'Ik heb niets met bloemen, van mij hoeft het niet'

Nadat een artiest heeft opgetreden, moet hij een paar dingen doen: weglopen, terugkomen, bukken naar het publiek, omhoog komen en 'dank u wel' mimen, weer weglopen en weer terugkomen en weer bukken. Het is een vreemd ritueel. En er zijn bloemen, net als bij de avondvierdaagse. Soms worden die gebracht zodra het applaus begint, soms pas bij de derde keer terugkomen (net als alle partijen hebben besloten dat het nu wel welletjes is met dat geklap). Ik heb meer dan eens meegemaakt dat ze halverwege mijn voorstelling kwamen, omdat de bloemenvrouw van dienst zich vergiste in het applaus.

Het is altijd een vrouw die de bloemen geeft. Meestal iemand van de kassa, de horeca of de administratie. Het is nooit de directeur van het theater, want dat is geen vrouw maar een man. En een man die bloemen geeft aan een andere man, dat moeten we niet willen met z'n allen.

Soms staat de bloemenvrouw ineens voor mijn neus, soms sta ik om me heen te kijken waar ze blijft. Soms duwt ze haastig een bos in mijn handen en holt ze het podium af, soms moeten er handen geschud worden of drie keer gezoend, wat best raar is, want ik heb haar nog nooit ontmoet. Er zouden arboregels voor moeten zijn, of een protocol.

Ik heb niets met bloemen, van mij hoeft het niet. Ik heb het eens aangekaart met een theaterdirecteur, die me vermaande dat het niet voor mij was, maar voor het publiek. Die vindt dat een fijn gezicht aan het eind, een artiest met een triomfantelijke bos.

Vroeger liet ik ze maar liggen in de kleedkamer, hork als ik was, zonder stil te staan bij de liefde die erin was gestoken. Ik bedoel, iemand is naar de bloemenzaak gegaan om ze te halen. De bloemenkiosk is theaterliefhebber, dus die geeft korting. Maar de budgetten zijn beperkt, dus ja, een bloemencorso wordt het niet. Geeft niks, wacht, gewoon wat extra groen in, paar gerbera's, kijk eens: wat een prachtbos. Dan worden ze naar het theater gefietst en in een emmertje gezet in de coulissen, waar ik naar ze kijk voordat ik opmoet. Het heeft iets triests, de applausbloemen zien voordat je hebt opgetreden.

Na afloop heb ik al het een en ander te sjouwen - gitaarkoffer, kostuum, dat soort dingen - en bloemen zijn een bijzonder onhandzaam pakket als je al volle handen hebt: groot, kwetsbaar en zonder handvat op het zwaartepunt. Maar de universele bloemenkoffer is nog niet uitgevonden.

's Avonds laat moet ik nog met mijn vermoeide kop de steeltjes schuin gaan afsnijden, wat slecht gaat want het grootste deel van het volume bestaat dus uit groentakjes die zich niet laten snijden, dus ik moet eerst de bos deconstrueren en dan die paar daadwerkelijke bloemen individueel snijden. Daarna heb ik de keuze om de bos weer samen te stellen of genoegen te nemen met een bos die bestaat uit drie synthetisch gekleurde gerbera's. Die ik in een bierpul moet zetten want alle vazen zijn al gevuld. En daarna moet ik de hele boel opruimen: het cellofaan alleen al vult mijn halve vuilnisbak.

Ik laat ze dan ook vaak in het halletje bij de voordeur liggen tot de volgende dag. Mijn vrouw treft daar dan 's ochtends een doodongelukkig, verwelkt bosje goede bedoelingen aan. Het breekt haar hart.

Ik kan ze niet weigeren op het podium, niet laten liggen in de kleedkamer, niet laten verpieteren in mijn halletje. Dus 'vergeet' ik ze maar in de auto, die dan na een paar weken behoorlijk vreemd ruikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.