Op zijn idyllische woonboot in de buurt van Haarlem zit de Australische Philip Nitschke (75) op de bank in zijn stokoude spijkerbroek met scheuren op beide knieën. Hij is arts en gepromoveerd natuurkundige, gespecialiseerd in laserfysica. Maar eigenlijk is hij al jaren bezig met een heel ander onderwerp: de zachte, zelfgekozen dood.
Zojuist heeft hij verteld over zijn nieuwste vinding: de Sarcopod, een futuristische capsule waarin mensen met een doodswens kunnen gaan liggen en op een knop kunnen drukken. Daarna wordt de capsule gevuld met stikstofgas en volgt binnen vijf tot tien minuten een pijnloze dood. Althans, dat is het idee.
‘Binnenkort ga ik erin liggen en zet ik hem aan’, zegt Nitschke, ‘om te voelen of dat gas niet te koud is.’
‘Ik ben niet weg van dit idee’, zegt zijn vrouw Fiona Stewart, die koffie met cake serveert.
‘Ik neem een zuurstofmasker mee’, zegt Nitschke.
Stewart: ‘Toen ik hem net kende, trok hij een keer een plastic zak over zijn hoofd om te testen hoe snel het zuurstofgehalte omlaag ging. It freaked me out.’
Nitschke grijnst. ‘We hebben een enorme wachtlijst voor de Sarco’, zegt hij.
De komende uren zal Nitschke onvermoeibaar uitleggen waarom hij strijdt voor de mensen die hem vrijwel dagelijks bellen, mailen en appen. ‘Iedereen wil maar één ding weten’, zegt hij. ‘Wát moet ik nemen zodat ik zeker weet dat ik dood ga, en wáár kan ik het krijgen?’
Nitschke is de oprichter van Exit International, de organisatie die pleit voor het recht van mensen om hun leven zelfstandig en op vreedzame wijze te beëindigen. In 2006 veroorzaakte hij internationaal opschudding met een boek waarin hij tientallen zelfmoordmethoden tot in detail beschrijft: The Peaceful Pill Handbook. In het boek, dat de organisatie inmiddels vooral als e-book verkoopt, legt hij honderden pagina’s lang alles uit met behulp van foto’s en filmpjes: van het illegale pentobarbital tot Middel X.
En dat niet alleen. Het vermeldt ook waar alle middelen verkrijgbaar zijn - informatie die grote gevolgen kan hebben.
Zijn daden zijn zo controversieel dat hij de bijnaam Dr. Death kreeg. Ook noemde de Australische artsenfederatie hem ‘een serieus risico voor de volksgezondheid’ en dreigde hem uit zijn vak te zetten. Uit protest verbrandde hij zelf zijn artsenbul. Na verschillende zelfdodingen van leden deed de politie invallen in panden van Exit International, nam telefoons en computers in beslag en verhoorde Nitschke urenlang. In 2016 voelde hij zich zo beperkt in Australië dat hij naar Nederland emigreerde, waar volgens hem het meest vooruitstrevend wordt gedacht over euthanasie.
Voelt u zich opgejaagd?
Nitschke: ‘Niet echt.’
Stewart: ‘Ik voel wel stress. Op Twitter is een fatwa over hem uitgeroepen.’
Nitschke: ‘Laten we het niet overdrijven. Er gaat bijna geen dag voorbij waarop ik niet een enorme hoeveelheid mails krijg om me te bedanken voor mijn werk. Maar er zijn ook mensen boos omdat ze mij verantwoordelijk houden voor de dood van hun kinderen. En we hebben een keer de politie aan de deur gehad na een doodsbedreiging. Toen ik zag hoe serieus de politie dat nam, raakte ik wel even in paniek.’
Hebben de ouders van die overleden kinderen een punt? Bent u verantwoordelijk?
‘Daar is geen eenvoudig antwoord op. We begrijpen het verdriet en de woede en we voelen met hen mee. Toch denken we dat het geen goede reden is om met ons boek te stoppen. We zijn een makkelijk doelwit voor rouwende ouders. Hun woede komt deels voort uit schuldgevoel. Ouders hebben vaak het idee dat ze de zelfdoding van hun kind hadden kunnen voorkomen.’
Heeft u zelf ooit dodelijke middelen verstrekt?
Nitschke: ‘Nee. Dat kan ik niet doen. Ik kan ervoor zorgen dat iemand weet hoe hij eraan kan komen. Maar uiteindelijk moeten mensen dit zelf doen. Je kunt niet verwachten dat andere mensen je wel even zullen doden.’
Waarom eigenlijk niet?
