Interview Stephen Emmer

‘Ik kreeg er een Louis-van-Gaal-gevoel van: enorm serieus zwaar op de hand zijn over iets ondergeschikts’

De muziek van componist Stephen Emmer ( 60 ) hoort u avond aan avond bij talloze journaals en talkshows.  Maar de wereld van de tunes werd te Louis-van-Gaalachtig, vond Emmer, en hij werd in 2014 weer ‘gewoon’ muzikant. Met succes: hij won onlangs twee Amerikaanse muziekprijzen.

Stephen Emmer Beeld Daniel Cohen

Op de vleugel, één van de vele instrumenten in het rommelige appartement vlak achter het Amsterdamse Concertgebouw, staan twee van de vier Amerikaanse muziekprijzen die Stephen Emmer (60) won met Home Ground. Met de plaat uit 2017 won hij twee prijzen bij de Global Music Awards, waar vooral componisten en instrumentalisten worden bekroond. In april won hij met Soil, een nummer op dat album, de publieks- en juryprijs van de op individuele artiesten gerichte Independent Music Awards, waar onder meer Tom Waits en de voltallige metalband Slayer jureerden.

Dat de prijzen misschien onbekend zijn bij het grote publiek, deert Stephen (spreek uit: Steffen) niet: ‘Ik ben er kinderachtig blij mee. Het zijn muziekinhoudelijke prijzen. Bij deze organisaties telt, in tegenstelling tot bij bijvoorbeeld een Grammy, niet mee hoe populair je bent op YouTube of Facebook. Ze luisteren écht alleen naar de muziek.’

Op Home Ground, een album met klassieke symfonische soul en weelderige composities, gaan de songs over Syrische bootvluchtelingen, raciale spanningen in de Verenigde Staten en over vrouwenonderdrukking en -verkrachting in India. Emmer schreef de teksten grotendeels zelf. Aan zijn eigen stemgeluid heeft hij een hekel, dus zingen deed hij niet.
Voor elk nummer strikte Emmer een andere artiest, onder wie de wereldberoemde Chaka Khan (bekend van bijvoorbeeld Ain’t Nobody). ‘Ik ben de geschiedenis van de protestmuziek ingedoken. Wat bleek: veel protestmuziek is vooral een tekstuele aanklacht tegen de maatschappij. Daarbij heeft de muziek vaak een saaie begeleidingsfunctie. Maar ik stuitte ook op eerlijke, gemeende soul uit midden jaren zeventig, het tijdperk van Marvin Gaye en Curtis Mayfield. Toen ontdekte ik dat je helemaal geen agressieve muziek nodig hebt als je tekstueel over conflicten wil berichten, zoals je bij hiphop soms hoort. Soul is soothing (kalmerend, red.), de mildheid ervan kun je ook goed gebruiken voor een minder leuke boodschap.’

Internationale leerschool

Stephen Emmer is de zoon van Fred Emmer, die van 1962 tot 1987 nieuwslezer was van het NOS Journaal. Zijn ouders scheidden snel na de geboorte van hun enig kind. Moeder Roekie Aronds, actrice en balletdanseres, nam hem mee naar India, Suriname en Aruba, waar Stephen zijn eerste stappen in de muziekwereld zette.

‘In India kreeg ik les in lokale fluittechniek, op een andere toonladder dan do-re-mi. En in Suriname gaf mijn moeder dansles namens de Nederlandse regering. Zo van: breng ze wat Europese beschaving bij. Ze draaide Stravinsky, maar daar vonden de Surinamers niks aan. Ze nam ontslag, begon haar eigen dansschool en kwam voor een keuze te staan: gaan we koloniaal gedrag vertonen of trekken we met de lokale mensen op? Het werd het laatste.’

Emmer kreeg les in apinti (Surinaamse conga) van boscreolen. ‘Daarop speel je niet de brave ritmes, maar primitieve, geraffineerde polyritmes. Mijn moeder had een eclectisch repertoire met Hawaiaanse voodoo, muziek van de Amerikaanse musical West Side Story, Mexicaanse mariachi of Braziliaanse samba. Dat hoorde je hier, in het land van Willem Duys, allemaal nog niet. Achteraf een geweldige leerschool.’

