Interview Saskia Belleman

‘De krant is niet van elastiek, Twitter wel; ik kan het volledige verhaal vertellen’

Saskia Belleman. Beeld Marie Wanders

Bij rechtbankverslaggever Saskia Belleman slaat de vermoeidheid toe na de eerste vijf maanden van de zaak-Holleeder, een proces dat geldt als een ultiem media-evenement op haar vakgebied. Ondertussen is de ‘twitterkoningin’ van De Telegraaf zelf ook een mediafiguur geworden. 

Ook de rechters van het Holleeder-proces lezen mee als Telegraaf-journalist Saskia Belleman aan de andere kant van het kogelwerende glas zit te twitteren. Ze merkte het bijvoorbeeld begin juli, toen Willem Holleeder in de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp een door hemzelf gemaakte tijdlijn voorlas. ‘Die schoot alle kanten op. Een paar dames achter mij zaten te zuchten. Zo van: waar gáát dit over?’ Dus typte Belleman: ‘Op de publieke tribune worden diepe zuchten geslaakt. Voor de leek is de tijdlijn van #Holleeder niet bepaald verduidelijkend.’

Even later hoorde ze rechtbankvoorzitter Frank Wieland tegen Holleeder zeggen: ‘Ik heb begrepen dat het niet helemaal duidelijk is wat u nu eigenlijk wilt zeggen met deze tijdlijn.’ Belleman: ‘Aha, dacht ik, hij heeft mijn tweet gelezen. Want waar haalt hij die informatie anders vandaan?’

In 2010 was ze de eerste journalist van een landelijke krant die liveverslagen begon te twitteren vanaf de publieke tribune. Inmiddels heeft rechtbankverslaggever Belleman (59) bijna 70 duizend volgers die ze iedere dag nauwgezet op de hoogte houdt van de ontwikkelingen in de rechtbank waar ze zich op dat moment bevindt.

CV

Saskia Belleman (1959) begon haar journalistieke carrière in 1977 als algemeen verslaggever van dagblad De Zaanlander. Later werkte ze bij de Zwolse Courant en was ze chef nieuwsdienst van het ANP. In 2001 stapte ze over naar De Telegraaf, waar ze chef nieuwsdienst werd. Sinds 2010 is ze rechtbankverslaggever.

Leken en beroepsvolgers prijzen haar vanwege de continue stroom feitelijke, ongekleurde berichten die hen in de gelegenheid stelt om niets van grote en kleinere strafrechtzaken te missen. ‘Alsof ik er de komende maanden via de pers en Saskia Belleman niks van zal meekrijgen’, twitterde Peter R. de Vries toen hij hoorde dat hij als journalist niet welkom was bij de zaak-Holleeder tot na zijn eigen getuigenverhoor.

Het megaproces leverde Belleman een paar duizend nieuwe volgers op. Om de ingang van rechtbank De Bunker te bereiken, moesten journalisten zich de eerste maanden langs rijen Holleeder-toeristen wurmen. ‘Het passeren van die lange rij vond ik in het begin ongemakkelijk. Maar ja, ik ga daar ook zitten voor al die mensen die niet naar binnen kunnen.’

Keek u uit naar de zaak-Holleeder?

‘Ja. Wat zou het OM aan bewijs hebben, en hoe hard zou dat zijn? Ook naar de confrontaties van Astrid en Sonja Holleeder met hun broer was ik verdomde benieuwd. Inmiddels begint de vermoeidheid wel enigszins toe te slaan. Er zijn veel moordzaken die in één dag worden afgehandeld, terwijl voor de vijf dossiers in de zaak-Holleeder maanden zijn uitgetrokken. Het proces is nu met zomerreces en er zijn pas twee van de vijf moorddossiers behandeld. Dit gaat nog tot het einde van het jaar duren, als het niet langer is.’

Heeft u alle zittingen bijgewoond?

‘Op één na, die van 26 juni. Na de aanslag op het redactiegebouw van De Telegraaf wilde ik op de redactie zijn. Het voordeel is dat er tegenwoordig meer twitterende collega’s zijn, dus ik kon de gebeurtenissen in de rechtbank toch volgen.’

Wanneer begon u met twitteren?

‘In 2010, bij de eerste zaak-Geert Wilders. Er was vanuit binnen- en buitenland zoveel mediabelangstelling voor die zaak dat ik me afvroeg hoe ik daar als vertegenwoordiger van een dode boom iets aan zou kunnen toevoegen. Mijn collega Roel den Outer zei: ‘Waarom ga je niet gewoon rechtstreeks verslag doen via Twitter?’

‘Ik vond Twitter een onzinmedium, maar wilde het best proberen. Roel maakte een account voor mij aan. Eigenlijk was mijn verslag vooral bedoeld om als liveblog mee te lopen op de website van De Telegraaf, maar er haakten op Twitter steeds meer mensen aan.’

Twitter werd ‘een uitlaatklep’, zegt ze. ‘De krant is niet van elastiek, Twitter wel. Ik kan daar uitgebreid het volledige verhaal vertellen. Het aantal tweets dat ik aan een zaak kan wijden is ongelimiteerd. Het is een cadeautje hè, namens De Telegraaf. Mijn volgers zonder krantenabonnement betalen er niks voor.’

