Interview Sanneke de Haan

‘Aan het einde is er geen oké-sticker’

Filosoof Sanneke de Haan kan niks met de vraag: wat is de zin van het bestaan? ‘De vraag klopt niet, ze is misleidend.’ Maar hoe valt het leven dan te duiden, wil Fokke Obbema van haar weten.

Filosoof Sanneke de Haan: ‘Het onderscheid tussen gek en niet-gek is een dun lijntje.’ Beeld Jitske Schols

Toen ze als kind in de vijver van haar achtertuin tuurde, verwonderde Sanneke de Haan zich over die onderwaterwereld van vissen die geen weet van de wereld erboven hadden. Stond dat niet symbool voor ‘een wereld achter de wereld’: zouden andere wezens niet net zo naar haar kijken als zij naar de vissen? En daarop voortbordurend: was de wereld zoals die zich aandiende dan wel de echte wereld?

‘Wat betekent het allemaal?’, is een vraag die haar al haar hele leven fascineert. Als 8-jarige kwam ze in opstand tegen haar katholieke oma, die haar vertelde dat God haar gedachten kon lezen. ‘Dat ging me te ver. Dat ga ik niet geloven, wist ik meteen.’ Afkomstig uit een weinig gelovig gezin met een katholieke vader en een Nederlands hervormde moeder verdreef ze God uit haar gedachten.

Als 16-jarige vermoedde ze dat iedereen ‘phony’ en ‘fake’ was, terwijl zij wist hoe alles in elkaar stak. Het ging gepaard met ‘vervreemdingservaringen’, waarbij ‘af en toe alles toneel leek’. Ze schreef zich uit bij de katholieke kerk en gaf zich over aan meditatie en boeddhisme. Een paar jaar later kwam daar het humanisme bij. De fundamentele vragen over het bestaan bleven intrigeren en zette haar op het spoor van twee studies: filosofie en humanistiek. ‘De eerste omdat je in aanraking komt met zeer verschillende manieren van kijken naar de werkelijkheid en omdat je beter leert nadenken. Humanistiek omdat hun leus ‘de mooiste studie is de mens’, me erg aansprak.’

In beide richtingen studeerde ze cum laude af. Als filosoof promoveerde ze in 2015 magna cum laude in het Duitse Heidelberg. Inmiddels is ze 38 jaar, woont ze met haar vriend bij Arnhem en is ze verbonden aan de universiteit van Tilburg. Haar specialisatie is filosofie en psychiatrie: ‘Het onderscheid tussen gek en niet-gek is een dun lijntje.’ In haar onderzoek draait het vaak om de vraag wat echt is en wat niet.

Wat is de zin van ons leven?
‘Eerlijk gezegd vind ik het begrip ‘zin’ niet van toepassing op het leven. ‘Zin’ suggereert dat het leven ergens goed voor moet zijn, dat er een objectief doel is dat je zou moeten kunnen bereiken. Je kunt stellen dat zo’n objectief doel bestaat, of dat ontkennen en dan kom je al snel uit op een subjectief, hedonistisch verhaal waarin het om je persoonlijke bevrediging draait. Maar ik denk dat beide antwoorden niet kloppen, omdat de vraag niet klopt. Je kan vragen: heeft het zin om drie taarten te bakken voor mijn verjaardag als er tien mensen komen? Dan gebruik je ‘zin’ op een zinvolle manier. Maar ‘heeft het zin je verjaardag te vieren?’, is niet een zinvolle vraag. Want het dient geen ander, hoger doel. Dat is ook zo bij het leven: het is niet ergens goed voor, het heeft genoeg aan zichzelf. De vraag is dus misleidend, omdat het uitnodigt tot het denken in een doel. Een betere vraag vind ik: wat maakt het leven betekenisvol? Met als vervolg de morele vraag: wat is dan een goede manier van leven?’

Wat is volgens u de betekenis van ons leven?
‘Ons hele leven is van betekenis doordrenkt. Van het meest banale, hoe je eet en drinkt of hoe je je huis schoonmaakt, tot hoe je met mensen omgaat, vriendschappen. Muziek is betekenisvol, een plaats, een dag, een datum, ga maar door. Daarbinnen heb je allerlei lagen. Universele lagen, bijvoorbeeld het belang dat ouders hechten aan het welzijn van hun kinderen. Maar ook puur individuele, zoals, ik noem maar wat, de betekenis van dit kopje gemberthee voor mij, omdat het me doet denken aan mijn tijd in Duitsland.’

