Interview

'Plezier hebben, zou ons Nederlanders een hoop pillen besparen'

Interview met PvdA-lid Sander Terphuis

Vanuit Teheran kwam de 18-jarige worstelaar Ahmad Queleich Khany naar Nederland om daar razendsnel in te burgeren als Sander Terphuis. Een gesprek met de bijna blinde bewegingskunstenaar over zijn boek De worstelaar.

Sander Terphuis. Foto Adrie Mouthaan

De wonderbaarlijke wedergeboorte van Sander Terphuis kreeg hier zijn beslag met een groot glas rode wijn, in dit land, in dit dorp, in dit café. Het eerste glas wijn dat hij ooit dronk. Het was de dag dat hij een liefdesbrief van Sjoukje kreeg en Bahmai ging hem vertalen, die was tolk. Sander las geen Nederlands, die moest nog Nederlander worden. Allebei een rode wijn. Bahmai! Kom op dan, we vieren die brief.

Twee Iraniërs in Burgum, in café 't Roodhert. Er stond precies in die brief wat hij wilde horen.

Ahmad, was Sanders naam toen nog. Ahmad Queleich Khany - wilde hij opnieuw geboren worden in Nederland, dan moest die naam eraan, dat wist hij al en zo ging het ook. Onuitspreekbaar. Weg ermee. Uiteindelijk is het Sander Terphuis geworden, die naam bestond niet, maar was Nederlandser dan Nederlands, daarom heeft hij hem gekozen. Terp, huis, alles zit erin. Heel mooi, voor een bijna blinde worstelaar geboren in het zuiden van Teheran, zoon van een winkelier met acht kinderen, die al snel maling had aan de verboden van islam en vaderland.

Volle vaart

Sonnema of Weduwe Joustra, vraagt de ober van café 't Roodhert. 'Sonnema natuurlijk!', zegt Sander en als het op tafel staat, kijkt hij gelukkig naar dat kleine glaasje: alles zit erin. Het hele leven zit in dat glaasje: zijn liefde voor Sjoukje en voor Friesland, zijn overwinning op armoede en angst, zijn besef dat hij nu kan zeggen wat-ie wil, schrijven wat-ie wil, drinken wat-ie wil, liefdesbrieven schrijven wat-ie wil. Niemand pakt hem dat meer af. En Sjoukje is er om zijn af en toe wat wilde gemoed te temmen. Ze zal straks ook nog komen om het uit te leggen, met de auto.

Burgum, Friesland: hij noemt het zijn 'thuisdorp', ook al woont hij allang in Den Haag. De koude avond is er gevallen en nu miezert het ook nog. Sander ziet weinig, 7 procent met één oog, maar gaat stormenderhand vooruit naar het café alsof-ie over een geheime radar beschikt. Je kunt twee dingen doen als blinde, zegt hij: voorzichtig aan en half struikelend door het leven gaan, altijd op je hoede, of in volle vaart en onderweg handig de opdoemende obstakels ontwijken. Hij doet dat laatste. Hij is een worstelaar en heeft die reactiesnelheid nog: woesj, woesj, bukken, wegdraaien, balans. Een paaltje, een parkeerautomaat, een verkeersbord. Hij loopt nergens tegenop.

Foto Adrie Mouthaan

CV Sander Terphuis

1972 geboren in Teheran als Ahmad Queleich Khany

1990 vraagt politiek asiel in Nederland

1995 krijgt de Nederlandse nationaliteit en neemt de naam Sander Terphuis aan

1996 staatsexamen vwo

1996-2001 studeert rechten en filosofie

2003-2008 medewerker ministerie van Justitie

2008-2010 adviseur commissie Grondwet

2010-2014 adviseur Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak

2014-heden medewerker ministerie van Buitenlandse Zaken

2015 De worstelaar

Plek in mijn hart

Veel later, terug in Amsterdam, stapt hij even onverveerd pal voor een stoplicht de auto uit en slalomt over de drukke Prins Hendrikkade naar het Centraal Station - te snel om hem te vragen of het wel verstandig is, zo laat nog in de regen. Zonder blindenstok. Die heeft-ie wel, maar is onhandig en blijft dus meestal thuis.

