Mijn voorvader had een 'vreemde couleur'

Het familieverhaal van Annemieke van der Vegt

Bij het uitzoeken van haar stamboom ontdekt Annemieke van der Vegt dat ze afstamt van een zwarte jongen die op 5-jarige leeftijd uit West-Afrika is geroofd. Ze pluist zijn levensverhaal uit en gaat voor hem terug naar het toenmalige Guinee.

Het is een dinsdagmiddag in augustus als vanaf Schiphol een KLM-vliegtuig opstijgt. Aan boord van vlucht 589 naar Ghana zit Annemieke van der Vegt (55). Ze heeft een programma voor elf dagen en ze heeft naast haar reispapieren, kleding, boeken en een laptop ook zes lege plastic potjes in haar koffer.

In de stoel naast haar zit Michel Doortmont, universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen en Afrikastudies aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het is dankzij hem dat ze nu onderweg is. We moeten op zoek naar het Guinee van 1740, had hij gezegd.

Terwijl het vliegtuig z'n weg zoekt door het wolkendek, wijst Doortmont naar de vliegkaart op het beeldscherm op de stoel voor hen. Hij vertelt Van der Vegt over de geschiedenis van de West-Afrikaanse kust. Dat ze daar nog veel van terug zal zien, weet ze na drie jaar onderzoek wel. Maar zal ze ook iets terugvinden van de man waar ze nu al jaren naar op zoek is?

Haar zoektocht begint in 1998, als ze op haar werk als servicemedewerker bij een telecombedrijf haar familienaam intikt bij Google, de nieuwe zoekmachine. Ze belt direct haar vader. 'Dat kan niet waar zijn!', reageert hij. Ze heeft haar familiestamboom voor zich én een tekstje dat ze wel drie keer overleest. 'Ik lees dat onze voorvader uit Afrika komt en een slaaf was. Weet jij daar iets van?'

Hoewel Van der Vegt liefhebber is van oude verhalen, heeft ze zich nooit in haar familiegeschiedenis verdiept. Tot nu. Ze leest dat haar voorvader Christiaan van der Vegt heette en rond 1750 was geboren aan 'de kust van Guinee', het huidige Ghana, in West-Afrika. En bovendien dat hij de voormalige slaaf was van de Weespse burgemeester Abraham d'Arrest sr., 'die op zo'n goede voet bij de stadhouder prins Willem V stond dat deze regelmatig bij d'Arrest thuis dineerde.'

Haar voorvader ontmoette daar de stadhouder en deze laatste had 'geen vrees voor een vreemde couleur van menschen, en inteegendeel veel vermaak om deze slaaf'.

Van der Vegt moet even puzzelen, maar ze blijkt Christiaans achterachterachterachterkleindochter te zijn. Haar overgrootvader - een man met een mooie bos krullen, ziet ze op een verschoten foto - is Christiaans achterkleinzoon. Zulke krullen heeft zij ook. Het is het enige Afrikaanse dat aan haar is te zien.

Van der Vegts zoektocht krijgt pas echt vleugels wanneer ze hoort van de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij in het Amsterdamse Oosterpark.

Van der Vegt denkt aan Christiaan. Was hij slachtoffer van slavenhandel? En kan ze hem vertegenwoordigen? Wie was hij eigenlijk? Goedbeschouwd weet ze nog bijna niets van zijn leven, niet eens zijn geboortenaam.

Moet zij haar voorvader niet in ere herstellen? Ze besluit niet naar de herdenking te gaan, maar eerst uit te zoeken wie hij was. En dat niet alleen: ze besluit van haar onderzoek een weblog bij te houden. In haar eerste bijdrage schrijft ze hoe ze bezig was met Christiaan van der Vegt 'wiens achternaam en krullen ik met trots draag'. Haar droom, schrijft ze 'is om ooit de naam te weten die zijn ouders hem gegeven hebben bij zijn geboorte in Guinee.'