‘Het is hun beslissing, niet de mijne. Neem de keuze voor een injectie of een drankje bij euthanasie in Nederland. Steeds meer mensen kiezen voor de injectie. Ik denk dat ze het fijn vinden dat de dokter het doet. Alsof hij zijn goedkeuring geeft, alsof de dood een gedeelde verantwoordelijkheid is. Ik ben voorstander van dat drankje.’
Komt u weleens in de verleiding om te helpen, bij schrijnende gevallen?
‘Wij doen het niet, maar in het netwerk gebeurt het soms. Tijdens een workshop in Londen stond een deelnemer op en vroeg: heeft iemand nog wat zelfdodingspoeder over? Een andere bezoeker riep: ja hoor, ik heb thuis een kilo liggen. Ik greep in: hier gaan we nu niet over praten, maar als jullie buiten een kopje thee willen drinken, ga je gang. Wij zijn ontzettend voorzichtig, maar veel mensen hebben geen idee wat de juridische consequenties zijn. Ze denken gewoon: o ja, ik ben er nu toch, waarom niet?’
De strijd van Nitschke is samen te vatten als een eindeloze jacht op het ‘beste’ middel. Dat zo veel mensen zijn hulp willen, heeft te maken met wetgeving: euthanasie is wereldwijd slechts in acht landen legaal. Naast Nederland onder meer in België, Canada en Spanje. In de meeste landen is euthanasie alleen toegestaan bij ondraaglijk en uitzichtloos fysiek lijden. Veel mensen komen daardoor niet in aanmerking voor bestaande regelingen. Zo is er in westerse landen een groeiende groep ouderen die zelf wil kunnen bepalen wanneer hun leven voltooid is en wil beschikken over een middel dat een vreedzame dood veroorzaakt. In Nederland wordt dat ‘de pil van Drion’ genoemd. Maar zo’n pil is niet zomaar verkrijgbaar.
‘Er is eigenlijk maar één middel dat het allerbeste is’, zegt Nitschke, ‘en dat is pentobarbital. Het is het beste ter wereld: alle mensen die ik het heb zien nemen, vielen binnen een paar minuten in slaap. Maar het probleem is: het is nagenoeg niet meer te krijgen. Dat maakt het tamelijk nutteloos.’
Pentobarbital wordt in sommige landen gebruikt bij de doodstraf en staat internationaal op een lijst met verboden middelen. ‘Je vindt het alleen nog als je zelf in een vliegtuig stapt naar Peru of Bolivia. Op internet is het niet meer te vinden. Ja, als je Nembutal (de merknaam van pentobarbital, red.) intikt, krijg je miljoenen sites. Allemaal oplichting. Er zijn zelfs sites die onze naam misbruiken of mijn foto’s erbij zetten, en dan niets leveren.’
Tot voor kort stond er nog één betrouwbare internetverkoper van Nembutal in het boek, zegt hij. ‘Hij zat in Mexico. Maar hij is verdwenen. Spoorloos. We weten niet waar hij is gebleven.’
Inmiddels is een jacht op alternatieven ontstaan. Zo steeg de laatste jaren de vraag naar zelfdodingspoeders Middel X en Middel Y, beide legaal verkrijgbare conserveermiddelen. ‘De wens om iets in het nachtkastje te hebben liggen, is enorm.’ Maar ook die handel wordt ingeperkt. Deze maand veroordeelde de Nederlandse rechter Alex S. tot twee jaar cel voor de verkoop van Middel X, waarna minstens tien mensen zijn overleden.
‘Een erg wreed vonnis’, zegt Nitschke. ‘De rechter besteedde onevenredig veel aandacht aan hoe gruwelijk deze mensen dood waren gegaan, terwijl zij er zelf voor kozen. Waarom er zoveel mensen geïnteresseerd zijn in wat Alex S. te bieden heeft, dat probeerde hij niet te begrijpen. De rechtszaak was vooral bedoeld om af te schrikken: koop dit spul niet.’
Bent u bezorgd over de kant die het debat in Nederland opgaat?
‘Zeker, maar niet alleen door dit vonnis. De discussie over een Voltooid Leven-wet (stervenshulp voor ouderen die vinden dat hun leven voltooid is, red.) ligt al jaren stil. Heel teleurstellend. De politiek gaat dit enorme probleem liever uit de weg, omdat het zo ingewikkeld is.’
Het is 1996 als de zelfgekozen dood voor het eerst in Nitschkes leven komt.
