Gooi het vet waar u oliebollen in bakt niet weg, het is meer waard dan u denkt

Frituurvet brengt u deze zomer naar uw vakantiebestemming

Bakt u dit weekend de oliebollen voor uw familie? Kieper het gebruikte frituurvet dan niet in de gootsteen of het toilet, maar breng het naar een inzamelpunt. Het recyclen van frituurvet spaart riool en milieu. En passant spekt u ook nog de kas van een kinderboerderij of een sportkantine, omdat zij aan de 'vetcollecte' een zakcentje overhouden. Vier vliegen in een klap, de knapperige oliebollen meegeteld.

Oud frituurvet belandt nog te vaak in het riool, met een 'vetpiek' na de feestdagen. Hoeveel er na Oudjaarsdag precies wordt weggespoeld, is niet bekend. Maar al dat weggespoelde vet stolt in het riool 'tot een dikke koek, soms zo groot als een schaap', zegt een woordvoerder van Waterschap Amstel Gooi en Vecht, verantwoordelijk voor rioolzuivering. 'De verwijdering ervan kost miljoenen per jaar.'

18 miljoen liter biodiesel

Biobrandstof van ingezameld frituurvet is milieuvriendelijker dan van 'verse' olie

Slecht voor het milieu, maar ook geldverspilling. De 24 miljoen kilo restvet die Nederlandse huishoudens jaarlijks produceren is namelijk geld waard. Want op frituurvet kunnen we rijden. 'Als we al dat vet net als glas en papier zouden inzamelen, kunnen we er 18 miljoen liter biodiesel van maken', zegt Thijs Pasmans, campagneleider Frituurvet Recycle Het. Daar kunnen circa 11.000 Nederlandse dieselauto's een jaar lang op rijden.

Biodiesel wordt tegenwoordig voor 85 procent van oud frituurvet gemaakt. Anders dan biobrandstof op basis van oliepalm en soja kost gebruikt frituurvet geen nieuw landbouwgebied of bos. Daarom is biobrandstof van ingezameld frituurvet milieuvriendelijker dan biobrandstof die van 'verse' olie wordt gemaakt.

Jaarlijks verzamelen horecagelegenheden 44 miljoen kilo verbruikt vet in grote tonnen

Tientjes

'Frituurvet Recycle Het' spoort huishoudens al jaren aan 'die laatste liters' in te leveren bij een van de ruim drieduizend inzamelpunten. Slechts een op de vijf Nederlanders neemt die moeite, schat Pasmans. 'Een inzamelpunt op een kilometer afstand is al snel te ver lopen.' Meer scholen, supermarkten en kinderboerderijen zouden daarom inzamelpunten moeten openen, vindt Pasmans. Elke volle vetcontainer van 240 liter levert het inzamelpunt een paar tientjes op.

Voor de Nederlandse horeca is frituurvet naast een kostenpost ook een inkomstenbron geworden. Cafés en restaurants zijn wettelijk verplicht hun afgedankte frituurvet in te leveren. Jaarlijks verzamelen horecagelegenheden 44 miljoen kilo verbruikt vet in grote tonnen. 'Daar krijgen we zo'n 30 tot 60 cent per liter voor, afhankelijk van de afnemer', zegt Sterre Jongerius van Jongerius Bakkerij in Zoetermeer. Van de 6500 liter olie waar het familiebedrijf nu oliebollen en beignets in bakt, gaat zo'n 4000 liter 'restvet' in januari retour.

Lees verder onder de foto.

Bijmenging

KLM experimenteert al met biokerosine, deels gemaakt van afgewerkt frituurvet

De Nederlandse frituurolie belandt voor een groot deel in de verwerkingsfabriek van Simadan, in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. Simadan maakt er jaarlijks 118 miljoen liter biodiesel van. Inzamelbedrijf Rotie, onderdeel van Simadan, haalde dit jaar 30 miljoen liter op bij 135.000 Nederlandse inzamelpunten. 'Voorheen kwam een deel van dit vet in het riool of op de afvalberg terecht. Nu er geld mee kan worden verdiend, groeit het aanbod', zegt Bram van Santen, verkoopmanager van Biodiesel Amsterdam (onderdeel van Simadan).

Frituurvet als biobrandstof neemt een hoge vlucht. De Europese Unie stelt namelijk met ingang van 2020 de bijmenging van minimaal 10 procent biobrandstof bij alle autobrandstoffen verplicht. Nederland doet daar nog een schepje bovenop: hier wordt het verplichte bijmengingspercentage opgeschroefd naar 16,4 procent. KLM experimenteert al met biokerosine die deels gemaakt is van afgewerkt frituurvet.

Lees verder onder de grafiek.

Buitenlandse vetgolf

Goede handel dus, dat vet. De vraag is inmiddels zo groot dat Nederland jaarlijks honderdduizenden tonnen invoert uit meer dan zestig landen wereldwijd. Ruim 90 procent van al het frituurvet dat in Nederland tot biobrandstof wordt verwerkt komt uit het buitenland, met de Verenigde Staten en Spanje als belangrijkste leveranciers. Maar ook uit China stroomde er dit jaar een vetgolf naar Nederland: ruim 160.000 ton, vier keer meer dan vorig jaar, zo laat een vertegenwoordiger van het Chinees agentschap voor gebruikt frituurvet Stin UCO per email weten.

Maar met meer frituren en inzamelen alleen komen we er niet, zegt Eric van de Heuvel, directeur van Platform Duurzame Biobrandstoffen. 'De vraag naar biodiesel zal de komende jaren verdubbelen en de kans dat de exporterende landen hun frituurvet straks zelf gaan gebruiken, is groot. We moeten nieuwe grondstoffen blijven zoeken en biobrandstoffen blijven ontwikkelen.'