Ze wil haar slaafgemaakte voorvader - ze gebruikt dit woord liever dan 'slaaf', hij is immers niet als slaaf geboren, maar tot slaaf gemaakt - zijn ontnomen naam teruggeven. De blog met zijn levensverhaal moet een monumentje voor hem worden. Op MyHeritage.nl, een platform voor stambomen en familiegeschiedenis, plaatst ze een stamboom van Christiaans nazaten.

Een maand na haar eerste blog stapt Van der Vegt het gemeentearchief van Weesp binnen. Er ligt een grijs mapje voor haar klaar met het opschrift: 'Christiaan van der Vegt'. Er zitten kopieën in van een brief van Christiaan uit 1816 en een brief van zijn dochter Antje, beiden gericht aan koning Willem I. Christiaan 'geeft met den onderdanigsten eerbied te kennen' dat hij 'geboortig aan de kust van Guinée en thans wonende te Weesp' eerder werkte bij 'hare Koninklijke Hoogheid Mevrouwe den princesse Douairière Frederika Louisa Wilhelmina van Brunswijk'. Uit de brief blijkt verder dat hij later, als vrij man, in Weesp als 'pluimgraaf' verantwoordelijk was voor de stedelijke 'zwanendrift' (het houden van zwanen in een bepaald gebied, red.). Verder werkt hij als lantaarnopsteker. Beide banen raakt hij kwijt omdat tijdens 'het Fransche Bestuur' het houden van zwanendriften wordt afgeschaft en iemand anders tot lantaarnopsteker is benoemd. Christiaan heeft van het stadsbestuur nog 118 guldens en 19 stuivers tegoed. Daarom verzoekt hij de koning of hij wil bemiddelen tussen hem en Weesp.

Jaren later stuurt ook Antje een brief aan de koning, eveneens met het verzoek om hulp. Ze herinnert de koning aan het goede contact dat zijn vader Willem V had met de burgemeester van Weesp en dat haar vader Christiaan daar meestal bij aanwezig was. Hij had toen 'de eer en het genoegen' om de koning, toen nog een kind, 'verscheiden malen op den arm te dragen, waarin Zijne Doorluchtige Heer den Prins Willem de Vijfde een bijzonder genoegen had.'

Of ze dat laatste moet geloven, weet Van der Vegt niet. Maar enthousiast geraakt door deze vondsten, besluit ze verder te zoeken. Ze wordt daarbij geholpen door een aantal lezers van haar blog.

De adrenaline giert door Van der Vegts lijf als ze in november 2013 een mail van een bloglezer krijgt. 'Heette die slaaf misschien voor zijn doop Presto?' De bloglezer zegt een notariële akte uit april 1777 te kennen waarin sprake is van 'de neger Presto, een bediende van burgemeester d'Arrest uit Weesp.'

Presto. Zo hebben zijn ouders hem vast niet genoemd, dat moeten Europeanen zijn geweest, maar Annemieke is nu een stapje dichter bij zijn Afrikaanse naam. Presto blijkt op 7 april 1777 in het kantoor van een aangetrouwde neef van Magdalena d'Arrest, in Amsterdam, ruzie te hebben gemaakt. 'Presto zei hem dat wijlen Magdalena d'Arrest hem mondeling een legaat van 300 gulden had beloofd en eiste zijn geld. Toen hem dit geweigerd werd, dreigde hij dat er bloed zou vloeien.' Presto herhaalt zijn eis nog een paar keer, maar tevergeefs. Uiteindelijk, meldt het verslag, is hij 'ten uiterst kwaadaartig' weggegaan.

Als Annemieke van der Vegt later onderzoek doet in het gemeentearchief van Weesp vindt ze een Duits document uit 1815 waar ze kippevel van krijgt. Hieruit blijkt dat Christiaan, toen 73 jaar, als rondreizend toneelspeler in Duitsland is gearresteerd wegens landloperij. Tot haar verrassing is een uitgebreid signalement opgenomen. Christiaan was 1 meter 67, had 'zwart kroeshaar, bruine ogen, een hoog voorhoofd, een platte, brede neus en gemiddeld volle lippen'. Hij droeg aan zijn ovale gezicht 'een grijze baard op een gespleten kin'. Tijdens de arrestatie heeft hij een gele overjas aan boven een witte, wollen broek. Op zijn hoofd draagt hij een zwarte, ronde hoed. Als bijzonderheid vermeldden de autoriteiten dat hij 'een Moor' is.

