interview lust & liefde

‘Op een rijke man was ik nooit uit geweest, maar toen hij kwam aanwaaien kon ik steeds moeilijker zonder’

Dat de verloofde van Fleur (52) rijk was, was niet meer dan een prettige bijkomstigheid. Of toch wel?

Beeld Sasa Ostoja

Fleur: ‘Hij vroeg me ten huwelijk, maar eigenlijk heb ik altijd geweten dat we nooit zouden trouwen. Zes jaar zijn we verloofd geweest, een heerlijke tijd. Onze verhouding speelde zich af op plekken waar iedereen wel altijd zou willen zijn: in restaurants, op terrassen op vrijdagmiddag, waarna we naar mijn huis gingen en vreeën, in bioscopen waar we de laatste films zagen of ’s avonds in een café. Er was altijd wel iets bijzonders te doen. We gingen vaak weekendjes naar buitenlandse steden en verbleven in geweldige hotels. Hij was wat je noemt een ‘catch’, een sociale, leuke man, lief tegen mij, aardig tegen mijn vrienden. Trots was ik ook, want hij was het type man dat al mijn vriendinnen op hun verlanglijst hadden staan, maar hij koos mij. Toch begon het na een aantal jaar te schuren. Het was natuurlijk fijn om telkens overal mee naartoe te worden genomen, maar de ongelijkheid tussen zijn financiële middelen en de mijne duwde me in de benauwde positie van... Nee, natuurlijk niet van een prostituee, dat is veel te sterk, maar wel van een vrouw die geacht wordt af te wachten. Ja, dat was het. Ik wachtte, waar ik vóór ik hem leerde kennen een zelfstandige vrouw was die zelf het initiatief nam. Ik wachtte bijvoorbeeld op een datum voor ons huwelijk, ik wachtte op de acceptatie van zijn volwassen kinderen die mij met scepsis bekeken en ook wachtte ik iedere ochtend het moment af waarop hij als een gewoontedier in mij gleed, zonder mij iets te vragen, alsof dat vanzelfsprekend was. Toe maar weer, dacht ik dan, met een gevoel van lijdzaamheid. Overigens voelde ik geen afkeer. Want daar zit hem natuurlijk de crux. Hij dwong me niet, misbruikte me niet, we hadden het echt leuk samen. Maar dat verschil in vermogen leek andere verschillen tussen ons uit te vergroten en spleet onze liefde.

Misschien een raar voorbeeld: vorig jaar waren we in Vietnam, tweepersoonsbedden heb je daar nauwelijks, dus sliepen we elk in een twijfelaar. Elke ochtend kwam hij bij me liggen en hadden we seks, en nogmaals, het was niet dat ik daarvan gruwde, maar ook niet dat ik het gevoel had dat ik een keuze had. Zonder dat uit te spreken, wist ook hij, dat weet ik zeker: wie betaalt bepaalt. Raar eigenlijk en naïef, hoe je jaren kunt denken dat geld gewoon een betaalmiddel is: als je er veel van hebt, koop je een jurkje meer en als je minder hebt, koop je er een minder. Maar na een tijdje met hem kwam ik ineens erachter dat geld een psychologisch instrument is dat niet alleen het gedrag van de bezitter, maar ook van diens naaste omgeving verstoort en beïnvloedt op een manier waar zuivere emoties niet tegenop kunnen. Mijn eindeloze geduld werd, ik kan niet anders zeggen, voor een groot deel ingegeven door de verslaving aan de status die onze verloving mij gaf en die ik misschien verwarde met liefde. Al die jaren dat ik wachtte tot hij zijn huwelijksaanzoek zou omzetten in iets concreets, werd ik geacht begrip op te brengen voor het feit dat hij moeite had zijn mooie grote familiehuis te verkopen. Tegen vrienden zei hij: ‘Als we gaan samenwonen moet ik inleveren, zij gaat er alleen maar op vooruit.’ Eigenlijk kwam het erop neer dat ik een beetje mocht meedoen met alles wat hij deed, maar er niet echt bij hoorde.

Het keerpunt kwam met een duizelingwekkend besef, vorig jaar zomer. Toen ik net twee dagen thuis was van een sabbatical van drie maanden in Berlijn, ging hij op vakantie met zijn kinderen. Waarom wachtte hij niet een paar weken? Waarom vroeg hij me niet mee? En ineens begreep ik hoe ik mezelf had verkocht. Luxe voor seks, was ik dit? Ik kon niet eens protesteren, want ik had het zelf zo ver laten komen. Ik had immers zelf goed gevonden dat hij ook betaalde voor mijn verblijf tijdens mijn sabbatical. Het was niet dat ik zelf geen goede baan had, alleen hij verdiende veel meer. Zo idioot, hoe ik mezelf kwijtraakte in deze verhouding, die zo gelijkwaardig en liefdevol begonnen was. Het was alsof een vreemd virus ons te pakken had gekregen. Helder drong het tot me door hoe ik me zes jaar lang had laten manipuleren. Hij permitteerde zich een soort arrogantie die niet was aangeboren, maar gebaseerd op vermogen. Ik was er nooit op uit geweest, op een rijke man, maar hij kwam me aanwaaien en ik wende eraan en toen ik eraan gewend was, kon ik steeds moeilijker zonder.

Toen een paar weken later mijn collega argeloos vroeg: wanneer gaan jullie nu eindelijk trouwen, werd ik definitief wakker. Ik belde hem vanuit de auto. Hij haalde hoorbaar zijn schouders op. ‘Vertel haar dat we het zonder te trouwen ook heel leuk hebben’, waarna ik mezelf hoorde zeggen dat het nu uit was. Tot mijn verbazing liet hij zich zomaar wegsturen, ook in de dagen erna deed hij niet eens zijn best me mijn woorden te laten terugnemen. Mijn vriendinnen waren verbijsterd. Wat doe je, zo’n man krijg je nooit meer, zeiden ze. En mijn oude moedertje zei laatst nog: ‘Je had alles wat je wilde en je gooide het weg.’ Zelf begrijp ik het ook maar half. Er is een ding wat ik wel weet: ondanks de paniek die ik voel op zaterdagavond als ik alleen ben en op de vrijdagmiddag, toen we altijd lunchten, krijg ik langzaam weer zicht op die vrouw die ik ben zonder zijn geld. Naast alle verdriet en gemis van het stel dat we waren, vind ik voor het eerst in jaren weer eigenliefde. Ik recht mijn rug en denk: dan koop ik toch een jurkje minder. De sluier die over mijn leven hing, is weg, daaronder is het kaal en koud soms, maar wel eerlijk.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Fleur gefingeerd. Ook geïnterviewd worden? Iedereen wordt uitgenodigd te reageren, nadrukkelijk ook zij met een niet-Nederlandse achtergrond. Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.