'Ik ga minstens één keer per jaar naar een congres dat niets met mijn vakgebied te maken heeft'

Acht creatievelingen over hun creativiteit

Soms moet je er keihard voor werken en soms komen de briljantste ingevingen onder de douche: acht creatievelingen over hun creativiteit.

Foto valentina vos

David Snellenberg (47) maakt reclame voor onder meer de Triodos Bank en Artis. Dit jaar werd hij door zijn beroepsgenoten verkozen tot de beste in zijn vak.

Foto Heike Gulker

 'Vroeger was 'creativiteit' iets sufs, denk aan Kreatief met kurk, de sketchserie uit de jaren negentig. Nu is het een toverwoord. Iedereen rekent het op zijn cv tot zijn kerncompetenties. Het verschil met mensen zoals ik, degenen met een creatief beroep, is dat wij creatief moeten kunnen zijn op afroep. De mensen in dit vak kun je op elk moment van de dag bellen en dan zetten zij hun creativiteit 'aan'. Dat is een kwestie van training, van vlieguren maken. En je moet een veelvraat zijn. Ga zo veel mogelijk naar de film, luister muziek, lees boeken, absorbeer alles wat je kunt - ook al weet je niet wanneer het er uitkomt.

De beste ideeën komen denk ik als je helemaal leeg bent, als je de hond uitlaat of als je staat te douchen. Juist als je vergeet waar je eigenlijk mee bezig bent, komen er uit het niets - pop, pop, pop - ideeën in je op. Normaal gesproken moet je daar hard voor werken, maar op dat soort momenten krijg je ze eigenlijk gratis. Ik plan bewust lummelmiddagen in. Dan ben je officieel niet productief, maar eigenlijk zijn dat de productiefste momenten. Als ik dan een strandwandeling maak en iemand tegenkom die zegt: 'Hé, moet jij niet werken?', kan ik gerust zeggen: 'Ik bén aan het werk!'

Ik denk dat technologie ons in de toekomst veel meer ruimte voor creativiteit zal geven. De mens zal niet meer hoeven ploeteren, dat laten we over aan machines. Dan kunnen wij ons concentreren op de zachte kant van het leven: nieuwe invalshoeken, gevoel, emotie, kunst. De functie van de mens wordt zijn persoonlijke inbreng, zijn beleving.'

 Scenarist Franky Ribbens (48) schreef mee aan de series Penoza en Vechtershart en bedacht in z'n eentje de successerie Hollands Hoop, waarvan het derde seizoen in de maak is.

Foto Heike Gulker

 'Samen met mijn vrouw (Hollands Hoop-regisseur Dana Nechushtan, red.) heb ik een studio in het centrum van Amsterdam, waar ik aan mijn scripts werk. In het gebouw zelf is het doodstil. Ik kan mezelf er horen nadenken. Daar gedij ik bij. Dit is geen negen-tot-vijfbaan. Je moet alles uit jezelf halen. Afleiding is dan je grootste vijand.

Met het derde seizoen van Hollands Hoop wil ik iets neerzetten dat de eerste twee seizoenen doet verbleken. Het moet mensen raken, een bepaalde entertainmentwaarde hebben. Ik moet het alleen nog even verzinnen. Op mijn creativiteit kan dat nogal een verlammende werking hebben. Zeg dan maar eens tegen jezelf: ik ga werken vanuit rust en vrijheid.

En dan is er nog de eerste draaidag die al vastligt. Die moet worden gehaald. Een ongelooflijke stress geeft dat. Maar onder druk wordt alles vloeibaar. Soms is het een kwestie van persen. En die adrenaline zet je creativiteit ook op scherp. Voor de derde keer een script helemaal uit m'n eigen hoofd halen, is zwaar. De stress heeft wel iets verslavends, maar ik zou het niemand aanraden. Deze keer schrijven ook de hoofdscenaristen van Penoza en Vechtershart mee, want er is ook nog zoiets als een privéleven.

In een eurekamoment heb ik weleens een hele aflevering voor me gezien. Daar ging zo veel eenzaamheid en angst aan vooraf, dat was even fascinerend als beangstigend. Dat hoop ik niet nog eens mee te maken.'

