wel duidelijk.

Dan vertel ik maar wat over mezelf. Dat werkt, want zijn ogen lichten op als hij hoort dat ik Marokkaans ben en ook een gekke voornaam heb waarover iedereen struikelt. Hij vertelt over zijn Perzische afkomst, dat hij ook islamitisch is en een grote familie heeft. Ik zeg dat ik graag wil weten waarom een intelligente jongen zulke domme dingen doet en zijn gedrag niet vindt passen bij wie ik denk dat hij is. Hij schrikt en kijkt betrapt, de tranen springen in zijn ogen. Dan komt het. Zijn ouders waren op vakantie in hun geboorteland toen zijn oudste broer aankondigde dat de beide broers hen gingen opzoeken om een familiebruiloft bij te wonen.

De jongen ging mee, en eenmaal gearriveerd, bleek het om zijn eigen bruiloft te gaan: hij moest trouwen met een nichtje. Niemand vond zijn bezwaren relevant. De ouders hadden de zaak beklonken en een gegeven woord kon niet worden herroepen. Terug in Nederland moest de jongen zijn studie snel afronden en aan het werk, zodat hij zijn bruid kon laten overkomen. Tegen zijn ouders ingaan, was geen optie. Die waren onvermurwbaar, de familie-eer stond op het spel. De jongen had overwogen weg te lopen en zich te laten verstoten, maar dan zou hij het meisje eeuwig te schande maken. Uiteindelijk had hij bedacht zichzelf onuitstaanbaar te maken door te stoppen met school, niet te werken en vooral vaak en veel te veel te drinken. Een sukkel die de gevangenis in- en uitloopt wil niemand voor zijn dochter.

Ik ben stomverbaasd. Dat dít nog voorkomt! Ik erger me altijd groen en geel als iemand mij weer eens vraagt hoe het zit met gedwongen huwelijken, alsof dat ik daar een abonnement op heb. Het kwam zelfs eens ter sprake tijdens een werklunch: hing ik met m'n broodje kaas over een arrest, vroeg een collega opeens of mijn ouders ook waren uitgehuwelijkt. 'Jazeker', antwoordde ik, 'voor zes kamelen mocht mijn vader mijn moeder meenemen. Ik denk dat ik mezelf laat overdragen voor zes koeien, want wat moet je in godsnaam in de polder met kamelen?' Pas toen de collega mijn ergernis zag, begreep hij dat ik een grap maakte.

Natuurlijk, vroeger kwamen gedwongen huwelijken veel voor. In de tijd van mijn grootouders was het eerder regel dan uitzondering. Bij de generatie van mijn ouders kwam het al minder voor en tegenwoordig is het zo goed als uitgestorven. Mijn zusjes zouden zich kapotlachen als mijn ouders met een bruidegom voor hen thuis zouden komen; Marokkaanse meisjes laten zich niets vertellen.

Maar hier zit ik, met een jongen nota bene, die geen enkele ruimte krijgt om zijn eigen leven in te vullen. En het daarom verprutst, dan heeft hij tenminste nog íéts zelf gedaan. Ik probeer een minder destructieve oplossing te bedenken en stel voor dat hij in zijn gemeenschap een man met aanzien kan benaderen, misschien een oom of de imam. Er is altijd iemand die wil helpen. De jongen vindt het een goed plan en kijkt al iets opgeluchter. Het lijkt zowaar te werken: ik krijg geen meldingen meer binnen, zijn strafzaken drogen op. De laatste keer dat ik de jongen zie, is er een familielid bij waardoor we niet vrijuit kunnen praten. Als ik vraag hoe het gaat, knikt hij bemoedigend en kijkt hij me vrolijk aan. Ik hoop zo dat het oprecht is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden