Column Aaf Brandt Corstius

‘Exclusief: een dinosaurus in de piste’, schetterde de reclameboodschap van het circus

Met een circus rondreizen lijkt me geen gemakkelijk verdienmodel, maar er zijn in Frankrijk en andere Zuid-Europese landen zoveel circussen dat er blijkbaar toch nog mensen zijn die in deze business geloven. Het is natuurlijk ook iets prachtigs om in te geloven: de stoffige piste, de volgezwete kostuums, de mottige dieren, de trieste clown – in het Frans heet een clown trouwens kloen.

Al die rondreizende circusjes onderscheiden zich met iets; het ene circus heeft twee welpen, het andere een geit die heel veel kan, en het circus waar wij heen gingen adverteerde met duizend posters in het stadje en uiteraard een rondrijdende auto met onverstaanbaar schetterende reclameboodschap met ‘exclusief: een dinosaurus in de piste’.

In de dagen voordat we zouden gaan, speculeerden we elke keer dat we langs het circus reden welk dier de exclusieve dinosaurus zou spelen. Zou het een van de vervilte ezels zijn die lusteloos naast de tent stonden te grazen, of de witte lama die altijd met een stomverbaasd gezicht naast de glanzende rode trailer stond? Er stond ook een witte tijger op de poster, en Elsa en Olaf van Frozen. Misschien was de dinosaurus een dubbelrol van Elsa of Olaf. Kleine circussen bestaan bij de gratie van dubbelrollen.

Dat was ook hier zo. De directeur was tevens paarden- en lamamenner, de kloen was ook de portier, Elsa gooide na het zingen van Let It Go met Olaf allerlei hoeden naar een evenwichtskunstenaar en liet zich ook nog met een fietsketting om haar nek rondslingeren, nu op rolschaatsen. De kloen deed vier lange nummers. Bij een nummer nam hij willekeurige ouders uit het publiek mee naar de ruimte achter het podium. Dan klonk er een lange mitrailleursalvo, waarna hij in zijn eentje terugkwam en schreeuwde ‘KAPUTT!’

De lama’s kwamen op. Ze renden rond, keken stomverbaasd en werden weer weggeleid. De exclusieve dinosaurus was na de pauze. Tussen veel rook en blauwe verlichting liep hij rond op vier poten; twee dinosauruspoten en twee mensenpoten, waaraan ik de stoffige schoenen van Olaf herkende.

Maar we konden allang niet meer lacherig doen over de knulligheid van dit circus, want het eerste nummer was van een Fransman genaamd Fred Jackson, en, zo bleek, vier gigantische Bengaalse tijgers. Als Fred Jackson iets riep, rolden de tijgers om. Als Fred Jackson iets anders riep, gaven ze een poot. En als Fred Jackson voor ze ging staan, zeiden ze keihard RAAAAW en leek het heel even alsof ze Fred Jackson zouden opeten. Wat je hoopte. Maar toch ook weer niet. Want je werd verscheurd tussen medelijden met de tijgers en respect voor Fred Jackson.

In het volgende dorpje waar we kampeerden, stond een ander circus. Ze hadden exclusief een dinosaurus in de piste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.