Interview Jan en Jeroen Siebelink

‘Opstaan tegen mijn vader, dat durfde ik nooit’

Jan en Jeroen Siebelink Beeld Oof Verschuren

Schrijver Jan Siebelink vergezelt zoon Jeroen op de promotietour voor diens boek Vaders & Zonen. Jeroen over Jan: 'Hij is een groot kind'.

'Het voelt heel natuurlijk', antwoordt Jeroen Siebelink op de vraag hoe het is om samen met zijn vader interviews en optredens te doen sinds zijn interviewbundel Vaders & Zonen is verschenen. 'Als thuiskomen, eigenlijk.'

Jan Siebelink: 'Als ik even mag inbreken: voor mij is het ook natuurlijk, want ik was altijd bij mijn vader op de kwekerij en ik hielp hem waar ik maar kon. Dus dat helpen, in dit geval door met Jeroen zijn boek promoten, dat heb ik als kind thuis ook altijd gedaan.'

De zon schijnt in de tuin van het vrijstaande huis in Ede van schrijver Jan Siebelink (80) en zijn vrouw Gerda. Rond de vijver en op het terras staan tientallen, misschien wel honderd potten met plantjes, stekjes, zaailingen - Siebelink is een kwekerszoon tenslotte, hij heeft er veel over geschreven. Beroemd, op zijn 67ste, werd hij met Knielen op een bed violen, zijn autobiografische roman over zijn jeugd als zoon van een zwaar gelovige vader aan wie hij loyaal blijft tot in het uiterste - al gaat het gezin gebukt onder vaders godsdienstwaanzin en gaat de kwekerij uiteindelijk failliet. Siebelink bouwt nog even door aan zijn oeuvre, hij is gevraagd het Boekenweekgeschenk van 2019 te schrijven. Hij heeft het al af, verklapt hij als hij een rondleiding door het huis geeft, waarin hij ook zijn werkkamer laat zien. Trots: 'Het mooiste boekenweekgeschenk dat ze ooit heeft gelezen, zei mijn redacteur. En dat meent ze, hoor.'

Zoon Jeroen (49) is ook schrijver; Vaders & zonen is zijn achtste boek. Eerder schreef hij onder meer het verhaal van Tony's Chocolonely en - veel - over voetbal. Hij is vooral journalist. De interviews met bekende vaders als P.F. Thomése, Bart Chabot en Henny Vrienten verschenen eerder in het blad Esquire, en ook voor zijn biografieën over voetballers John de Wolf en Dick Nanninga voerde hij lange vraaggesprekken. Hij is freelancer en werkt vanuit huis; omdat zijn vrouw fulltime werkt, is hij er veel voor hun zonen van 15 en 13. Hoe hij het vindt om nu eens niet de vragen te stellen, maar drie uur lang over zichzelf te praten? Lacht: 'Heerlijk. Ja, dat is fijn.'

Je vaders boeken gaan over zichzelf, over zijn jeugd, zijn tijd als leraar op een middelbare school. Die van jou gaan over anderen.

Jeroen: 'Hij heeft een heel bijzondere jeugd gehad, waarin hij moest knokken en een grote verantwoordelijkheid voelde voor die kwekerij, die anders misschien verloren zou gaan. Dat had ik niet. Mijn vader had gewoon een baan als leraar, mijn moeder was thuis, er waren geen erge dingen. Dus ik had helemaal niks. Ik heb altijd tegen mezelf gezegd: een roman zit er bij mij niet in. Daarom ben ik begonnen met schrijven over anderen.'

Is dat ook een kwestie van karakter?

Jeroen: 'Nu gaat het langzamerhand meer over mij. Het heeft tijd nodig. De schaduw van papa werpt zich wel ver uit, zeg maar, al weet ik niet of ik het goed formuleer nu.'

Jan: 'Jij formuleert altijd uitstekend. Veel beter dan ik.'

Het eerste hoofdstuk in Vaders & zonen schreef Jeroen Siebelink over zijn vader, interview en portret ineen.

Het stuk is liefdevol, maar kritisch. 'Een groot kind', schrijft hij over Jan, en 'hij is doortrokken van zichzelf.' Ook: 'Ik was bang voor zijn buien' - Siebelink kon driftig zijn.

Het boek was al gedrukt toen je vader voor het eerst zijn hoofdstuk las, begreep ik. Laat je mensen hun interviews nooit van tevoren lezen?