Als 15-jarige keerde Emmer in 1973 terug naar Nederland. Hij werd in 1977 gitarist in de new-wavegroep Minny Pops en droeg in 1981 bij aan de oprichting van muziektijdschrift Vinyl, maar koos, in de tijd dat de synthesizer oprukte en de multitrackcassetterecorder uit Japan overwaaide, voor het solomuzikantschap. Hij kocht een recorder en componeerde in 1982 zijn eerste album, het instrumentale, filmische Vogue Estate. Daar is de nieuwe Mike Oldfield, werd gezegd na een Paradiso-optreden. ‘Nee, ik wilde juist afstand nemen van de oude seventies­rock die Oldfield maakte. Ik was een new-waver.’ De wat duistere new wave vloeide voort uit de punk en was een reactie op die meer bombastische seventiesrock.

Tunes

Een ontwerper van het Humanistisch Verbond had zijn plaat gehoord en vroeg Emmer de leadermuziek van het programma Kwartslag te maken. ‘Waarom niet?, dacht ik. Ik ging de titel serieus nemen: er zijn vier tellen, dus kwarten, in de maat. Seconden gaven het tempo aan.’ Emmer zette er saxofoon en piano onder. Ook ging hij zich via spoedcursussen verdiepen in videomontage en 2D-animatie. Dat deed hij om de denkramen van zijn de video-editor te begrijpen. Revolutionair: tot dan toe bemoeiden de audio- en videoafdelingen zich nauwelijks met elkaars werk. Die combinatie van beeld en muziek sloeg aan. ‘Daarom heeft de telefoon bij mij de dertig jaar erna niet meer stilgestaan.’

Van de ene klus rolde hij in de andere. Emmer werd de eerste fulltime tunescomponist. Hij maakte leaders en tunes voor vele journaals (NOS, RTL, Editie NL) en programma’s (Per Seconde Wijzer, Waku Waku, RTL Late Night). Zo ook voor RTL Boulevard. ‘Showbizz verklanken was toen nog een hele zoektocht. Want: hoe klinkt roddelen? Ik had een cheesy saxofoon in gedachten, die je kan horen in een karaokebar in Tokio, of van die vreselijke Kenny G uit Amerika: een hele slicke sound. Ik heb er een soort stoute, double-time breakbeat (een notenreeks die zichzelf twee keer zo snel opvolgt, red.) onder gezet, met een manisch arrangementje rondom die sleazy saxofoon. Toen ik ’m inleverde, zei men: het zal wel. Maar achteraf heb ik toch school gemaakt, want ik hoorde later ook zo’n saxofoontje bij SBS Shownieuws.’

De musicus maakte duizenden tunes. ‘Natuurlijk was het weleens: godsamme, wat een gezeik en gepriegel. Het is een mozaïekje, waar ook een soort banaliteit in zit. Net als bij popsongs lukt het ineens.’ Emmer werd in de media de Seven Minute Man genoemd, omdat er elke zeven minuten een tune van hem voorbijkwam op tv. Toch ebde het plezier langzaam weg. ‘Vroeger kon je koffiezetten tijdens een tune, maar het moest steeds korter. Je kreeg minder vrijheid. Neem het NOS Journaal. Ik had bij de underscore (sfeermuziek die doorloopt tijdens het vertellen van de headlines, red.) na een westers orkest heel zachtjes een omgekeerde Tibetaanse klankschaal gemonteerd. Er is al zoveel ellende, dacht ik, laten we het publiek geruststellen in plaats van ophitsen.’ Zulke frivoliteiten kwamen er steeds moeilijker doorheen. ‘De tunes hoefden ook niet meer zo onderscheidend te zijn. Opdrachtgevers zeiden: ik wil iets wat op die RTL-tune lijkt. Pure pastiche, het werd een wereld van nadoen. Ik had geen direct contact meer met omroepen, maar met adviseurs van omroepen. Ik kreeg er een Louis-van-Gaal-als-voetbaltrainer-gevoel van: met een enorm serieus gezicht zwaar op de hand zijn over iets ondergeschikts. Lachwekkend. Gelukkig had ik geld verdiend om weer vrij werk te maken.’

