Interview

'De wereld bestaat uit eikels'

Herman Heinsbroek: zakenman, ex-minister, kunstverzamelaar

In een thriller schrijft zakenman, ex-minister en kunstverzamelaar Herman Heinsbroek (64) zijn visie op de samenleving en het huwelijk van zich af.

Herman Heinsbroek. Beeld Martin Dijkstra

Na het interview geeft Herman Heinsbroek een korte rondleiding langs een deel van zijn kunstcollectie. Een buste van Yves Klein in ultramarijnblauw, een zilveren schedel van Damien Hirst, veel uit China en Japan natuurlijk - en dat is alleen nog de living van zijn witte huis in Naarden, ontworpen samen met beste vriend en buurman Jan des Bouvrie en gebouwd op een eigen landgoed met hekken eromheen.

Op de grond in de gang, naast een kerstboom van vier meter hoog, staat een sculptuur van Jeff Koons, Balloon Venus, nog onuitgepakt in de koffer. 'Dit is een samenwerking tussen Koons en Dom Pérignon, van de champagne', legt Heinsbroek uit. 'Niet aan te komen, zoiets als dit, maar het is mij gelukt. De directeur van Dom Pérignon is dit persoonlijk komen brengen.'

Na zijn ministerschap van Economische Zaken, dat 87 dagen duurde, hield Heinsbroek (64) zich bezig met het verzamelen van kunst. Inmiddels heeft hij, zegt hij, een van de grootste modernekunstverzamelingen van de Benelux en is hij 'expert' op het gebied van de Chinese moderne kunst.

Werken hoeft Heinsbroek niet meer, sinds hij in 1996 zijn entertainmentbedrijf Arcade, waarvan hij voor 71 procent aandeelhouder was, verkocht aan Wegener, voor naar verluidt 300 miljoen gulden. Zijn voornaamste dagelijkse verplichting bestaat uit het beheren van zijn vermogen.

En nu is er een boek, zijn debuutroman, een thriller met de naam Riskant spel, waarvan Heinsbroek hoopt er 50 duizend te verkopen. Uitgegeven in eigen beheer, vertelt hij. 'Ik heb geen zin in de 'show don't tell'-redacteuren die rondlopen bij de grote uitgeverijen. Dat is het adagium, hè, show don't tell, met van die korte zinnetjes moeten schrijvers zogenaamd beeldend laten zien hoe het verhaal volgens de uitgeverij in elkaar steekt. Dat leidt tot eenheidsworst.'

Uw gezicht staat groot op het omslag.

'Omdat dat is wat ik verkoop: mezelf en mijn naam. Ik heb natuurlijk gekeken naar de omslagen van thrillers in de winkel. Nou, dan zie je handboeien of zogenaamd spannende foto's. Daar onderscheid je je niet mee. Connie Palmen en Jan Mulder staan ook met hun hoofd op het omslag. Ik dacht: slim, dat doe ik ook.'

CV Hermanus Philippus Johannes Bernardus (Herman) Heinsbroek

12 januari 1951 Geboren in Schiedam
1975 Doctoraal Nederlands recht, Erasmus Universiteit Rotterdam.
1976 Diplomatenklasje Buitenlandse Zaken, korte tijd gestationeerd in Istanbul.
1977 CBS Records
1979 Directeur Arcade Records Benelux
1984 Krijgt via een management buy-out de meerderheid van de aandelen Arcade.
1996 Arcade verkocht aan Wegener voor - naar verluidt - 300 miljoen gulden.
2002 Minister van Economische Zaken voor de LPF in kabinet-Balkenende I.
2002 Heinsbroek richt eigen partij op, LNP, maar besluit niet aan de verkiezingen mee te doen.
2006 Staat in de Quote 500, geschat vermogen van 164 miljoen euro.
2006 Presenteert met Sven Kockelmann het debatprogramma Recht door zee.
2015 Debuutroman Riskant spel

De koper denkt nu: dit boek gaat over Herman Heinsbroek. Maar het is een thriller.

'Het is fictie. Het centrale thema van het boek is de ongebreidelde macht van de media. Want dat is al já-ren een thema op de borrels en partijen waar ik kom. Het uitvergroten, het framen. Al die leedvermaaktelevisie: mensen zijn te dik, hebben geen geld, liggen in een vechtscheiding of hun huis is een drama. Het houdt niet op. Op een gegeven moment zegt men: ik hoef die krant of televisie niet meer. Ik hoef niet wéér over Syrië en ebola te lezen en wéér ongelukkige mensen op televisie te zien. Waarom zien we nooit mensen die wél hun budget kunnen beheersen, die wel gelukkig zijn? Mijn stemming lijdt daaronder. Ik wilde aandacht vragen voor de rol van de media, voor hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar het moest geen aanval worden op de persvrijheid. Daarom heb ik het verpakt in een spannend verhaal.'