Goed: Ahmad was dus in Nederland aangekomen, 1990, en schreef een liefdesbrief aan Sjoukje in de Perzisch-barokke traditie die hij kende: het ging over ogen als parels, over ogen zo blauw dat ze de oceanen en rivieren jaloers maakten, over goudblonde haren en over handen zo zacht dat geen zijde eraan tippen kan. Niet doen, zei Bahmai, dat meisje gaat je uitlachen als ze dat leest. Wees verstandig, mix er wat Nederlandse opvattingen doorheen. Die brief was vijf kantjes en Bahmai kortte hem in tot een halve pagina, en die kreeg Sjoukje en ze zijn nog steeds bij elkaar: 24 jaar.

Ze schreef terug: 'Weet dat je een plek hebt in mijn hart'.

Ahmad was allang van plan te vertrekken uit Iran, hij had het helemaal uitgestippeld. De sport zou hem helpen. Het was knokken geblazen in Teheran, zeker voor een bijna blinde, en daarom was hij op zijn 11de met worstelen begonnen. Om weerbaar te worden. Hij trainde net zo hard tot hij de beste gehandicapte worstelaar was van het land. Hij was 18 toen hij mee mocht naar de Wereldspelen voor Gehandicapten in Assen. Wist hij veel waar Assen lag. Hij wilde eigenlijk naar Amerika, het allervrijste land ter wereld, maar Europa was in elk geval een goed tussenstation.

In de bus van Schiphol naar Assen had hij zijn neus tegen het raam gedrukt en vertelde Ali Reza, die naast hem zat, wat hij zag en voelde: alles puur, groen, vruchtbaar, de lucht zo schoon, zei hij, dat je er honderd jaar kunt worden. Het is de mooiste busreis van zijn jeugd geweest. Hij zag rotondes en schuine daken en zei tegen Ali Reza: hier hoeven ze dus niet op het dak te slapen.

Halverwege de Wereldspelen voor Gehandicapten was hij ervandoor, met de trein naar Amsterdam, een angstige periode, hoe dat verliep staat in zijn boek dat net is verschenen: De worstelaar. 'Goede titel, hè?'

Sander Terphuis en zijn vrouw Sjoukje in hun woning in Den Haag. Foto Adrie Mouthaan

Veroveraar

Hij blijft praten, in het café, en is gevoelig voor wat je ervan denkt. Onberispelijk Nederlands, een jas, een aktentas, het voorkomen van een ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken. En dat klopt, dat is hij. Jurist en filosoof, nu naast zijn werk promoverend op mensenrechten. Manifesteert zich in de PvdA, maakte zich succesvol kwaad over de strafbaarstelling van de illegaliteit, en over de behandeling van asielzoekers. Zijn slechte zicht staat hem niet in de weg. Hij is ook geen gemankeerde vluchteling. Hij wil minister van Justitie worden. 'Ja, dat wil ik echt.'

De eerste weken in Nederland stonden bol van angst. Voor Iraanse agenten, voor verklikkers, voor alles wat nog mis kon gaan. Maar toen werd hij naar Burgum gebracht, reden ze de brug over, het dorp binnen, en stapte hij uit. 'Het was er stil op een paar vogels na, ik dacht: niemand ziet mij hier. Ik wilde zo onzichtbaar mogelijk zijn. Ik heb uren geslapen. Het was gelukt.'

Hij kijkt op zijn telefoon en leest een sms van Sjoukje, in het allergrootste lettertype: zijn oog er heel dicht bij.

Sjoukje kwam stage lopen in het katholieke crisisopvanghuis Blijenhof in Burgum, waar Sander tijdelijk onderdak kreeg. Ze deed de opleiding verzorging. Ze kwam de woonkamer binnen en Sander zag haar ogen, flonkerend en levendig. Dat was meteen al heel erg duidelijk. Ze zei: 'Can I introduce myself to you?' Wow. Dan stonden ze samen in de keuken af te wassen, zij droogde, en dan keek hij naar haar: een prachtige Friezin, ze roeide en speelde korfbal. Die ging hij veroveren. Dan zong hij liedjes voor haar in het Farsi. We waren 18, zegt hij, en speels. 'Ik was geen zielige asielzoeker, ik was een sportman en een veroveraar.'

