Simone Weimans. (Styling: Marga Weimans, haar: Anoeska Schmidt, make-up: Chris Volkers)

Interview Simone Weimans

‘Je hoeft geen gepolijste blondine te zijn om het journaal te presenteren’

Simone Weimans. (Styling: Marga Weimans, haar: Anoeska Schmidt, make-up: Chris Volkers) Beeld Eva Roefs

Tv-vrouw Simone Weimans weet eindelijk: je hoeft geen gepolijste blondine te zijn om het Journaal te presenteren.

Simone Weimans is een jaar of 8 als haar moeder haar voor de spiegel posteert en tegen haar zegt: ‘Kijk naar jezelf. Je bent mooi. Bruin is mooi.’ Moeder Weimans, een links-feministisch ‘vrijgevochten type’ dat haar dochters heeft vernoemd naar Simone de Beauvoir en Marga Klompé, kan het niet uitstaan dat haar jongste die middag sip van school is gekomen omdat een vriendinnetje wél lang blond haar heeft.

Simone: ‘Miranda heette ze, ik weet het nog goed. Omdat ik ook zulk lang haar wilde hebben, knoopte ik een panty om mijn hoofd zodat het net leek of het lang was. Zag er niet uit natuurlijk.’

Wat volgde was een jarenlange zoektocht naar lang haar, waarbij elke vorm en structuur voorbij kwam. Opsommend: ‘Ik heb extensions gehad, ik had curly, dat zijn van die krulletjes waarbij er door alle haarcrème zo’n baklaag op het raam zat als je uit de tram stapte, en ik heb ook nog een tijdje vlechten gehad, à la Bo Derek. Dat heeft Bo Derek natuurlijk gejat van ons, die vlechten, dat was cultural appropriaton avant la lettre. Verder heb ik mijn haar jarenlang gestraight, maar daar brak het op een zeker moment van af, want die relaxers zijn verschrikkelijk spul. Uiteindelijk had ik nog maar één plukje over. Ik ben nota bene tijdens een vakantie naar Suriname verslaafd geraakt aan het invlechten met nephaar, daar dragen heel veel vrouwen hun haar zo. Op een gegeven moment word je bang voor je eigen schaduw. Je denkt toch steeds: mijn afro is lelijk, die willen mensen niet zien.’

Werd jou dat ook letterlijk verteld?

‘Nee, maar dat komt doordat de mensen om je heen er anders uitzien, in modebladen, op televisie. En dat begon dus al op school, waar zo’n beetje iedereen blond haar en blauwe ogen had. Dat is de norm, en jíj voldoet er niet aan.’

Even later: ‘Ik had me een paar jaar geleden niet kunnen voorstellen dat ik nu zó (wijst naar haar korte, natuurlijke haar) bij het Journaal zou zitten. Never. Mijn vrouwelijke collega’s hebben toch allemaal een bepaalde uitstraling, gepolijst, westers. En dit is niet gepolijst, dacht ik toen.’

Het keerpunt kwam toen ze een jaar geleden op vakantie ging naar Bali en ze op advies van haar kapster al haar nephaar eruit haalde. Het was ‘wel even een momentje’, maar eenmaal terug op de redactie was iedereen enthousiast, ‘ze kwamen me nog net niet met palmbladeren toewuiven.’

Die angst om niet te voldoen aan dat beeld zat dus vooral in jouw hoofd?

‘Ja. Aan de andere kant: mensen zijn erg bezig met uiterlijk, ze zeggen álles. Een vrouw in de lift zei laatst: in het echt ben je veel slanker, op televisie ben je zo fors! Dat wéét ik wel hoor, denk ik dan. Gewicht is altijd een issue voor mij geweest, ik heb for life. Bij Wie is de Mol? heb ik zelfs van tevoren besproken dat ik niet in badpak hoefde.

‘In een aflevering had ik een legging aan met een shirt en bergschoenen en toen heeft Cécile Narinx daar een heel lullig, zogenaamd grappig stukje over geschreven, het kon allemaal echt niet wat ik aanhad. En me dan ook nog taggen op Instagram. Dat je denkt: trut, waarom tag je mij, dit is gewoon bullying.’

Beeld Eva Roefs

Van een werkgever kreeg je ooit het advies het spleetje tussen je tanden weg te laten halen.