Dat verhaal draait om Ben Zandstra, een steenrijke, charismatische mediatycoon in wie de lezer met weinig moeite Heinsbroek zelf zal herkennen. Tezamen met zijn bloedmooie dochter van 24 - uit zijn tweede huwelijk - wordt hij ontvoerd vanuit zijn landhuis en achter in een auto gegooid. De ontvoerder is een weduwnaar van middelbare leeftijd met een activistisch verleden, gedesillusioneerd, vader van een drugsverslaafde zoon en een dochter die in de prostitutie werkt. Hij eist geen geld, maar een verandering van de programmering: geen geweld of andere sensationele onzin meer op televisie.

Beeld Martin Dijkstra

Waarom hebt u niet gewoon een pamflet geschreven?

'Omdat lezers dat niet uitlezen, en een spannend boek wel.'

Er zitten nogal wat autobiografische elementen in het boek.

'Er zit veel van mij in Ben Zandstra, maar ook in de kidnapper. Hoe Ben tegen zijn bedrijf aankijkt, en geen uitdaging meer ziet, dat lijkt ergens wel op mijn laatste jaren bij Arcade. Voor mij geldt: het behalen van de zaak is het einde van het vermaak. Ik begon bij Arcade toen het een klein bedrijf was. We brachten verzamel-cd's aan de man door middel van tv-reclames. Dat ging zo goed, dat ik een eigen platenmaatschappij wilde beginnen, en daarna platenwinkels, en daarna radio- en televisiezenders: TMF, Radio 10 Gold. Toen het allemaal liep, wilde ik weer wat anders. En toen kwam Wegener met een bod waar ik geen nee op kon zeggen.'

Ontvoerder Bram heeft grote bezwaren tegen het gebrek aan normen en waarden bij de media, hij stoort zich aan geweld op televisie en is ervan overtuigd dat dit alles leidt tot een verloederende samenleving. U hebt in interviews soortgelijke dingen beweerd. Een van uw eerste acties als minister was het uitbrengen van een notitie over 'normen en waarden'.

'Precies. Dat heb ik gedaan du moment dat ik minister werd. Toen het kabinet gevallen was, heeft Balkenende er een christelijk sausje overheen gegoten en is hij ermee vandoor gegaan - zonder succes. Ik maak de normen en waarden uit die notitie nu concreet. Bijvoorbeeld: er wordt in het boek iemand vermoord omdat zijn honden steeds blaffen. Een totaal uit de hand gelopen ruzie. Dat is nu wat ik noem normovertreding: je láát je honden niet blaffen.'

U hebt zelf ook wel eens ruzie gehad met buren over een blaffende hond, toch?

'Dat heb ik wel eens gehad, ja. En ik ben dan iemand die daar wat van zegt, waardoor het tussen mij en die buurman met die hond niet zo uit de hand is gelopen.'

Beeld Martin Dijkstra

De ontvoerde vader en dochter voeren in een vochtige kelder tussen hun eigen uitwerpselen gesprekken over politieke onderwerpen, waarin ook weer duidelijk uw opvattingen doorklinken.

'Ja, wat ze over Israël zeggen, bijvoorbeeld. Israël zou veel beter verplaatst kunnen worden naar bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Het is een historische fout geweest dat land te stichten midden tussen de islam, want het veroorzaakt een ongelooflijke heibel in de wereld - denk ook aan het oplaaiende antisemitisme. Er moet ongetwijfeld een stuk van Amerika zijn waarover te onderhandelen is. Geef ze 25 jaar de tijd en maak van Jeruzalem VN-gebied. Het moet een keer afgelopen zijn. Jij kunt het een onhaalbaar voorstel vinden, maar ik wil dat mensen er in ieder geval over gaan nadenken. Daarom staat het in mijn boek.'

En het huwelijk voor bepaalde tijd, waar Ben Zandstra het over heeft, is vast ook een idee van u.

'Hahahaha! Wat vind je daarvan? Maar zonder gekheid: dat idee komt voort uit het feit dat de situatie in veel huwelijken niet deugt. Sterker nog: ik ken eigenlijk geen enkel huwelijk dat deugt.'

