Miep Diekmann.
Miep Diekmann. © ANP

Miep Diekmann (1925-2017): hardnekkig pleitbezorger van jeugdliteratuur over het échte leven

Het eeuwige leven: Miep Diekmann

Wie oud genoeg is zal zich haar vroege multiculturele romans over de Antillen herinneren, zoals De boten van Brakkeput (1956) en Marijn bij de Lorredraaiers (1965). Maar de zondag op 92-jarige leeftijd overleden Miep Diekmann betekende veel meer. De auteur van ruim zeventig jeugdboeken was bovenal een vasthoudend pleitbezorger van de jeugdliteratuur.

Diekmann werd beroemd en berucht met taboedoorbrekende young adult-romans, lang voor een naam voor dat genre was bedacht. Ze wilde het gat dichten tussen het kinderboek en de grote literatuur. Diekmann ergerde zich aan het gangbare moralistische of sprookjesachtige karakter van kinderboeken. Jongerenliteratuur moest over het échte leven gaan, bij voorkeur in een stijl die met die van volwassenen literatuur kon concurreren.

Ze debuteerde kort na de oorlog met traditionele meidenboeken, met titels als Annejet helpt een handje en Annejet stelt zich voor. Pas in De boten van Brakkeput (1956) vond ze haar eigen stijl. Het boek speelt op Curaçao, het eiland waar ze haar vroege jeugd doorbracht, en gaat over de eenzame planterszoon Matthijs, die op een eilandje in de baai een hulpeloze Zuid-Amerikaanse vluchteling vindt. Meteen wint ze de prijs voor het Kinderboek van het Jaar, de voorganger van de Gouden Griffel, en daarna verschijnt het ene na het andere spraakmakende boek waarin ze het opneemt voor iedereen die dat volgens haar verdient.

De herkomst van die gedrevenheid ligt in haar jeugd. Als dochter van de hoogste legercommandant op Curaçao ging ze naar school in gemengde klassen met lokale kinderen. Toen ze een vriendin wat boeken te lezen gaf, kreeg ze die weer terug: ze gingen alleen maar over witte mensen, dus die hoefde ze niet. Dat maakte grote indruk. Diekmann besloot schrijver te worden.

Bio

26 januari 1925 Geboren te Assen, als Maria Hendrika Jozina
1956 De boten van Brakkeput (kinderboek van het jaar, de latere Gouden Griffel)
1965 Marijn bij de Lorredraaiers
1970 Staatsprijs voor de jeugdliteratuur
1971 De dagen van Olim
1975 Nienke van Hichtumprijs voor Dan ben je nergens meer
1977 Wiele wiele stap (Gouden Griffel)

In De dagen van Olim (1971), het hoogtepunt van haar oeuvre, vertelt ze hoe de eilandbevolking door de Nederlanders werd behandeld. Haar zwarte dienstmeisje wordt zwanger na 'omgang' met een Nederlandse officier, die later ook haar belaagt. Onverbloemde liefdesscènes, een verkrachting en een door de schrijfster niet openlijk afgekeurde zelfmoordpoging leiden ertoe dat het boek lange tijd verboden of in elk geval met klem afgeraden werd.

Diekmann had altijd iets rebels. Ze droeg groene nagellak, was resoluut in haar uitspraken en weinig bescheiden over haar prestaties. 'Als ik niet weet wat ik waard ben, wie dan wel?', zei ze in 1998 in een interview met de Volkskrant. Aan waardering heeft het haar niet ontbroken.

Veel van haar boeken werden bekroond, in 1970 ontving ze de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur en in 1975 volgde de Nienke van Hichtumprijs. Ook ontving ze de Duitse Jeugdliteratuurprijs.

Als ik niet weet wat ik waard ben, wie dan wel?

Toch raakten haar boeken vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw in vergetelheid. Haar trendgevoelige stijl was niet tegen de veranderende tijd bestand en veel thema's die taboedoorbrekend waren, bleken gaandeweg normaal geworden.

Haar laatste succes was Wiele wiele stap (1977), een ook weer bekroonde dichtbundel voor peuters, die andere 'vergeten doelgroep'. Ze werkte er aan met de striptekenaar Thé Tjong-Khing, die onder haar invloed veranderde in een tekenaar voor kinderen - zoals ze zoveel kunstenaars inspireerde om voor kinderen te werken.

In 1990 stopte ze op aanraden van de dokter met schrijven, na ruim zestig titels. Een van haar laatste bloemlezingen verscheen in 2000, onder de toepasselijke titel Verre eilanden.