Wakker worden, witte redactie: deze twee vrouwen leggen het gebrek aan diversiteit in de media onder de loep

Het gebrek aan diversiteit in de media wordt niet opgelost met diversiteitsprojecten

Onderzoeksjournalist Zoë Papaikonomou en zelfstandig adviseur Annebregt Dijkman leggen het gebrek aan diversiteit in de media onder de loep in hun boek 'Heb je een boze moslim voor mij?' Diversiteitsprojecten zijn niet genoeg: redacties moeten durven reflecteren op hun cultuur.

Het stadsdeel Amsterdam-Noord is in gestaag tempo aan het gentrificeren: soja-latte-drinkende yuppen strijken met hun kroost neer in voormalige arbeiderswijken, yogascholen trekken steeds meer downward-dog-minnende creatievelingen en middenmanagers aan.

Zo niet in Molenwijk, de volksbuurt diep in het stadsdeel, die voor 100 procent uit hoogbouw bestaat. Als de bussen het eindpunt van de wijk met louter galerijflats naderen, zijn de meeste passagiers uitgestapt. Hier moet je niet zijn voor een filmmuseum of een hipstercafé waar fluisterende singer-songwriters door de boxen galmen. Wel is er een winkelcentrum met een Zeeman.

Het is in deze multiculturele volksbuurt dat journalist Zoë Papaikonomou (36) opgroeit als kind van een Nederlandse moeder en een Griekse vader. Thuis hebben ze het niet breed. 'Ik wist dat ik later journalist wilde worden, dat leek me ontzettend spannend. Mijn drive was om verhalen te vertellen die ik nu miste; verhalen over buurten als Molenwijk, die langzaam diverser werd, over de mensen  tussen wie ik woonde.'

Papaikonomou studeert geschiedenis en Arabisch, en loopt daarna stage bij de Amsterdamse stadszender AT5. De eerste dag overtreft haar verwachtingen: rinkelende telefoons, de politiescanner die op de achtergrond meezoemt, door deadlines opgezweepte journalisten die zich over de redactie haasten. Papaikonomou geniet van de buzz die journalistiek heet.

Al in die eerste dagen valt haar ook iets anders op. 'Iedereen was wit. Die uitstraling heeft AT5 naar buiten toe helemaal niet, met een mix aan nieuwslezers. Presentatoren als Aicha Marghadi zijn echt een rolmodel. Maar achter de schermen liep er nauwelijks iemand rond met een andere kleur, afkomst of religie. Ik was bijna de enige met een biculturele achtergrond.' De 'witheid' ziet Papaikonomou ook terug in de items: bijna geen mensen van kleur tijdens straatinterviews, en vaak oppervlakkige, problematiserende items over minderheden in de stad.

Grote uitstroom van journalisten met een migratie-achtergrond

Nog tijdens de stage komt ze in contact met Annebregt Dijkman (39), op dat moment hoofdredacteur van het forum Marokko.nl, en in de ogen van velen een nogal ongrijpbaar mysterie: een hoogopgeleide witte vrouw uit Friesland die zich heeft bekeerd tot de islam. Papaikonomou belt Dijkman omdat ze voor een discussieprogramma een liberale moslim moet vinden die ze tegenover een aartsconservatieve moslim kan zetten. De twee zitten een uur aan de telefoon, het wordt een interessant gesprek. Maar Dijkman laat zich niet in het hokje 'liberale moslim' dwingen en taalt niet naar weer een polariserend gesprek over de islam.

De vrouwen houden evenwel contact en in de jaren die volgen, worden ze vriendinnen. Hun gemene deler: frustratie over het gebrek aan diversiteit in het Nederlandse medialandschap en de eenzijdige berichtgeving door een witte bril. Papaikonomou heeft het soms zwaar op de homogene redactie van AT5, waar ze inmiddels in dienst is, en ook Dijkman is teleurgesteld dat door Marokko.nl gescout talent niet kan doorgroeien bij de grote mediabedrijven. Ze constateren beiden een grote uitstroom van journalisten met een migratie-achtergrond.

