Interview Terry Gilliam

‘Al die verhalen over een vloek op mijn carrière, onzin. Bekt gewoon lekker in de pers’

Het kostte een kwarteeuw vol ziekte en tegenslag, maar het is regisseur Terry Gilliam dan toch gelukt zijn levensproject The Man Who Killed Don Quixote af te krijgen. Een gesprek.

De 77-jarige regisseur Terry Gilliam. Beeld Getty Images

De vloek van Terry Gilliam en zijn Don Quichot-verfilming (gelijk de wet van Murphy werd de filmproductie de afgelopen 25 jaar geteisterd door elke denkbare tegenslag) stak medio mei voorlopig voor het laatst zijn kop op, een paar dagen voor zijn The Man Who Killed Don Quixote op het filmfestival van Cannes werd vertoond. De 77-jarige regisseur was getroffen door een lichte beroerte, waardoor zijn komst naar de Franse badplaats op losse schroeven stond. Daarnaast voerde een met Gilliam gebrouilleerde producent een rechtszaak tegen de film: de kans op een vertoningsverbod hing tot enkele dagen voor de eerste voorstelling in de lucht. Toen volgden de laatste plotwendingen in de kwart eeuw durende filmsaga: een Parijse rechtbank gaf op het nippertje groen licht en Gilliam kwam tóch.

Hoe het in Cannes met hem gaat? ‘Prima! Zolang een zware beroerte mij niet te pakken krijgt, is een lichte beroerte oké. Ik heb twee maal eerder een lichte beroerte gehad, beide tijdens het maken van deze film. De druk om alles bij elkaar te houden, was immens. Met mijn linkeroog zie ik al langer wazig, erg lastig als je zo sterk visueel ingesteld bent als ik, maar ach. De laatste beroerte was overigens geen echte beroerte, maar iets met een geperforeerde ader. Ik laat er na het festival nog eens naar kijken. Een minder pakkende krantenkop, dat snap ik.’

Gilliam – op slippers, de felgekleurde blouse halfopen, dun grijs staartje, gehoorapparaat – oogt in Cannes een tikje broos, al kan niets zijn energie verbergen. ‘Vulkanisch’, noemde hoofdrolspeler Adam Driver de werkwijze en persoonlijkheid van Gilliam eerder deze middag.

‘Maar toen ik vorig jaar voor de eerste draaidag op de set stond, was ik mezelf niet. Voorzichtig, ofzo. Te bewust van de druk, de jarenlang opgebouwde verwachtingen van het publiek dat de film deze keer écht ging zien. Mijn cameraman Nicola Pecorini merkte het meteen: je zit jezelf in de weg, zei hij. Fuck it, dacht ik toen. We maken die film zo goed als we kunnen. Fuck het publiek en hun verwachtingen! Dat is mijn geheim: niet nadenken als je eenmaal bent begonnen. Je weet wat je maakt of je weet het niet. Ja, de dag overleven, dáár denk je aan.’

Mystiek

Nu alles achter de rug is, voelt het alsof hij ‘een paar maanden geleden’ voor het eerst aan de film werkte. ‘Alsof de afgelopen 25 jaar in één klap zijn verdwenen. Heel vreemd. Het klinkt wellicht wat mystiek om het zo te zeggen, maar de film heeft zichzelf gemaakt. Zelfs al die gratis publiciteit van de afgelopen weken, de rechtszaak, de beroerte: dat ging ook allemaal vanzelf, haha. Al die verhalen over een vloek op mijn carrière, onzin. Bekt gewoon lekker in de pers.’

De uiteindelijke film heeft weinig meer te maken met de Quichot-film die Gilliam al sinds 1989 wilde maken, zegt hij. Een van de laatste grote veranderingen noemt hij de transformatie van het hele verhaal naar de tegenwoordige tijd. Met een knipoog naar zijn eerdere Lost in La Mancha, een filmpoging die grandioos de mist in ging, wegens hagelstormen en overvliegende F-16’s, maar wel werd vastgelegd als tragikomische mislukking: ‘Dat is goedkoper. Geen zorgen over telefoonpalen en overvliegende vliegtuigen in beeld. Die mogen er nu zijn.’ Grijnst: ‘Zo werken grote kunstenaars: goedkoper!’

Terry Gilliam: ‘Dat is mijn geheim: niet nadenken als je eenmaal bent begonnen.’ Beeld EPA

Vanaf dat besluit voelde het vanzelfsprekend om zijn worsteling met de Quichot-productie door het verhaal te weven. ‘De film gaat over een Amerikaanse reclamemaker, Toby, die als student ooit een Quichot-film heeft gemaakt en hoe die film hem heeft veranderd. In de originele roman van Miguel de Cervantes slaat het hoofd van Quichot onder meer op hol na het lezen van oude, romantische ridderromans. Daar zag ik een parallel met het heden. Als je nu naar de bioscoop gaat vertellen de films je dat je een superheld kan worden! Dit soort lagen maken dit een betere, rijkere film dan-ie was, denk ik.’

Hij vervolgt, alsof hij 17 is in plaats van 77: ‘De studentenfilm van Toby, in experimenteel zwart-wit, die wil je in z’n geheel zien, toch? Ik wel! Het leuke was: ik had eigenlijk geen idee hoe die film eruit moest zien, dus we draaiden maar wat, vrij lukraak, met een GoPro (actiecamera, red.) en een iPad, haha. Een gewéldige manier om films te maken! Zó wil ik mijn volgende film helemaal draaien, in plaats van al dat gedoe met grote camera’s en zware lenzen. Komt goed uit: waarschijnlijk krijg ik toch geen cent meer om ooit nog een film te maken.’

Voor het eerst in zijn leven heeft hij geen idee wat hij hierna ga doen. ‘Quichot was er de afgelopen 25 jaar altijd. Als ik een film had afgerond en in m’n post-film-depressie dook, bracht Quichot afleiding. Nu? Niks. Ik maak me geen zorgen, maar het voelt wel… anders.’

Frustraties

Als de tegendraadse regisseur (ooit was hij het enige Amerikaanse lid van de Engelse komediegroep Monty Python) afgelopen jaren weer eens vastzat met een van zijn films, nieuwe verhaalideeën zocht of een andere mogelijkheid om die vermaledijde Quichot-film toch van de grond te krijgen, kon hij zijn frustraties kwijt in de natuur rond zijn huis in het binnenland van Italië, een half uur rijden ten noorden van Perugia. ‘Het staat daar vol braamstruiken en weet ik wat er allemaal groeit. Dan pakte ik een machete en hakte alles aan gort. Het is een verademing om je frustraties bot te vieren op de natuur. Het is iets primitiefs: de natuur is zo vastbesloten de planeet op de mens terug te veroveren, nou, kom maar op! Aan het eind van de dag kwam ik onder de schrammen thuis. Ik bouw trouwens ook graag stenen muren, als de struiken op zijn.’

Na zo’n dag wordt hij geregeld wakker met een nieuw idee. ‘Zoals gisterochtend, ik was er best trots op. Ik postte het schilderij La Liberté guidant le peuple van Eugène Delacroix (herdenking van de Julirevolutie van 1830 tegen koning Karel X, red.) op Facebook, met een gefotoshopte Don Quichot in het midden.’ Schaterend: ‘Boven het schilderij de tekst: Liberté, Egalité, Quixoté!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.