Vakantieliefde Neeltje en Chris

‘Ik verwende haar niet met aandacht, maar met avonturen’

Ze ontmoetten elkaar op vakantie. Het werd liefde. Wat volgde er? En hoe kijken ze daar nu op terug? Vandaag: Neeltje (71) en Chris (75) en hun zomer van ruim veertig jaar geleden.

Beeld Deborah van der Schaaf

Neeltje

‘Het begon allemaal toen ik begin jaren zeventig op een strand bij Vancouver in mijn dagboek aan het schrijven was, en ineens iets langs mijn been voelde strijken. Ik keek op en zag de grote tong van een zwarte labrador en toen ik mijn blik nog verder omhoog sloeg, keek ik in de vriendelijke ogen van de man die zijn baas moest zijn. 

Ik lachte terug, we raakten aan de praat. Ik vertelde dat ik in Canada op bezoek was bij een vriendin in Winnipeg, maar het was daar zo saai dat ik na een paar weken was gevlucht naar een neef in Vancouver. 

De man, die Chris bleek te heten, luisterde aandachtig en nodigde me uit te gaan picknicken en ik herinner me hoe ik als vanzelf ja zei en hem volgde naar zijn auto. Geen seconde dacht ik, dit moet ik niet doen, ook niet toen we vervolgens naar een afgelegen baai reden. Ik was begin twintig en hij iets ouder. Het was geen liefde op het eerste gezicht, het was mooier dan dat: hij leerde me wat vrijheid was. Onderweg stopten we bij een delicatessenwinkel en kocht hij worst en kaas en de lekkerste broodjes en aardbeien en ik stond verlegen bij de ingang te wachten tot hij had afgerekend – tot dan toe was picknicken voor mij het eten van een klaargemaakte boterham op een grasveld.

Ik liet me overweldigen, dat was een bewuste keuze. Al het andere gebeurde gewoon. Bij het water, met in onze rug de bossen en hier en daar een villa, haalde hij een deken tevoorschijn en spreidde die uit en legde daar al het eten op. Daarna ging hij kort de omgeving verkennen op de manier die ik inmiddels zo goed van hem ken: gelukkig, tevreden, altijd bereid zich te verbazen over een rondhippende vogel, een schittering op het water, altijd om zich heen kijkend alsof hij alles voor het eerst ziet. Hij kwam terug met een paar bloemen die hij schikte naast de van zilverfolie gevouwen borden en ineens stond hij op en gaf me een kus. Of gaf hij mij die kus in het voorbijgaan? Ik weet het niet meer, alleen dat alles leek te gaan zoals het moest gaan. Zonder intentie, zonder het stroeve dat ook een prille verliefdheid kan kenmerken. We lachten toen de hond telkens tussen beiden kwam toen Chris me wilde omhelzen.

De volgende ochtend vertrok mijn vliegtuig, maar op het laatste moment heb ik mijn vlucht uitgesteld, ik moest weten wie deze Chris was. Drie dagen reden we in zijn camper door de omgeving. Hij vertelde dat hij een jaar eerder zijn leven in Montreal achter zich had gelaten, alles had verkocht, die camper had aangeschaft en Canada was gaan doorkruisen. Er ging een zekere weldaad uit van zijn gezelschap, een grote man als hij, zorgzaam voor zijn hond en altijd een brede glimlach. Daar stond ik met mijn keurige opleiding, de eeuwige met de paplepel ingegeven keuzen voor zekerheid, een en al burgerlijkheid tegenover de man die nog geen dag vooruit plande en zich alleen liet leiden door toeval en avontuur. Hij verdiende zijn geld met modellenwerk, en ik herinner me hoe ik naast hem zat in de auto, op weg naar een opdracht. Hoe hij met een elleboog op het stuur de scherpe kustbochten nam en zich zo met een vrije hand schoor en zijn haren kamde. 

