'Vertrokken betekent nog niet verloren'

Promotie-expert Jos de Jonge over vertrekkende promovendi

Promovendi zijn mensen die worden opgeleid voor de wetenschap. Toch zoeken ze vaak hun heil buiten de universiteit.

Promovendi aan het werk aan de Universiteit Utrecht. Foto Marcel van den Bergh

Bijna driekwart van alle promovendi in Nederland verlaat na de promotie de universiteit. Maar ze vinden haast allemaal interessant werk daarbuiten, veelal in onderzoek. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van CBS-cijfers over de carrières van 16 duizend promovendi tussen 1997 en 2014.

Een ruime meerderheid zegt tevreden te zijn met de baan die ze hebben. 'Universiteiten moeten om die reden ophouden te doen alsof alleen een baan als universitair onderzoeker ertoe doet', zegt onderzoeker Jos de Jonge van het Rathenau Instituut in Den Haag, een van de auteurs van de studie.

Sinds 1997 is het aantal promoties meer dan verdubbeld naar zo'n 5.000 per jaar.

'Zeker, en dat leidt tot opgewonden discussies over de vraag of er wel ruimte is voor al die promovendi.'

Niet aan de universiteit, blijkt uit deze cijfers.

'Die cijfers bevestigen in feite wat we al eerder zagen: 70 procent van de promovendi verlaat na de promotie de universiteit. Puur vanuit de universiteit kun je denken: dat is verschrikkelijk veel. Maar dat is alleen zo als je die mensen ziet als verloren voor de wetenschap.'

En dat is niet zo?

'Nee. Het verschilt wat per sector, maar in de regel vinden al deze mensen een baan. Voor velen is onderzoek nog steeds de hoofdtaak, en vaak verdienen ze ook beter dan in een universitaire aanstelling. Er is een duidelijke maatschappelijke vraag naar goeie onderzoekers.'

Is de uitstroom nu veel groter dan, zeg, twintig jaar geleden?

'Ik zou graag weten of er een trend is, maar daarvoor hebben we niet voldoende gegevens. Eind dit jaar gaat de OECD een nieuwe studie doen, waaruit we misschien iets kunnen afleiden.'

Waar blijven al die uitstromers?

'In het onderwijs, bedrijfsleven, industrie, ziekenhuizen, adviesbureaus. Vrijwel alle gepromoveerden vinden werk en de meeste ook in hun eigen sector.'

U zegt dat de universiteiten beter moeten onderkennen dat ze daartoe opleiden. Gebeurt dat dan niet?

'Meer dan de helft van de promovendi zegt zelf liefst een baan als onderzoeker aan de universiteit te willen. En we weten ook dat promovendi die dat niet nadrukkelijk willen door hoogleraren niet helemaal voor vol worden aangezien.'

Het promotiestelsel moet dus anders?

'Dat is niet gezegd. Het gaat er meer om dat men beter kan onderkennen dat de samenleving uitstekende onderzoekers nodig heeft, en dat het de universiteiten zijn die ze opleiden. In die zin is het misschien zelfs niet alleen een zaak van het ministerie van Onderwijs.'

Een kwestie van perspectief dus.

'Als je promoveren als een strikt universitaire aangelegenheid ziet, is het belachelijk inefficiënt, met een rendement van gemiddeld 30 procent. Te duur, zou je denken. Als je inziet dat die opleiding elders heel belangrijk is, verandert dat.'

De helft van de promovendi wil een universitaire baan, maar is ook tevreden als die er niet in zit.

'Dat komt vooral doordat deze mensen toch onderzoek doen, al is het dan niet in de wetenschap zelf. Dat is waarvoor ze komen, de inhoudelijke drive.'

Wie wel aan de universiteit blijft, is wel blijer.

'Wel iets, maar niet eens heel veel. Dat verraste ons wel.'

De discussie over het promotiestelsel speelt in de hoek van Science in Transition, een kritische beweging die denkt dat te veel tijdelijke wetenschappers de universiteit op den duur uithollen.

'Wij doen geen uitspraak over de omvang van het systeem en wat dat op de universiteit teweegbrengt. Maar de discussie of er niet veel te veel promovendi zijn, is in mijn ogen vaak veel te universitair georiënteerd. Er bestaat meer dan een baan als universitair docent en uiteindelijk hoogleraar.'

Er is dus geen reden om het aantal promovendi te willen beperken?

'De betekenis van promoveren moet niet alleen binnen de universitaire wereld worden gezocht, maar vooral ook daarbuiten.'

Jos de Jonge Foto Rathenau Instituut
Meer over