Julien Willemsen (24), alias Jack $hirak, is dj en producer van onder anderen Lil' Kleine en Ronnie Flex. Nummers als Drank en Drugs en Krantenwijk werden op YouTube meer dan 30 miljoen keer bekeken.

Foto valentina vos

 'Ik doe eigenlijk maar wat. Inspiratie heb ik nooit. In talent geloof ik eerlijk gezegd ook niet zo. Ik vind: als je hard werkt, kom je er ook. Een dag vrij neem ik zelden. Dan ben ik er te veel uit en moet ik er helemaal opnieuw in komen.

Mijn spanningsboog is kort. In 20 minuten maak ik de muziek voor een nieuw nummer. Dat is eigenlijk al 90 procent van het liedje. Ik moet in één keer neerzetten wat er in me opkomt. Loop ik vast, dan begin ik opnieuw. Of ik doe het heel anders, dan maak ik een pianoballad van een reggaeliedje.

Drank en Drugs heb ik met Lil' Kleine en Ronnie Flex in 20 minuten geschreven. Zo snel, dat gebeurt zelden. Maar soms valt het allemaal samen. Waaraan dat ligt, zou ik niet kunnen zeggen. Zo'n ingewikkeld liedje is Drank en Drugs ook niet. Maar het sloeg aan. Er moest razendsnel een debuutalbum komen dat Drank en Drugs zou overtreffen, die druk legden we onszelf op. In een week hadden we het album af. Ik ben er wel achter dat dit niet de manier is om muziek te maken. Je beperkt jezelf te veel, creatief word je er in elk geval niet van. Bij het tweede album van Lil' Kleine hebben we dat losgelaten.

Het nummer Zeg dat niet, ook van Kleine en Flex, vind ik als je het over creativiteit hebt erg geslaagd. Het gevoel dat we erin hebben gelegd, komt over. Als dat lukt, ben ik blij.'

Jermain de Rozario (33) is kok en een rijzende ster in de culinaire wereld. Hij heeft sinds anderhalf jaar zijn eigen restaurant: De Rozario in Helmond.

Foto Heike Gulker

 'Creatief word ik pas echt als iemand zegt dat ik iets niet kan. Jij bent toch die hobbykok?, hoorde ik eens. Of: van jou zijn er nog tien. Ik ben een emotionele jongen, maar ik blijf rustig en denk: dat zullen we nog weleens zien. Je moet in jezelf geloven. Een chef-kok vind ik mezelf niet. Die zweert bij technieken en weet hoe je een gerecht hoort te maken. Koken doe ik vanuit m'n buikgevoel. Ik wil bekendstaan als iemand bij wie je elke keer iets anders kunt eten. Zodra gasten naar mijn hete kip of Indische rendang van spitskool beginnen te vragen, haal ik het van de kaart. Ik wil mezelf blijven uitdagen. Dat moet je durven. Het maakt je onzeker en kwetsbaar, maar je wordt er ook creatiever van.

Ik moet altijd een beetje op het randje balanceren. De tijd die ik voor mezelf heb, is minimaal. Ik heb een vriendin en een zoontje voor wie ik er ook moet zijn. Slapen doe ik pas om een uur of 4 's nachts. Als ik heb gewerkt, blijf ik thuis nog uren wakker en kijk ik bijvoorbeeld een film. Die afleiding heb ik nodig om creatief te blijven. Het hoofd moet leeg.

Een poosje geleden ging mijn vader terug naar Indonesië en vertrokken mijn twee beste vrienden voor langere tijd naar het buitenland. Dat hakt erin. Ik heb dan meteen de drang mijn emoties van me af te koken. De deur gaat op slot, de muziek keihard aan, ik neem een borrel, pak al m'n kruiden en groenten erbij en ga gewoon koken. Ik wil dat ene gerecht bedenken dat uniek is in smaak, beleving en uitstraling. Als er iets moeilijk is, is dat het wel. Creativiteit kun je niet forceren. Ik zou willen dat het zo was.'

Nina Polak (31) is schrijver. Ze debuteerde op haar 26ste met We zullen niet te pletter slaan. Onlangs verscheen haar tweede roman Gebrek is een groot woord.