Een afspraak maken met Belleman valt niet mee; de rechtbankagenda bepaalt die van haar. In een café in Amsterdam, waar ze met haar man en dochter van 18 aan een gracht woont, praat ze zoals ze op Twitter en in talkshows overkomt: serieus, geduldig, vriendelijk. Ze spreekt bevlogen over haar werk, dat ze soms ook ‘hondsvermoeiend’ vindt. ‘Voor aanvang van een zaak leg ik volgers uit waar het die dag over gaat. Tijdens de zitting probeer ik een zo goed mogelijke indruk te geven van wat zich afspeelt in de rechtszaal.’

En tussendoor beantwoordt u vragen van volgers die willen weten wat een requisitoir is, om maar wat te noemen.

‘Aan die vragen merk ik dat het beeld dat veel mensen van het rechtssysteem hebben, is gebaseerd op Amerikaanse series en films. Ik krijg vragen als: wanneer doet de jury uitspraak? De interesse van volgers is stimulerend, maar er zijn er ook veel die vanuit hun onderbuik reageren. Wat de zaak-Sylvana Simons vorig jaar aan racistische reacties losmaakte, daar lusten de honden geen brood van.’

U zet ook anoniempjes met nauwelijks volgers op hun plek. Laatst, bij een verkrachtingszaak in Rotterdam, typte u naar iemand: ‘Als u hiermee suggereert dat het haar eigen schuld is dat ze is verkracht, dan neem ik nu afscheid van u. Met een block.’

‘Deze mensen pakken het podium dat ik ze bied, want hun teksten komen in beeld bij mijn andere volgers. Dat irriteert me. Ik reageer ook omdat ik aan die andere volgers wil laten weten dat ik vind dat vrijheid van meningsuiting grenzen heeft. Bij de zaak-Simons moesten mensen zich verantwoorden voor racistische opmerkingen en dan denken anderen daar nog een schepje bovenop te kunnen doen. Wat mankeert die mensen?’

Kreeg u veel opmerkingen over het twitteren, toen u er net mee begon?

‘Niet zozeer van collega-journalisten, wel van het OM, bodes en de parketpolitie die de orde bewaakt op een zitting. Ik werkte op mijn telefoon – alleen de eerste paar jaar hoor, toen ik een twitterschouder kreeg stapte ik over op een iPad. Iedere keer moest ik uitleggen wat ik aan het doen was. Geluidsopnames maken is bij de meeste strafzittingen niet toegestaan. Was tekstberichten sturen vanuit de rechtszaal dan niet net zo verboden? Geregeld tikte een bode me op de schouder: nu die telefoon weg, anders wordt u uit de zaal gezet. Na een paar jaar merkte ik dat ze het leuk begonnen te vinden: ha, die mevrouw van Twitter is er ook weer.’

Het zijn steeds een paar honderd tweets per dag.

‘En tijdens de lunchpauze tik ik een update voor de website, aan het einde van de middag nog eens en ’s avonds schrijf ik het verhaal voor de krant.’

Daarna schuift u soms nog aan bij een talkshow.

‘Op die dagen moet ik ook niet tussendoor op de bank gaan zitten, want dan stort ik in. In het begin sloeg ik die talkshowoptredens af. Wie ben ik nou, dacht ik, niemand zit op mij te wachten. Vanuit de hoofdredactie van De Telegraaf werd er de eerste keren schoorvoetend toestemming voor gegeven, vanwege het ingebakken wantrouwen op de redactie: die linkse omroepen zijn er alleen maar op uit om die rechtse Telegraaf onderuit te schoffelen. Onzin natuurlijk.’

Mede door die optredens bent u voor velen een bekend gezicht geworden.

‘Dat is gek, ja. Soms vragen onbekenden me om juridisch advies. Die hebben me gezien bij Pauw of Jinek en mailen hun hele levensverhaal. Ik geef geen juridisch advies, maar ik kan wel zeggen: misschien moet u die en die eens bellen. Die mensen leggen hun hele hebben en houwen op tafel, ik zou nooit zeggen: ‘Dat is mijn werk niet, doei.’ Het minste wat ik kan doen, is deze mensen serieus nemen.’

Saskia Belleman foto: Marie Wanders Beeld Marie Wanders

U begon aan een studie rechten toen u al in de journalistiek werkte, toch?

‘Klopt. Ik heb eerst de lerarenopleiding Engels gedaan en later Rechten aan de Universiteit van Amsterdam, in deeltijd. Ik werkte toen bij Nieuws van de Dag, een kopblad van De Telegraaf, en later bij het ANP. Studeren deed ik in de weekenden en avonduren. Mijn diploma heb ik net niet gehaald. Dat had te maken met een privédrama. Ik raakte in verwachting van mijn eerste kindje, maar die zwangerschap liep in de laatste maand mis. Mijn dochter kwam dood ter wereld.’

