Land van Afkomst Octave Durham (45)

‘In de gevangenis zie je weinig blanke Nederlanders. Ze hebben betere connecties in de bovenwereld. Het is hun land.’

Octave Durham. Beeld Casper Kofi

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt V in een reeks interviews. Ex-inbreker Octave Durham (45): ‘Ik praat als een kaaskop, maar in mijn hart ben ik zwart.’

Nadat hij in 2017 op de televisie vertelde over de twee schilderijen die hij vijftien jaar eerder uit het Van Gogh Museum had gestolen, kon Okkie Durham niet meer normaal over straat. ‘Marokkaantjes gaan door het dak als ze me zien. De een na de ander komt om een selfie vragen. Als Willem Holleeder een knuffelcrimineel was, ben ik een engel. Ik heb nooit iets te maken gehad met moord. Mensen aanraken is not done, ik heb normen en waarden.’

In 2017 vertelde Durham ook hoe hij na het roven van de Van Goghs een paar dagen onderdook bij een vriend in Barcelona, voetballer Patrick Kluivert. ‘Patrick ontkende dat verhaal, hij zei dat ik zijn goede naam besmeurde. Een jaar later zag ik hem op de foto staan in Zimbabwe, met Robert Mugabe. Toen dacht ik: nu heb ik je. Hij staat met die man op de foto en ik bracht schade toe aan zijn goede naam?

Octave Durham

Octave Durham (Nederland, 1972) moet nog drie maanden uitzitten voor zijn roof van twee schilderijen uit het Van Gogh Museum. In september verschijnt Meesterdief, het boek over zijn leven als inbreker. Daarin wordt voor het eerst verteld hoe Durham in de jaren ’90 een paar onopgehelderde grote bankkluiskraken uitvoerde, waarbij hij miljoenen buit maakte. 

‘Iedereen wist dat ik hem kende, maar niemand zei iets. Ik was op het geboortefeest van zijn zoon Shane, de uitnodiging met mijn naam en adres heb ik nog thuis liggen. Ik ken zo veel mensen van vroeger. Edwin Smulders heeft mij op een verjaardag bij Patrick gezien. Bij Aad de Mos heb ik thuis geslapen. Hij adoreert boeven. Op Ibiza was het: hé vriend, kom erbij. Als hij met mensen was, gooide Aad mij op de speaker van zijn telefoon: Okkie, wat vind jij ervan? Hij vindt mij intelligent, ik kijk anders naar de wereld.’

In een gevangenis in Heerhugowaard, met in de weekenden verlof, moet Durham nog drie maanden uitzitten voor het niet terugbetalen van de boete van 350 duizend euro die hij kreeg opgelegd voor de gestolen Van Goghs. ‘Daar kwam meteen 20 procent administratiekosten bij als ik niet binnen twee weken zou betalen – terwijl ik op dat moment gedetineerd zat. Ik heb nu 76 duizend euro betaald, daarvan is 70 duizend naar de incasso gegaan en 6 duizend naar het Van Gogh Museum.

‘Ik vind: ik heb alles gedaan wat ze wilden, mijn straf uitgezeten, wanneer is het genoeg? Ik word gezien als een crimineel, maar ik ben een boef. In Nederland moet je zeggen dat je spijt hebt. Dat doe ik niet, want ik heb er geen spijt van.’

Met wie zit je vast?

‘Veel Marokkanen, Antillianen. In de gevangenis zie je weinig blanke Nederlanders. Als ze er zitten, zijn het vaak fraudeurs of grote jongens in de zware criminaliteit. Wat dacht je van de drugshandel in het zuiden van het land? Het verschil is dat je in Hollandse families minder snel met criminaliteit in aanraking komt. In allochtone families heb je altijd wel een Hassan of Brian die ergens voor vastzit. Nederlanders hebben betere connecties in de bovenwereld. Het is hun land. Ze hebben sneller een oom die wethouder is of voor de douane werkt of bij de RDW een kenteken kan natrekken.