Vlak voor ik echt naar huis ging die augustusmaand, gaf hij me na een wandeling een zelfgeplukte roos, die ik lang heb bewaard. Eenmaal thuis schreef ik brieven, maar in zijn antwoorden ging het nooit over een toekomst op langere termijn. Laat staan over een gezamenlijke toekomst. Hij schreef over een zeiltocht die hij ging maken als het hem zou lukken een bepaalde boot voor een prikkie te kopen, hij schreef over een kanotocht door de bush die hij aan het voorbereiden was. En zonder er een woord aan vuil te maken, begreep ik dat onze levens nooit een leven konden worden. In Nederland had ik bovendien een vriendje met wie het dan weer aan en dan weer uit was. Met deze jongen trouwde ik en kreeg ik kinderen, met hem had ik het leven dat je verwacht van een gestudeerde vrouw. En hoewel Chris en ik contact bleven houden, deed ik mijn best geen valse hoop te koesteren. 

Onze liefde is tot de dag van vandaag precies zoals die begon die eerste dag op dat strand: vanzelfsprekend en nooit verder kijkend dan het moment. De afgelopen veertig jaar waren er periodes dat we elkaar zelden spraken of schreven maar als ik hem dan ineens liet weten dat ik wilde langskomen, reageerde hij altijd weer enthousiast en ontving hij me allerhartelijkst. Ik denk dat ik hem tijdens mijn huwelijk zo’n twintig keer heb opgezocht en na mijn scheiding rond mijn 50ste werd de frequentie hoger. 

Ik heb met Chris in het donker door een dicht woud in een kano gevaren, ik heb met hem op wilde paarden gereden, met hem gekampeerd tussen de beren. Jazeker, wij houden van elkaar. Geen vlammende erotische liefde. Kalmer dan dat, intens comfortabel. Een diepe liefde die me heeft geleerd dat je tevreden kunt zijn met precies dat wat je tot je beschikking hebt. Vorige maand heb ik hem voor het laatst gezien in British Columbia waar hij nu woont. In zijn rommelige volgestouwde huis had hij een kamer piekfijn opgeruimd, daar mocht ik slapen tussen heerlijk frisse lakens. Hij heeft voor kajaks gezorgd en zonder veel te zeggen hebben we dagen achtereen gevaren. We luisterden naar de vogels, soms zochten we een strandje op, verder was er niks en niemand. Ik kwam herboren en mild weer thuis. Gelukkig met de grote liefde van deze genereuze man, deze avonturier, wars van status, hang naar geld, wars van jaloezie.’

Chris

‘Mijn hond die voor me uitliep op het strand vond haar als eerste: een prachtig meisje met een gelukkig gezicht en lang blond haar. Ik vroeg haar hoe ze heette en of ze zin had met me te gaan picknicken. Onderweg deden we boodschappen en daarna zochten we een stille plek aan een meer, waar we jaren later tevergeefs opnieuw naar gezocht hebben. Het was een bijzondere ontmoeting, ook al zag ik dat niet direct. Want hoe gaat dat als je plotseling iemand tegenkomt tot wie je je aangetrokken voelt: het is of de tijd een zetje krijgt en niet in seconden en minuten maar in uren tegelijk verspringt. Misschien is dat een van de definities van verliefdheid, maar zeker een definitie van geluk. Het deed er niet toe, hoe we het noemden. 

Ik stopte de auto aan het water, behalve wij tweeën was er niemand, ik plukte bloemen voor haar. Ja, ik zag dat ze onder de indruk was, ik was die dagen degene die het voortouw nam, ik kocht alle lekkers voor op het picknickkleed, ik nam haar in mijn armen terwijl mijn hond zijn best deed haar voor zichzelf te houden. En zij, dat zag ik onmiddellijk, was het meisje dat in alles wat ze deed en dacht uitstraalde: raak me niet aan, maar raak me alsjeblieft aan. 

