Interview Lust & liefde

‘Vanaf het moment dat hij mij een filmpje van zijn kinderen liet zien, hield ik van hen’

Esther (29) begon het net in haar eentje naar haar zin te krijgen.

Beeld Saša Ostoja

‘Op Oudjaarsavond 2017 zat ik in mijn eentje achter mijn bureau en schreef een brief aan mezelf. Ik had een roerige tijd achter de rug, mijn relatie was verbroken en sinds kort woonde ik weer alleen. Mijn moeder vond het niks dat ik alleen wilde zijn op een moment waarop iedereen zich omringt met familie, ‘Es, dan kom je maar bij ons, hoor.’ Maar op de een of andere manier vond ik het louterend om stil te staan bij het afgelopen jaar waarin ik mijn ex-vriend en mezelf pijn had gedaan door bij hem weg te gaan. Het was donker, behalve dat bureau stond er in mijn kamer alleen een bed en een bank. Ik wachtte tot twaalf uur, opende het halve flesje champagne dat ik die middag gekocht had, dronk het leeg en ging naar bed. De volgende ochtend las ik wat ik geschreven had. Het waren woorden die me moed inspraken en uitdrukten hoe blij ik ondanks alles was met mijn besluit. In de maanden erop rommelde ik wat met diverse mannen en lukte het me steeds beter mijn draai te vinden in mijn eentje. Ik nam me voor nooit meer iemand te kiezen die niet snapte wie ik was. Tot ik op Eerste Paasdag opnieuw aan mijn schrijftafel mijn gedachten noteerde en ineens op mijn rug werd getikt. Ik veerde op, maar er was niemand. Toch was ik ervan overtuigd dat ik zojuist even dwingend was aangeraakt. Het was half negen ’s avonds, ik had mijn pyjama al aan, maar kleedde me weer aan en ging de deur uit. Op een of andere manier dreef die onzichtbare pokende vinger mij naar buiten.

Eenmaal in de stad had ik geen idee waar ik heen moest, ik liep wat rond en ineens zag ik wat vriendinnen op een terras. Ik schoof aan en we kregen het over de voordelen van alleen zijn, ik zei: ik vind het heerlijk in mijn eentje, maar soms mis ik een goede vriend. En een van mijn vriendinnen antwoordde: ‘Kijk, daar komt hij net aan.’ Ze maakte een hoofdbeweging naar een kale man die schuin naast ons ging zitten. We lachten alle drie. De man had als enige een aansteker, en zo raakten we aan de praat. Eerst met zijn allen, later hij en ik samen. Hij vroeg: ‘Wat doe je?’ Ik zei dat ik net mijn baan als docent had opgezegd om me te kunnen richten op mijn vak als beeldend kunstenaar. Hij antwoordde niet zoals anderen, ‘wat stoer’ of ‘bijzonder’, maar: ‘Hoe zichtbaar ben je?’ Een irritante vraag vond ik, want over de praktische kant van mijn kunstenaarschap had ik nog niet nagedacht. Maar zoals vaker bij irritantevragenstellers raakte ik geïntrigeerd. Telkens als hij mij zijn aansteker gaf, raakten onze vingers elkaar. Hij vertelde met sprankelende blauwe ogen over zijn twee kinderen die het allerbelangrijkst voor hem waren, dat hij zich niet kon voorstellen dat er ooit een vrouw soepeltjes zou passen in zijn halve gezin. Toen hij tegen half twee opstond om af te rekenen, waarbij bleek dat sommigen van het in de loop der avond uitgedijde cafégroepje niet hadden betaald, voldeed hij de rekening met een genereus gebaar. Samen liepen we de straat op en draaiden naar elkaar toe. We wilden net gedag zoenen toen de serveerster ons terugriep: het pinnen was niet gelukt. We lachten, hij betaalde opnieuw en daarna zoenden we elkaar alsnog gedag.

Het bijzondere van een kennismaking is dat je zelden gegrepen wordt door wat iemand zegt, maar door hóe iemand praat en zich gedraagt. Dat hij zonder aarzelen die rekening betaalde, dat hij meelachte toen we werden onderbroken bij die eerste zoen: het was niks bijzonders en toch vertelde het alles over wie hij was. Ik kreeg ineens ontzettende zin hem aan te raken, met hem mee te gaan en sprong bij hem achterop zijn fiets. We reden langs het water, mijn handen verborg ik onder zijn trui. Het enige geluid dat we hoorden, was een dronkaard en het gerammel van de bagagedrager. Eenmaal binnen toonde hij trots zijn huis dat nog kaal was van het net-gescheiden-zijn. Plotseling werd ik heel blij, of er iets in vervulling ging waarop ik alleen maar vaag had gehoopt. Dit was mijn man, ik had hem gewoon vanavond gevonden. Dat was die porrende vinger geweest. In de dagen erop zwol de oude angst me te committeren aan. Waar was ik mee bezig, het was net fijn in mijn eentje en nu leverde ik me alweer uit. Ik wist toch waar dit meestal op uitdraaide? In de winkel waar ik parttime werk, kwam die dag een Italiaanse vrouw. Ze zocht iets wat we niet verkopen, keek me aan en zei: ‘Je bent een mooie vrouw, maar je hebt veel verdriet gehad om de liefde.’ Ik moest het beamen. Toen zei ze: ‘Maar er staat nu een grote liefde voor je. Wees niet bang, dit keer is hij echt.’

Die woorden raakten me zozeer dat ik mijn lief appte hoeveel ik nu al van hem hield. Sinds gisteren wonen we officieel samen. Nog zoiets: vanaf het moment dat hij mij een filmpje van zijn kinderen liet zien, hield ik van hen, al had ik nooit veel met klein grut. Niet dat alles vanzelf gaat, maar dat maakt alles nog echter. Ik denk vaak aan die vinger en zeg dan: jij bent aan mij gegeven.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Esther gefingeerd. Ook geïnterviewd worden? Iedereen wordt uitgenodigd te reageren, nadrukkelijk ook mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.