Land van afkomst Kenneth Perez

‘Ik vind dat een immigrant zelf moeite moet doen. Niet in je huisje zitten wachten tot instanties je komen helpen’

Spaanse moeder, Deense jeugd, Nederlandse carrière. Oud-voetballer Kenneth Perez (43) : ‘Nederlanders zeggen tegen elkaar: op welke dag is de finale en wanneer kunnen we de inhuldiging plannen?’

Kenneth Perez: ‘Ik wilde me nooit in de rol van een minderheid laten duwen. Mensen hebben meer lagen dan hun afkomst.’ Foto Casper Kofi

Voluit heet hij Kenneth Perez Dahl Jensen. ­Perez is de naam van zijn Spaanse moeder. Zijn Deense vader ontmoette haar op Gran Canaria. ‘Als kind heette ik Jensen, alleen zag ik er niet uit als een Jensen. Dus ben ik mezelf Perez gaan noemen. Ik dacht er niet aan dat ik later voetballer zou worden en dat dit dan mijn naam was.’

Zag je er anders uit dan de rest?

‘In Denemarken waren bijna geen kinderen met donker haar. Ik kan me herinneren dat ik soms voor Turk werd uitgemaakt. Daar heb ik nooit last van gehad, het viel me alleen op: als ik ruzie kreeg, was dat het eerste wat ze zeiden.

‘Nu wonen in Denemarken meer donkere mensen. Je hebt er een PVV-achtige partij, de Danske Folkeparti, die meer te zeggen heeft dan Wilders in Nederland. Voor vluchtelingen is het een van de moeilijkste landen om binnen te komen. Twee jaar geleden verschenen nieuwsberichten over het geld van vluchtelingen, dat werd ­ingenomen bij de grens. Dat was zo onvriendelijk – en onhandig voor het imago van het land.’

Voel je je Spaans?

‘We gingen ieder jaar op vakantie naar Gran Canaria, deze zomer ga ik er weer heen. Las Palmas is minder modern dan Barcelona of Madrid, heel relaxed. Maar ik voel me ­honderd procent Deens. Spanje heeft een andere mentaliteit: minder punctueel en meer nadruk op familie. Ik hou van mijn familie, alleen komen we niet het hele jaar bij elkaar over de vloer. In Zuid-Europa blijven kinderen langer aan de navelstreng. Mijn oudste zoon is 18 en zit in zijn eerste jaar op de Universiteit van Amsterdam. Hij woont nog thuis. Ik vind het gezond dat hij na de zomer naar ­Amsterdam verhuist.

‘Waar ik ontzettend spijt van heb: mijn moeder sprak Spaans tegen ons. Mijn broer en ik vonden dat niet prettig. We schaamden ons. Als er mensen bij waren, vroegen we of ze Deens wilde praten. Ik spreek nu niet vloeiend Spaans, dat is zó’n gemiste kans.’

Hoe kwam je naar Nederland?

‘Op mijn 22ste kreeg ik de kans om naar MVV te gaan, een club in Maastricht. Ik was verliefd op de Nederlandse manier van voetballen. En ik dacht: daar zal ik goed tussen passen. Het was de beste zakelijke inschatting die ik in mijn leven heb gemaakt. De eerste tweeënhalf jaar woonden we in Maastricht. Een wereldtijd. Bourgondisch. De mensen hadden het steeds over: die Hollanders. Mijn vrouw was meegekomen uit Denemarken. We zeiden tegen elkaar: wat bedoelen ze nou, we zitten hier toch in Holland?’

Hoorde je binnen een team bij de Nederlanders of de buitenlanders?

‘Bij MVV was ik nog een buitenlander, ze hadden bijna alleen Nederlandse spelers. Bij de volgende club, AZ, hoorde ik al bij de Nederlanders. Ik vind dat een immigrant zelf moeite moet doen. Niet in je huisje zitten wachten tot instanties je komen helpen. Natuurlijk hadden wij hulp van de club, maar het is goed om zelf naar het gemeentehuis te gaan, zelf een bankrekening te openen.