Bovendien vindt ze in het gemeentearchief nóg een brief van Christiaan aan de koning en enkele weken later in het Nationaal Archief nog eens twee.

Daar leest ze iets dat haar raakt. Christiaan schrijft dat hij 'ofschoon met een zwart vel bedekt' een hart heeft dat 'even warm is van liefde voor en getrouwheid aan het Koninklijk Huis en den onschatbaren perzoon van Uwe Majesteits.' Wie heeft hem zó over zichzelf laten denken, denkt Van der Vegt. Als ze zijn sierlijke handtekening ziet, legt ze haar vinger erop en maakt een foto. 'Een bijzonder moment,' schrijft ze erbij op haar blog. 'Na tweehonderd jaar voel je elkaar.'

Dankzij de brieven krijgt ze steeds meer inzicht in het leven van haar voorvader, vertelt ze. Christiaan schrijft voor wie hij allemaal werkte, zoals in 1764 bij Maria Louise van Hessen-Kassel - de oma van Willem V. Ook werkte hij voor de tante van de koning, Carolina van Oranje-Nassau en voor zijn vader Willem V. Christiaan noemt de stadhouder zijn 'weldoener' en schrijft dat hij hem vergezelde bij de jacht.

Bovendien herinnert Christiaan de koning er fijntjes aan 'de edele trits der Vorstelijke lievelingen en alzo ook Uwe Majesteit, zijnen thans dierbaren Koning' op de armen te hebben gedragen. Dus tóch, denkt ze.

In een andere brief schrijft Christiaan indringend over zijn 'akelig lot'. Hoewel 'sterk, gezond en levendig' is hij 'kreupel en belast met een steeds zieke vrouw' en een aantal kinderen thuis. Of de koning het mogelijk wil maken dat hij niet van honger omkomt.

De brieven maken haar stil, schrijft Annemieke op haar blog. 'Het is heel bijzonder om een brief vast te houden waarvan ik zeker weet dat Christiaan die ook heeft vastgehouden,' schrijft ze. 'Hij is dan plots heel dichtbij.'

Alle verzoekbrieven mogen Christiaan niet baten. Uit de afhandeling van Christiaans brieven aan de koning blijkt dat de minister van Binnenlandse Zaken aan de gouverneur van Noord-Holland laat weten dat de koning het 'aangenaam' zou vinden als Christiaan bij een volgende vacature zijn banen zou terugkrijgen. Maar de volgende brieven bereiken Willem I, de zoon van stadhouder Willem V, niet meer persoonlijk. Ambtenaren nemen het dossier over. 'Uilengekras', oordeelt een burgemeester van Weesp, die het verzoek namens de koning in behandeling neemt. Christiaan is alleen in de winter in Weesp, schrijven ze. 'Des zomers reist hij op kermissen met eene fluit of speelt in spellen voor Moorsche koning. Of dat bedrijf hem genoegzame gelden kan opleveren om gedurende den winter van te kunnen bestaan is ons onbekend.'

Hoe meer Van der Vegt weet, hoe meer vragen ze krijgt. Ze zoekt contact met historicus Michel Doortmont, die interesse heeft in haar project. Inmiddels heeft Christiaan haar leven veranderd. Zo'n twee dagen per week is Van der Vegt met hem en het leven in de 18de eeuw bezig. Ze wil via dna-onderzoek achterhalen waar Christiaan vandaan kwam en of ze haar Afrikaanse familie kan terugvinden via een dna-match. Haar eigen vader stuurt zijn speeksel naar een laboratorium. Drie weken later klikt ze met trillende vingers op het mailtje met de uitslag. Dan leest ze: 4 procent Afrika. 'Mijn vader heeft 4 procent van Christiaans dna bij zich en opeens is de bloedband bewezen en komt het verhaal nog dichterbij', schrijft ze op haar blog. Wat haar nog het meest raakt, is dat ze nu ook weet uit welk land haar familie stamt: Christiaans wortels liggen in Mali.

