Land van afkomst Cin Kiota

‘Na een tijdje vroegen mensen wie ik was. Dan zei mijn vader: dat is een stagiaire’

Cin Kiota: ‘We waren het enige donkere gezin in de buurt, maar ik had nooit het gevoel dat ik anders was.’ Beeld Casper Kofi

Een goede afspiegeling van de samenleving, dat wil creatief directeur Cin Kiota (33) zien in haar nachtclub. Die kan dan ook nergens anders staan dan in Rotterdam.

Als kind mocht Cin ­Kiota niet mee naar Congo. ‘Ik ben er nooit geweest, mijn moeder ging altijd alleen. Dat vind ik best erg. Ze vond het niet veilig genoeg. Oorlogen en ziekten. In dat land heeft ze veel mee­gemaakt, ook minder leuke dingen binnen de familie, daar heeft ze wonden aan overgehouden. Ik voelde wel aan wat voor soort dingen dat waren, maar ik weet het nu niet eens zeker, want in onze cultuur wordt niet alles besproken.

‘Haar familie had het goed in Congo, ze kon naar Europa komen om te studeren. Mijn moeder had tien broertjes en zusjes en honderd nichtjes en tantes. Het ging zo: welke kinderen kunnen goed leren? Oké, dan mag jij naar België. Ze ging mee met een oom en tante. Via Brussel kwam ze in Maastricht terecht. Daar ontmoette ze mijn vader. We waren het enige donkere gezin in de buurt, maar ik had nooit het gevoel dat ik anders was. Op dat onderscheid werd ik later pas gewezen, in de media.’

Nederlands

‘Onder de douche meezingen met André Hazes.’

Congolees

‘Congolese muziek raakt mij zo diep.’

Eten

‘Het eten van mijn moeder.’

Partner

‘Ze is Braziliaans. Dat is toeval.’

Wit of blank?

‘Als ik zou moeten ­kiezen: wit. Ik benoem mensen niet op die ­manier.’

Is Kiota de naam van je vader of je moeder?

‘Van mijn moeder. Mijn vader kwam een keer per week langs, maar ze waren niet samen. Mijn ouders hadden een geheime relatie waar zijn familie niets van af wist, ik ben ook in het ­geheim geboren. Hij is Joods, in zijn gemeenschap was het toen niet gangbaar om met een donkere vrouw te zijn.

‘Als je een jaar of 12 wordt, begin je vragen te stellen. Ik weet nog steeds niet het hele verhaal. Aan hem kon ik het nooit rechtstreeks vragen, het ging altijd via mijn moeder. Voor mij was het ontzettend moeilijk. Ik ging ver om zijn aandacht te krijgen – ik wilde zo graag dat mijn vader me leuk vond dat ik zelfs rechten ben gaan studeren zodat hij me zou zien. Mijn vader is advocaat.

‘Mijn moeder scheidde van een Congolese man. Ze leerde mijn vader kennen op het advocatenkantoor waar die scheiding werd geregeld. Wat ik ervan begrijp is dat ze erg verliefd waren op elkaar. Alleen had mijn vader toen ook een Joodse vrouw. Het is net een soapserie. Nu lach ik erom, maar als kind vrat het iedere dag aan me. Het was mentaal slopend. Ik had een vader nodig, waarom kon hij dat niet voor me zijn?

‘In de tijd dat ik advocaat wilde worden nam hij me steeds mee naar de rechtbank. Na een tijdje vroegen mensen wie ik was. Dan zei hij: dat is een stagiaire. Daar sta je dan. Mijn ­vader is een fijne, charmante, vrijgevige man, maar hij was ook een stoute jongen.

Beeld Casper Kofi

‘Een paar jaar geleden ben ik naar zijn kantoor gegaan om te vertellen wat ik vond van mijn jeugd. Dat was emotioneel, ik denk dat hij schrok. Het was vroeger al zo: mijn moeder deed serieus, mijn vader maakte overal een grapje van. In dat gesprek maakte hij veel excuses en zei: ‘Ik hou van je.’

‘Ik wilde dat ons contact veranderde, het is nog niet voorbij, het kan nog. Alleen is dat niet gebeurd. Altijd was er een reden waarom hij zijn ­familie niet over mij en mijn zus kon vertellen. Ik begrijp dat het moeilijk is, maar waarom kon hij geen rekening houden met mijn gevoel?’

Voel je je Joods?

‘Nee. Ik ben wel geïnteresseerd in het jodendom, ik weet dat ik Joods bloed heb, ik heb me erin verdiept.’

Is uitgaan in Rotterdam anders dan in de rest van het land?

‘Ik heb in Amsterdam gewoond. ­Supergezellig. Het verschil: Rotterdam is veel gemengder, dat zie je ­terug bij het uitgaan. Amsterdam is witter. Heel commercieel. Door het toenemende toerisme heeft die stad een deel van zijn ziel verloren. Rotterdam is niet gericht op toeristen, het is echter en rauwer. Hier is meer ruimte voor creativiteit.

‘Vaak wordt door clubs geprogrammeerd in hokjes. Dus óf voor de hipsters óf voor een donker publiek óf voor yuppen. In The Suicide Club programmeren wij zo dat we het beste van al deze groepen bij elkaar brengen. Ik hou van gelijkheid voor iedereen. Daarmee bedoel ik niet alleen ­bevolkingsgroepen, maar ook homo’s.

‘Ik ben blij dat ik in een land woon waar ik kan zeggen: ik heb een vriendin. In Congo zou ik worden onthoofd, denk ik. Het duurde tot mijn 28ste voor ik uit de kast kwam bij mijn moeder. Ik had een Afrikaanse moeder en een Joodse vader die daar niet op zaten te wachten. Ik was wel met mannen, maar ook met vrouwen. Mijn moeder is strenggelovig, ze ­probeert het nu te accepteren.’

Cin Kiota (Nederland, 1985) is creatief directeur van The Suicide Club, een nieuwe Rotterdamse nachtclub in het ­gelijknamige restaurant en rooftopbar, ­gevestigd op de bovenste ­verdieping van het Groot ­Handelsgebouw.

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor V Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met Yes-R (Egyptisch en Marokkaans) en actrice Yootha Wong-Loi-Sing (Surinaams).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.