Perswoordvoerders worstelen met nepnieuws, blijkt uit enquête
©

Perswoordvoerders worstelen met nepnieuws, blijkt uit enquête

Ook perswoordvoerders worstelen met nepnieuws, blijkt uit een enquête onder collega's. Voorlichters zien hun werk zwaarder worden, maar ook belangrijker.

Nepnieuws is geen hype maar een reëel, blijvend probleem. Dat vindt driekwart van de Nederlandse perswoordvoerders, blijkt uit onderzoek dat vrijdag wordt gepubliceerd. De hele beroepsgroep ziet zogenoemd fake news langskomen, volgens 52 procent gebeurt dit geregeld of vaak.

'Woordvoerders kunnen als geen ander inschatten of nieuws klopt; ze hebben veel informatie, zitten dicht bij de top van hun organisatie en zien ook de achterkant van het breiwerk', zegt Bartho Boer. Hij is voorzitter van de adviesraad van Logeion, de beroepsorganisatie voor communicatieprofessionals. Boer en het bureau Corner-Stone stuurden 1.775 vakgenoten een vragenlijst, die door 374 collega's (21 procent) werd ingevuld. Hij presenteerde de resultaten vorige week op een congres.

Het is veelzeggend dat geen enkele vakgenoot zegt dat hij nooit nepnieuws ziet

Bartho Boer, voorzitter adviesraad Logeion

Volgens Boer is in Nederland nooit eerder grootschalig onderzoek gedaan onder woordvoerders. 'Het is veelzeggend dat geen enkele vakgenoot zegt dat hij nooit nepnieuws ziet', stelt hij.

'Ook de oorzaak die wordt genoemd vind ik opvallend: in verreweg de meeste gevallen is dat een bericht op sociale media of een niet-journalistieke website', zegt Boer. 'Critici roepen nogal eens dat journalisten de bron zijn van nepnieuws, maar slechts 3 procent van de woordvoerders is het daarmee eens.'

Boer was eerder vijf jaar woordvoerder van de burgemeester van Amsterdam, nu is hij directeur communicatie bij Nederlands Spoorwegen. In zijn Grote Woordvoerdersonderzoek constateren communicatieadviseurs dat nieuws zich steeds sneller verspreidt en dat het te weinig door media wordt gecheckt. Feiten doen er steeds minder toe voor journalisten, meent 53 procent van de ondervraagden. Bij het grote publiek is dat nog erger: 67 procent. Dat zou niet aan de woordvoerders zelf liggen, ze hechten naar eigen zeggen nog net zo veel aan feiten als vroeger.

Betrouwbaarheid

Veel woordvoerders vinden het moeilijk om de juiste balans te vinden tussen snelheid en zorgvuldigheid

'Wellicht speelt hier mee dat dit een oordeel is over ons eigen werk', zegt Boer. 'Als je journalisten vraagt of ze zich steeds minder houden aan de feiten en of ze denken dat wij dat doen, krijg je tegenovergestelde antwoorden.' De meeste woordvoerders lieten in hun vragenlijst weten dat ze nooit liegen, maar zich wel vrij te voelen informatie te verzwijgen als er niet expliciet naar wordt gevraagd.

Volgens tweederde van de ondervraagden is de invloed van de media op hun organisatie de afgelopen jaren groter geworden, en is hun eigen positie hierdoor versterkt. Het werk nam in zwaarte toe; vooral sociale media vormen nog steeds een 'uitdaging'. Ook vinden veel woordvoerders het moeilijk om de juiste balans te vinden tussen snelheid en zorgvuldigheid.

De berichtgeving in het NOS Journaal bevat de minste fouten, oordeelt de beroepsgroep. De Telegraaf scoort van de bekende media het slechtst. Boer: 'Tegelijkertijd vinden vakgenoten die krant heel belangrijk voor de beeldvorming, net als - in mindere mate - nu.nl en het Algemeen Dagblad. Ook die scoren relatief laag op betrouwbaarheid.'

Lees hier het hele rapport van Corner-Stone.