Opinie

'Weg met de monarchie? Nee. De Republiek was tot stand gekomen uit pure armoede'

De Republikeinse traditie weer volop omarmen zoals Max Westerman bepleitte? Niet logisch, schrijft Paul Leunissen. 'Het anti-monarchistische argument, dat Nederland een van de eerste republieken in West-Europa was, gaat geheel voorbij aan deze worsteling met de soevereiniteit.'

Koningin Beatrix, prins Willem-Alexander en prinses Maxima bij aankomst voor de viering van driehonderd jaar Vrede van Utrecht in de Domkerk. Beeld anp

Volgens Max Westerman moet de monarchie weg, omdat 'Nederland historisch gezien meestal een republiek is geweest, zelfs als een van de eerste landen in de moderne wereld' Meestal? De Republiek heeft 207 jaar standgehouden, de monarchie 200, and still going strong. Trouwens, kan de superioriteit van een staatsbestel afgemeten worden aan de bestaansduur ervan? Westerman noemt een verwijzing naar traditie het meest misleidende argument voor de monarchie, maar hoopt wel, 'dat wij Nederlanders ooit onze republikeinse traditie weer volop zullen omarmen.'

De Republiek is tot stand gekomen uit pure armoede. De Staten-Generaal hadden met het revolutionaire Plakkaat van Verlatinge (1581) de landsheer, Filips II van Spanje, aan de kant gezet. Maar voor de 16de eeuwse mens was een staat zonder eenhoofdige leiding volstrekt ondenkbaar. Achtereenvolgens kwamen twee mislukkelingen de vacature vervullen, de Franse hertog van Anjou (tot in 1584) en de Engelse graaf van Leicester (tot eind 1587). Daarna waren de Staten-Generaal het zat om langs Europese koningshoven te leuren, op zoek naar een nieuw staatshoofd. Jan Blokker & zonen hebben het treffend aangeduid: 'omdat er zich geen bevredigend alternatief aandiende - dus niet eens als een heroïsche wilsdaad - besloten de Staten-Generaal het dan in godsnaam voortaan zelf maar te doen.'

Vanaf 1588 was daarmee de vrije en onafhankelijke Republiek geboren. In ieder gewest trokken vervolgens de Gewestelijke Staten het soevereine gezag naar zich toe. Het anti-monarchistische argument, dat Nederland een van de eerste republieken in West-Europa was, gaat geheel voorbij aan deze worsteling met de soevereiniteit.

Daarbij, de republikeinse staatsvorm was volstrekt onmodern: zij ging terug op de oudheid, terwijl vanaf ongeveer 1450 de ontwikkeling in Europa langs de lijn van gecentraliseerde monarchieën liep. De Nederlandse gewesten hadden door de Opstand tegen Spanje de aansluiting bij het West-Europese patroon verloren. Hugo de Groot vergeleek in 1610 de jonge staat met een mythische Bataafse republiek en de stadstaten van de oudheid.

Eendrachtig
Zo 'geheel eendrachtig' als De Groot het wilde voorstellen was de Republiek helemaal niet. Wat de verschillende gewesten met elkaar verbond, was de strijd tegen Spanje . De 7 gewesten vormden een bond van republiekjes, een vreemde, decentrale constellatie. De Engelse bezoeker William Temple, in de zeventiende eeuw, sprak van de Zeven 'Niet-Verenigde' Nederlanden. De machtigste man in de jaren 1653-1672, raadpensionaris Johan de Witt wees iedereen terecht, die de statenbond een republiek durfde noemen.

De gewesten noemden elkaar bondgenoten in de strijd, zij vormden elk op eigen wijze hun statencollege, regelden elk hun belastingen en benoemden hun stadhouder. Die stadhouder was een volkomen achterhaald relict uit het verleden. Toen fungeerde hij als plaatsvervanger van de landsheer, maar die had men verlaten. In theorie waren de stadhouders voortaan 'de eerste dienaren van de gewestelijke staten'. In de praktijk bezaten zij grote macht door hun bevelhebberschap over de strijdkrachten, en door hun benoemingsrecht van lokale magistraten.

Aan hun lidmaatschap van het huis van Oranje ontleenden zij groot prestige: in theorie hadden er 7 stadhouders kunnen zijn, in werkelijkheid waren het er hooguit 2, steevast Oranje's. Zeker vanaf Frederik Hendrik (1625-1647) gingen zij zich gedragen als vorsten. En vanaf 1747 is er zelfs nog maar één universeel én erfelijk Oranje-stadhouder. Feitelijk was zijn positie toen identiek aan die van Europese vorsten. Het hoeft dan ook weinig verwondering te wekken, dat de overwinnaars van Napoleon, gericht op Restauratie, de Nederlanden een monarchie toedachten, met een zoon van de laatste 'stadhouder ' als koning.

Nederlandse voorbeeld
Westerman meldt: 'Bij het opstellen van de Amerikaanse Grondwet gingen de stichters van de VS voor inspiratie te rade bij het zorgvuldig opgezette Nederlandse voorbeeld ...'. Welk voorbeeld? Vermoedelijk bedoelt hij, dat de opstellers van de 'Declaration of Independence' inspiratie putten uit het Plakkaat van Verlatinge. In 1776, een kleine twee eeuwen later dan 'wij', zetten immers de opstandige Engelse kolonies van Noord-Amerika ook hún koning aan de dijk. De Republiek hád niet eens een echte grondwet. Als zodanig fungeerde een document uit de opstand tegen Spanje, waarbij de noordelijke gewesten zich aaneensloten: het Unieverdrag van 1579.

Maar het was niet als grondwet bedoeld, en vertoonde alle mogelijke tekortkomingen. Belangrijke besluiten zouden slechts bij unanimiteit genomen worden; een afspraak die tijdens de Republiek bij herhaling werd geschonden. Deze gemankeerde grondwet was één factor, waardoor de Republiek verstarde, ja verrotte.

Kloof met het gewone volk
Andere factoren waren de steeds meer gesloten, machtige regentenstand en de groeiende kloof met het gewone volk, het ontbreken van een sterk centraal gezag, het uitblijven van hervormingspogingen, en het steeds vaker uitbreken van oproeren. Zeker in de 18de eeuw was het regeringsbestel een toonbeeld van stuurloosheid. De Unie is wel eens een levend lijk in permanente staat van ontbinding genoemd. Het wonderlijke was slechts, dat het tot 1795 zou duren, voordat de statenbond aan de chaos bezweek.

Hoe komt Westerman bij een zin als: 'Een republikeinse staatsvorm leek bij uitstek geschikt voor het egalitaire, no-nonsensetemperament van de Nederlanders en dat bestel was dan ook stevig verankerd in de 17de eeuw, toen de Lage Landen een wereldmacht waren.'? De jonge staat was eerder ondanks, dan dankzij de republikeinse staatsvorm een leidende macht geworden. In ieder geval: als Max Westerman model staat voor de pleitbezorgers van de republiek, mag de monarchie zich nog in een lange toekomst verheugen.

Paul Leunissen is hogeschooldocent Geschiedenis aan de Fontys Hogeschool in Tilburg.

 
Als Max Westerman model staat voor de pleitbezorgers van de republiek, mag de monarchie zich nog in een lange toekomst verheugen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.