‘Ik werkte net voor de Vara toen ik een screentest deed voor Jules Unlimited. Tijdens een gesprek met het hoofd van een bepaalde afdeling, ze werkt er nog steeds, zei ze: ‘Leuk, die screentest, maar dat spleetje kan echt niet.’ Die kwam wel aan, want op de lagere school lachte ik ook al met mijn hand voor mijn mond. Maar ik dacht ook al vrij snel: fuck you. Ik bedoel, hoeveel mannen zijn er wel niet op televisie met, tussen aanhalingstekens, een gebrek?’

Van mannen wordt meer gepikt. Er zijn géén lelijke vrouwen op televisie.

‘Klopt, al zie je wel steeds meer vrouwen die minder gepolijst zijn. Kijk maar naar Margriet van der Linden, dat is geen gepolijst poppetje. Eva Jinek wel, die zit nog in die mal van blond haar, maatje 36. Daar kan zij niks aan doen, zij is gewoon goed. Het gaat om de mannen in de top van de omroepen, die zo hun eigen voorkeuren hebben. Naast inhoud gaat het ook om: wie is er een lekker wijf?’

Ook bij de progressieve omroep?

‘Ook bij de progressieve omroep.’

Tegelijkertijd komen de vrouwen niet allemaal uit dezelfde fabriek: jij zit er tenslotte ook.

‘Je ziet dat het belang van diversiteit de afgelopen jaren steeds meer wordt ingezien op redacties, ook bij de NOS. Ik zeg altijd: ‘Ik ben zwart én goed.’’

In dit geval was zwart zijn in je voordeel?

‘Zeker.’

Volgens je zus ben je nog steeds bezig met er goed uitzien. Inmiddels voornamelijk met de leuke kanten – vintagesieraden, mooie merken – maar ergens daaronder zit toch dat gevoel van: ik ben niet goed genoeg.

‘Nou, dat weet ik niet, hoor, ik hou gewoon erg van sieraden. Maar dat ik lang bezig ben geweest aan een ánder beeld te voldoen, valt niet te ontkennen.’

Simone Weimans (46) – journalist, presentator – wordt op 23 november 1971 in Rotterdam geboren als tweede dochter van Rinette Schotsborg en Walther Weimans. Haar zus, Marga, is modeontwerpster. Eind jaren zestig komen de ouders afzonderlijk van elkaar vanuit Paramaribo en Klaaskreek naar Nederland, waar ze elkaar ontmoeten op een feestje. Beiden gaan het onderwijs in en nemen actief deel aan het maatschappelijk leven. Vader Weimans is een stille man. Simone: ‘En tegelijkertijd een enorme flirt. Hij was, even denken, hoe ik dit zal omschrijven...’ Begint te lachen: ‘Een man die de kat in het donker kneep.’

Denk je dat of wéét je dat?

‘Dat weet ik, want dat was de reden dat mijn ouders uiteindelijk uit elkaar zijn gegaan. Mijn vader werkte als een magneet op vrouwen.’

Beeld Eva Roefs

Helaas.

‘Ja, al heeft het onze jeugd er niet minder gelukkig om gemaakt: mijn zus Marga en ik werden enorm gestimuleerd om veel te leren, veel te doen. Niet pushy, maar wel: de kansen pakken die je krijgt. Nog voor we naar de lagere school gingen, konden we lezen.’

Wanneer ze 12 jaar is, zit ze samen met een groep Rotterdamse kinderen in De Schuurpapier, het ‘Jakhals-achtige’ kinderradioprogramma van de Vara (‘Francisco van Jole deed toen het geluid, ik ken hem al já-ren’) waarin kinderen op pad werden gestuurd om het leven te onderzoeken, van demonstraties tegen de paus tot prostitutie op straat. ‘Op een gegeven moment werden er zelfs Kamervragen gesteld, omdat wij hadden laten zien hoe je kon zwartrijden met de tram: beetje zeep op je strippenkaart doen, kon je de stempel er gewoon afvegen. Nou, dat kínderen op déze manier rádio maakten... schande.’ Wat ze leerde: dat wanneer je een microfoon in je hand hebt, je overal binnenkomt en alles mag vragen.