'Waarom bent u hier?', vraagt de vrouw naast haar. Het is 30 juni 2016. Annemieke is in het Amsterdamse Oosterpark aanwezig bij de inmiddels jaarlijkse herdenking van het slavernijverleden. Over ruim een maand gaat ze naar het land van haar voorvader. 'Met mij gaat er een stukje van zijn dna terug naar de Kust van Guinee', had ze op haar blog geschreven.

En nu is ze hier. Waarom? Drie jaar geleden zou ze geen antwoord gehad hebben op deze vraag. Nu wel. 'Als nazaat,' antwoordt ze. 'Van een slavenhandelaar?' vraagt de vrouw. Nee, zegt Van der Vegt: 'Als nazaat van een slachtoffer van de slavenhandel.'

CV Christiaan van der Vegt

1743 Geboren aan de Kust van Guinee (onder meer het huidige Ghana, Senegal, Benin, Liberia en Guinee)
1747 Vermoedelijk verscheept naar de Republiek der Nederlanden en 'geschonken' aan de 5-jarige dochter van stadhouder Willem IV
Tot 1762 Bediende bij Carolina en Willem V van Oranje-Nassau onder de naam Presto
1762 In dienst van Karel Christiaan van Nassau-Weilburg
1764 In dienst van Maria Louise van Hessen-Kassel
1765 In dienst van Abraham d'Arrest sr., burgemeester van Weesp
1770 In huis bij Magdalena d'Arrest (zus van Abraham)
1777 Doop, nieuwe naam: Christiaan van der Vegt
1779 Huwelijk met Kaatje de Bas
1780 Geboorte eerste kind
1788 Pluimgraaf, lantaarnopsteker, zakkendrager en lid schutterij in Weesp
1788 Eerste keer bij de diaconie voor ondersteuning
1796 Geboorte tiende (en laatste) kind
1815 Gearresteerd in Krefeld, Duitsland
1815-1821 Werkt als toneelspeler op de kermis als Moorsche koning en fluitspeler
1815-1821 Brieven aan koning Willem I
1825 Overlijdt in Weesp

De kleuren, de kraampjes langs de weg en mensen die spullen op het hoofd dragen: Van der Vegt kijkt na een lange vlucht haar ogen uit. Dit is het land van Christiaan en daarmee ook een beetje haar land. Maar dat niet alleen. Dit is ook het land van Afrikaanse jongetjes die als bedienden naar Nederland werden gestuurd, weten Van der Vegt en Doormont. Samen bezoeken ze het kasteel van Elmina, een kuststadje in Ghana. In de kelders zaten mensen gevangen totdat ze als slaafgemaakten verscheept zouden worden. In het kasteel werkten tientallen Nederlandse ambtenaren, onder wie de gouverneur van de West-Indische Compagnie. Ze hadden Afrikaanse jongens als bedienden van wie sommigen, onder wie Christiaan, naar Nederland zijn gebracht. Dat is opmerkelijk, omdat slavernij in (het Europese deel van) de Republiek der Verenigde Nederlanden op dat moment allang verboden was. Ze vragen zich af welke sociale status deze jongens kregen als ze in Nederland aankwamen: ze konden geen slaven zijn, dat was verboden, maar helemaal vrij waren ze als bedienden ook niet.

Christiaan is vermoedelijk door ambtenaren van de West-Indische Compagnie als 5-jarige 'geschonken' aan de eveneens 5-jarige Carolina van Oranje-Nassau. Zij kreeg 'twee kleine Africaansche Moortjes, benevens een kostbare hangmat uit dat werelddeel', aldus een krant uit 1748.

Van der Vegt vermoedt dat ze de hangmat kreeg plus twee twee jongens als dragers om haar daarin te vervoeren. Een van hen, Fortuin, overlijdt kort na aankomst. De ander blijft leven. Van der Vegt denkt dat die ander Christiaan is.

