Interview Land van afkomst: Barry Hay

‘Volgens joden ben ik een jodenjongen, omdat mijn moeder het is’

Barry Hay Beeld Casper Kofi

Zijn moeder wilde na de oorlog niet meer weten dat ze joods was. Barry Hay (69): ‘Ik zeg niet dat ik een antisemiet ben, maar ik vond die joden wel verdacht.’

Dit is het probleem: ‘Volgens de joden ben ik een jodenjongen, omdat mijn moeder het is. De christenen vinden: jouw vader is een van ons, dus jij ook. En ik denk: dat maak ik zelf wel uit, ik wil nergens bij horen.

‘Op de trouwfoto van mijn ouders zie je dat mijn opa er diep ongelukkig uitziet. De vader van mijn vader was gewoon een antisemiet. Dat vertelde mijn moeder. Mijn opa had een net christelijk meisje voor zijn zoon gewild, maar die kwam thuis met een jodin.’

Barry Hay (India, 1948) is sinds 1967 de zanger van Golden Earring. Over twee weken wordt hij 70 jaar. In 2016 verscheen bij Lebowski zijn ­biografie Hay, geschreven door Sander Donkers.

Die bruiloft vond plaats in India, nadat zijn ouders elkaar hadden ontmoet op West-Java. Zijn vader was geboren in India en had in de Tweede Wereldoorlog met de Britten gevochten in Birma. Zijn moeder was direct na de oorlog van Nederland naar Indonesië gekomen. ‘Mijn vader was een grote witte man, een Schotse militair. Het hoogtepunt van het jaar was als ik tijdens de militaire parade naast hem op het podium mocht staan om te salueren. Hij kwam uit een legerclan, ze hoorden bij de Scots Guards. Als ik bij hem was gebleven, zou ik ook in het leger zijn gegaan.’

Maar het liep anders. Op zijn 8ste werd Barry Hay door zijn moeder meegenomen van India naar Nederland, zijn vader heeft hij nooit meer gezien. ‘Ik heb uit mijn moeder moeten trekken wat er in de oorlog met haar is gebeurd. Ze vertelde dat ze in Westerbork was getrouwd met een Duitser. Ik dacht: het zal wel een Duitse officier zijn geweest. Later bleek dat het een Duitse jood was. ‘De Duitser’ noemde ze hem. Ze zette zich af tegen dat joods-zijn, ze wilde het wegmaken. Mij heeft ze nooit opgevoed, in Nederland ging ik naar internaten. Als het vakantie was, moest ik naar een kamp op Texel. Ze was meer een zus dan een moeder.

Nederlands

‘Ja jezus, godsamme, ik weet het niet. Als het vliegtuig landt? Ik geloof dat het nu toch mijn land is, ik heb alles aan Nederland te danken.’

Schots

‘Een paar jaar geleden ging ik erheen om te kijken, met dat land had ik toch een klik.’

‘Met Israël had ik geen klik.’

Eten

‘De Oosterse keuken. Het moet pittig zijn. Toen ik voor het eerst boerenkool at, dacht ik: wat is dit voor troep? Ik moest er sambal overheen doen om het naar binnen te krijgen.’

‘Ik heb altijd eerlijk verteld hoe het bij mij thuis ging. Tot ik daar op werd aangesproken door een joodse man die ook in Westerbork had gezeten. Hij zei: je moet wel beseffen dat wij allemaal gestoord uit die kampen zijn gekomen. Je moeder heeft haar familie verloren, je mag met wat meer empathie over haar spreken. Toen begreep ik pas waarom ze altijd op een theedoek liep te kauwen. Alle handdoeken zaten vol gaten bij ons. Dat deden ze in het kamp om de honger te verdrijven.

‘Ik wil niet zeggen dat ik een antisemiet ben, maar ik vond het toch verdacht, die joden. Net als ieder ander dacht ik: het is niet pluis, vooral niet bij die orthodoxe joden. Een beetje sjofel, met outfits die niet van deze wereld zijn, en dan wel in een vliegtuig in de eerste klas gaan zitten. Erg op zichzelf, tegen het arrogante aan.