Jeroen: 'Ja, altijd. Iedereen.'

Waarom Jan dan niet?

Jeroen: 'Goede vraag. Misschien had ik er wel vertrouwen in. Maar het was ook spannend. Want ik had geen onaardige dingen over hem geschreven, maar ik mijd evenmin de confrontatie. Toen hij na het feestje van de boekpresentatie in de trein naar huis zat, kreeg ik een lange sms van hem: dat-ie het heel bijzonder vond en overrompeld was en: hoe krijg je het op papier? Dat was stiekem voor mij toch wel heel bevrijdend.'

Jan Siebelink Beeld Oof Verschuren

Welke passages vond je het spannendst?

Jeroen: 'Nou, waarin ik iets zeg over zijn ongeduld, wat ik overigens herken, hoor, ik heb dat zelf met mijn kinderen ook. Maar je kunt je afvragen: wil papa dat wel op papier gezet hebben?'

Driftig, schrijf je in je boek.

Jeroen: 'Ja, dat is er een ander woord voor. Maar het was vooral een harmonieus gezin, hoor, waarin ik ben opgegroeid. Veel rustiger dan bij mij thuis nu. Mijn vrouw is behoorlijk temperamentvol. Ze mijdt het conflict niet, zoekt het soms zelfs op. Dat is ook goed, dat heb ik misschien wel nodig. Mijn zoons zijn uit hetzelfde hout gesneden. Ik krijg echt alles in mijn gezicht, continu moet ik mezelf verklaren. Dat houdt me scherp, maar het is wel vermoeiend.'

Hoe was het voor u om te lezen, dat hoofdstuk van Jeroen over u?

Jan: 'Het was een aangrijpend verhaal. Een eerlijk verhaal, een verhaal dat mij overrompelde. Ik ben altijd enigszins verbaasd als ik als driftig wordt beschouwd. Driftig vind ik een vervelend woord, ik ben behoorlijk rustig. Of rustig - ik kan ongedurig zijn. Dat uit zich dan in, ja, opvliegendheid ofzo.'

Jeroen: 'Ja, dat is misschien beter gezegd.'

Jan: 'De laatste tijd ben ik heel rustig, eigenlijk. Terwijl, in mijn tijd als docent, toen werd ik op een verkeerde manier beoordeeld. Ik zou te weinig proefwerken geven omdat ik meer met literatuur bezig was dan met mijn leerlingen, wat ik ten stelligste ontken trouwens, ja, toen is het wel op vechtpartijen uitgelopen. Ik heb echt geslagen op school. Ik weet nog dat Jan Cremer tegen een vriend van mij, Klaas Gubbels, zei: ik ga binnenkort een glaasje drinken met Jan Siebelink. Waarop Gubbels zei: ik zou maar oppassen, want als er eentje gauw aan het matten slaat, is het Jan wel. Ha, dat vond Jan Cremer hartstikke mooi om te horen, vanzelf.'

Wat gebeurde er op school?

Jan: 'Wil je het hele verhaal horen?'

Jazeker.

Jeroen: 'Hou het kort.'

Jan: 'Ik zal het kort houden.' Uitvoerig, toch, en in beeldende scènes vertelt hoe hij tijdens een jubileumavond van de middelbare school waar hij werkte, een collega tegen de grond sloeg die hem stond te jennen. 'Ik voelde dat er iets opsteeg in mijn borstkas en daar, in die ridderzaal van het kasteel waar het feest werd gehouden, gooide ik een glas wijn in zijn gezicht en ik sloeg hem tegen de grond. Vijf of zes gymleraren hebben mij van hem af moeten trekken. Hij had een rib in zijn long en is door de ambulance afgevoerd. Het feest hield op, natuurlijk, het was net een uur op gang. Het was doodstil in de zaal, de vrouwen waren bevlekt door de rondspattende wijn, overal om ons heen stonden flambouwen, en harnassen die ons dreigend aankeken, op een lange tafel stonden dampende schalen, het buffet was net gereed. Gerda, mijn vrouw, en ik stonden alleen aan de ene kant van de grote, lege ruimte, honderd leraren en notabelen stonden tegenover ons. En toen, ik zal het nooit vergeten, gebeurde er iets bijzonders.' Jan merkt niet of wenst niet te merken dat Jeroen inmiddels nauw verholen zit te zuchten. 'Uit die hele massa maakte zich een leraar los, de leraar Duits, die ook uitgespuugd werd en met wie ik heel goed was - die maakte zich los en kwam bij ons staan. Terug in de bus kon iedereen ons wel doodmaken. Het heeft ook continu geregend, het ging maar door, zo'n nat kasteel - ja, dat is het verhaal.'