Als arts voert hij in dat jaar de allereerste legale euthanasie ter wereld uit, nadat in één staat in Australië een wet is aangenomen die dit mogelijk maakt. Zijn patiënt is een ernstig zieke man met prostaatkanker. Ook dan is Nitschke al overtuigd dat niet hij, maar de patiënt de laatste stap moet zetten: hij zet een apparaat in elkaar dat hij de Deliverance Machine noemt. Met een paar klikken op een laptop kan de patiënt het proces eigenhandig in werking zetten.
‘Let’s do it’, zegt de man die dag tegen hem. Zwetend loopt Nitschke naar de hoek van de kamer en wacht af of zijn machine zal werken. ‘Ik wist dat hij niet perfect was’, zegt hij. Maar na een halve minuut ziet hij de dodelijke vloeistof de aderen inlopen. Nitschke is opgelucht. De man overlijdt in de armen van zijn vrouw.
‘Het heeft mijn leven veranderd’, zegt Nitschke.
Later schrijft hij in zijn autobiografie dat dit nooit zijn plan was: hij rolde erin omdat hij zich verantwoordelijk voelde voor wanhopige patiënten. Nitschke is eenzaam in die tijd, schrijft hij. Hij is op dat moment de enige arts in Australië die dit durft. Terwijl hij heftige gesprekken voert met mensen die dood willen, ontstaat er een fel debat over de euthanasiewet. Hij helpt nog drie patiënten sterven, totdat het parlement de wet het jaar daarop weer afschaft.
Maar in Nitschke is dan iets gaan branden. Hij begint workshops te geven over zelfdoding. Bijna tien jaar later schrijft hij The Peaceful Pill Handbook.
‘Het was Fiona’s idee’, zegt Nitschke. Stewart, zijn vrouw, is journalist, advocaat en socioloog. Hij leert haar in 2003 kennen bij een van zijn workshops. Stewart: ‘Ik zag hem drie keer per week hetzelfde vertellen. En toen dacht ik: waarom schrijf je dit niet op?’ Het boek krijgt in Australië aanvankelijk een Restricted 18-plus rating, vergelijkbaar met de verkoop van porno, maar na een paar maanden wordt het alsnog verboden. Nitschke: ‘Het enige boek waarmee dit in de afgelopen vijftig jaar is gebeurd.’
Daarna richten ze zich op het buitenland. In Nieuw-Zeeland wordt het boek gecensureerd: grote delen worden zwartgelakt. Ze besluiten uit te wijken naar de VS. Nitschke: ‘Omdat er geen uitgever was die het aandurfde, gaven we het zelf uit. En twee jaar later gingen we online. Toen hadden we niemand meer nodig.’
Aanvankelijk gaf u alleen informatie aan terminaal zieke mensen. Vervolgens publiceert u een boek dat vrij toegankelijk is. Waardoor zijn uw grenzen opgerekt?
Nitschke: ‘Mijn kijk op de dood is voorgoed veranderd door Lisette, een Franse hoogleraar van 77. Na een workshop vertelde ze me dat ze over vier jaar dood wilde zijn, vóór haar tachtigste. Ze was niet depressief, maar ze had er genoeg van. Ze had pillen verzameld en wilde weten of de dosis hoog genoeg was. Ik wimpelde haar af, maar ze bleef terugkomen. Op een dag riep ik: mens, je bent niet eens zíék, ga een cruise maken ofzo. Toen viel ze hard tegen me uit. Ze zei: ‘Bemoei je met je eigen zaken, dokter. Dit heeft niets met jou te maken. Jij loopt hier maar te beslissen wie jouw informatie krijgt, en wie niet, maar wat geeft jou dat recht? Wie denk jij dat je bent?’’
Hoe reageerde u?
‘Ik kromp in elkaar. Want ik wist dat ze gelijk had.’
Uiteindelijk vertelt hij haar dat ze genoeg medicijnen heeft om wel vier keer dood te gaan. Lisette overlijdt in 2002 door een overdosis, twee weken voor haar tachtigste verjaardag. In haar afscheidsbrief bedankt ze hem en stelt ze dat ze een goed leven heeft gehad. Over haar dood en zijn rol daarin verschijnt een documentaire, die veel ophef veroorzaakt.
Wat veranderde dit bij u?
‘Daarna heb ik besloten dat ik niet wil weten waarom mensen dood willen. Het kan me niet schelen. Ik heb mensen gesproken die stomme redenen hadden. Maar als jij dood wilt, je bent bij je volle verstand en je wilt het zelf doen, dan is het niet aan mij om te beoordelen of jij daar misschien een stomme reden voor hebt. Het is jóúw reden.’