‘Het gekke is: ik heb veel joodse vrienden. Als ik zo tegen ze loop te praten, zeggen ze: maar jij bent zelf ook een jood. Zo heb ik het nooit gevoeld. Mijn moeder wilde er niets mee te maken hebben en ik ben opgegroeid op christelijke kostscholen. Nu zie ik iets moois in hoe joden naar elkaar toe trekken. Wij tegen de rest, dat idee. De underdog zijn en dat door vernuft weten te ontworstelen.’

Was het moeilijk om te leren hoe je in een gezin moet leven?

‘Ik keek afgunstig naar vriendjes die uit een gezin kwamen. In zo’n huis zat ik te kijken hoe dat ging. Maar ik zag ook hoe ze ruzie kregen en dat papa mama een klap gaf. Dat je met hun schaamrood op jouw kaken zit, weet je wel. De magie was dan voorbij.

‘Ik leerde Sandra kennen. Na een paar jaar zei ze: ik wil een kind. Daar begin ik niet aan, zei ik. Zij bleef er een jaar over doorzeuren, tot ik toegaf. Ze was gelijk zwanger. Sandra heeft ook een moeilijke jeugd gehad. Mijn moeder viel nog mee vergeleken bij die van haar. We wilden onze kinderen een betere jeugd geven dan we zelf hadden, dat spraken we tegen elkaar uit. Maar bij mannen die zeggen: ik ben een goede vader – dan begin ik al te twijfelen, dat is verdacht.

‘Een gezin was onbekend terrein. Spike, de gitarist van Di-rect, is het vriendje van mijn dochter Bella. Hij vertelt hoe hij als kind naar een camping ging, samen zwemmen en ’s avonds barbecuen. Met zijn vader aan auto’s sleutelen. Zijn ouders beschouw ik als familie, het begint nu ergens op te lijken. Samen in een bandje zitten, dat is ook een broederschap. Ik ben enig kind, maar bij Golden Earring heb ik drie broers.’

Hielp het bij jullie internationale doorbraak mee dat jij buiten Nederland was opgegroeid?

‘Engels is mijn eerste taal, dat was een enorm voordeel bij het songwriten. De meeste Hollandse zangers zongen fonetisch in het Engels, zonder dat ze wisten waar ze het over hadden. Dat is toch anders. En verder: het is allemaal een samenloop van omstandigheden. We traden op in Duitsland en Frankrijk en via Engeland kwamen we in Amerika. De eerste keer dat we in Engeland waren, zei ik: we gaan Indiaas eten. Je had die koppen moeten zien, zoiets lekkers hadden ze nooit gevroten. In Nederland bestond dat niet. Ik voel me nog steeds meer Engels dan Nederlands.’

Hoor je bij de Nederlandse muziekwereld?

‘Natuurlijk. We zijn allemaal dezelfde types. Vrolijke jongens. Vrijbuiters die niet achter een bureau op de koffiejuffrouw zitten te wachten.’

Ben je een Hagenees?

‘Dat idee had ik wel. Van huis uit ben ik een Amsterdammer, daar gingen we eerst wonen. Later verhuisde mijn moeder naar Den Haag, ik heb er ruim veertig jaar gewoond. Toen ik verhuisde, stond op de voorpagina van de Haagsche Courant: Hay gaat naar Amsterdam. Ik dacht: het is 50 kilometer verderop, het is niet alsof ik naar Duitsland ga. Mijn dochter Bella piekert er niet over om naar Amsterdam te gaan, zij heeft dat Haagse veel meer dan ik. Sandra en ik wonen al twaalf jaar op Curaçao. Ik kom naar Nederland om te werken.’

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met Farida van den Stoom (Surinaams) en Mo en Rashid Sahib (Marokkaans).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.