Valt er aan de hand van al die betekenissen iets over ons leven als geheel te zeggen?
‘Ik denk niet dat je het in iets overkoepelend zinvols moet zoeken. Je kunt niet zeggen: ‘Ah, nu heb ik het bereikt.’ Het is niet dat je aan het einde een sticker krijgt, omdat je het goed hebt gedaan in het licht van een bepaald doel. Er is geen norm of criterium. Nee, this is it. Dat is niet iets om treurig over te zijn. Want er zit veel rijkdom in het leven zelf, veel om gelukkig over te zijn. En dan bedoel ik vooral onze verbondenheid met anderen. We zijn allemaal ploeteraars die er wat van proberen te maken. Iedereen heeft zijn angsten, zijn worstelingen, zijn onhandigheden, zijn kwetsbaarheid. Het heeft in mijn ogen ook iets hebberigs een overkoepelende betekenis te willen. Alsof die geweldige rijkdom aan genot, sensaties en ervaringen van verbondenheid die het leven biedt niet genoeg is, maar ook nog ergens goed voor zou moeten zijn.’

Wat betekent dat inzicht voor ons leven?
‘Voor mij is het gebrek aan een hoger doel een overrompelend inzicht. Maar ook een appèl: het geeft vrijheid, maar ook verantwoordelijkheid. We kunnen er zelf wat van maken, maar we moeten er ook wat van maken. We kunnen ervoor kiezen te geloven in antwoorden van anderen, maar ook dat blijft je eigen keuze. Sartre heeft eens gezegd: ‘We zijn gedoemd tot vrijheid.’ Natuurlijk is die relatief en zijn we op allerlei manieren bepaald: we kunnen niet ontsnappen aan ons lichaam of aan onze culturele gemeenschap. En onze mogelijkheden verschillen enorm, afhankelijk van waar we toevallig worden geboren. Maar toch, we zijn ook vrij.’

LEESTIP
Elizabeth Strout - My name is Lucy Barton
‘Een boek dat laat zien hoeveel leed mensen elkaar kunnen aandoen, juist als ze van elkaar houden, maar dat ook aangeeft hoe ieder op zijn manier zijn best doet om er wat van te maken. Een boek vol mededogen.’

Wat vindt u van de opvatting dat ons leven wel een doel heeft: het dienen van God?
‘Het verlangen begrijp ik goed. Het is dat objectieve doel waar we het eerder over hadden. Ik kan het ook navoelen, als ik bijvoorbeeld in de bergen loop en me deel voel van de kosmos. Dan kan ik een soort ontzag voelen, een haast mystiek gevoel. Religie zie ik als een manier om dat soort ervaringen een plaats te geven. Maar een hiernamaals, een Opperwezen of een hogere macht bestaan volgens mij niet. Ik voel me wel dankbaar, voor het leven zelf. Maar alleen niet tegenover God.’

Biologen hebben een duidelijk antwoord op de vraag naar de zin van het bestaan: we dragen ons genenpakket aan de volgende generatie over.
‘Maar daarmee doe je helemaal geen recht aan de betekenis-dimensie van het leven. Je reduceert het tot een functioneel iets. Neem eten: dat is niet alleen iets basaal biologisch om ons in stand te houden. Het is ook betekenisvol: wat je eet, met wie en wanneer. Of neem kleding: die is om je te beschermen tegen kou, maar je draagt er ook iets mee uit. Seks is puur biologisch te duiden, maar het betekent natuurlijk veel meer dan dat. De biologische benadering gaat daaraan voorbij.’

Hebben die biologen toch niet enigszins gelijk? Na mijn hartstilstand realiseerde ik me dat mijn vrouw en kinderen de reden van mijn bestaan zijn.
‘Ja, dat begrijp ik wel. Maar ik vind niet dat je het leven tot dat biologische moet platslaan. Die drive zit in ieder van ons, zeker. Maar houden van je naasten is zo veel rijker dan genenoverdracht of een stofje in onze hersenen. Dat gevoel valt niet uit te leggen met een hersenscan. En dat geldt ook voor onze verbondenheid.’

Waarom vindt u die verbondenheid zo belangrijk?
‘Ik zie die heel breed. Het is niet alleen met mensen, het kan ook met de natuur, met muziek of een mooi boek zijn. Je kunt je ook in je eentje verbonden voelen. Het heeft iets heel solidairs dat we allemaal verdriet kennen maar ook vreugde. Het kunnen delen ervan is cruciaal, dat bepaalt of we wel of niet gelukkig in ons leven zijn. In de psychiatrie zie ik mensen die ongelukkig zijn omdat ze juist die verbondenheid niet ervaren. Mensen die zich geïsoleerd voelen, niet gekend, of niet kunnen voelen wat anderen voelen bij een bos bloemen of bij het luisteren naar Bach.’