Moves

Sjoukje nam hij mee naar discotheek To Bergh in de Schoolstraat, en daar deed hij zijn moves. In Iran keek hij illegale breakdancevideo's en zo had hij het geleerd, hij was lenig en snel. Hij kan het nog steeds - alleen de salto's niet, maar de eggroll, de worm, de headspin, dat lukt nog best. Het was een kleine dansvloer en iedereen stond naar hem en Sjoukje te kijken.

'Zal ik het laten zien?' - we zitten aan de beerenburg in 't Roodhert en hij maakt die rollende, slangachtige beweging van zijn hand naar zijn schouders naar zijn andere hand en gaat weer zitten, tevreden met zijn lijf dat nu een zittend leven heeft, en met zijn situatie.

Op de dansvloer van To Bergh vond hij zijn vrijheid. Hij zegt: 'Angst maakt ongelukkig, en voor het eerst in mijn leven was er geen angst. Mijn broer was vastgezet, mijn vaders winkel door de ayatollahs dichtgegooid. Ik ben een keer in elkaar geslagen door een agent van de zedenpolitie, omdat-ie dacht dat ik een meisje wilde versieren. In Iran was ik het leven zat. Ik moest daar weg, ik werd er depressief.'

Bracht hij zijn familie in gevaar, door te vluchten? 'Daar was ik toen niet mee bezig. Ik heb er vreemd genoeg nooit aan gedacht. Later wel. Maar had ik daar dan moeten blijven?'

De discotheek ging om twee uur dicht, Sjoukje ging naar huis en het katholieke crisisopvangcentrum was allang gesloten - dan jogde hij door Friesland tot het ochtend werd, om warm te blijven en belde hij om zeven uur weer aan - sorry, sorry. Ze begrepen het wel.

Niet klagen, maar dragen

Is Nederland nog steeds dat paradijs van toen, Sander?

'Nederland is nog steeds een mooi land. Maar nu ik in de politiek zit, in de maatschappij - dan signaleer je dingen. Dat Nederland zoveel klagers heeft. Prachtig water, prachtige bouwwerken, de Oosterscheldekering, trots en prachtig. Maar dat geklaag en gezeur? En bepaalde politici, de populisten, maken de politiek zo troosteloos. Die hebben het over massa-immigratie. Nederland is een rechtsstaat, en in een rechtsstaat gelden waarden. Soms vind ik het heel jammer dat we dat vervuilen door een groep aan te wijzen als zondebok. Dat is zo jammer. Dus zo bezien is mijn blik op het paradijs de afgelopen jaren vervormd.

'Niet klagen maar dragen - dat is een Friese uitdrukking. Dat zegt Sjoukje altijd als ik zelf zit te zeuren. In Nederland slikken we te veel antidepressiva. Plezier hebben, trots en waardig zijn zou ons een hoop pillen besparen.

Sander Terphuis tijdens het partijcongres in het Chasse Theater in Breda. Foto ANP

'Als je het over problemen wilt hebben: praat met mijn vader die met een klein winkeltje een gezin met acht kinderen overeind moest houden. Werken-thuiskomen-op bed liggen. Weekend? Bestond niet. We hebben dat in Nederland ook gehad. Maar we zijn het snel weer vergeten en dan begint dat zeurderige en klagende. Dat de wintersport er dit jaar niet in zit. Ik verdiende nauwelijks iets maar dan gingen Sjoukje en ik met de tandem op vakantie: Ermelo, Putten, heel mooie vakanties.

'Mensen creëren problemen. Ik zit weleens in de verkeerde trein omdat ik niet goed zie, kom ik in Utrecht uit in plaats van Amsterdam - joh, kan mij het wat schelen, ik koop een fles bier en wacht op de trein terug. Lache joh.'

Ouders

Kom! Drink de Sonnema op en we gaan een stukje lopen door de Schoolstraat, langs vishandel Toonstra ('mijn eerste haring'), langs restaurant De Chinese Muur, langs de Keurslager waar je hele gebraden kippen kon kopen - 'we gaan naar mijn ouders'. Zijn ouders? 'Mijn Nederlandse ouders. Zo noem ik ze.'

Ze heten Thea en Arie Everaarts, aan de Freerk Bosgraafstraat om de hoek - ah! We zijn er al. 'Zie je wel? Ik loop er zelfs in het donker zo naartoe.'