Het moment om een boek te schrijven

Dan is daar 2015, een sleutelmoment in het diversiteitsdebat volgens Papaikonomou en Dijkman. Het is het jaar waarin RTL-presentator Diana Matroos uit de school klapt over de discriminatie waarmee ze te maken kreeg op de werkvloer: van een chef die een handjevol pepernoten op haar bureau legt - 'Voor de enige Zwarte Piet op de redactie' - tot een mail waarin staat dat Matroos een programma niet kan presenteren omdat de andere presentator ook al zwart is. Twitter en Facebook ontploffen, Matroos krijgt bijval, maar de kritiek gaat vooral uit naar RTL, terwijl het probleem overal in de media lijkt te spelen.

Ook in dat jaar kondigt de journalistieke nieuwkomer De Correspondent aan dat zij hun redactie diverser willen maken, met een door het publiek te volgen zoektocht. Het online platform schrijft: 'Wij werken op een 100 procent witte redactie in een stad waar 35 procent van de mensen dat niet is. (...) En dat kan natuurlijk niet. Daarom zijn we begonnen met het scouten van talent. Zoeken jullie mee?'

Dijkman en Papaikonomou besluiten: dit is het moment om een boek te schrijven over de diversiteit, en de rol die redacties spelen. Papaikonomou werkt dan al lang niet meer bij AT5 en geeft voornamelijk les aan de opleiding journalistiek in Zwolle. Dijkman heeft zich als zelfstandig adviseur gespecialiseerd in radicalisering.

Ze slaan de handen ineen en spreken in een periode van twee jaar 62 deskundigen en journalisten - de meesten met een migratieachtergrond. Hun bevindingen zijn te lezen in 'Heb je een boze moslim voor mij?', dat volgende week uitkomt bij Amsterdam University Press.

Even over het begrip diversiteit: op redacties lopen ook weinig mensen van buiten de Randstad en uit lagere sociale klassen rond, of openlijke PVV-fans. Waarom definiëren jullie gebrek aan diversiteit in termen van kleur, afkomst en religie?

Dijkman: 'Omdat daar onze expertise en ervaring zit, dat tekort wilden wij onderzoeken. Er is ook een gebrek aan diversiteit als het gaat om vrouwen, of mensen met een beperking. Wij komen beiden uit een arm gezin, die klasse is ook ondervertegenwoordigd. Maar afkomst en religie zijn thema's die ontzettend spelen in onze samenleving, en die laten zien hoe de macht is verdeeld. Des te wranger dat redacties zo homogeen zijn samengesteld.'

Is dat een probleem? Journalisten moeten toch gewoon hun werk doen, ongeacht hun afkomst?

Het probleem van homogene redacties is dat zij vaak geen zicht hebben op verschillende perspectieven

Dijkman

Dijkman: 'Het probleem van homogene redacties is dat zij vaak geen zicht hebben op verschillende perspectieven. Journalisten hebben veelal dezelfde netwerken, ze missen daardoor cruciale informatie. Ik durf te stellen dat de media door die eenzijdige berichten hebben bijgedragen aan de polarisatie die op dit moment het debat kenmerkt.' 
Papaikonomou: 'Die homogene redacties kijken ook nog eens voornamelijk naar elkaar, en reageren op elkaars nieuws: 'Het Algemeen Dagblad heeft het, waarom wij niet?' Dat mechanisme versterkt de cyclus van eenzijdige berichtgeving.'

Jullie spraken met ontzettend veel journalisten met een migratieachtergrond. Welke ervaringen vielen jullie het meeste op?

Papaikonomou: 'Wat het meest pijn doet, is dat ze worden gewantrouwd. Ze zouden niet 'objectief' genoeg zijn. Zo vertelde een redacteur van een KRONCRV-programma dat ze op zoek moest naar een homoseksuele Marokkaanse Nederlander. Ze had iemand gevonden, maar die haakte toch af. Terug op de redactie kreeg ze te horen: jij hebt niet doorgepakt, vanwege je afkomst. Alsof zij het item expres had gesaboteerd. Een ander voorbeeld komt van een redacteur bij Nieuws & Co. Hij vertelde dat hij tijdens een sollicitatiegesprek bij Pauw & Witteman de vraag kreeg: 'Kun jij wel kritisch zijn ten opzichte van moskeeën? Ze hadden het namelijk eerder geprobeerd met 'Marokkanen', maar die durfden het niet.'