Jeroen: 'De lange versie ook.'

Hoe vaak heb je dit verhaal gehoord?

'Héél vaak.'

Jan, onverstoorbaar: 'Alles trilde daar toen mee: mijn jeugd, mijn afkomst, mijn drang om vooruit te komen in de wereld - je vindt het allemaal terug in mijn werk.'

Jeroen, bij jou op het corps heeft je vader ook gevochten, toch?

Jeroen: 'Ja. Tot mijn vaders grote teleurstelling was ik lid geworden. Ik dacht niet echt na in die tijd over wat ik wilde in het leven, ik was heel gelukkig hier in Ede, met mijn vrienden en in dit huis. Om maar iets te kiezen ging ik economie studeren in Rotterdam. Totaal geen stad voor mij, maar ik ben blind achter een vriend aangelopen die zei: dan worden we ook lid van het corps. En daar werd ik opeens wakker. Ik dacht: wat doe ik hier?'

Jeroen Siebelink Beeld Oof Verschuren

Maar je hebt de studie wel afgemaakt.

'Helemaal. De studie, de corpstijd, zo ben ik dan ook. Een beetje ten koste van mezelf, wel. Maar goed, bij het corps was er een vader-zonendag en mijn vader wist niet wat hij zag. Zo'n senaatszaal, jasjes en vestjes, totale idiotie vond hij het. We stonden ter hoogte van de presidentsstoel en hem was te verstaan gegeven: daar mag je niet aankomen. Dat is het mos, hè, de mores van de sociëteit. Nou, dat deed hij dus wel, hij stond er lekker tegenaan te leunen. Toen kwamen er een paar kroegcommissarissen zeggen: u moet van deze stoel afblijven. Papa zegt: van deze stoel? Ik sta prima zo. Dat was echt een provocatie. Toen probeerden ze hem vast te pakken en dat werd een vechtpartij. Ik heb me ertussen gestort, puur om hem te verdedigen. We kregen echt harde klappen. Buiten kreeg ik van de hoogste man van het corps te horen dat ik me schandalig had gedragen. Ik zei: joh, wat denk je nou, ik moet toch voor mijn vader opkomen? Ik werd voor een paar weken geroyeerd. Je moet dan een excuusbrief schrijven. Toen heb ik een heel mooie brief geschreven aan het college over vaderschap: jullie zijn toch ook allemaal zoon van een vader, zouden jullie dit niet hebben gedaan?'

Jan: 'We hadden overal sneeën op onze armen. Overal bloed.'

Jeroen: 'Nou, papa, niet overdrijven. Dat weet ik niet meer, hoor. We zijn samen naar de Bovenzeedijk gelopen om in een nachtkroeg een omelet te eten. Buiten begon het zacht te sneeuwen, dat weet ik nog wel.'

Iets later: 'Ik heb ontzettend leuke mensen ontmoet bij het corps, een paar zijn nog steeds vrienden van me. Dus het is niet zo zwart-wit. Ik ben er ook steviger geworden. Ik was een zachtaardige jongen de niet goed zijn grenzen trok, dus ik heb daar ook iets geleerd.'

Jan: 'We zijn die avond geholpen door een topman van De Ruijter-muisjes. Die nam het voor ons op.'

Jeroen: 'Nou, topman. Het was een zoon van de familie.'

Jan: 'Ja, hij was de zoon. Een deftige heer, hoor, die was niet tegen mij.'

Siebelink & Siebelink

Jan Siebelink (Velp, 1938), vader van twee dochters en een zoon, veroverde met zijn roman Knielen op een bed violen een breed publiek. Het verhaal over een gezin dat door een vader onbedoeld te gronde wordt gericht, werd bekroond met de AKO Literatuurprijs, is in verscheidene talen vertaald, werd verfilmd en is met meer dan 800 duizend exemplaren een van de best verkochte naoorlogse Nederlandse literaire werken. Siebelink schrijft het Boekenweekgeschenk 2019.