Toch geeft Nitschke zijn informatie niet zomaar aan iedereen. De minimumleeftijd voor kopers van het boek The Peaceful Pill is 50 jaar. Wie 95 dollar betaalt, krijgt een jaar lang toegang tot de digitale editie, maar moet zich middels een filmpje identificeren en wordt gescreend. Stewart: ‘We hebben zes freelancers die wereldwijd als detectives de identiteit van alle kopers checken.’
Hoeveel boeken verkopen jullie?
Stewart: ‘Ergens tussen de 5 en 30 per dag. Soms schiet de verkoop ineens de lucht in.’
Nitschke: ‘Dan proberen we uit te vinden wat er aan de hand is.’
Stewart: ‘In 2015 verscheen in The New York Times een stuk over een bekende hoogleraar. Ze kocht pentobarbital via een adres in Mexico uit ons boek en stapte daarmee uit het leven. Ze had Alzheimer. We wisten niet wat we meemaakten, zoveel vraag was er opeens naar het boek. Oh my god, zei ik tegen Philip, dit kunnen we helemaal niet aan.’
Toch kan de informatie terechtkomen bij zeer jonge, kwetsbare mensen die in een opwelling zelfmoord kunnen plegen. Is dat geen reden om dan maar niet te publiceren?
Nitschke: ‘We doen ons best, maar het is niet waterdicht. De informatie lekt altijd uit. En duizenden ouderen zijn wereldwijd wanhopig op zoek naar deze informatie en zijn ons erg dankbaar ervoor. Mogen zij hier dan helemaal geen toegang meer tot hebben omdat er een kleine groep tieners is die in een opwelling zelfmoord pleegt? Ik vind dat je de gemoedsrust van die ouderen moet afwegen tegen het tragische leed van de tieners en hun ouders.’
Hoe weeg je die twee dan tegen elkaar af?
‘Dat is ontzettend moeilijk, dat weet ik ook niet precies. We krijgen steeds meer kritiek hierop, vooral vanuit de VS, omdat het gebruik van Middel Y daar flink gestegen is. Dat zou onze schuld zijn, omdat wij de informatie daarover als eerste publiceerden.’
Is dit niet ook een verdienmodel voor u?
‘Dat verwijt krijgen we vaak. Dat we rijk worden van het leed van tieners. Maar het klopt niet. Kijk naar wat we met het geld doen. In de ontwikkeling van de Sarco hebben we inmiddels een miljoen euro gestoken. Dat geld komt van sympathisanten en van de opbrengsten uit het boek.’
Ze vertellen over de strijd die ze voeren met zogeheten suicide chatrooms, waar tieners onderling informatie uitwisselen over zelfdoding en elkaar soms zelfs aanmoedigen. Nitschke, verontwaardigd: ‘Elke update van het boek staat bijna meteen op die fora. Mensen maken gewoon honderden screenshots van alle pagina’s. Het is ons een paar keer gelukt om illegale kopieën offline te halen, maar het is ontzettend veel werk.’
Stewart: ‘Zodra we mensen betrappen, zetten we hun digitale abonnement stop. Soms zijn dit gewoon zeventigers, hè. Het is niet te geloven, maar sommige mensen zijn zo radicaal liberaal dat ze vinden dat dit voor iedereen beschikbaar moet zijn. Het interesseert ze niets dat ook jonge mensen dit zien. Ik ben het daar totaal niet mee eens. Ik vind dat we 18-jarigen tegen zichzelf in bescherming moeten nemen.’
Ze kijkt naar Nitschke. ‘Maar ik maak me hier meer zorgen over dan hij’, zegt ze.
Bent u voor radicale openheid?
Nitschke: ‘Mijn visie is simpel. Don't keep people in the dark. In veel landen proberen overheden zelfmoordcijfers omlaag te krijgen door informatie en dodelijke middelen bij mensen weg te houden. De gedachte is: als mensen niet weten hoe ze zelfmoord moeten plegen, dan doen ze het niet. Ik vind dat een vreemde benadering. In een gezonde maatschappij krijgen mensen goede informatie, zodat ze hun rationele beslissingen nemen. Kijk, we geven 18-jarigen ook wapens en sturen ze oorlogen in. Ik vind dat iedere volwassene met gezond verstand het recht heeft op deze informatie. Maar...’
Stewart: ‘Hij bedoelt dit filosofisch.’
Nitschke: ‘... Maar de politieke realiteit is dat je daar niet mee wegkomt. Daarom hebben we een hele tijd geleden al die leeftijdsgrens van 50 ingesteld. Het moeten volwassenen zijn, met levenservaring – whatever that may be. Het was Fiona’s idee.’
Stewart: ‘Ik vertel hem altijd wat hij niet kan doen. In sommige opzichten is hij zelf zijn grootste vijand.’
Bent u een libertariër?