Sommige chefs denken dat journalisten een loyaliteitsconflict ervaren als ze over hun eigen groep moeten schrijven.

Als bijvoorbeeld een Turks-Nederlandse journalist zich liever niet mengt in een gevoelige Turkse kwestie, dan wordt er gezegd: jij pakt niet door, jij bent niet neutraal

Papaikonomou

Dijkman: 'Een goede leidinggevende heeft oog voor deze problematiek, en weet hoe hij de betreffende journalist hierin moet begeleiden.'
Papaikonomou: 'Kijk, iedereen heeft wel eens loyaliteitsconflicten, evenals blinde vlekken, dat speelt onder alle journalisten. Het is een kwestie van hier open en transparant over kunnen praten. Maar als bijvoorbeeld een Turks-Nederlandse journalist zich liever niet mengt in een gevoelige Turkse kwestie, dan wordt er gezegd: jij pakt niet door, jij bent niet neutraal.' 

In jullie boek beschrijven jullie ook een andere frustratie: goede journalistieke ideeën vanuit een ander perspectief komen niet door. Zoals een item over bingoverslaving onder Surinaams-Amsterdamse vrouwen. De leidinggevenden zeggen: te ver van mijn bed.

Dijkman: 'Wat eindredacteuren of chefs vaak wel als herkenbaar beschouwen zijn onderwerpen met eenzijdige beeldvorming, die ze zelf uit het nieuws kennen. Dus: een item met moslims als er geweld speelt of terrorisme. Of: homoseksualiteit als taboe onder minderheden. Daar slaat de titel van ons boek ook op: die vraag werd voorgelegd aan Selli Altunterim, eindredacteur van Nieuws & Co, toen PvdA-politicus Ahmed Marcouch een citaat uit de Koran over homoseksualiteit had voorgedragen in een tv-programma. Of Altunterim nog een moslim wist die daar lekker tegenin kon gaan.'

Uit jullie onderzoek blijkt ook dat er heel veel'allochtonenpotjes' en diversiteitsprojecten zijn geweest, maar dat die nauwelijks zoden aan de dijk hebben gezet.

Papaikonomou: 'Er is zoveel publieksgeld in diversiteit gestoken, maar ondertussen worden die opleidingstrajecten nauwelijks geëvalueerd of gemonitord, vrij schokkend. Het probleem is: zodra een redactie er lucht van krijgt dat iemand in een traject voor 'allochtonen' zit, worden de journalisten minder serieus genomen. Daarnaast dragen dit soort trajecten bij aan het beeld: Mensen met een diverse achtergrond hebben heel veel begeleiding nodig. Wat je ook veel ziet, is dat redacties snel een paar mensen aannemen, die vervolgens niet worden begeleid. Het zijn tokens, een paar nieuwe mensen waarmee je diversiteit kunt afvinken zonder dat er iets verandert.'
Dijkman: 'Een andere veelgemaakte fout is om heel jonge mensen zonder ervaring aan te trekken. Als zo'n traject vervolgens geen succes is, hoor je: zo gaat het nou wel vaker met 'Marokkanen'. Maar als de stage van Piet niet goed loopt, ligt het nooit aan zijn afkomst. En bijna altijd als een diversiteitsproject mislukt, straalt dat af op de deelnemers, er wordt nooit gezegd: misschien ligt het aan de redactiecultuur, of aan de opzet van het programma. '

Het centrale punt dat jullie maken: het gaat niet alleen om percentages of om een betere afspiegeling. De redactiecultuur moet veranderen. Wat bedoelen jullie daarmee?

Dijkman: 'Diversiteit kan pas gedijen als iedereen zichzelf kan zijn, en je geen concessies hoeft te doen aan onderdelen van je identiteit, zoals afkomst of huidskleur. Dat verstaan wij onder inclusiviteit, en dat is het tegenovergestelde van een monocultuur waarin iedereen elkaar napraat, en mensen copycats van zichzelf aannemen. Diversiteit is ook een vorm van vakmanschap: je moet als journalist een gevarieerd netwerk kweken, voortdurend checken bij jezelf: heb ik alle perspectieven in beeld? Zit er een blinde vlek? Welke stemmen ontbreken nog in mijn verhaal? Dan pas worden je verhalen goed.'