Foto Heike Gulker

 'Voor mij betekent creativiteit simpelweg: dingen maken, uit het niets. En dat is volgens mij iets waaraan alle mensen behoefte hebben, niet alleen kunstenaars of schrijvers. Ik denk wel dat sommige mensen meer geneigd zijn iets te willen creëren, het is een karaktertrek.

Het cliché is natuurlijk dat schrijvers op een zolderkamer rode wijn zitten te zuipen, wachtend tot de goddelijke inspiratie komt. Maar de schrijvers die ik ken, zijn heel gedisciplineerde mensen, op het compulsieve af. Discipline is ook voor mij van het allergrootste belang, van negen uur 's ochtends tot één uur 's middags moet ik achter mijn bureau zitten en schrijven. Toch is het lullig om het schrijven een ambacht te noemen, het is natuurlijk meer dan dat.

Mijn creatiefste moment heb ik als het idee voor een nieuwe roman echt vorm begint te krijgen in mijn hoofd. Zo'n moment komt vaak als ik iets aan het lezen ben, een boek of een artikel van iemand anders. Dat is een soort lichtmoment, een zinvolle psychose noem ik het - zonder af te doen aan de ellende van psychoses. Je ziet dan ineens het verband tussen dingen die je eerder los van elkaar zag en dat levert een extase op. Dat raakt dan aan mijn eigen idee en dan weet ik: zo zit het.

Over mijn laatste roman heb ik drie jaar gedaan. Een veel te eerlijke vriend zei: 'Dat had je toch wel wat sneller kunnen doen?' Misschien, maar ik vind het prettig te denken dat ook als ik niet direct bezig ben met schrijven, mijn roman in de tussentijd aan het rijpen is. Ik geloof zeker dat lanterfanten zinvol kan zijn voor je werk. Maar misschien is dat gewoon een excuus om mijn gedrag te vergoelijken. Ik kan namelijk echt aartslui zijn.'

 Thecla Schaeffer (42) is hoofd marketing bij G-Star, een van de toonaangevende jeansmerken van de wereld. Ze studeerde psychologie aan de Radboud Universiteit.

'Wij werken in een grote werkplaats, geïnspireerd op een vliegtuighangar.

Foto valentina vos

G-Star is het vliegtuig waaraan we met z'n allen werken. Alle disciplines werken hier. Creatief zijn is onze corebusiness. We stimuleren creativiteit hier niet door mensen te laten buitenspelen. En ook niet door alleen op papier te ontwerpen, maar vooral door het gewoon te doen. Hup, het atelier in, dingen maken, dingen proberen. Er liggen hier proeven van poppen, maskers en zwemvesten, allemaal van denim.

Een ontwerper die hier net begon, bracht een stapel tijdschriften mee ter inspiratie. Die moesten weg. Want al heel snel denken mensen dat dat ene gave idee van henzelf was. Dat weet ik van mijn studie psychologie: onbewust waarnemen gaat heel snel. We zeiden tegen haar: ga naar musea, bekijk architectuur, ga de straat op! Zo blijf ik zelf ook creatief. Ik probeer zo breed mogelijk geïnteresseerd te zijn. Ik heb net een boek over astro-fysica uit.

In mijn vak heeft creativiteit ook veel te maken met timing. Daarom vind ik het zo interessant en heb ik ook tijdens mijn studie de focus gelegd op vragen als: wanneer raakt mensen iets? En in de popcultuur: waarom vinden we allemaal iets leuk op een bepaald moment?

Soms suddert een idee al een paar jaar in mijn hoofd en dan opeens heb ik genoeg aanleiding om er iets mee te doen. Onze samenwerking met de Amerikaanse acteur Jaden Smith is zo'n voorbeeld. Ik vind hem zo fris en origineel.

En ten slotte geldt voor creativiteit in een grote organisatie: het idee moet simpel zijn, genoeg om iedereen snel te overtuigen, want zo veel mensen gaan ermee aan de haal. Helemaal bij een creatief bedrijf, iedereen blijft met superleuke aanpassingen komen. Dan is het heel belangrijk, en lastig, om bij de essentie van het idee te blijven.

Lucien Engelen (55) is directeur van Reshape, een innovatiecentrum voor verbetering van de zorg aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij brengt mensen bij elkaar om hun creativiteit te stimuleren.