Terug als muzikant liet hij zich inspireren door zijn vader, uit wiens schaduw hij nog altijd vandaan moest komen. ‘Mensen proberen nog steeds mijn vader via mij te bereiken. Dan denk ik, jee, ik ben 60. Maar goed, hij was dagelijks op televisie in een tijd van weinig kanalen en sterren.’ Het beeld van de keurige, gedecideerd sprekende nieuwslezer veranderde compleet toen Fred in 1987 een erotische verhalenbundel schreef en daar op tv bij Sonja Barend over sprak. ‘Gruwel, bah. Het was choquerend dat een nieuwslezer, een onkreukbare autoriteit van pak ’m beet dé verkondiger van de dood van John F. Kennedy, zulke verhalen ging schrijven.’ Het maakte Stephen onzeker bij de vrouwen. ‘Dit zat erg in het gniffelcircuit. Ouders van vrouwen zeiden: dat is de zoon van de meneer die vieze boekjes schrijft. Meisjes echoden tegen mij hun ouders na.’

Pa’s gevoel voor taal en spraak hielp hem wel. ‘Hij sprak thuis hetzelfde als op tv en corrigeerde alles wat afweek. Je legt de klemtóón verkeerd, zei hij dan luid en intimiderend. Het werk van mijn vader gaf me achteraf het voordeel dat ik kon horen of iemand goed kon voordragen. Ik zette een cassette op van de Welsh acteur Richard Burton, de Rolls-Royce der stemmen. Burton las gedichten voor. Ik hoorde wat hij deed: starten, stoppen, vertragen en versnellen zoals een kundig spreker – net als mijn vader – dat kan. Ik speelde er gitaar onder en dacht: dit is wel wat.’ Er kwam een spoken word-album: Recitement (2007). Onder meer Hugo Claus en Remco Campert droegen literaire teksten voor.

Visconti en Reed

Het album Recitement (2007) werd door Emmer samen met David Bowies producer Tony Visconti gemaakt. Een assistent van Visconti ontdekte demo’s van Emmer op MySpace. ‘Visconti vond dat ik met een arty Dutch project bezig was en vroeg om het album met hem in New York af te maken.’ Emmer vroeg of Visconti, tevens achtergrondzanger op Bowies album Heroes, ook een tekst wilde voordragen. Visconti bedankte, maar schoof de stem van de inmiddels overleden rockster Lou Reed naar voren, die op Passengers spreekt.

Na dit album koos Emmer, onder meer door een scheiding en tinnitus (oorsuizen), zes jaar voor de luwte. Componeren werd lastig met tinnitus. ‘Het vak bestaat ook uit terloops toontjes opvangen, zoals een kerkklok. Maar ik hoorde zulke toontjes niet meer door die constante piep. Toen ben ik stukken gaan bewerken voor anderen, want dat lukte nog wel.’ Hij bewerkte composities voor The Lotus Eaters, een Engelse band. Toen zijn tinnitus afnam, kreeg hij weer de drang om zich met de compositie te bemoeien.

In 2014 ging Emmer weer zelf muziek maken. Het album International Blue was een lofzang op crooners. Drie jaar later kwam Home Ground. Buiten de landsgrenzen is de muzikant door dat album onder het Fred-juk vandaan, zonder zichzelf op de voorgrond te manoeuvreren. ‘Ik zie mezelf als laborant of alchemist, die in een veilige studio-omgeving muziek brouwt. Dat doe ik het liefst. Ik ben ook snel gestopt met livemuziek, want ik ben een houten klaas en een saaineus op het podium.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.