Volgens je zus Marga heeft jullie motivatie te maken met het feit dat jullie vader afstamt van de Saramaccanen, tot slaaf gemaakten, die al snel de plantages ontvluchtten. Het credo was thuis: wel je best doen, hè.

‘Daar geloof ik zeker in. Sowieso als je van Suriname naar Nederland komt, mijn ouders kwamen hier studeren. Als kind krijg je dan wel de boodschap mee: maak er wat van.’

Het verhaal van het migrantenkind.

‘Ja. Mijn ouders spraken ook nooit Surinaams met ons. In Suriname beschouwt men Nederlands als de goede taal, op school spreken ze dat ook. Dat vind ik problematisch, dat je je eigen taal ‘lager’ vindt. Mijn moeder spreekt Sranantongo, dat kan ik verstaan en een klein beetje spreken, maar de taal van mijn vader, Saramaccaans, helemaal niet. Terwijl het zo’n belangrijk deel is van wie ik ben. De Saramaccaanse cultuur is een rijke cultuur, met mooie rituelen bij rouw en geboorte. Die leer ik nu pas kennen, als neven en nichten baby’s krijgen. Mijn ouders waren überhaupt niet erg bezig met zwart zijn, daar is men zich nu veel meer van bewust.’

Ondervonden jullie geen racisme?

‘Hmm, niet echt.’

En nu? Marga vertelde dat jullie regelmatig vloekend aan de telefoon zitten.

‘We ergeren ons vooral aan mensen die van zichzelf denken dat ze progressief zijn maar ondertussen de meest ignorante dingen zeggen. Deep down denken ze toch: jullie zijn een stel zeikerds. Dan heb ik nog liever mensen die zich fel uitspreken tegen de multiculturele samenleving; van hen weet je tenminste waar ze staan.’

Tijdens de gemeenteraadsverkiezing van 17 maart doet Weimans in de Amsterdamse Stopera verslag van de uitslagen. De avond ervoor heeft ze het lijsttrekkersdebat in Utrecht gedaan – ‘Hoe vaak zie je een zwarte vrouw dat soort dingen doen?’ – de dag erna doet ze live-interviews met de Amsterdamse fractievoorzitters. In die hoedanigheid krijgt ze ook Bij1-lijsttrekker Sylvana Simons voor de camera, waarna journalist Joris Luyendijk in NRC een stuk schrijft waarin hij de NOS verwijt de ene zwarte vrouw op de andere zwarte vrouw af te sturen. Weimans: ‘Je verwacht van progressieve mensen dat ze bepaalde dingen begrijpen, dat ze snappen dat als je anno 2018 een zwarte journaliste in gesprek ziet met een zwarte politica, dat je dan twee vakvrouwen aan het werk ziet. En dat je dan in ieder geval níet denkt: o, dat is zeker het allochtonenblokje. Flikker op, man. Hij reageerde ook nog eens neerbuigend, want toen ik hem op Twitter erop aansprak, zei hij: ‘Je moet beter lezen.’ En daarna: ‘Als je het nu nog niet snapt, kan ik je niet verder helpen.’ Excuse me, mij helpen?! Jíj snapt het niet. Ik ga normaal nooit op Twitter in debat, dat kan in mijn functie ook niet, maar hierbij dacht ik: oké, I’m going in. Ik verwijt hem geen racisme, maar het is wel een kwestie van low expectations.’

Jörgen Rayman lijkt me ook een progressief iemand. Hoe kijk je naar zijn Tante Es-personage?

‘Dat is een stereotype, dat klopt, maar daar is hij dan ook mee gestopt. Kijk, het is goed als je kunt lachen om je eigen cultuur, die archetypes zijn er gewoon en die zijn vaak hilarisch, als er óók maar honderd ándere voorbeelden van zwarte mensen op televisie zijn: een advocaat, een wetenschapper, noem maar op. Het gaat fout als het alleen maar Tante Es is. Nog steeds zie je zwarte mensen in series in een ondergeschikte rol: ze spelen altijd de vriendin, de buurman. Imanuelle Grives had een hoofdrol in de kickboksserie Vechtershart. Supertof, maar ja, het was wel weer het cliché van de zwarte vrouw die zo sterk en atletisch is. Van de week ben ik twee keer door verschillende redacties gebeld: één keer of ik iets kon zeggen over de nieuwe videoclip van Donald Glover, en één keer omdat Angela Davis in Nederland was. Dan zíe ik die redacteuren gewoon voor me: hebben we nog een zwart iemand in de kaartenbak?’