Foto Heike Gulker

'Ik probeer mezelf uit te dagen om minstens één keer per jaar naar een congres te gaan dat niets, maar dan ook niets met mijn eigen vakgebied te maken heeft. Zo was ik bijvoorbeeld onlangs op een congres van Defensie. Dat is een goede manier om jezelf uit je comfortzone te halen. Toch komen de mooiste ideeën als je ze niet gepland hebt, uit toevalligheid, serendipity. Om toevallige ideeën een kans te geven, organiseren we bij het innovatiecentrum elke woensdagochtend een ontbijt. Dan zorgen we voor broodjes pindakaas op tafel en mag iedereen vrij inlopen, van binnen en buiten de universiteit. Soms komen er tien mensen, soms vijftig. Zonder dat we er druk op leggen, praat iedereen daar met elkaar: dokters en verpleegkundigen, maar ook mensen uit heel andere sectoren.

Iedereen stelt zich kort voor en vertelt waarom hij of zij gekomen is. Het ontbijt is om negen uur al afgelopen, maar vaak staan mensen om half twaalf nog te praten bij de koffieautomaat. Er hoeven niet per se ideeën uit te komen op diezelfde dag. Misschien gebeurt er wel iets over twee maanden of over drie jaar. Onlangs zijn onderzoekers aan het Radboudumc begonnen aan een baanbrekend onderzoek naar diabetes. Het idee daarvoor werd geboren tijdens zo'n ontbijt. Ik denk absoluut dat een creatieve manier van denken ook de oplossing zal bieden voor de grootste uitdagingen van onze tijd, zoals het genezen van kanker. Soms komt een doorbraak van een onderzoeker die weigert dogmatisch te denken en in eerste instantie voor gek wordt verklaard, omdat hij met een totaal nieuw plan komt. Creativiteit is ook een kwestie van leiderschap: je moet een omgeving creëren waarin creativiteit mag bestaan. Als iemand tegen de stroom ingaat, moet je dat bevorderen en aanmoedigen.'

Iris Sommer (47) is hoogleraar psychiatrie aan de Rijksuniversiteit Groningen en ontwikkelde nieuwe behandelingen voor schizofrene patiënten.

Foto Heike Gulker

'Sommige mensen zien de wetenschap als saai, maar ik vind mijn beroep juist erg creatief. Ik ben niet zo kunstzinnig aangelegd, dus de wetenschap is mijn manier om een creatieve bijdrage te leveren. Goeie ingevingen zijn niet te leren, je krijgt ze of je krijgt ze niet. En ze maken denk ik hét verschil tussen een degelijke en een heel goede wetenschapper. Op diverse vlakken ben ik niet de allerbeste onderzoeker, mijn kracht zit hem in die creativiteit. In de wetenschap betekent dat vooral: het zien van verbanden en mogelijkheden die op het eerste gezicht niet voor de hand liggen. Meestal heb ik dat soort ingevingen op een moment dat ik helemaal niet met mijn werk bezig ben. Als ik aan het hardlopen ben, bijvoorbeeld, vallen de puzzelstukjes ineens op hun plek.

Twee jaar geleden ging mijn langgekoesterde wens om op Lowlands te spreken in vervulling. Ik dacht: wat kun je nu op een festival onderzoeken wat ergens anders niet kan? Het is een driedaags festival, dus mensen slapen weinig en worden met de dag vermoeider. Daarom bedacht ik: ik ga het effect van slaaptekort op hallucinaties onderzoeken. De eerste dag waren de deelnemers nog fris, maar de laatste dag waren ze niets meer waard. Dus konden we goed een gradueel proces van slaaponthouding zien en wat dat met de kans op hallucineren doet. Die neemt flink toe, zoals we dachten.

Er komt niet altijd iets uitzonderlijks uit mijn ingevingen, hoor. Soms denk ik: aha, dit is een briljant onderzoeksidee, maar dan ga ik het testen en blijkt het helemaal niet zo briljant. Dat maakt creativiteit voor wetenschappers iets heel anders dan voor kunstenaars. Wij moeten ook gewoon buffelen: ons onderzoek staven en onderbouwen, steeds opnieuw. Dat is ons vak: creativiteit met degelijkheid combineren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.