In jullie boek spreken jullie alleen gelijkgestemden, terwijl er in de journalistiek best veel mensen rondlopen die diversiteit onzin vinden. Is dat niet een zwaktebod?

Dijkman: 'Ons vertrekpunt is dat diversiteit bijdraagt aan betere journalistiek. Bovendien vonden we het goed om het perspectief van journalisten met een migratieachtergrond nu eens stevig neer te zetten; niet met een anekdote, maar met veel getuigenissen. Geen hoofdredacteuren met een sociaal wenselijk verhaal, maar ervaringen van de werkvloer. Maar hopelijk kunnen we aan de hand van dit boek wel in discussie met de critici.'

Als redacties inclusief hadden gewerkt, dan hadden ze de opkomst van de LPF, maar ook van de PVV en Denk veel eerder in het vizier gehad

Dijkman

Sommige journalisten zeggen dat hun echte blinde vlek niet de migrantengroepen zijn, maar het ongenoegen onder witte groepen. Daarom zouden 'wij' de opkomst van de LPF massaal hebben gemist.

Dijkman: 'Als redacties inclusief hadden gewerkt, dan hadden ze de opkomst van de LPF, maar ook van de PVV en Denk veel eerder in het vizier gehad. Ze hadden die signalen allang ontvangen vanuit het diverse netwerk dat ze onderhielden, en van de mensen op de krant.'

In het bedrijfsleven lijkt het soms veel makkelijker om diversiteit door te voeren. Waarom lijkt het in de journalistieke sector moeilijker?

Bedrijven begrijpen heel goed dat je met diversiteit geld kunt verdienen, nieuwe doelgroepen aan je kunt binden en betere producten maken. Dat idee leeft in de media veel minder

Papaikonomou

Papaikonomou: 'Bedrijven begrijpen heel goed dat je met diversiteit geld kunt verdienen, nieuwe doelgroepen aan je kunt binden en betere producten maken. Dat idee leeft in de media veel minder. Journalisten denken daarnaast dat journalistiek af is, het product kan niet beter. Met zo'n houding ga je niet innoveren.'Daarnaast is er die constante tijdsdruk. Dan ben je geneigd om terug te vallen op het vertrouwde: je belt de bronnen die je al hebt, en je neemt mensen aan in wie je jezelf herkent.'
Dijkman: ' Het is ook een sector waar ontzettend veel schaarste is en concurrentie heerst op de werkvloer. Als je je ellebogen steeds moet gebruiken, sta je minder open voor het perspectief van een ander. Maar als de journalistiek die problemen niet aanpakt, is ze simpelweg niet toekomstbestendig.'

Het moet dus anders, zeggen jullie. Maar dat is nog niet zo makkelijk. Het resultaat van de openlijke zoektocht van de Correspondent: twee nieuwe redacteuren en een handjevol gastauteurs. Is dat geen magere oogst voor zoveel moeite?

Dijkman: 'Zo zien we dat helemaal niet. Je hebt echt lef nodig om je zoektocht zo te delen met je publiek. Bovendien is de hele redactie veel meer gaan schrijven en nadenken over diversiteit, en zijn er nieuwe projecten ontstaan, zoals de hiphop-redactie. De Correspondent is tenminste transparant over wat ze proberen, ze zien het als een proces.'

Hoe moet zo'n proces er volgens jullie uitzien?

Papaikonomou: 'Wij zijn op zichzelf voor quota, als tijdelijke maatregel om een betere balans af te dwingen. Stel echte vacatures beschikbaar, geen werkervaringsplekken, en vul ze niet op totdat je iemand hebt gevonden met een diverse achtergrond.'  
Dijkman: 'De focus heeft teveel gelegen op aannamebeleid, op nieuwkomers die de redactie wel eventjes diverser gaan maken. Maar als we een ding hebben geleerd, is het dat het om de redactiecultuur gaat. Die moet op de schop.'

'Heb je een boze moslim voor mij?'; ­Amsterdam University Press. 176 pagina's; € 24,95.