Wanneer deugt een huwelijk?

'Als mensen elkaar niet afkatten, niet zeiken, niet in aparte slaapkamers slapen, niet continu kritiek op elkaar hebben. Het huwelijk komt uit een tijd waarin we dood gingen als we 45 waren. Inmiddels hebben we pillen en operaties en worden we oud, en dat huwelijk kabbelt maar mee, terwijl het nooit bedoeld was om zo lang te duren. Tijdens een verliefdheid, die soms een jaar duurt, en soms twee jaar, worden beslissingen genomen waar mensen later spijt van krijgen. Wat als je nou een verplichte proeftijd van zeven jaar introduceert? Ik denk dat de vrouw dan minder snel haar haar afknipt en de man minder snel een bierbuik krijgt.'

Beeld Martin Dijkstra

En na zeven jaar?

'Dan moet je opnieuw voor het altaar gaan staan en zeggen: ja, met deze vrouw of kerel ga ik het nog eens zeven, tien of dertig jaar doen.'

Hoeveel ellende had deze regeling u gescheeld?

'Ik denk dat ik misschien ook wel beter mijn best had gedaan. En mijn ex-vrouwen misschien ook wel. Als je iemand ontmoet, zet je als een pauw je veren op. En langzaam maar zeker vlakt dat af. De man trekt zijn pak niet meer aan, maar loopt in zijn slobberbroek. De vrouw loopt op Uggs in plaats van op hakken. Ik wil de power erin houden. En als die spanning er dan toch niet meer is, loopt het huwelijk na zeven jaar vanzelf af.'

U bent zelf twee keer getrouwd.

'Drie keer. O nee, de derde keer was het een samenleving, maar dat is voor mij hetzelfde.'

U bent dus iemand die drie keer getrouwd is geweest en zegt: ik ben tegen het huwelijk.

'Nee, ik ben niet tegen het huwelijk. Ik ben vóór het huwelijk voor bepaalde tijd.'

Als u er zo goed over heeft nagedacht, waarom is het bij uzelf dan drie keer niet gelukt?

'Omdat ik ook vastzit in het systeem. Met míjn systeem waren mijn huwelijken óf vanzelf afgelopen óf ik en mijn ex-vrouwen hadden meer hun best gedaan. En dan had jij nu misschien gezegd: goh, wat leuk, u bent drie keer plezierig getrouwd geweest. Die stigmatisering van scheiden moet ook maar eens afgelopen zijn. Ik heb van niet één van mijn drie vrouwen spijt.'

Zou u over uzelf zeggen dat u slecht bent in relaties?

'Nee. Ik ben alleen niet goed in langetermijnrelaties. Daar knelt het. Hoe komt dat? Mijn karakter. Het behalen van de zaak is het einde van het vermaak. Dat geldt zowel in zaken als voor relaties. Mijn vier dochters vragen me wel eens of ik nog in de liefde geloof. Ja, zeg ik dan, want er zijn daadwerkelijk mensen die na jaren samenzijn zeggen dat ze nog steeds verliefd zijn op elkaar.'

Dat hebt u zelf ook weleens gezegd.

'Ja, dat heb ik over Judith ook weleens gezegd. En toch is het, na twintig jaar, voorbij. In 2008 zijn we begonnen met living apart together, zij woonde vanaf toen in het andere huis hier op het landgoed, waar ze ook haar atelier had en wat ik nu inricht als tentoonstellingsruimte. We zagen elkaar toen nog regelmatig. Dat is nu over. Ik heb verderop een huis voor haar gekocht.'

Het lijkt mij vreemd om alleen te wonen in zo'n gigantisch huis als dit.

'Ik begrijp dat jij dat denkt. Maar er is mijn secretaresse, die je heeft binnengelaten; die kookt en doet van alles. Eerst woonde ik hier natuurlijk met mijn kinderen en met Judith. Nu woont alleen de laatste, Estée van 17, hier nog. Het is langzaam maar zeker een groot huis geworden. Gelukkig is er permanente beveiliging.'

Hoe groot is dit huis?

'In vierkante meters? Ja, maar dan ga je dat weer opschrijven en dan staat het groot in het artikel. Dat heb ik liever niet. Het is een redelijk groot huis.'

Uw vriend Jan des Bouvrie zei: Herman kan eigenlijk te goed alleen zijn.