Andersom kun je ook commentaar verwachten als ze een wit iemand vragen.

‘Ja, en ik snap ook wel hoe het werkt, maar het is allemaal zo... lúí.’

Later: ‘Je hebt soms het gevoel dat je tien stappen vooruit doet, maar ook meteen weer drie stappen terug. Bij De Wereld Draait Door worden zwarte mensen uitgenodigd als het over zwart-gerelateerde onderwerpen gaat, maar de redactie blijft wit. Het is goed als die onderwerpen worden besproken, maar wanneer zien we mensen met een migratieachtergrond praten als gewóne Nederlander? Over de zorg, over de dividendbelasting, over het tekort aan woningen? Wat moeten we in godsnaam doen voordat we er echt, écht bij horen?’

Toen ik jou benaderde voor dit gesprek vroeg ik me ook af of je ja zou zeggen op mij als interviewer.

‘Ik dacht wel: hmm, dat is zíj. En het tweede wat ik dacht was: heeft zij wel goede intenties?’

Een korte uitleg: in 2011 werkte ik, schrijver van dit interview, als hoofdredacteur bij het modetijdschrift Jackie. In een artikel over kledingstijlen gaven wij de kledingstijl van de Amerikaanse popster Rihanna de omschrijving ‘Niggabitch’ mee. Wat volgde, waren een woedende zwarte gemeenschap, vergeefse excuses, de hoon van links Nederland, Rihanna zelf die mij er persoonlijk van langs gaf op Twitter, talloze bedreigingen en uiteindelijk ontslag.

Beeld Eva Roefs

Eerder liet je via een collega je afkeuring over mij blijken. Ik kwam erachter omdat ik met diegene bevriend ben. Ik dacht: daar gáán we weer.

‘Ik ben niet boos op jou persoonlijk. Maar wel op hoe dat destijds is gegaan.’

Terwijl ik allang lessen heb getrokken uit de hele affaire.

‘Maar heb je daar ooit iets mee gedaan?’

Niet in het openbaar.

‘Ja, dan denken mensen ook: die snapt er nog steeds niks van. Heb je zwarte vrienden?’

Nee. Wel Turkse, en mijn grootvader was indo. Maar ik snap wat je zegt: als er destijds een zwarte redacteur bij was geweest, was die fout nooit gemaakt.

‘Precies.’

Maar dat wéét ik dus inmiddels. Daarom word ik er soms treurig van – net als jij, paradoxaal genoeg – dat het soms net lijkt of men, aan beide kanten, niet erg uit is op verzoening. Liever houden ze het vijandbeeld in stand. Jij nu ook weer, als je zegt: heeft zij wel de juiste intenties?

‘Dat is wel een probleem inderdaad, het debat wordt feller. Ik denk zelfs dat sommige van mijn vrienden hun wenkbrauwen zullen optrekken als ze zien dat jij mij geïnterviewd hebt. Maar dat is dus ook omdat je nooit hebt getoond dat er een soort zelfreinigend vermogen in jou schuilt. Nogmaals: je had er toch wel íéts over kunnen zeggen? Je bent erom ontslagen, dat is niet niks. Het zou juist interessant zijn om jouw kant van het verhaal te horen, hoe het is om in zo’n whirlwind te zitten, wat je ervan geleerd hebt. En dan nog zou je het voor sommigen inderdaad niet goed kunnen doen, dat is waar. Maar dan heb jij het in ieder geval gedaan. The truth will set you free.’

Het is vooral zo weinig constructief op deze manier: uiteindelijk wil je er toch uitkomen met elkaar.

‘Ja, en dat lukt niet als je constant in de aanval gaat. Ik heb vriendinnen die zo zijn en ik weet ook niet altijd hoe ik me tot hen moet verhouden. Overigens zijn die meiden in het echt heel leuk, hoor.’

Dat zeggen ze over mij ook.

‘Ja, haha.’

