Leiden mag blij zijn met The Bishop als aanwinst

Mac eet uit

Recensent Mac van Dinther eet bij The Bishop in Leiden waar we te weinig komen.

Leiden: daar komen we niet vaak.

Daar is ook weinig reden toe. Leiden mag dan koninklijke allure hebben - Willem-Alexander studeerde er of deed in ieder geval alsof - gastronomisch is er weinig vorstelijks te ontdekken. Toch raar voor zo'n prachtige oude stad. Maar nu is er iets nieuws: The Bishop, een nieuwe eettent waar de Londense gastropub en de Parijse bistronomie bij elkaar komen.

Goh! Waar zit The Bishop?

De cijfers

Kosten: 4-gangenmenu € 44,50
Eten 8-
Bediening 7-
Entourage 8
Prijs-kwaliteit 8

Het menu:
Slakken met gruyère en knoflook Kalfslende met mousseline van aardappelen met Époisses Eendenborst met linzen, worteltjes Crème brûlée van specerijen met ijs.

Daarvoor moeten we in het historische hart van de stad zijn, waar de geest van de Middeleeuwen is geconserveerd in de klinkerstraatjes met snoezige huisjes en antieke straatlantaarns. Gooi er een dot sneeuw overheen en je hebt een Anton Pieck-decor. The Bishop zit in een fraai oud pand in de schaduw van de 14de-eeuwse Hooglandse kerk. Van buiten doet het een beetje denken aan een kapelletje, binnen wordt die indruk versterkt door een ingelegde tegelvloer, versierde pilaren en een open bovenverdieping onder houten dakbalken. Het meubilair wordt gedomineerd door donkerbruine banken; tegen de grof gestucte grijze muur staan Mariabeeldjes onder glazen stolpen.

Vandaar de naam natuurlijk.

Nou nee. De naam heeft weinig te maken met de historie van het pand. Hier zat ooit een opslag, later was het een distilleerderij. Alleen de pilaren komen uit een bisschoppelijke nijverheidsschool. Ze zochten gewoon een naam die internationaal lekker bekt, zegt de gastheer. Van die pilaren hoorden ze pas later.

Wat eten we?

The Bishop spiegelt zich aan de internationale trend van robuust eten in een ongedwongen sfeer. Mits goed gedaan is dat een geheide succesformule.

En: is het goed gedaan?

Het is prettig eten: aangenaam simpel, zonder culinaire pretenties, maar goed gemaakt

We nemen het viergangenchefs- menu met een kleine aanpassing: het voorgerecht van paling, een bedreigde vis, laten we vallen ten faveure van een kommetje biologische slakken. Die komen met zijn vijven en worden geserveerd op een houten plankje met vers brood. Het zijn lekkere sappige knoeperds, waar aan tafel goede gruyère over wordt geschaafd. Daarna eten we een zacht stukje kalfslende met een nogal gemeen zure hollandaise en aardappelmousseline die lekker plakkerig is van de Époisses; fantastische Franse roodschimmelkaas.

Het hoofdgerecht is een kloeke eendenborst, het vette vel goed uitgebakken en krokant, het vlees mooi rosé. De eend ligt in zijn eigen jus op een hoopje smeuïge groene linzen met worteltjes die een pittig rooksmaakje hebben gekregen in de nieuwerwetse houtskooloven beneden.

Het is prettig eten: aangenaam simpel, zonder culinaire pretenties, maar goed gemaakt. Dat geldt ook voor het dessert: crème brûlée met specerijen onder een vliesdun suikerlaagje. Er zitten wel vijftien specerijen in, zegt de serveerster. Ze kan er slechts twee noemen: kaneel en venkel. Wij proeven ook nog nootmuskaat en kardemom.

Goede bediening?

Een tikje schutterig nog. Wij hebben keurig gereserveerd, maar staan niet in het boek - wat niet onze schuld is. Als beloning krijgen we het lulligste tafeltje, naast het buffet waar onze serveerster tussendoor uit een flesje Spa drinkt. In het handboek serveren is dat een doodzonde.

Kan beter dus.

Slimmer vooral. Maar verder kan Leiden blij zijn met deze aanwinst. En als wij nog een naamsuggestie mogen doen: The King. Dat bekt ook lekker en past beter bij Leiden.