Hij belt aan en valt ze in de armen, we gaan aan tafel zitten, er komen toastjes en bier. Het lijkt wel een Nederlands verjaardagsfeestje. Thea was vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk - met Arie heeft ze vier dochters en Ahmad/Sander werd een soort van zoon. Er kwamen meer asielzoekers over de vloer en dat was niet altijd een succes. 'Laten we het daar maar niet over hebben', zegt Thea, 'ze waren niet allemaal zoals hij.'

Het gaat over Sander. Hoe was hij, toen? 'Net als nu. Heel glunderend. Zo van: ik heb het toch maar mooi voor mekaar.'

Sander glundert.

'We moesten hem ADL onderwijzen, Algemene Dagelijkse Levensactiviteiten, om hem zelfredzaam te maken. Eten kopen, groente snijden. Dat was dikke lol hoor, hier in de keuken.'

Sander: 'Lache joh. Gingen we naar Leeuwarden, kreeg ik kookles.'

Thea: 'En naar Zwolle, je deed toen die sport...'

Sander: 'Goalball. Een bal met een belletje erin zodat je hem als blinde kunt horen, dat was een mooie sport. Ja, het was hier taxibedrijf Everaarts hoor.'

Thea: 'Och, we zijn ook naar een chirurg geweest om je neus recht te zetten, die stond helemaal scheef door het worstelen. Sander was altijd... heel erg Sander. Of Ahmad toen nog, natuurlijk. Maar hoe gáát het nu met je?'

Sander: 'Hartstikke goed! Hártstikke goed! Jullie komen toch wel naar de boekpresentatie?'

Goed verstand

Het gesprek komt op de discotheek en op breakdance. 'Dat kan ik nog hoor', zegt Sander en hij gaat staan in de woonkamer, trekt zijn jasje uit. Daar staat-ie weer, de Iraanse b-boy van 18, de zolen van zijn ambtenarenschoenen zwevend over het parket. Als-ie nu de eggroll gaat doen, scheurt zijn pantalon, dus dat maar even niet.

Thea: 'Nee, echt verlegen was je niet. Je zei: ik wil naar de universiteit. Je hebt het allemaal zelf gedaan.'

Arie: 'Sander stelde vooral eisen aan zichzelf.'

Sander: 'Jullie hebben me opgevangen en wegwijs gemaakt.'

Thea: 'We zijn in elk geval trots op je.'

Arie: 'Oudertrots. Hij sprak op een gegeven moment Nederlands.'

Thea: 'Zomaar.'

Sander: 'Ik had een pilletje genomen.'

Thea: 'Je hebt gewoon een hartstikke goed verstand.'

Sander: 'Dankjewel.'

Dan komt Gerardine Hoekstra binnen, Gerrie, ook van Vluchtelingenwerk destijds. Ze werkte met Thea samen. 'Ik weet nog heel goed', zegt Gerrie tegen Sander, 'dat ik bij de intake je verhaal hoorde en zei: daar moet je een boek over schrijven. Sander is het supervoorbeeld van integratie. En we hebben weleens anders gezien.'

Sander: 'Ik absorbeerde het allemaal. Zo heb ik mijn inburgering gedaan: ik ging aan een bar zitten en keek en luisterde. Inburgeren met bier, wijn en beerenburg: dat gaat prima.'

En met Sjoukje natuurlijk. Uiteraard.

Er komen meer toastjes op tafel, het is gezellig - een erg Nederlands woord. Met Sjoukje heeft Sander een chalet gekocht hier vlakbij, misschien dat hij daar blijft slapen. Hij kijkt op zijn telefoon: de file was zo lang, dat Sjoukje maar is omgedraaid. Dus gaat Sander ook terug naar huis, met de trein.

Theo vraagt: 'Wat is je doel, wat wil je nog bereiken?'

'Ik wil minister van Justitie worden in dit land.'

Gaat dat lukken?

Gerrie: 'O, ja! Hoe oud ben je nu... 42? Dat gaat makkelijk.'

Thea: 'Je moet geloofwaardig overkomen. En dat doe je.'

Sander Terphuis: De worstelaar - De Iraanse rebel met een oer-Hollandse naam.

Prometheus Bert Bakker; €17,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.