'Jan kwam een keer binnen terwijl ik in m'n eentje zat te schrijven met de hond aan mijn voeten. Dan ben ik ultiem gelukkig. Jan moet altijd op stap. Hij gáát ook altijd op stap. Voor de meeste feestjes word ik niet uitgenodigd, omdat ik toch nooit kom. Ik heb me wel afgevraagd waarom ik zo ben. Ben ik zo geboren? In ieder geval ben ik, gaandeweg, teleurgesteld geraakt in de mensheid. Je wordt zo snel belazerd. Dat merkte ik als klein jochie al.'

De vader van Herman Heinsbroek werkte zich op van jeneverstoker tot adjunct-directeur van jeneverstokerij Blankenheim & Nolet in Rotterdam. 'Mijn vader wilde dat wij het nog beter zouden doen dan hij. We moesten onze school afmaken en hard werken. De warmte schoot er thuis soms bij in. Mijn vader dronk te veel, en als hij gedronken had, werd hij cynisch en onaardig - waar hij de volgende dag dan weer spijt van had. Op zijn 56ste is mijn vader overleden na hartproblemen. Hij heeft nog net meegemaakt dat ik meester in de rechten werd. Dat vond hij geweldig.'

De eerste keer dat Heinsbroek serieus werd 'belazerd', was aan het einde van de brugklas. 'Ik had het precies uitgerekend; een 7 voor Frans had ik nodig. Nou, die had ik. Maar op mijn eindrapport stond een 5. Ik ging naar mijn leraar Frans toe om te vragen hoe dat in godsnaam kon. Moest van de rector, zei hij, die vond me lastig en ik moest dus maar een jaartje overdoen. Op dat moment dacht ik: ah, dus zo werkt de wereld. Zeer teleurstellend.'

En het gevolg van uw teleurstelling in de mensheid is dat u zich terugtrekt op uw landgoed.

'Ik trek me niet terug, maar ben steeds meer alleen gaan doen. Ik ben meer op mezelf gaan vertrouwen. In het bedrijfsleven kreeg ik pas succes toen ik zélf de baas was en zelf de regels kon bepalen. In 1984 kreeg ik Arcade in handen, en pas toen ging het bedrijf floreren. Daarvoor was ik directeur, maar dan vonden de eigenaren weer dit of dat. Ik dacht: laat mij het zelf doen. Natuurlijk ben ik in mijn leven ook lieve mensen tegengekomen. Maar hun aandeel is in verhouding gigantisch klein.'

10 procent lieve mensen tegenover 90 procent onbetrouwbare eikels?

'Ik denk dat de wereld voor wel 95 procent uit eikels bestaat. Misschien wel voor 99 procent.'

Was er wat dit betreft een verschil tussen de zakenwereld en de politiek?

'De zakenwereld is een stuk eerlijker. In de politiek wordt altijd op de man gespeeld en niet op de bal. In de zakenwereld gaat het toch echt om de bal, hoor. Bij slechte winstcijfers wordt de baas gewoon vervangen. Een raad van commissarissen had bij de PvdA al tien keer ingegrepen.'

Was u ongeschikt voor de politiek?

'Ja, omdat ik integer in elkaar zit. Iedereen is bezig voor zichzelf, daar had ik weinig rekening mee gehouden. Het landsbelang komt op de tweede plaats.'

Had u niet van tevoren moeten weten dat u ongeschikt bent voor de politiek?

'Het was een turbulente periode. Fortuyn was net doodgeschoten. Bovendien had ik niks omhanden. Er was eindelijk iemand opgestaan die het bed wilde opschudden. Ook een loner, ook uit de jaren zestig, rebels, net als ik. Ik voelde karakterologische verwantschap. En toen belde Ferry Hoogendijk (die toen hoog op de LPF-kieslijst stond, red.) om te vragen of ik beschikbaar zou zijn voor een ministerschap. Ik dacht: misschien wordt het wat, misschien niet. Het was God zegene de greep.'

U zat na uw rechtenstudie in het diplomatenklasje van Buitenlandse Zaken, maar haakte snel af omdat de diplomatieke dienst niets voor u was. Had dat geen aanwijzing moeten zijn?

'Klopt, ik was totaal ongeschikt als diplomaat. Een diplomaat loopt continu te konkelen. Ik niet.'

Was u gevleid dat u gevraagd werd voor zo'n hoge positie als minister?

'Volstrekt niet. Als je gedaan hebt wat ik op dat moment gedaan had, zit je absoluut niet meer te wachten op een ministerschap. Ik was daar niet van onder de indruk.'