Schiet vol. ‘Het is al twintig jaar geleden, kun je nagaan. Door die gebeurtenis raakte ik behoorlijk van de wereld. Ik heb gewoon gewerkt in die tijd, omdat ik dacht: dan is in ieder geval één onderdeel van mijn leven op de rails. Maar die studie kon ik er niet bij hebben, ook al was het einde in zicht. Later heb ik het niet meer opgepakt. Het ging me ook niet zozeer om het papiertje, maar om het vergaren van meer achtergrondkennis voor mijn journalistieke werk.’

Was De Telegraaf de krant die jullie thuis lazen?

‘Nee. Ik kom uit Egmond aan Zee, wij lazen de Alkmaarse Courant en het Noord-Hollands Dagblad. Bij die laatste krant ben ik op mijn 18de als journalist begonnen. Ik werkte 14 jaar bij het ANP, eerst als verslaggever, later als nieuwschef. En toen belde Johan Olde Kalter, hoofdredacteur van De Telegraaf, of ik chef nieuwsdienst wilde worden.’

Voelt u zich verbonden met De Telegraaf?

‘Toch wel. Ik weet dat er kritiek is op de toon, de chocoladeletters. Dat uitte zich ook weer na de aanslag op het gebouw, toen bleek dat er toch mensen zijn die kennelijk vinden dat De Telegraaf zoiets verdient.

‘Ik ben zelf tamelijk nuchter, niet van de sensatie en superlatieven. De onderwerpen die ik beschrijf zijn van zichzelf al erg genoeg. De krant heeft mijn aanpak als rechtbankverslaggever altijd geaccepteerd. Als het om zeden- en moordzaken gaat, laat ik de vreselijkste details achterwege.

‘Bij de zaak-Marianne Vaatstra heb ik destijds getwitterd hoe haar keel werd doorgesneden, dat de dader het bloed hoorde stromen. Op het moment dat ik op verzenden drukte, had ik al spijt. Dat hij de keel doorsneed, was al gruwelijk genoeg. De snelheid van het medium is geen excuus om te stoppen met nadenken over wat je ermee teweeg kunt brengen.’

Hoe kiest u de zaken waarvan u verslag doet?

‘Ik spit elk weekend de zittingslijsten door. Over veelbesproken zaken als Anne Faber en Holleeder hoef ik niet na te denken. Maar ik ga ook graag naar verkeerszaken, omdat die vaak tot groot onbegrip leiden. Hoe kan iemand die twee fietsers doodrijdt een werkstraf krijgen en een rijontzegging van drie jaar? Dat kun je bijna niet uitleggen.

‘Sommige rechters nemen uitgebreid de tijd om toe te lichten hoe ze tot hun beslissing zijn gekomen, anderen spreken hun vonnis uit en that’s it. Die rechters zijn zich totaal niet bewust van de emoties in de zaal en zijn verbaasd over de stoel die ze vervolgens naar hun hoofd geslingerd krijgen. Goed, de dader stapte ’s ochtends niet in zijn auto met het voornemen twee mensen dood te rijden, maar er zijn wél doden gevallen. Daar moet je als rechter oog en oor voor hebben. Soms denk ik: als jullie het niet uitleggen, doe ik het wel. Iedereen kan met het strafrecht te maken krijgen, dus moet het voor iedereen begrijpelijk zijn.

Toen ik een zitting van de zaak-Holleeder bijwoonde, zaten er twee oudere dames achter u die al om drie uur ’s nachts voor de deur stonden.

‘Dat is ook zoiets. Op Twitter vroegen mensen mij hoe laat ze er moesten zijn om zeker te zijn van een plekje op de publieke tribune. Op een gegeven moment kreeg ik van het hoofd voorlichting van de Rechtbank Amsterdam te horen dat ik moest stoppen met reclame maken. Ik máák helemaal geen reclame! Als mensen mij vragen hoe laat ze er moeten zijn, geef ik gewoon antwoord.

‘Na een paar weken besloot de rechtbank een extra videozaal in te richten. Als de belangstelling voor een zaak zó groot is, moet je daar als rechtbank wat mee. De openbaarheid van de rechtspraak moet je serieus nemen, maar dat besef, én de gastvrijheid in rechtbanken laat nog behoorlijk te wensen over. In De Bunker staat één koffieautomaat en één snoepautomaat die vanaf dag één leeg is, er is niks te eten te krijgen. Telefoons en laptops mogen niet mee naar binnen, maar kluisjes zijn er ook niet. De dagjesmensen hadden geen idee. Dus dat ging ik ze maar vertellen.’

Is de drempel om een zitting bij te wonen te hoog?

‘Ik vind van wel. De gerechtsgebouwen zijn imponerend, er lopen mensen in uniform rond en op Rechtspraak.nl kun je nergens vinden welke zittingen er dienen. Stel, je loopt een rechtbank binnen en vraagt: ‘Ik wil graag een zitting bijwonen, welke is interessant?’ Grote kans dat de bode zegt: ‘Dat moet u zelf maar uitzoeken.’ De openbaarheid van de rechtspraak wordt waardeloos ingevuld.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.