Lust & Liefde Zorgverlenerssyndroom

‘Ik ben niet de enige therapeut die er thuis een potje van maakt’

Wat Simone (53) professioneel doet, doet ze ook privé: steeds maar weer mannen proberen te redden.

'Zou er zoiets bestaan als een zorgverlenerssyndroom? Vrouwen die overdag therapeut zijn en in hun privéleven dat zorgen voor anderen niet kunnen laten? Dat moet haast wel. Ik ben een van hen. Ik ben 53 en behandelaar van borderliners en mensen met een posttraumatisch stresssyndroom. Tot twee keer toe heb ik wat mannen betreft verkeerde keuzes gemaakt waar ik jarenlang in ben blijven hangen. In plaats van stabiele partners te zoeken die de kans op een succesvolle verhouding aanzienlijk zouden vergroten, koos ik labiele, narcistische en gekwetste mannen, vermoedelijk in de hoop hen te redden. De eerste keer ben ik met zo iemand getrouwd. Daar heb ik vier kinderen aan overgehouden. Er werd van mij verwacht dat ik in de pas liep naast hem in zijn keurig gestreken pak en geen eigen mening had. De tweede keer was zes jaar geleden, met een man die zich door mij nooit liet kennen. Iets wat ik aanzag voor mysterieus. Ik wilde deze man doorgronden alsof hij een van mijn cliënten was. In plaats van hem na de eerste blijk van onbetrouwbaarheid voor altijd de rug toe te keren, bleef ik het maar proberen. Ik wilde snappen waarom hij op onze afspraken ineens niet kwam opdagen. Het was ronduit beledigend hoe hij mij behandelde, jaren achtereen, maar ik bleef zijn gedrag maar vergoelijken. Stom, want ik had na zes weken al kunnen weten dat hij fout was.

Onze eerste ontmoeting na maandenlang appen heb ik uit geveinsd zelfrespect nog tamelijk lang kunnen uitstellen. We hadden elkaar leren kennen op internet, maar hij drong aan op een ontmoeting en toen ik hem zag staan, in pak geleund tegen een muur ergens in Antwerpen, met om zijn lippen een glimlach die deed vermoeden dat hij mij helemaal doorhad, was ik meteen verkocht. Ik had gerend over de hobbelkeien, zwikkend op mijn hoge hakken om op tijd te zijn. Maar ik zag geen ergernis, hij keek geamuseerd of hij alles had voorzien en toen hij zijn hand uitstak, kuste ik hem vol op zijn mond. We begonnen elkaar eens in de twee maanden te zien en stuurden elkaar berichtjes. Dan schreef hij: 'Ik wou dat ik naast je lag, dan zou ik je een kus geven op je voorhoofd en wachten tot je in slaap valt, zodat ik zelf ook rustig kon slapen.' Maar toen ik eindelijk gescheiden was en vroeg: 'Kom eens langs?', bedacht hij de ene uitvlucht na de andere. Intussen stuurde hij me filmfragmenten, gedichten, boeken, die elk een deel van de sluier rond zijn persoonlijkheid weghaalden, maar nooit alles. Hij prikkelde me ermee. Het was of hij mij in directe verbinding bracht met mijn fantasie. Stuur me eens een film die vertelt wie jij bent, daagde ik hem uit. Hij stuurde 12 Angry Men en toen wist ik nog niet welke van de mannen hij was.

Ik kan nu veel meer vertellen, over zijn verborgen leven en de vrouw die zich op een dag meldde en me vroeg haar gezin met rust te laten, over kinderen van wie ik het bestaan niet wist. Ik geef onmiddellijk toe dat hij en ik geen gezonde verhouding hadden, maar het is de vraag of gezond en brandende liefde wel bij elkaar horen. Zeker zijn van elkaar en gebrek aan strijd kunnen de lekkere liefde ook bederven. Vriendschap en gezond, ja, die passen bij elkaar. Maar mijn liefdes lijken vaak iets ongelijkwaardigs nodig te hebben om te kunnen blijven branden. Het frustreerde me dat ik hem met al mijn vaardigheden als therapeut niet kon lezen. Ik wilde de eerste vrouw zijn die hem zijn geheim zou ontfutselen en verwachtte daarvoor dubbel beloond te worden: in de eerste plaats zou ik zijn eeuwige liefde krijgen en in de tweede plaats zou ik laten zien hoe bekwaam ik was in mijn vak. Natuurlijk dacht ik dat allemaal niet letterlijk, destijds wilde ik koortsachtig maar een ding: hem hebben. En intussen bleef ik in mijn therapiepraktijk een andere bril opzetten, en probeerde ik de borderliners te bewegen tot iets wat mijzelf niet lukte: een stabiel leven zonder al te veel uitschieters. Ik ben niet de enige therapeut die er thuis een potje van maakt. Een collega heeft een verhouding met een getrouwde man. Hardop zegt ze: waar ben ik mee bezig, maar net als haar patiënten op de sofa heeft ze niet de moed te stoppen met wat slecht voor haar is. Vreemd, en misschien zelfs gevaarlijk voor ons vak. Want zelfs ik, die dit gedrag snap en er zelf schuldig aan ben, betrap mezelf erop dat ik collega's die er zelf een rotzooitje van maken minder raadpleeg.

Na zo'n drieënhalf jaar wroeten en liefhebben, gekwetst worden, vergeven, opkrabbelen, roepen: man lazer op, en: man kom terug, zag ik in dat er geen complexe persoonlijkheid school achter zijn tegenstrijdige gedrag, maar gewoon een man die in de war was en conflicten meed. Toen ik dat begreep, hield mijn verliefdheid op en kon die veranderen in de vriendschap die aanhoudt tot de dag van vandaag. Vreemd dat ik me door zijn leugens niet liet ontnuchteren en door de 'diagnose' wel. Tegenwoordig is ons contact ook steeds meer dat van cliënt en therapeut. Ik help hem vooral met zijn problemen. Een tijdje geleden leerde ik een andere man kennen: een vrachtwagenchauffeur en slagerszoon die films noch gedichten citeert, maar speciaal voor mij veganistische maaltijden kookt en die met mij opeet. Zo zorgzaam als hij heb ik nog nooit meegemaakt. Soms voel ik me schuldig omdat ik zo weinig terugdoe. Maar misschien is dat een kenmerk van de gezonde liefde die ik lang heb veronachtzaamd: moeiteloosheid. Laatst ging hij solliciteren als administratief medewerker, mijn studerende zoon en ik hebben hem geholpen met zijn brief en het oefenen op het gesprek. Toen hij de baan kreeg, gaf hij mij een enorme bos rozen. Ik was blij, want voor het eerst besefte ik dat ik niet langer ván iemand ben, maar mét iemand.'

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Simone gefingeerd. Ook geïnterviewd worden? Mail een toelichting: lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.