Sinds zes maanden presenteert Weimans naast het NOS Journaal het Radio-1-programma Met het oog op morgen. Collega’s noemen haar inhoudelijk, zelf zegt ze: ‘Ik ben consciëntieus, ik ben steady, het lukt me om mezelf te zijn en ik ben veelzijdig: ik kan zowel Roy Donders interviewen als de premier.’ Begin dit jaar deed ze mee aan het spelprogramma Wie is de Mol?, vlak voor de finale viel ze af.

Beeld Eva Roefs

Vanuit de NOS bestaat de wens dat presentatoren zich wat meer profileren, wat kan daarbij wel en wat niet?

‘Kort voor Wie is de Mol? ben ik gevraagd voor, god, hoe heet dat nou, dat programma waarbij je hongerend in een string op een eiland zit? Hoe heet het nou... Expeditie Robinson. Maar dat is mijn programma niet. Het is erg elkaar vliegen afvangen, een beetje nasty allemaal. Wie is de Mol? vond ik leuk, dat is een familieprogramma, ze letten erop dat iedereen er positief uitkomt. En je kunt er echt iets van jezelf laten zien.’

Welk beeld wilde je graag van jezelf laten zien?

‘Bij het journaal zit je natuurlijk in een keurslijf, je kunt daar niet ineens keihard in lachen uitbarsten. Het is niet zo dat ik er met een complete strategie in ben gegaan, zo van: en nu ga ik even laten zien hoe grappig ik ben, maar dat bén ik wel.’

Volgens collega’s ben je wel degelijk strategisch: je weet wat je moet doen om te krijgen wat je wil. Quote: ‘Al woedt er buiten een sneeuwstorm, Simone komt op tijd op het feestje aan.’

‘Ik ben gewoon praktisch: als er een sneeuwstorm is, moet je op tijd vertrekken, tja, hoe ingewikkeld kan het zijn? Maar eenmaal op het feestje ben ik niet degene die meteen naast de grote baas gaat staan, absoluut niet. Ze komen meestal naar míj toe, haha! Ik denk vaak: ik ga dit gewoon kríjgen. Toen Eric Corton stopte als presentator bij Met het oog op morgen wist ik: deze is voor mij. Heel weird.

Waar komt dat zelfvertrouwen vandaan?

‘Ik heb het altijd gehad. Maar ik ben geen zondagskind: ik heb ook geleerd dingen te regelen. Een paar jaar geleden vond ik het bijvoorbeeld vervelend dat ik nauwelijks werd gevraagd voor klussen buiten het Journaal om. Ik snapte het niet. Toen ik dat met een vriendin besprak, zei ze: maar mensen wéten toch niet dat jij dat wilt? O ja, dacht ik. Je moet mensen wijzen op die optie. Het klinkt simpel, maar zo werkt het.’

De heilige graal in televisieland is de talkshow. Is dat een ambitie van je?

‘Ooo, die obsessie met de talkshow in Nederland. Die voel ik helemaal niet. Ik zou het wel kunnen, daar gaat het niet om, maar elke avond, aan zo’n tafel, pff, ik moet er niet aan denken. Ik vind het ook zo ego-gedreven: jíj bepaalt élke dag waar het gesprék over gaat. Mijn ego is niet zo groot. Ik heb lang als redacteur en verslaggever gewerkt, dan zie je hoe presentatoren zich gedragen en ik heb me altijd voorgenomen: zo ga ík niet worden. Zo op zichzelf gericht. Je creëert gewoon een monster en iedereen staat er omheen te lachen en ja te knikken.’

Jij hoeft toch niet meteen zo’n draak te worden?

‘Nee, maar dan weet ik wel wat leukers om te doen. Ik vind wat Coen Verbraak doet bijvoorbeeld fantastisch, zijn interviewserie over verschillende vakgebieden. Inhoudelijk, rustig. Dat lijkt mij echt te gek om te doen. Ik mis het máken.’

Wie zou je interviewen?

‘Mensen die divers zijn. Want hoe geweldig ik zijn programma ook vind, Coen Verbraak interviewt óók alleen maar witte mensen. Daarmee blijven veel verhalen liggen.’

Je zou een andere kaartenbak introduceren dan de gemiddelde redactie?

‘Man, die kaartenbak hangt me de keel uit.’

Over kaartenbakken gesproken: hoe is het met de liefde? Volgens je zus was er eerst een dj in Londen en daarna een ‘bizar knappe gozer.’

