'Geld voor vragen'-affaire kost Majors prins de kop

David Willetts, door vrienden wegens hoge intelligentie Twee Breinen genoemd en behorend tot de kroonprinsen in de Britse Conservatieve Partij, kan een mooie politieke carrière op zijn buik schrijven....

Van onze correspondent

Bert Wagendorp

LONDEN

Willetts is het derde slachtoffer van de 'geld voor vragen'-affaire. Die zaak speelde in 1994, toen twee andere staatssecretarissen, Neil Hamilton en Tim Smith, ervan werden beschuldigd in hun periode als kamerlid geld te hebben aangenomen van Al Fayed, de eigenaar van het Londense warenhuis Harrods, voor het stellen van kamervragen.

Willetts was in 1994 whip, een functionaris die namens de regering de Tory-fractie in het Lagerhuis bestiert. In een memorandum aan de voorzitter van een commissie die destijds de affaire onderzocht, zou Willetts hebben geschreven dat een poging moest worden gewaagd de Conservatieve meerderheid in de commissie aan te wenden om de zaak snel van tafel te krijgen.

Volgens de commissie die de beschuldigingen aan het adres van Willetts de afgelopen twee maanden onderzocht, had hij de zaak er in de commissieverhoren alleen maar erger op gemaakt. In het rapport van de commissie wordt Willetts nog net niet beschuldigd van liegen, wat zijn einde als parlementariër had betekend.

Voor Major is het extra pijnlijk dat Willetts behoorde tot zijn kring van strategen. Hij was van het ministerie van Financiën overgeheveld naar het bureau van de vice-premier, Michael Heseltine, om de planning en presentatie van het regeringsbeleid beter te coördineren, met het oog op de komende verkiezingen. Willetts nam woensdag zelf ontslag, hij ontkende tegen de commissie onwaarheden te hebben gesproken.

Willetts is sinds 1992 de negende minister of staatssecretaris die gedwongen vertrok. In de meeste gevallen ging het daarbij om buitenechtelijke affaires. Het laatste regeringslid dat om die reden werd verzocht op te hoepelen was Rod Richards, in juni van dit jaar.

David Mellor, minister van Nationaal Erfgoed, was in 1992 de eerste die de nieuwe ploeg van Major moest verlaten. Hij bleek een affaire te hebben met de werkloze actrice Antonia de Sancha. Zij verklaarde later dat Mellor altijd de liefde bedreef terwijl hij de sokken van zijn favoriete club Chelsea droeg. Die onthulling bezorgde Mellor, die zichzelf ook wel omschreef als 'minister van de Lol', immense populariteit onder Chelsea-fans.

Nadat in 1994 wegens liederlijke avonturen ook Tim Yeo en Lord Caithness hadden moeten vertrekken, schrapte de Conservatieve partij haar nieuwe moralistische slogan 'Back to Basics'. Dat was maar goed ook, want er volgde nog veel meer ellende voor het team van Major. De meest geruchtmakende zaak was die rond Stephen Milligan, een assistent van een minister, die in februari 1994 dood werd aangetroffen met een damespanty over zijn hoofd. Er was vermoedelijk sprake van een mislukt auto-erotisch experiment.

Het risico van ontsporende regeringsleden is voor een Britse premier aanzienlijk, alleen al vanwege de grote hoeveelheid mensen waaruit een Britse regering bestaat. Majors kabinet bestaat uit 23 mensen, maar de totale regering telt ruim over de honderd functionarissen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.