Hoe kijkt u terug op 2002? Ziet u het als een mislukking?

'Het is jammer dat het niet is geslaagd, maar ook voor de hand liggend. Als ik met dezelfde LPF-club Arcade had moeten oprichten, was het bedrijf binnen een maand failliet gegaan. Het had mij verbaasd als het met de LPF wél gelukt was. Er was niks van te maken, daarvoor was het in de partij een te grote chaos.'

Zag u uzelf als de nieuwe Fortuyn?

'Dat werd bij mijn aantreden meteen geroepen. Ik had gehoopt dat er bij de LPF meer Fortuynisten zouden zitten, maar volgens mij was ik de enige die het gedachtengoed van Fortuyn uitdroeg. De manier waarop Pim was - zo was ik min of meer ook. De rest zat er niet in het landsbelang, maar voor hun eigen belang. Bij het opstellen van de Troonrede was ik de enige die zei dat Fortuyn daarin genoemd moest worden. Geen enkele van de LPF-ministers steunde me. Bomhoff, De Boer, Nawijn - ze waren dolblij om ministertje te zijn. De rest interesseerde ze geen moer! In de Troonrede is er uiteindelijk met geen woord over Fortuyn gesproken. Eigenlijk was ik toen al klaar met die hele LPF. Als het een bedrijf was geweest, had ik alle andere LPF-ministers eruit gelazerd.'

Had u met de juiste mensen om u heen de nieuwe Fortuyn kunnen zijn?

'Met de juiste mensen - ja. Dan wel.'

Was u dan minister-president geworden, denkt u?

'Durf ik niet te zeggen. Maar het zou kunnen.'

U zei in een interview dat u geen zin had in het weekend tassen vol dossiers te lezen, zoals andere ministers dat deden.

'Veel informatie kan gecomprimeerd worden, de kern past meestal op een A4-tje. Dat is mijn ervaring in het bedrijfsleven. Ik zei tegen mijn ambtenaren: vat het samen op één velletje. Zorg er maar voor dat alles erop staat, anders heb jij een probleem. Als minister heb je het al moeilijk genoeg - je wordt in je eentje gedropt op zo'n departement. Daar staat het ambtelijk apparaat vaak vijandig tegenover de nieuwe baas. In mijn geval: wat moest die entertainmentboy hier, die platenbaas? Pas na een paar weken kregen ze in de gaten dat het een heel andere man was dan ze dachten.'

Vond u het vervelend dat het steeds maar ging over uw Bentley, uw grote huis in Naarden?

'Helemaal niet. Aan nouveau riche kleeft iets negatiefs, maar dat is onterecht. Dat ik veel geld heb verdiend, betekent niet dat ik plat ben. Ik snap wel dat het vaak over die Bentley ging, want zo'n Bentley oogt een stuk leuker dan de kleurloze auto's waar de andere ministers in reden.'

Jan des Bouvrie heeft tijdens een etentje in Miami vlak na die LPF-periode tegen u gezegd: Herman, je bent een goede ondernemer, het is jammer dat je geen goede politicus bent. U werd heel boos.

'Omdat het leek alsof Jan het mij een beetje kwalijk nam dat het LPF-avontuur was mislukt. Hij begreep niet, en daarom werd ik boos, hoe er gekonkeld werd in Den Haag, en dat er dus geen brood van viel te bakken. Ik zei: Jan, je moet eens proberen jouw tent te runnen met mensen die je continu dwarszitten en die die meubelen van jou maar rommel vinden! Daar ben ik boos over geweest, ja.'

Toch zei u in 2012 op televisie tegen Sven Kockelmann dat u een ministerschap weer zou overwegen als u gevraagd zou worden.

'Maar dan wel met een club mensen van wie de neuzen allemaal dezelfde kant op staan. Dat zal een liberale partij moeten zijn: VVD of D66. De PVV vind ik een opportunistische, populistische partij. Overigens denk ik niet dat ze me ooit zullen vragen - in het bedrijfsleven haalt men vaak kandidaten voor topfuncties van buiten, maar in Den Haag gaan de baantjes naar ellebogentypes die tien jaar in de Kamer gaan zitten en daar een beloning voor willen. De groten uit het bedrijfsleven worden nooit gevraagd als minister.'