Jeroen Siebelink (Dieren, 1968), vader van twee zonen, publiceerde onlangs de bundel Vaders & zonen en ook het boek Het wereldschokkende en onweerstaanbaar lekkere verhaal van Tony's Chocolonely. Eerder schreef hij De Lange (Het verhaal van Dick Nanninga) en met De Wolf, John reikte hij naar de tweede plaats van de Nico Scheepmakerbeker. Volgende week verschijnt van Jeroen Siebelink De Oversteek, een roman gebaseerd op een waargebeurde, rampzalige zeiltocht.

Kreeg je thuis ook weleens een tik van Jan?

Jeroen: 'Een veeg, ja, maar meer ook niet.'

Jan: 'Ik deed niet zo veel aan de opvoeding.'

Jeroen: 'Als ik iets ergs gedaan had, iets gestolen had in een winkel, dan kon hij wel opvliegend zijn. Dan vluchtte ik naar mijn kamer, alleen de uitdrukking op zijn gezicht was voor mij al heftig genoeg. Juist omdat het zo uitzonderlijk was, want verder liet hij ons helemaal vrij. Hij was altijd te porren om een balletje over te schieten, en als ik ziek was, vond hij dat heerlijk, dan maakte hij beschuit en slappe thee. Maar verder liet hij me begaan. Ik kwam stomdronken thuis van hockeyfeesten, dat mocht allemaal. Ik zit er veel meer bovenop bij mijn zonen.'

Wat was Jeroen voor kind?

Jan: 'Jeroen was, ja, een zachtaardige jongen. We hebben eigenlijk nooit iets hoeven doen. Hij heeft ook echt aandacht voor mij, voor mijn werk, maar goed, dat kwam toen hij wat ouder werd, natuurlijk. Hij was een makkelijk kind. Ik heb hem nooit in de klas gehad, maar vrienden van hem wel, die veel moelijker waren. Leuke jongens en ik had ze in de teugels, hoor, ik hoefde nergens bang voor te zijn. Ik was voor niemand bang daar op school. Dan zat ik in zo'n sectievergadering met mijn collega's Frans en dan klonk het dat we het accent circonflexe maar af moesten schaffen, het waren de zeventiger jaren, hè. Nou, daar ging ik hard tegenin. Je moest ook allemaal dezelfde proefwerken geven. Daar onttrok ik me volledig aan. Ik gaf mijn eigen proefwerken, ik wilde er niks mee te maken hebben. De rector stond toen trouwens helemaal achter mij.'

Jeroen: 'Maar het ging over...Je was aan 't beschrijven wat je van mij vond.'

Jan: 'Ja. Je was een rustige jongen, waar ik nooit iets over hoefde te zeggen eigenlijk. Ik dacht: hij zal later wel bij een bank gaan werken.'

In 1992 zei u in een interview met het AD over Johan van der Velde, over wie u een verhaal geschreven had: 'Johan zou ik graag als eigen zoon willen hebben.' Een aan lager wal geraakte wielrenner, terwijl uw zoon toen een keurige economiestudent was.

'Ja, Johan van der Velde, die is natuurlijk in de gevangenis geweest vanwege zijn amfetamineverslaving.'

Waar kwam die opmerking vandaan dat u hem wel als zoon zou willen?

'Omdat, het is een ontzettend lieve man, hoor. En in Italië nog steeds een geliefd renner, wij vergeten dat wel eens.'

Maar hoezo: als zoon?

Jeroen: 'Iemand waar een vlekje op zit. Die is voor mijn vader interessant.'

Jan: 'Natuurlijk, ik heb Franse decadente romans vertaald, ik wil graag het perverse belichten.'

Jan en Jeroen Siebelink Beeld Oof Verschuren

Jeroen, je vader heeft veel over zijn ouders geschreven, zijn broers en andere familie, maar bijna nooit over zijn kinderen.

'Ja, dat signaleerde ik ook wel. Ik las alles van hem, ook uit nieuwsgierigheid, van: wat is hiervan waargebeurd en ook wel: wat gaat er over mij? Eén keer, ik geloof in Weerloos, kwam er ook een zoontje in voor. Maar van dat jongetje had je een homoseksueeltje gemaakt. Toen dacht ik even: zou papa willen dat ik homo ben, ofzo.'