Gierend: ‘Een bizar knappe gozer, wie dan? Haha, zo awkward dit.’

Knap of niet, ze bleven niet. Wat schortte eraan?

‘En ik bleef ook niet. Wat schortte eraan, tja, uiteindelijk waren het kennelijk toch de verkeerde types.’

Beeld Eva Roefs

Is dat iets wat je mist?

‘Natuurlijk. Werk is leuk, vrienden zijn leuk, maar als ik na een toffe uitzending thuiskom, is het huis leeg. Ik ben te kritisch. En in Amsterdam zijn echt meer leuke vrouwen dan leuke mannen. Ik heb heel veel single vriendinnen, iedereen wil zijn opties openhouden. Zó narcistisch.’

In een interview met Robert Vuijsje zei je dat je tot nu toe altijd Nederlandse mannen hebt gehad, omdat je bent opgegroeid met het stereotype van Surinaamse mannen die vreemdgaan. Sylvana Simons zei iets vergelijkbaars in een column.

‘Dat herkende ik meteen. In mijn geval komt dat natuurlijk door mijn vader. Maar inmiddels sta ik open voor alle kleuren en soorten, hoor.’

Interessant: je wijst mensen terecht op hun vooroordelen, maar in de liefde maak je je er zelf ook schuldig aan.

‘Tsja, niets menselijks is mij vreemd. En natuurlijk val ik op bepaalde types wel, en op bepaalde types niet. En waar het nou steeds fout gaat... Dat is moeilijk analyseren, omdat het telkens zulke verschillende types waren.’

Om met de grote filosoof Dr. Phil te spreken: All these situations have one thing in common...

And that is me. Misschien dat mannen ook wel bang voor me zijn, ik kom best afstandelijk over. En ik kan gewoon níét flirten. Gister liep ik met een zware tas boodschappen naar huis toen er een knappe jongen langsfietste die me echt zo aankeek van: hmm. Maar ik had die tas met boodschappen en de weg was opgebroken en de diepvriesspullen waren aan het smelten en, nou ja, voordat ik doorhad dat iemand met me flirtte, was hij de hoek alweer om. En als ik iemand zelf leuk vind, bevries ik.’

Dat is raar: in je vak ben je zo zelfverzekerd.

‘Al mijn relaties zijn ontstaan omdat mannen op mij afkwamen. Ik onderneem geen actie, ik doe niks. Dat is dan weer het nadeel van denken dat alles altijd naar je toekomt. Een vriendin van mij wilde kinderen en die is concreet met die wens de stad in gegaan.’

Daar moet jij niet aan denken?

‘Nee, ik heb überhaupt geen kinderwens, nooit gehad ook. Dan moet je er alleen wel voor waken dat je niet dat gekke kattenvrouwtje wordt. Nu ben ik allergisch voor katten, dus dat kan niet, maar toch. Daarom is het goed dat ik dit hardop in het Volkskrant Magazine zeg, want nu móét ik weer.’

Nou, pitch jezelf maar even in drie woorden.

‘Nee, dit kan echt niet! Nou oké: humor, sociaal, leuke baan. Dat zijn er vier.’ Daarna: ‘O, mijn god, wat erg dit.’

CV Simone Weimans

1971 Geboren op 23 november in Rotterdam

1981-1984 Radioprogramma De Schuurpapier (Vara)

1989 Vwo-diploma Libanon Lyceum Rotterdam

1990 Propedeuse Sociologie Erasmus Universiteit Rotterdam

1991 Communicatiewetenschappen aan de Uva, Amsterdam

1995 - 1998 Presentator/verslaggever op de Engelstalige afdeling Wereldomroep

1998 Presentator, verslaggever en redacteur voor Vara, Radio 1 en Radio 5

2011 Presentator NOS Journaal

Sinds 2016 Presentator NOS-uitzending jaarlijkse herdenking slavernijverleden

Sinds 2017 Presentator Met het oog op morgen en bevrijdingsdagconcert

2018 kandidaat Wie is de Mol?

Simone Weimans is vrijgezel en woont in Amsterdam.

Op 1 juli presenteert ze op NPO 2 om 13.00 uur en 18.05 uur de NOS-uitzending over de herdenking van het Nederlandse slavernijverleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.