Opinie

'Rechter heeft aan het sterfbed niets te zoeken'

Bij de euthanasiewetgeving is op goede gronden geprobeerd de rechter weg te houden bij de arts, vindt Ton Vink.

Een oudere man houdt een wilsverklaring vast. Beeld anp

Oud-rechter Jan Peeters (de Volkskrant, 16 mei) wil rechters laten oordelen over de geldigheid van de wilsverklaring waarin de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL of 'euthanasiewet') voorziet. Dat past misschien in deze tijd, maar het betekent de introductie van een totaal overbodige laag beoordelaars. Die wilsverklaring is namelijk geldig. Niet pas nadat en omdat een rechter dat heeft goedgekeurd, maar omdat de wet erin voorziet.

Op dit vlak ligt er dan ook volstrekt geen probleem. De schriftelijke wilsverklaring vervangt het euthanasieverzoek dat niet meer mondeling gedaan kan worden. Het probleem ontstaat daarná. De wet zegt namelijk dat bij het van kracht worden van de wilsverklaring de zorgvuldigheidseisen 'van overeenkomstige toepassing' zijn. De wet zegt dus niet dat de zorgvuldigheidseisen dan 'niet van toepassing' zijn, zoals de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) op haar website ten onrechte beweert.

Diep dement
Die 'overeenkomstige toepassing' betekent 'overeenkomstig de situatie van de patiënt'. En die is inmiddels diep dement. Daarmee wordt het voor de dokter moeilijker (en zeker niet makkelijker) om aan de zorgvuldigheidseisen die de wet aan de dokter stelt, te kunnen voldoen. De dokter zal moeten bepalen of dat het geval is, daarbij gesteund door de voorgeschreven tweede (SCEN-)arts. En zo ja, dan is het aan de dokter om de patiënt te doden. Dat zie ik de rechter nog niet doen.

Nu is er met zorg geprobeerd om de rechter wég van de dokter te houden. Daarom voorziet de wet in toetsingscommissies. De rechter is hier dus niet alleen ongewenst, hij is tevens overbodig. De toetsingscommissies doen hun werk, en de steken die artsen tot nu toe incidenteel lieten vallen zijn nog nooit voldoende geweest om een arts voor de rechter te doen belanden.

Peeters maakt een uitgesproken zorgwekkende opmerking wanneer de interviewster hem een dementerende voorhoudt die tegenstribbelt als het infuus wordt aangelegd: 'Maar is dat een wilsuiting of is het omdat ze die naald niet willen? Het is natuurlijk geen mooi beeld, ik moet er niet aan denken. Maar de patiënt is wilsonbekwaam. Je hoeft er geen verzet tegen de dood zelf in te zien.' Met andere woorden: die dementerende is vogelvrij op grond van een verklaring die misschien tien jaar eerder is ingevuld. Want let op: we hebben het over patiënten die na jaren diep dement zijn geworden, niet over patiënten bij wie beginnende dementie is geconstateerd. De rechter 'moet er niet aan denken'. Nee, dat klopt, maar de dokter wel.

Niet eerlijk
En zo komen we aan een heikel punt dat ook Peeters zorgvuldig vermijdt. Het leven is niet eerlijk. Zeker, ook dat klopt. En de diagnose 'dementie' zet, voorzichtig gezegd, een leven op z'n kop; meer dan één leven. Peeters stelt zelf, verwijzend naar seksuele ontremming bij dementerenden, heel toepasselijk te willen voorkomen 'dat er over mij zou worden gezegd: kijk, dat is een oude rechter die vroeger allerlei misdrijven beoordeelde - en moet je hem nou eens zien'. En hij concludeert: 'Ik kan me voorstellen dat mensen in zo'n geval zeggen: zo wil ik er niet meer zijn.'

Zoals zo veel anderen wil Peeters niet op een nare manier herinnerd worden. Een begrijpelijk en legitiem verlangen. Maar is het dan niet aan hem om de verantwoording daarvoor zelf te nemen? Veel artsen 'durven dat simpelweg niet aan', zegt Peeters, net als eerder huisarts Jos van Bemmel in deze krant (16 mei). De arts zou de moed missen. Maar van hoeveel 'moed' en 'durf' getuigt het om op te schrijven dat een ánder jou dood moet maken in omstandigheden die je zelf aan ziet komen en zo secuur mogelijk in een verklaring omschrijft? Is het dan niet aan jou - je wilt immers niet in die omstandigheden terechtkomen - om vóór die tijd op een zorgvuldige en weloverwogen wijze zélf het leven te beëindigen?

Eigen regie
Dat dit laatste kan, óók bij beginnende dementie, is inmiddels voldoende gedocumenteerd, onder meer in mijn Zelfeuthanasie. Een zelfbezorgde goede dood onder eigen regie (2013) en in de DVD Sterven in eigen regie van Boudewijn Chabot en de Stichting Waardig Levenseinde (2013). Niemand zal beweren dat dit een makkelijk besluit is, maar als je iemand bent die zich ziet als de regisseur van zijn eigen bestaan, dan hoort ook het einde van dat bestaan erbij.

Zie je jezelf niet als zo'n regisseur en laat je de beslissing op grond van een opgestelde wilsverklaring aan anderen, dan zul je moeten accepteren dat artseneuthanasie, anders dan zelfeuthanasie, met zich meebrengt dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij de arts rust die het doden van zijn patiënt tegenover de samenleving moet verantwoorden en zich daarbij aan de in de wet neergelegde zorgvuldigheidseisen moet houden. Ook als die eisen 'van overeenkomstige toepassing' zijn.

Ton Vink is filosoof en werkt als counselor samen met Stichting de Einder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.