Jan glimlacht: 'Dat had ik wel bijzonder gevonden, ja.'

Jeroen: 'Maar dat was dus niet zo. Jeroen volgde redelijk de gebaande paden. Hij ging naar die hockeyfeesten, had veel vrienden...'

Jan: 'Wie?'

Jeroen: 'Ik. Ik was geen outlaw in die tijd.'

Dacht je dat je misschien te saai was om voor je vader als romanpersonage te dienen?

Jeroen: 'Ja, dat dacht ik inderdaad. De dingen die ik meemaakte, daar kon hij niks mee. En terecht, hoor.'

Jan: 'Jeroentje speelt wel een rol in een verhaal waarin wordt gevoetbald. Dat ene astmatische jongetje, dat ben jij. Maar verder, de kinderen, dat komt ook te dichtbij. Bovendien: dat ommuurde paradijs, de tuin van mijn vader, alles wat daar gebeurd is, dat is zo belangrijk geweest, daar ben ik mee verstrengeld, nog steeds. Kinderen kunnen daar niet tegenop. De schoonheid van de bloemen, maar vooral hoe ik daar rondliep met mijn ouders, in grote harmonie overigens, ik heb helemaal geen ongelukkig jeugd gehad - daar moest ik uit putten. Door die strenge geloofsovertuiging van mijn vader die dat ons hele gezin uit elkaar trok, is het een spannende jeugd geworden. Ik lag er wakker van dat er geen planten verkocht werden, dus ik spijbelde van school om zoveel mogelijk winkels langs te gaan om dat zelf te doen. In wezen heb ik nooit een puberteit gekend.'

U zei ergens over uw vader: 'Al jong was me duidelijk dat het mijn rol in het leven was mijn vader bij te staan. Hij was de ridder, ik de page.' Heeft u zich nooit tegen hem afgezet?

Jan: 'O nee. Zoals ik hier met jou zit te praten, ben ik nog steeds die jongen wiens vader op weg is naar het Heil, en ik, zijn schildknaap, gaf hem de wapens aan.'

En hoe is dat bij jou, Jeroen? Zie jij je vader ook als ridder en jezelf als schildknaap?

'In de basis wel, denk ik. Ik wil hem ook steunen en terzijde staan. Ik onderhoud zijn website bijvoorbeeld, en ik zal hem altijd verdedigen. Als een vriend van me zegt: 'Die boeken van je vader over die bloemetjes enzo, die lees ik niet', kijk ik hem kwaad aan. Maar we hebben wel een andere verhouding dan papa met zijn vader, wij praten meer en dan komen er wel eens dingen op tafel. Mijn vegetarisme, bijvoorbeeld, dat speelt nu erg. Ik ben al achttien jaar vegetariër en ik begin nu ook veganistische trekjes te krijgen. Mijn jongste, Teun, is net zo, die moet gewoon overgeven als-ie worstjes ruikt. Laatst merkte ik op dat hij wat bleek zag en toen zei papa: je moet hem eens een lekker biefstukje geven. Ik dacht: is dit nou een aanval op mijn levensstijl? Met mijn behoefte aan harmonie heb ik er niets van gezegd, maar in tweede instantie ben ik er toch op teruggekomen. Toen heb ik gezegd: wat bedoelde je nou?

Jan: 'Ik wil ook geen hele lappen vlees meer eten, ik ben een kind van deze tijd. Maar ik ga niet zover als Jeroen. Als Jeroen een filmpje stuurt naar Gerda's smartphone, want ik heb niet zo'n ding, zijn het altijd filmpjes over dierenmishandeling en nare misstanden, ik kan er niet goed tegen.'

Jeroen: 'Het heeft religieuze trekjes, heb je gezegd. Daarmee doe ik je denken aan je vader.'

Jan: 'Je kunt behoorlijk streng zijn. Je hebt eens gezegd: vlees komt nooit meer mijn huis in. Dan denk ik: als je vader en moeder op bezoek komen, waarom zouden ze niet een visje mogen op de barbecue, is dat wel gastvrij?'

Jeroen: 'Vissen lijden net zo erg als varkens. Het meeste vlees komt voort uit een soort holocaust.'

Jan Siebelink Beeld Oof Verschuren

Jeroen, jij schrijft: 'Opa wordt door recensenten altijd weggezet als een geloofsfanaat, een gek, maar gezien de bedroevende staat waarin de aarde zich bevindt, had hij eigenlijk wel een punt.'

