Aaf Brandt Corstius: Het zou kunnen dat tieners oprecht goed zijn in het verzinnen van onzinnige stopwoorden
©

Aaf Brandt Corstius: Het zou kunnen dat tieners oprecht goed zijn in het verzinnen van onzinnige stopwoorden

Terwijl al die lieve dertigers en veertigers in mijn omgeving nog steeds de hele tijd 'tof' zeggen omdat dat een paar jaar geleden weer een modewoord werd, wat voor dertigers en veertigers extra fijn was omdat het in hun jeugd ook al een modewoordje was, zit de echte jeugd, dus de mensen onder de 18, alweer een heel ander woord kwistig rond te strooien, en dat is 'oprecht'.

Ja. Oprecht. Ik kan er ook niks aan doen, en ja, ik vind het ook komisch. Het is net alsof het woord 'althans' ineens zwaar in zwang zou raken onder de Supreme-truien dragende jonge mens, of 'desalniettemin'.

Oprecht is gewoon een heel, tja, oprecht woord

En dan is 'oprecht' in al zijn sufheid niet eens een woord à la 'mieters', dat je in een modisch nieuw jasje ook licht-ironisch zou kunnen gebruiken. Oprecht is gewoon een heel, tja, oprecht woord. Er is geen zweem van ironie, camp of nostalgie in te bekennen. Het is dus raar, als modewoord.

Hoe ik dat weet, van oprecht? Ik ben tenslotte heel oud. Ja ik ben oud, maar dat heeft als voordeel dat je dan twee stiefkinderen van 16 jaar kunt hebben, en die weten dit soort dingen. Die weten dat van oprecht. Die horen de hele dag niks anders.

Als ik hen mag geloven, wat ik altijd doe, voegen hun leeftijdgenoten oprecht in in elke zin waar het mogelijkerwijs ingevoegd kan worden. Waardoor niets meer klinkt als een willekeurige mededeling, maar alles als een dubbelbevestigde uitroep. Dus niet 'Ik vond dat een goeie film' maar 'Ik vond dat oprecht een goeie film'. Herhaal dit honderd tot driehonderd keer per dag, en je weet hoe vermoeiend het moet zijn, zowel voor de oprechtzegger als voor hun toehoorders.

Het rare is dat vlak voor oprecht de term 'maar echt' in de mode was

Het rare is dat vlak voor oprecht de term 'maar echt' in de mode was. Alle kinderen en tieners, en het sloeg ook over op volwassenen, waren constant aan het zeggen hoe echt alles was wat de ander zei. 'Ik vond het een goeie film.' 'Maar echt.' Vaak liep dit ook langer door: 'Ik vond het een goeie film.' 'Maar echt.' 'Echt hè?' 'Ja, maar écht.' 'Ja, echt hè.' 'Echt.'

Een soort bevestigingenparade, waardoor je soms minutenlang geen gesprek hoefde te voeren, omdat je alleen maar aan het maar-echten was wat de ander net had gemaar-echt.

En dan nu dus dat oprecht.

Ik zou er de conclusie aan kunnen verbinden dat we in deze tijd van Trump, nepnieuws en sowieso het algehele gevoel dat we niet meer weten waar het allemaal heen gaat met de wereld, kennelijk veel behoefte hebben aan woorden die benadrukken hoe waar het is wat we allemaal zeggen.

Maar het zou ook kunnen dat tieners gewoon oprecht goed zijn in het verzinnen van onzinnige stopwoorden.