Die ene patiënt Bevalling

‘Hier zat een aanstaande moeder die weldoordacht een ­levensbedreigend risico wilde nemen’

Medische experts over de patiënt die hun kijk op het vak veranderde. Deze week: anesthesioloog Hans Knape (68).

Beeld Olivier Heiligers

‘Het was een leuk echtpaar met drie kinderen en nu was de vrouw opnieuw zwanger. Ze was naar mij doorgestuurd want de placenta lag verkeerd, voor de uitgang van de baarmoeder, en dan is er een grote kans op fors bloedverlies bij de bevalling. We bespraken de risico’s, ze zou mogelijk een bloedtransfusie nodig hebben. Al meteen in het eerste gesprek vertelde ze me, heel rustig, dat daarvan geen sprake kon zijn. Ze was overtuigd Jehova’s getuige en kon daarom geen bloed aanvaarden.

‘Maar wat, vroeg ik haar, als zij zonder extra bloed zou overlijden? Dan zou haar kind zonder moeder opgroeien. Het antwoord dat ze gaf, zal ik nooit vergeten: ik wil niets liever dan mijn vier kinderen opvoeden, zei ze, maar als ik dat moet doen met de wetenschap dat ik een bloedtransfusie heb gehad, dan is dat voor mij absoluut onaanvaardbaar. Maar als we haar nou bloed moesten geven om haar kind in leven te houden? Ook dat was onbespreekbaar. De rillingen liepen over mijn rug. Hier zat een jonge aanstaande moeder die weldoordacht een levensbedreigend risico wilde nemen.

‘Ik besprak haar wens met mijn collega’s, het leverde emotionele discussies op. Van de zestig specialisten op mijn afdeling wilde de helft niet aan haar verzoek meewerken. Als arts laat je niet zomaar een moeder van drie kinderen overlijden terwijl de middelen om dat te voorkomen voorhanden zijn. Het voelde alsof ze ons verzocht om ons werk te doen met één hand op de rug gebonden.

‘Maar toch, het zelfbeschikkingsrecht van patiënten telt zwaar, ik vond dat ik daar niet aan mocht komen. Bovendien hebben we als artsen een zorgplicht. En dus heb ik, na veel overleg, ermee ingestemd om haar geloofsovertuiging te respecteren. Ze had nog ruim twee maanden zwangerschap te gaan, we hebben artsen en verpleegkundigen geselecteerd die bereid waren om te helpen en dat behandelteam heeft al die tijd standby gestaan. Er was dag en nacht een anesthesioloog bereikbaar en een team voor de operatiekamer en er was personeel voor de intensive care dat kon worden opgeroepen. Bij elke overdracht was de vraag: wie heeft er dienst voor deze aanstaande moeder?

‘De juristen die we raadpleegden, vonden dat we er alles aan hadden gedaan om goede zorg te geven. Als er toch iets ernstigs zou voorvallen, dan moesten we dat beschouwen als overmacht. Toch had ik het er moeilijk mee. We hadden alles dan wel op papier staan maar straks was ik degene die haar op de operatiekamer liet doodgaan en een kind zonder moeder achterliet.

‘Ik herinner me de avond waarop ik thuis werd gebeld dat ze het ziekenhuis was binnengebracht om te bevallen en hoe gespannen ik heb afgewacht. Het bericht over de geboorte van haar zoon bracht bij ons allemaal een grenzeloze opluchting teweeg. Ze was probleemloos bevallen, via de normale weg, het kind was gezond. Het bloedverlies was nog geen 400 milliliter, volkomen normaal dus.

‘Als arts wil je goeddoen, je patiënten behandelen met alle kennis en technieken die voorhanden zijn, maar soms moet je accepteren dat patiënten dat niet willen. Van haar heb ik geleerd om me niet te laten beïnvloeden door mijn emoties. Natuurlijk voelde ik irritatie door haar verzoek, door de beslissing die zij nam voor haar ongeboren kind, maar ik slaagde erin om dat terzijde te schuiven en daardoor kon ik haar helpen. We hebben op onze afdeling geleerd dat we haar gewoon moesten beschouwen als een patiënt met een beperking, voor wie we onze zorg aanpassen. Al was deze beperking dan uitzonderlijk en niet van medische aard.

‘De volgende ochtend heb ik haar opgezocht op de kraamafdeling. Nog even heb ik het gehad over de spannende laatste maanden maar verder heb ik het laten rusten. Ze had net een kind gekregen tenslotte, ze had vooral behoefte aan een felicitatie. Achteraf waren we blij dat we haar wens hadden gerespecteerd, al was dat makkelijk praten omdat het goed was afgelopen. Nog altijd ben ik diep onder de indruk van haar diepgewortelde overtuiging en van de consequenties die ze daaraan had willen verbinden. Het is alweer tien jaar geleden maar ze blijft me altijd bij.’

Anesthesioloog Hans Knape. Beeld Kees Wollenstein
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.