Het leven van Heinsbroek ging vanaf zijn schooltijd in een stijgende lijn recht omhoog, zegt hij - op zoek naar succes, geld en de daarbij behorende onafhankelijkheid. 'Financiële onafhankelijkheid' is altijd een doel geweest. 'Dan moet je best een behoorlijk bedrag hebben, zeker omdat ik het in guldens heb verdiend, en het door de euro zo ongeveer gehalveerd werd. Op mijn 30ste was ik al miljonair. Het gaat mij om het gevoel; niemand vertelt mij hoe ik het moet doen. Ik heb geen zin in autoriteit, geen zin om beoordeeld te worden.'

Beeld Martin Dijkstra

Is het leven leuker met heel veel geld?

'Ja. Een dochter van mij kreeg een ernstig scooterongeluk, waarvoor ik uiteindelijk op advies van Nederlandse artsen naar New York moest om haar te laten opereren. Ze had een gecompliceerde bekkenbreuk. Daar vragen ze in het ziekenhuis gewoon om je creditcard. Het heeft ertoe geleid dat ze weer perfect in orde is. Met geld kan ik dingen kopen die ik wil, ik kan de wereld bereizen en ik hoef niet achter in het vliegtuig te zitten. Maar geluk haal je er niet uit. Geluk is een halfuur naar een kunstwerk kijken of naar de hond die aan mijn voeten ligt.'

In uw laatste jaren bij Arcade leed u aan wat u een midlifecrisis noemde.

'De midlife die ik over me heen heb gehad, heeft misschien wel de hele jaren negentig geduurd. Mijn tweede huwelijk eindigde in 1989. Ik zat met de nasleep van die scheiding, had twee kleine kinderen, maar werd ook vrij snel opnieuw verliefd, op Judith. Poeh, er kwam privé nogal wat over me heen. Het zijn hormonen geweest, ik kan het niet anders uitleggen. Vóór die tijd wilde ik alleen maar vooruit, meer, sneller. Maar ineens ging ik overal over nadenken. Moest ik niet wat anders gaan doen? Hoe zit de liefde in elkaar? Het kwam van binnen, het overkwam me.'

Bent u op zoek gegaan naar antwoorden op al die vragen?

'Ik ben naar India gegaan en heb me spiritueel verdiept. Ik ben naar een soort goeroe geweest, naar massabijeenkomsten, Sant Mat. De bedoeling is om door middel van meditatie het licht te gaan zien. Die mensen zijn allemaal vegetariër. Er zijn er een heleboel bij die zich tijdens die bijeenkomsten aanstellerig gedragen en alleen maar proberen in de ogen van die goeroe, de spirituele meester, te kijken.'

Kon u daarin meegaan?

'Moeilijk. Erg lastig. Ik vond het fascinerend, maar het heeft geen vat op mij gekregen.'

Ben Zandstra zegt in uw boek: 'Vaak droom ik de laatste tijd voor ik in slaap val van een eenvoudig wit houten huis met een rood pannendak. Ergens aan een ongecultiveerd strandje in een baai in Midden-Amerika.'

'Wat zou het heerlijk zijn om in zo'n simpel huis te wonen en niks aan mijn kop te hebben. Bezit kan op een gegeven moment een last worden. Ik begin steeds vaker te denken: minder is meer. Als je 40 bent, wil je een Ferrari kopen. Als je 60 bent, heb je zoiets van: het is me worst. Het is over, het interesseert me niet meer. Die Bentley en die Ferrari zijn al lang weg. Ik rijd nu in een Porsche Cayenne uit 2007. Mijn kinderen zeggen: pap, moet je niet eens een nieuwe auto? Nee, zeg ik, want deze rijdt nog prima. Het is een andere fase. Een fase van rust.'

Waarom koopt u niet gewoon zo'n huisje aan het strand?

'Omdat het natuurlijk niet kan, want er zal worden ingebroken 's nachts door een of andere klootzak. Ik heb wel eens gekeken, in Costa Rica, maar het barst overal van de criminaliteit. Voor elk raam zit traliewerk. Of je moet naar de Malediven, maar daar is weer geen bal aan. Je kunt het vergeten, dat soort plekken bestaat niet meer in de wereld. Overal waar je komt: security, security - moe word je ervan. Ik heb een huis in Saint-Tropez - alles zwaar beveiligd. Alles en iedereen jat van elkaar of is drugsverslaafd.'

En als u geen villa bouwt, maar een simpel huisje?

'Dan komen ze alsnog voor je laptop en horloge. Echt, er komt altijd wel een zeikerd langs.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.