Nitschke: ‘Ja, dat is waarschijnlijk de beste omschrijving. Ik realiseer me dat er voorwaarden moeten zijn voor het verkrijgen van dit soort middelen, maar mijn onderliggende overtuiging is dat iedereen moet kunnen doen wat hij wil, zolang het anderen niet schaadt.’
Stewart: ‘Maar in wat voor een samenleving zouden we leven als het ieder voor zich was? Dat klinkt als het land van Trump.’
Nitschke: ‘Laten we hier niet over doorgaan. Dan krijgen we weer enorme ruzie.’
Stewart: ‘Hij heeft een lange geschiedenis van politieke actie: tegen de Vietnamoorlog, tegen kernwapens, voor Aboriginal-rechten. Als tiener was hij waarschijnlijk onverdraaglijk.’ Ze lacht. ‘Heb je ze al verteld over je burgerarrest?’
Nitschke zegt dat hij op zijn zeventiende ooit een geweer op het hoofd van een man richtte. ‘Mijn autoradio was gestolen, maar bij de politie zeiden ze: come on kid, who cares? Maar ik wilde mijn radio terug. Ik monteerde een nieuwe, zette het autoraampje open en ging achterin zitten. Drie nachten heb ik gewacht. Toen ze eindelijk hun hand in die auto staken, sprong ik eruit.’
Met uw geweer?
‘Een Browning automatic, 22 millimeter. Ik kom uit Australië, ik had geweren in die tijd. Ik riep: hands up. Eentje rende weg, de ander bleef staan en zei: don’t kill me. Uiteindelijk heb ik hem bij de politie afgeleverd. De volgende dag stond het in de krant.’
Hebben vrienden of familie u weleens gevraagd om hen te helpen met sterven?
‘Mijn moeder. Dat was een zeer frustrerende situatie. Ze was 96. Op een dag had mijn moeder tegen een verpleger in het verzorgingshuis gezegd: ik voel me vreselijk, was ik maar dood. Bij mijn volgende bezoek zei de verpleger tegen me: uw moeder is depressief en zegt dat ze dood wil, we maken ons zorgen over uw bezoekjes.’
Vanwege uw reputatie?
‘Ja, ze dachten dat ik op haar had ingepraat dat ze dood wilde en dat ik haar de middelen zou geven. Ik voelde me zo stom dat ik niets had geregeld. Ik had slimmer moeten zijn. Sneller. Dan had ze niet jarenlang tegen haar zin in een bloody verzorgingshuis hoeven te verpieteren. Al had ze de middelen waarschijnlijk nooit genomen, omdat het risico voor mij te groot zou zijn. Zo was ze. Uiteindelijk kreeg ze na een paar jaar longontsteking en ging ze dood. Maar het had nooit zo mogen gaan.’
Voelde u zich schuldig?
‘Ja. Ik voel me hier verschrikkelijk over’, zegt hij moeizaam. ‘Ik lig er nog steeds weleens wakker van.’
En dan is hij stil. Nitschke, die het hele interview honderduit heeft gepraat, weet even niet wat hij moet zeggen.
Veranderde de dood van uw moeder iets in uw denken?
Sinds ik deze fout maakte, spoor ik mensen nog meer aan: zorg dat je de middelen in huis haalt. Doe het zelf, leg ze weg voor later, zeg ik dan tegen hen, wacht niet totdat je zoon of dochter het voor je moet doen.’
CV Philip Nitschke
1947 geboren in Australië
1972 promoveert in de laserfysica
1989 studeert af als arts
1996 voert eerste legale euthanasie ter wereld uit
1997 oprichter Exit International
2006 publiceert The Peaceful Pill Handbook
2015 verbrandt zijn artsenbul
2016 emigreert naar Nederland
2017 lancering conceptmodel Sarco Pod
Over de makers
Maud Effting is onderzoeksjournalist van de Volkskrant en schreef onder meer over grensoverschrijdend gedrag bij De Wereld Draait Door en NOS Sport. Ook volgt ze alle ontwikkelingen rondom het vrijwillig levenseinde, euthanasie, zelfdoding en Middel X. Ze won de journalistieke prijs De Tegel voor haar werk en werd in 2017 genomineerd voor Journalist van het Jaar.
Haro Kraak is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over cultureel maatschappelijke onderwerpen als identiteit, gender, polarisatie, extremisme en levenseinde.
Sanja Marušić (31) is een Nederlands-Kroatische kunstenaar die de grenzen opzoekt tussen fotografie en schilderkunst. Kleur voegt ze altijd achteraf – digitaal of met verf – toe, waardoor haar foto’s zich bevinden tussen fantasie en werkelijkheid.