Lust en Liefde

‘Zij had alles: de vertrouwdheid van man en gezin en mij als reserveman’

Soms hadden Jan (45) en zijn minnares maar vijf minuten om elkaar te kussen, maar daar reden ze graag twintig kilometer voor om.

Beeld Sasa Ostoja

‘Onze ontmoeting was er van twee mensen die allebei een leven leidden met een zekere sleur. Ons werk bracht ons naar een hotel, we zaten naast elkaar op een bankje in de lobby en zonder het elkaar te zeggen, wisten we dat we nooit uitgesproken zouden raken. Hoe gaat dat als je naast elkaar zit: je knie raakt per ongeluk de knie van de ander, je draait je naar elkaar toe, je buigt je voorover om elkaar te kunnen verstaan. En ook al waren er vooral onbekenden in de lobby, mensen die ons waarschijnlijk niet eens opmerkten, dwars door alle verdwazing heen voelde ik een felle trots. Ik zat hier toch maar met deze blonde, stijlvolle vrouw.

Een uur later liep ik met haar naar haar auto en ik dacht: als ik geweten had dat dit soort vrouwen echt bestond, was ik nooit getrouwd. Dan had ik gewacht, en als zo’n vrouw onbereikbaar bleek, was ik liever in mijn eentje doodgegaan. We kusten bij de auto; toen verdween het besef van voorbijgangers helemaal.

In de weken daarna begonnen we in het geheim af te spreken, vaak wel drie keer in de week. Soms hadden we maar vijf minuten om elkaar te zien en te kussen, maar daar reden we graag na ons werk twintig kilometer voor om. Allebei dachten we: we gaan ons leven met partner en kinderen niet overhoop halen, dit is mooi voor ernaast, we helpen elkaar als het ware ons staande te houden in ons huwelijk. Maar na verloop van tijd groeide de wens ook de gewone dingen te delen. Het innige zoenen, de seks, het waren hoogtepunten die als het ware erom vroegen te worden afgewisseld met kalmere momenten. We wilden met elkaar door een supermarkt lopen en boodschappen doen, we wilden series kijken op de bank en in plaats van elkaar op vrijdagavond een foto te sturen van een bedauwd glas witte wijn wilden we dat glas wijn voor elkaar inschenken en samen opdrinken.

Het was zomer 2013, een paar maanden nadat we elkaar hadden leren kennen, toen we een plan maakten. Vóór eind oktober zou ik thuis vertellen dat ik een andere vrouw was tegengekomen. Dan zou ik een huis gaan zoeken met vijf slaapkamers, groot genoeg voor al onze kinderen. Ik zou als eerste verhuizen en zij zou spoedig volgen. In onze intieme momenten stelden we ons voor hoe blij onze omgeving zou reageren. Nou ja, ze zouden misschien even ontstemd zijn, haar familie, mijn familie, de kinderen, maar uiteindelijk zou iedereen, zelfs onze partners, toch verdorie zeker snappen dat een grote liefde als de onze gewoonweg niet te negeren viel. Dat wij er niet alleen onszelf, maar eigenlijk de hele wereld een groot plezier mee deden; ons geluk móest wel afstralen op de anderen. Maar toen mijn deadline naderde, aarzelde ik. Telkens was er een reden mijn vertrek nog even uit te stellen. De kinderen. Mijn vrouw. Het was allemaal zo verrekte pijnlijk. En uiteindelijk wachtte ik zo lang dat ik betrapt werd. Op een avond onderschepte mijn vrouw een mail. Op dat moment had ik natuurlijk kunnen vertrekken, maar ze was zo aangeslagen, dat weerhield me ervan. Het was bovendien bijna Sinterklaas, ik kon het de kinderen toch niet aandoen in deze feesttijd het gezin te verlaten?

In de weken erop sliep ik in het stapelbed van mijn zoontje. ’s Nachts klom ik, voorzichtig om mijn hoofd niet te stoten tegen het plafond, het laddertje op en kroop onder het Brandweerman Sam-dekbed, maar in het uitstel dat ik mezelf had opgelegd zag ik allerminst afstel. Ondanks de vertraging kregen de plannen voor een andere toekomst steeds verder vorm. In Excel maakten mijn lief en ik een toekomstige omgangsregeling voor alle kinderen en we berekenden ons aandeel in een toekomstige hypotheek. Alles was tot in de puntjes geregeld. Het enige wat nog hoefde te gebeuren, was de knoop doorhakken.

In januari wees mijn vriendin me op een huis bij haar om de hoek en zonder er ook maar te gaan kijken, kocht ik het. Ik trok er vast in, samen deden we de inrichting; de steen met het woord ‘Love’ erop is van haar, net als het bijzettafeltje en de zelfgeschreven ingelijste tekst ‘Home is wherever you are’.

Ik verwelkomde de parafernalia alsof ze de verstoffelijking waren van haar, mijn grote liefde. Als je nu op Funda kijkt, zou het best kunnen dat je de steen, het tafeltje en de ingelijste tekst op foto’s terugvindt.

In dat grote huis begon het wachten. Haar zoon had Cito-toets. Daarna dan. De Cito-toets bleek later te worden afgenomen, er kwamen een paar maanden bij. Er volgde een niet te missen zomervakantie en zo werd het volslagen normale, het ritme van een familieleven dat we samen hadden willen leiden, na drie jaar onze grootste vijand. In april dit jaar liet ze me ’s ochtends om acht uur weten dat ze het niet kon, de overstap. Ik zat in de auto en reed mijn kinderen naar school toen ik haar tekstberichtje zag. Zo verantwoordelijk voelde ze zich voor de voortzetting van het middelmatige dat ze het allerhoogste ervoor opgaf.

Daar zat ik, in mijn eentje in dat idioot grote huis en zij had alles: de vertrouwdheid van man en gezin en mij als reserveman. Eerst dacht ik: ik zoek zo snel mogelijk een andere vrouw. Maar ik neem haar niks kwalijk, en ik merk dat ik meer rust vind in het blijven koesteren van de droom. Niet nu, niet op korte termijn, maar ooit zullen we samen zijn, dat zijn we aan onze liefde verplicht. Maar voorlopig kunnen we elkaar niet zien. Ons huis staat te koop. Ik heb iets kleiners gekocht in de buurt van mijn kinderen. De Love-steen gaat terug in zijn doos.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Jan gefingeerd. Ook geïnterviewd worden? Iedereen wordt uitgenodigd te reageren, nadrukkelijk ook mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.