Dient die verbondenheid nog ergens toe helpt hij de mensheid op een hoger niveau?
‘Nee, ik zie hem niet instrumenteel voor iets anders. Bij zo’n hoger niveau kun je telkens de vraag stellen: en waar is dat dan goed voor? Die vraag heeft een oneindige regressie, tot zelfs: waarom is het überhaupt goed dat er mensen zijn? Het gevaar van ‘goed voor’-denken is dat er geen einde aan komt. Dat los je alleen op door te stellen dat iets goed is in zichzelf, een doel op zich. Overigens denk ik wel dat er sprake is van vooruitgang van de mensheid. Maar ik heb moeite om dat de zin van het leven te noemen.’

Wanneer kan iemand tevreden terugkijken op zijn leven?
‘Ik denk dat het bovenal gaat om je relaties met anderen: ben ik een goede partner, zus, dochter, moeder, collega geweest? Ik denk dat het al heel wat is als je daar bevestigend op kan antwoorden. Maar er is ook een behoefte iets na te laten een boek, muziekstuk of een wetenschappelijke ontdekking. En daar zit een spanning. Stel dat je nog weinig tijd te leven hebt: gebruik je die voor het schrijven van een boek of ga je je tijd met vrienden en familie doorbrengen? Een vriend van me koos radicaal voor dat laatste, terwijl ik dat boek vanzelfsprekend vond. Hij vond dat allemaal ijdelheid. Daar zit iets in. Ik ben er nog niet uit.

‘Ik wil graag kinderen. Want als we het over zinvol hebben: kinderen geven veel zin aan het bestaan. Het lijkt me heel bevredigend. Als het niet lukt, als we pech hebben, dan is er wel een fundamentele heroverweging nodig, een herijking van ons leven: wat dan? Dan kan ik me voorstellen dat iets anders creëren, iets nalaten voor volgende generaties, belangrijker wordt.’

Zou je tevreden kunnen zijn wanneer je leven nu ten einde komt?
‘Ik zou het in ieder geval verschrikkelijk vinden. Mijn eigen sterfelijkheid onderdruk ik doorgaans. Maar af en toe sta ik er wel bij stil. De dood is heel krachtig om je te helpen bij de vraag: doe ik de dingen die ik wil doen? Een wijsheid die ik mooi vind, is: How you spend your days is how you spend your life. Ik zit dagen achter de computer, uren en uren, terwijl mijn vriend bij bosbeheer zit en redelijk veel buiten is. Wanneer hij een dag buiten heeft gelopen en ik weer een dag achter de computer heb gezeten, denk ik: ‘Hij heeft het toch wel beter voor elkaar dan ik.’

‘We jagen onszelf vaak op met voorwaarden voor geluk, toch weer dat sticker-idee. Dat zijn vaak illusies. In de wetenschappelijke wereld bijvoorbeeld is een vaste baan heel lastig. ‘Als ik die maar heb, dan ben ik veel ontspannener’, is zo’n illusie. Of: ‘Als ik maar een relatie heb dan ben ik gelukkig.’ Alsof er dan een vaste, permanente toestand intreedt. Maar zo zit het leven niet in elkaar. Het is het ene moment zo en het volgende moment weer anders. We blijven ploeteraars.’

EVEN DOOD
'Vorig jaar was ik plotseling even dood'. Volkskrant-redacteur Fokke Obbema kreeg vorig jaar een hartstilstand en overleefde het - zónder hersenschade. Maar de weg terug naar het normale leven was lang. Lees hier het indrukwekkende verhaal van een bijna-doodervaring die leidde tot de zoektocht naar de zin van het leven.

HOE MOET JE VERDER ALS JE EVEN DOOD BENT GEWEEST?
Fokke Obbema verwerkte zijn aanvaring met de dood door die op te schrijven. Tot zijn eigen verbazing werd dat een onderzoekend, journalistiek stuk. Gijs Groenteman praat met hem over zijn ervaring en daaruit voortkomende interviewreeks in onze podcast het Volkskrantgeluid.

REAGEREN
Journalist Fokke Obbema kreeg op 1 april 2017 een hartstilstand. Ruim een jaar later gaat hij in een reeks interviews op zoek naar de zin van het leven. Wilt u uw eigen verhaal hierover met de Volkskrant delen: zinvanhetleven@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.