Jeroen: 'Ja. Mijn vader heeft er een romanfiguur van gemaakt, dingen uitvergroot. Daarmee heeft hij gedaan wat hij moest doen, maar ik heb voor mijzelf een andere opa willen zoeken. En die is er ook, al was ik 3 toen hij stierf en heb ik hem nauwelijks meegemaakt.'

Jan: 'Het was ook vaak gezellig thuis en mijn ouders gingen samen uit, maar om een spannend verhaal te maken, moest ik dat allemaal weglaten, schrappen. In die zin zit ik met een zeker schuldgevoel. De wereld denkt: wat een onmens van een vader, terwijl, dat was hij niet.'

Jeroen, heb jij je ooit afgezet tegen je vader?

'Misschien is dit pas het begin, haha. Ik heb wel rotzooi getrapt en dronken rondgereden in papa's auto. Inbraakjes, hasj, echt onverantwoord gedrag. Maar mijn ouders hadden daar geen idee van. Daar zorgde ik wel voor. En als er al een conflict met mijn vader dreigde, dan zocht ik altijd de harmonie, ik wilde het graag gezellig houden. Dat ik nu gewoon heb opgeschreven: pap, je was best wel driftig vroeger, dat is een kleine overwinning.'

Je schrijft ook over je vaders roem en hoe ingenomen hij daarmee is. 'Hij kan niet ophouden te vertellen welke lof hem nu weer ten deel is gevallen.' Wat heeft die roem voor jullie band betekend?

'Die is versterkend geweest, hij nam me mee naar feesten en partijen, dan leer je zijn wereld kennen, dat was natuurlijk hartstikke leuk. Maar er is ook een keerzijde: het gaat wel vaak over papa's successen.'

Jan: 'Is dat nou wel zo, Jeroen?'

Jeroen: 'Ik zeg niet dat het alleen maar over jouw succes gaat, maar wel meer dan bij andere vaders. Die zitten op hun 80ste achter de geraniums, jij schrijft het Boekenweekgeschenk. Dus het is logisch dat je daarover vertelt, dat is ook uniek, maar papa heeft zelf misschien niet door dat het wel heel vaak over zíjn leven gaat.'

Jan: 'Ach, ik vertel het uit aardigheid.'

De grote roem is voor u pas gekomen na uw pensionering.

'Elke dag overkomt het me wel een keer, in de AH of op de hei, dat ik mijn naam hoor klinken of dat iemand zegt: 'Goh, staat u naast mij, de schrijver, zomaar in het wild.' Dat is toch wel bijzonder, ja. Het mooiste verhaal is wel dat ik eens ergens zat te signeren en iemand onder tafel de veters uit mijn schoenen had getrokken. Als een trofee hield die mevrouw ze vast.'

Jeroen: 'Zo wordt hij hier niet bewierookt, hoor. Maar hij pakt wel de ruimte om zijn verhaal te vertellen. Dat heb ik bij mij thuis niet.'

Jan: 'Dat heb jij thuis niet?'

Jeroen: 'Nee, jij hebt drie kinderen die altijd naar jou luisteren, papa, wij zijn altijd lief en meegaand geweest. Maar mijn kinderen zijn totaal autonoom, die zijn niet altijd geïnteresseerd in mijn verhalen. En dan heb ik ook nog een vrouw die soms moe van haar werk thuiskomt, zij brengt het ook niet altijd op. Dus als ik een keertje iets leuks wil vertellen - ik kom in Volkskrant Magazine, het wordt echt heel bijzonder - dan kijkt iedereen me glazig aan. Ik ben een beetje het huisvrouwtje thuis. Als je de hele dag thuis bent, wordt het vanzelfsprekend gevonden dat je kookt voor iedereen en de broodtrommels smeert - dat je dan ook nog een ambitie als schrijver hebt, moet jíj weten.'

Weer over zijn vader: 'Er zijn genoeg beroemde schrijvers die zich volledig aan het gezinsleven onttrekken, maar papa was er wel altijd voor ons. En dat het aan tafel vaak over lezingen en optredens van hem ging, nou ja, ik snap ook wel dat hij zijn successen wilde delen.'

