Lust & Liefde Gestrand huwelijk

‘We konden niet onder ogen zien dat we op een einde afstevenden, elk vochten we intuïtief voor onze eigen plek’

De 39-jarige Carol begon in haar huwelijk de affaire die ze niet wilde, en weet nu wat ze wél wil: vriendschap.

'Vaak dekte ik de tafel en zei mijn man: waarom heb je de kaasschaaf niet gepakt. Hij zei ook dingen als: restjes pasta moet je niet onder aluminiumfolie bewaren, dan droogt alles uit. Dan verweerde ik me en antwoordde: 'Ik ben geen kind'. Waarop hij zei: 'Je gedraagt je als een kind.' Deze dialoog of een variant daarop draaiden we minstens een paar keer per week af. Beiden hielden we ons voor dat het werkelijk ging over de manier waarop het huishouden gerund moest worden: hij die zich zorgen maakte over de restjes in de koelkast en ik die er een punt van maakte dat iets minder orde ook wel kon. Als hij thuiskwam van zijn werk en ik mijn best had gedaan alles op te ruimen, wees hij beschuldigend naar de legobouwwerken op de grond. Hij was geen vervelende man. Hij was zorgzaam en kon geweldig koken. Een man die een arm om me heen sloeg, die vond dat nare dingen niet bestonden als je ze ontkende. Denk aan wat je allemaal hebt, zei hij als ik vertelde dat ik me soms zo somber voelde. En na weer zo'n dialoog, een refrein zonder woorden, dronken we samen een glas wijn en aten er een kaasje bij. We konden niet onder ogen zien dat we op een einde afstevenden, elk vochten we intuïtief voor onze eigen plek. Het was of we niet gelijktijdig in een kamer, een keuken konden zijn zonder dat dit ten koste ging van de bewegingsvrijheid van de ander. Dat was waar het gekibbel echt over ging, maar dat inzicht is er nooit geweest. Ons huwelijk spoelde langzaam weg.

Toen hij de helft van de week in het buitenland ging werken, voelde ik me ineens vrijer. Ik had verwacht dat het zwaar zou zijn, in mijn eentje met de kinderen en mijn baan, maar alles ging me juist makkelijker af. Ik smeerde wat boterhammen en gaf die de kinderen in hun handen, dat scheelde dekken en afruimen, en het speelgoed kon 's avonds blijven staan zonder dat ik er een schuldgevoel over had. Zo raar, hoe ik zonder me ervan bewust te zijn in een diep karrespoor terechtkwam. Ik zag mijn zegeningen en telde ze: de grote mooie man, de kinderen, het grote huis in de straat waar alle vaders in het weekend met alle kinderen barbecueden, mijn werk. Maar het welbevinden dat doorgaans met zulke zegeningen gepaard gaat, was weg. Ik werd nog somberder, ging steeds meer op mijn tenen lopen en nadat mijn man een tijd ziek was geweest, leek het of we een wedstrijd deden wie het vermoeidst was. Weer dat vechten om die ruimte dus, zonder het te benoemen. We waren kansloos. Op het schoolplein toonde een vader belangstelling voor me. Ik was niet van plan daarop in te gaan. Mijn moeder had met haar affaire haar huwelijk verwoest en boven mijn bureau hing altijd een denkbeeldig bordje: Gij zult niet scheiden. Maar het idiote van verliefdheid en vreemdgaan is dat ook al weet je dat je een cliché leeft en je nooit naar die andere man had gekeken als het thuis lekkerder had gelopen, het helpt niet. Ik was me er volledig van bewust dat het fysieke aantrekkingskracht was, dat ik afleiding vond en een gedeelde verontwaardiging over het feit dat we beiden onbegrepen waren door onze geliefden, en dat dit nieuwe 'wij' niets met liefde te maken had. En toch gleed ik weg in deze affaire.

Toen deze man zei verliefd op me te zijn, was het of de wereld zich voor me opende. Niet als wilde hartstocht, maar als verstrooiing, een avontuurtje. Die woorden wilde ik hem nog eens horen zeggen. Nog een keer die zin, misschien wat zoenen en dan weer wegwezen. Zo zag ik het toen hij mij op een avond binnenliet. Zijn vrouw was uit met vriendinnen. Hij omhelsde me, en intussen zeiden we tegen elkaar dat we hier niet mee moesten doorgaan, dat we onze gezinnen op het spel zetten. Ik stond al bij de deur toen ik ineens zei: ach, nu ik kan net zo goed nog een biertje drinken. Hij was het tegendeel van mijn man: zijn riem matchte niet met zijn schoenen, zijn warrige haar had geen scheiding, hij droeg een spijkerbroek in plaats van een pak. De geur van zijn goedkope aftershave wond me op. We zoenden. Zo werd ik verliefd. Toen hij ook nog bleek te kunnen luisteren en mijn schrijfambities serieus nam, werd ik nog verliefder. Maar, zoals hij het later verwoordde: 'Tijdens die eerste kus werd er iemand geboren en ging er iemand dood.' Dat gold voor hem, en voor mij. De vrijheid was tijdelijk, een mijn onder onze huwelijken. Een half jaar later ben ik gescheiden. Hij inmiddels ook.

Toch zien we elkaar niet meer. Toen ik aarzelde met hem een nieuw gezin te stichten, vond hij direct een andere vrouw die dat wel wilde. En midden in de verwarring, de turbulentie en het verdriet vind ik nu in mijn eentje de kalmte. Net als in die dagen toen mijn man in het buitenland zat, denk ik niet langer voor twee volwassenen, maar alleen voor mezelf en mijn kinderen. Steeds meer raak ik ervan overtuigd dat niet liefde maar vriendschap de omgangsvorm is waarbij ik mij het prettigst voel. Niet alleen kan ik het als ex-partner weer veel beter met mijn ex-man vinden, sowieso uit ik me makkelijker binnen het kader van vriendschap dan van de liefde die altijd verbonden is aan één persoon en aan onverenigbare verwachtingen. Vriendschap is misschien wel onvoorwaardelijker dan liefde. In mijn geval althans, omdat vriendschap losser is, kan ik me er makkelijker aan verbinden.'

We zijn nog steeds op zoek naar mannen en vrouwen die willen vertellen over hun vakantieliefde van lang of kort geleden. We willen ook graag de liefde zelf aan het woord laten; eventueel gaan we samen op zoek. Mail: lust@volkskrant.nl

Meer over