‘Polen en Roemenen zijn de nieuwe Joegoslaven, de typische Oostblok-criminelen van vroeger. Ze zitten vast voor kleine domme dingen. Albanezen zitten in de drugshandel, maar in de gevangenis zie ik ze niet vaak. Zij zeggen tegen me: de geweldsspiraal die je nu in Amsterdam ziet is niet normaal. In Albanië gebeurt dat niet.

‘Ik ben 45, ik ben old school. Jonge gasten hebben geen respect meer. Een oud vrouwtje kapot trappen bij een pinautomaat, daar kijk ik op neer. Wat ik deed is een vak, een technisch vak. Nu zetten ze een plofkraak met springstof waarvan ze niet weten hoe die werkt. In mijn tijd ging je stapje voor stapje vooruit, dat duurde jaren. De jongens van nu slaan stappen over, die gaan van iets stelen naar een ramkraak. En ze zijn geen geld gewend, ze denken dat 20 duizend euro veel geld is en dat je daar iemand voor moet vermoorden. Dat verdiende ik vroeger met één avond flatscreens stelen.’

Waar komt de naam Durham vandaan?

‘Mijn vader zei tegen me: in de wereld bestaat een plaats waar onze naam overal op staat: Durham, North Carolina. Ik wil nog een keer kijken, maar ik mag Amerika niet in. Mijn vader komt uit Suriname, zijn moeder uit Frans-Guyana. Mijn moeder was een Nederlandse vrouw uit ’s-Hertogenbosch. Klassiek gekleed in een pantalon, nooit een spijkerbroek. Ik kom uit de Staatsliedenbuurt in Amsterdam, ik woon er nog steeds. De cultuur wordt ons daar ontnomen. Nu begrijp ik hoe provincialen zich voelen als er donkere mensen in hun buurt komen wonen. Ik zeg tegen die nieuwe mensen: laat je paspoort zien, staat daar in dat je uit Amsterdam komt? Nee? Ga dan terug naar Laren, naar waar je vandaan komt. Ze proberen me hun regeltjes op te leggen. Je moet je auto zó parkeren. Ik zeg dan terug: je moet je bek houden.

‘Ik praat als een kaaskop, als je me aan de telefoon hebt, denk je dat ik een Jordanees ben, maar in mijn hart ben ik zwart. Mijn vader was dealer. De Zeedijk was in handen van de Surinamers. Ik heb het over de jaren zeventig en tachtig. De tijd dat vrienden van mijn vader op Schiphol aankwamen uit Suriname met een koffer vol coke en tegen de douane zeiden: dat zijn kruiden voor de kip. Mijn vader kocht heroïne van de Chinezen. Die waarschuwden hem: verkoop het aan de blanken, maar gebruik het niet zelf.

‘Bij de Surinaamse jongens in de buurt was ik een van de weinigen die een vader had. Hij kwam pas thuis als ik ’s ochtends naar school ging. Op een dag had ik geld nodig. Mijn moeder zei: pak het maar uit je vaders broekzak. Daar zaten altijd muntjes in. Ik ging in de verkeerde zak en haalde er zo’n ijzeren staafje uit. Uit films wist ik dat mensen dat gebruiken om coke te snuiven. Zo ontdekte ik dat hij aan de coke zat. Ik was 11. Toen begreep ik waarom hij soms zo boos kon worden.

‘Het inbreken deed ik met allochtone straatjongens. Turken, Marokkanen. Er zat één blanke bij. Het genieten, uit eten gaan, op vakantie, deed ik met Hollanders. Zij hadden niets te maken met wat ik deed. Zelf zaten ze in de handel. De drugshandel, ja. Daar wilde ik niets mee te maken hebben. Ik heb een kolerehekel aan harddrugs, heb het nooit gebruikt. Door mijn vader.’

Nederlands

‘Altijd.’

Surinaams

‘Spiritueel.’

Eten

‘Kip, rijst, kousenband.’

Partner

‘Hollands. Mijn ervaring is dat hun ouders ze goede normen en waarden hebben bijgebracht.’

WK voetbal

‘Spanje. Maar ik hou niet van voetbal.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.