Jan: 'Misschien speelt ook een rol: ik mocht na de lagere school niet naar de hbs van de meester. Ik ging naar de ulo, dat was al heel bijzonder voor een kwekerszoon. Ik zou laborant worden, kun je nagaan, zo werd er gedacht. Ik kwam voort uit het allergeringste. Dat ik via de kweekschool toch als leraar op een gymnasium terechtkwam en dan ook nog het schrijverschap - laat ik het zo zeggen: het vervult mij met grote verbazing wat er van mijn leven is geworden. En ook met dankbaarheid.'

Jeroen Siebelink Beeld Oof Verschuren

Ik las dat u over uw werk altijd onzeker bent geweest, over uw vaderschap niet. Jeroen, hoe is dat bij jou?

'Precies andersom. Papa vindt dat hij geen fouten heeft gemaakt als vader, maar hij is nog steeds onzeker als hij zijn manuscript inlevert bij zijn redacteur. Ik niet als ik een stuk inlever. Ik heb het uiterste gehaald uit mijn onderwerp en dat is het, meer zit er niet in. Bij mijn vaderschap is dat anders. Grenzen stellen vind ik moeilijk. Huiswerk, gamen, grof taalgebruik, het zijn allemaal dingen waarmee je je moet bemoeien, maar ik ben altijd bang voor verwijdering van mijn kinderen als ik me gedwongen voel ze aan te pakken. Je kunt wel je excuus aanbieden, wat ik altijd doe, zo van: sorry, ik had niet zo streng moeten zijn, maar ik ben toch bang dat ik door mijn kind naar zijn kamer te sturen iets beschadig in onze band. Dat doe ik dus ook niet meer sinds Kai heeft gezegd: papa, ik laat me niet meer naar mijn kamer sturen door jou. Echt waanzinnig dat hij dat zei.'

Waarom vind je dat waanzinnig?

'Dat is gewoon heel sterk, dat hij durft op te staan tegen zijn vader. Ik durfde dat vroeger niet. Ik kan slecht tegen conflicten, daar komt het allemaal steeds weer op neer. Ik haal ook zoveel troost uit die kinderen. Dit moet ik natuurlijk helemaal niet zeggen, maar als ze naar school zijn, vind ik de dag soms zo lang duren, dan mis ik ze heel erg.'

Jan, welke fouten heeft u gemaakt als vader

Jan: 'Ik heb helemaal geen fouten gemaakt.'

Jeroen lacht: 'Zie je. Dat vindt-ie echt.'

Jan: 'Nee, ik was ontzettend blij dat ik kinderen hád, maar het vaderschap was verder geen item voor mij.'

Klopt het dat u met uw literaire werk, waarin het steeds weer over uw vader gaat, een poging hebt gedaan dichterbij hem te komen?

'Zonder meer, dat is een hoofd-motief. En nog steeds vraag ik mij af: als ik kom te overlijden, hoe zal ik hem dan zien?'

Gelooft u dat, dat u hem zult zien?

'Ik denk dat er een vorm van zien zal zijn, ja. Ik heb een beroerte gehad, anderhalf jaar geleden, en in de ambulance dacht ik: nu ga ik naar mijn vader toe. Hij zal er zijn en voorspraak voor mij doen.'

Jeroen, schrijf jij ook om je vader te naderen? In Vaders & zonen zegt Jan tegen jou: 'Je vraagt je af of jíj dan geen hartstocht hebt. Nou, die heb je. Jij probeert mij te begrijpen zoals ik mijn vader probeerde te begrijpen.' Klopt dat?

Jeroen: 'Hij zegt daarmee vooral iets over zichzelf, hè, hij zegt: ik ben een interessante man om te begrijpen. Dat is ook zo, en ik heb een poging gewaagd om hem beter te leren kennen, maar het moet geen dode poel worden waar je in blijft roeren. Uiteindelijk heb ik het boek denk ik meer voor mijn zonen geschreven. Als ze er later ook maar één zinnetje uithalen waarmee ze iets kunnen, dan ben ik gelukkig.'

Opvoedtips voor modern vaderschap

Alle ouders worstelen met de vraag: doe ik het goed? We verzamelden opvoedtips voor u, zoals van reisjournalist Noel van Bemmel over zijn stoere dochter of van schrijver Jan Heemskerk over zijn luie pedagogische aanpak. Plus: de klassiekers onder de vaderdagcadeaus: sokken, parfums en een barbecue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.