De verschillen tussen ons zaten hem dus niet zo zeer in onze achtergrond als wel in de manier waarop we met die achtergrond omgingen: Zij zich conformerend aan haar academische milieu door haar studie af te maken en uiteindelijk te trouwen met haar jeugdvriendje, ik die radicaal overal mee had gebroken. Toen wij elkaar begin jaren zeventig ontmoetten reed ik al bijna een jaar met de hond die ik onderweg gevonden had, door Canada. Neeltje was hoe zal ik het noemen, erg gefinetuned. Opleiding en welvaart bieden zeker mogelijkheden, maar kunnen ook een individuele ontwikkeling in de weg staan.

Precies dat onaangepaste, wat ze zelf ontbeerde, was wat haar aantrok in mij. Ik had genoeg verdiend met onder meer mijn modellenwerk, al zei die wereld me niks. Ik hoefde niet meer te werken. Niet dat ik blasé was of met haar speelde. Het leven in mijn eentje doordrong me juist van de kostbaarheid van alles wat toeval was. Alles wat ik die weken deed, weerspiegelde mijn liefde voor de natuur, en in het verlengde daarvan, die wonderlijke plotselinge liefde voor haar. Alles tussen ons was oprecht en welgemeend en de bloemen die ik plukte, die in de jaren erop grassen werden, omdat die nog mooier zijn, de kreken en de meren die ik haar liet zien, het kanoën, de zoenen, ik deed alles zoals ik het wilde, zoals ik voelde dat het goed was, en zij liet het met een mengeling van verrukking, verbazing op opluchting over zoveel vrijheid gebeuren. 

Ik verwende haar niet met aandacht, maar met avonturen. Ik maakte geen misbruik van haar naïviteit, maar raakte deels bewust, deels onbewust haar precies op een plek waar ze in Nederland nooit geraakt was. We genoten van elkaar, maar toen ze op een goed moment naar huis moest, heb ik geen moment gedacht: ik ga haar achterna. En andersom dacht zij ook niet: ik blijf. Al weet ik dat niet zeker, want dat ze voor mij haar vlucht had geannuleerd vertelde ze me ook pas jaren later.

Het was geen liefde die me alles uit mijn handen deed vallen, maar met Neeltje had dat niks te maken. Ik ben ook daarna nooit getrouwd, daar was ik de man niet naar. Ook zij moet sterk hebben geweten dat we nooit zouden eindigen als man en vrouw. 

Na veertig jaar kan ik zeggen dat ik meer van haar houd dan van wie ook, ze is familie, maar diepe spijt heb ik niet. In ieder leven spelen zoveel meer krachten een rol dan liefde alleen, wie daar geen gehoor aan geeft, loopt het risico geslachtofferd te worden. Ik was te jong en te druk en ongetwijfeld getroebleerd door mijn jeugd. Opgegroeid in voormalig Oost-Duitsland in een cynisch onderwijzersgezin, met een gewelddadige vader, ontvluchtte ik mijn familie toen ik nog geen 20 was. Ik was degene die de meeste klappen kreeg van mijn vader, misschien omdat ik van alle kinderen het gevoeligst was. Toen moet ik al hebben geleerd dat je het maar beter vooral goed met jezelf kunt vinden. Mijn geloof is in de bijen, de vogels, het water, niet in de eeuwige liefde. Neeltje en ik waren op essentiële punten anders en tegengesteld. Mijn pad was dat van de loner, het avontuur en de onzekerheid die ik tot zekerheid heb verheven. Haar pad was haar carrière, haar man en haar kinderen.

Jarenlang hebben we geen contact gehad, maar ik ben blij dat we elkaar sinds kort weer zien. Als ik samen met haar ben, voel ik een diepe genegenheid die ik het best kan omschrijven aan de hand van die cartoon van de man en de vrouw naast elkaar op een bank. De man zegt: jaja, de vrouw zegt: hm, hm. De man zegt: ja, de vrouw zegt: hm. Zo vergaat het ons ook als we zoals vorige maand bijvoorbeeld, over de meren van British Columbia kajakken. We varen, zoeken een plek op voor onze tentjes en zwijgen veel. Zij leest een boek en ik struin wat rond, en kom terug met een oogst van vogelveertjes en planten. We hoeven niet omstandig veel woorden te delen, want het is al goed. Ja, dit is liefde.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.