Kenneth Perez (Denemarken, 1974) voetbalde onder meer voor Ajax, PSV, FC Twente en AZ. Hij speelde 24 keer voor het Deense nationale elftal. Perez werkt als voetbalanalist voor Fox Sports en zal tijdens het WK voetbal voor de NOS actief zijn. 

‘Wij hebben bewust geen schotel genomen om Deense tv te kijken. Lingo was ons favoriete programma, zo hebben we de taal geleerd. Na een jaar kon ik het. Ik wilde in de kleed­kamer kunnen meepraten. Ik heb ­Nederlandse vrienden die vergeten dat ik een buitenlander ben. Ze beginnen bijvoorbeeld over een tv-programma van vroeger, dat iedere Nederlander van onze leeftijd kent. Als ik het niet ken, zeggen ze: o ja, fuck, je bent helemaal geen Nederlander.

‘Ik wilde me nooit in de rol van een minderheid laten duwen. Mensen hebben meer lagen dan hun afkomst. In het veld had ik veel temperament. Dan werd meteen gezegd: ha, dat is zijn Spaanse kant. Mijn vader heeft meer temperament dan mijn moeder en hij is Deens en zij Spaans. Ik had gewoon een bloedhekel aan verliezen, dan werd ik boos.’

Ben je op de Nederlandse televisie de enige buitenlandse voetbalanalist?

‘Bijna de enige. Dat maakt me trots. Misschien is het juist een voordeel dat ik zo simplistisch formuleer. De kijkers hebben verschillende denk­niveaus, van laagopgeleid tot hoogopgeleid. Iedereen begrijpt wat ik zeg. Soms komt het hard over. Mijn vrouw zegt weleens: wat ben je direct.’

Twee weken geleden analyseerde ­Perez op Fox Sports met ­Ronald de Boer de wedstrijd Slowakije-Nederland. ‘Ronald zei van tevoren: dat moet lukken. Ik zei: op dit moment schat ik Slowakije en Nederland on­geveer even hoog in. Ronald is best realistisch, maar ik kan het Nederlands elftal afstandelijker bekijken. Het is pijnlijk om met de realiteit te worden geconfronteerd als je jezelf overschat. Wanneer je verwachtingspatroon te hoog is, raak je gefrustreerd. Dat is nu het probleem van het Nederlandse voetbal.’

Denemarken en Nederland zijn kleine landen. Zie je een verschil in de landsaard?

‘Bij voetbal heeft Nederland net iets meer last van zelfoverschatting. Dat komt ook door het grote verleden. Ik moet altijd lachen bij het begin van een toernooi. Nederlanders zeggen tegen elkaar: op welke dag is de finale en wanneer kunnen we de inhuldiging plannen? Denemarken kwalificeert zich voor de helft van de toernooien. Voor zo’n klein land vind ik dat een goede prestatie.’

Waarom doet Nederland deze keer niet mee?

‘Door de golfbeweging van talent, ze hebben geen exceptionele spelers. En in de eredivisie moeten trainers meer vragen van hun spelers, mentaal en ­lichamelijk. Intensiever trainen. Die trainers zeggen dan: mijn spelers zijn 18 jaar, ik kan ze niet zo zwaar belasten als iemand van 25. Nederlandse spelers gaan te jong naar het buitenland. Dat is een probleem.’

Nederlands
‘Ik voel me niet Nederlands, want ik ben het niet.’

Deens
‘Altijd.’

Eten
‘Biksemad. Een Deens gerecht met vlees, aardappels, ui, rode biet en ei.’

Partner
‘Op mijn 16de ontmoette ik al de liefde van mijn leven. Ik was toen in Denemarken, dus zij is Deens.’

WK voetbal
‘Ik ben voor Denemarken. Zij zullen niet winnen. Ik gun het Messi en Argentinië, maar ik denk: Duitsland, Spanje of Frankrijk.’