'Jongetjes als Christiaan waren er zoveel'

Michel Doortmont, als historicus en Afrika-deskundige verbonden aan de universiteiten van Groningen en Leiden, begeleidt Van der Vegt in haar onderzoek. 'Ze heeft geluk dat er over het leven van Christiaan van der Vegt heel veel bewaard is gebleven. Een van de nieuwe inzichten uit haar onderzoek is dat er veel meer jongetjes als Christiaan in Nederland zijn terechtgekomen. Historici hebben gesuggereerd dat het om kleine aantallen ging, maar op basis van dit onderzoek kunnen we concluderen dat het om een aanzienlijke groep gaat.

In dat licht moeten we dus anders kijken naar de schilderijen waarop jonge Afrikaanse bedienden zijn afgebeeld. Nog te vaak wordt, vooral in de kunstgeschiedenis, aangenomen dat dit stijlfiguren zijn en dus geen echte mensen. Dat perspectief moet op de schop: uitgangspunt is dat we hier te maken hebben met de echte Afrikaanse bedienden van de afgebeelde hoofdpersonen.'

Ze komt tijdens haar reis naar West-Afrika dichter bij een antwoord op de vraag hoe Christiaan oorspronkelijk heette. Ze hoort hier dat baby's vernoemd worden naar de dag waarop ze geboren zijn en het hoeveelste kind ze zijn. Zo werd Kofi Annan, een van Ghana's bekendste zonen, geboren op een vrijdag (Kofi) als vierde kind (Annan). Als de ouders van Christiaan zich ook aan dit systeem houden, zijn er zeven voornamen mogelijk.

Na een bezoek aan een voormalige slavenmarkt wandelen Doortmont en Van der Vegt naar het strand. Ze is gespannen. Nu komt het moment waarop ze zich heeft voorbereid. De afgelopen jaren heeft ze de levensloop van haar voorvader zo goed als rond gekregen. Enkele jaren nadat hij bij zijn doop de naam Christiaan van der Vegt had aangenomen - de namen verwijzen naar het christelijk geloof en de rivier bij Weesp - trouwt hij op 36-jarige leeftijd met de 25-jarige Weespse Kaatje de Bas. Ze krijgen tien kinderen. Christiaan werkt als pluimgraaf, lantaarnopsteker, zakkendrager en lid van de schutterij in Weesp. In 1788 meldt hij zich voor het eerst bij de armenzorg van de kerk in Weesp. Bijna dertig jaar later trekt hij 's zomers het land in als fluitspeler en artiest. Tijdens barre winters meldt hij zich bij de kerk, waar hij tweemaal per week warme soep krijgt. Op 11 januari 1825 overlijdt Christiaan op 82-jarige leeftijd in het huis van een vriend in Weesp.

Hij had geprobeerd iets te máken van zijn leven, weet Van der Vegt. Hij gedroeg zich niet als zielig slachtoffer van de omstandigheden, maar was doortastend. In zijn brieven verweet hij de koning zijn roof van de Kust evenmin als zijn armoede. Hij bedelde niet om geld, maar vroeg waar hij recht op had en wilde ervoor werken. Ze kan niets anders dan eerbiedig met deze erfenis omgaan.

Nu, hier op het strand, kan ze iets terugdoen voor haar voorvader. De golven beuken op de kust als ze op een rotsblok gaat zitten en zes witte plastic potjes naast zich legt. Met haar linkerhand knipt ze een pluk van haar bruine krullen af en begraaft die voorzichtig in een kuil. De zes potjes schept ze vol met zand. De geboortegrond van haar voorvader zal ze meenemen naar Nederland. Hoe zijn ouders haar voorvader genoemd hebben, weet ze nog steeds niet. Eén ding weet ze wel. Hij is terug aan de kust.

De zoektocht van Annemieke van der Vegt is gedetailleerder na te lezen op hoeheettechristiaan.nl. Hier is ook de Spotifyplaylist te vinden met de muziek die Christiaan bij de burgemeester thuis hoorde en vermoedelijk zelf ook speelde op fluit.