REPORTAGE OEKRAÏNE

‘Weg? Waarheen?’
Lang niet alle achterblijvers in de Donbas zitten te wachten op de evacuatiebus

Met gevaar voor eigen leven rijdt pastor Vadim Chrabovitsj wekelijks met een bestelbusje naar het front in Oekraïne om achtergebleven burgers te evacueren. Er is alleen een probleem: veel van hen zitten daar helemaal niet op te wachten. ‘Slaat u ons de volgende keer maar over.’

Op de enige weg naar het front in Lysytsjansk geeft de pastor plankgas. Na vier maanden in de oorlog weet Vadim Chrabovitsj dat zijn bestelbus een doelwit vormt voor de Russische artillerie, die hier van twee kanten kan toeslaan. Elk soort voertuig is op deze weg al eens geraakt, van legertruck tot ziekenwagen.

De enige levensader van de Oekraïense fronttroepen in de provincie Loehansk ligt al weken onder vuur. Rusland wil deze weg blokkeren om het voorste deel van het Oekraïense leger af te snijden van bevoorradingen. Maar ondanks talloze beschietingen stuiven er nog steeds voertuigen over de oude tweebaansweg, die helemaal niet gemaakt is voor hoge snelheden. Slingerend tussen de gaten denderen kentekenloze personenauto’s, volgepropt met soldaten, richting het front. Van de andere kant komen ziekenwagens met de strijdmakkers die vervangen moeten worden.

‘Ze noemen dit de weg des levens’, zegt Chrabovitsj terwijl hij de honderdtwintig aantikt en nu zowel links, rechts als voor zich rookpluimen aan de horizon ziet borrelen. ‘Maar je kan net zo goed spreken van de weg des doods.’

Sinds het begin van de invasie evacueert Chrabovitsj dagelijks burgers uit wat hij ‘hete plekken’ noemt: de dorpen en steden waar de raketten neerkomen die soms langer en dikker zijn dan de bomen in de straten. Die met één knal een heel flatgebouw kunnen wegvagen. Alleen in het weekend voert de 53-jarige pastor geen reddingsacties uit, dan is hij de rust zelve en leidt hij kerkdiensten.

Zijn geloof is de reden waarom hij niet meevecht met een kalasjnikov, maar met een evacuatiebus. Zo hoopt hij toch bij te dragen aan de verdediging van zijn land. Een statistiek waar hij trots op is: sinds het begin van de invasie heeft zijn organisatie, de Engelen der Verlossing, meer dan 21 duizend burgers uit oorlogsgebied gehaald. Het deed Chrabovitsj goed toen een soldaat hem onlangs bedankte voor zijn werk. ‘Hij zei: dankzij u weten we dat onze kinderen veilig zijn, dat scheelt ons kopzorgen aan het front.’

Er is alleen een probleem: veel burgers aan het front zitten niet te wachten op evacuatie. Chrabovitsj: ‘Ze wachten liever op de Russen.’

Platgebombardeerd

Op het dashboard ligt de lijst met namen van mensen die zich hebben opgegeven voor de evacuatie van vandaag. Twee adressen in Siversk, een stadje op 5 kilometer van het front, en een adres in Verchnjokamjanske, een dorp dat met de dag kleiner wordt. Vooral op die laatste plek wil Chrabovitsj zo min mogelijk tijd doorbrengen.

Hij weet: beschietingen komen hier zonder waarschuwing. Sommige vrijwilligers van zijn organisatie zijn gewond geraakt tijdens evacuaties. Gisteren belandde een van hen nog midden in een artillerieduel in het frontstadje Avdiivka. Het is Chrabovitsj al meerdere keren overkomen. Tijdens een evacuatie in Volnovacha droeg hij gewonde kinderen zijn bus in, een dag later was het dorp bezet door de Russen.

Inwoners van Siversk ontvangen hulpgoederen van pastor Chrabovitsj.

De straten van Siversk zijn verlaten als de evacuatiebus er binnenstuift. Het stadje lijkt al zijn zielen verloren. Wat achtergebleven mussen tjilpen door het gerommel van artillerie uit de verte. Sommige huizen zijn platgebombardeerd, van de school is alleen nog een ruïne over.

Maar als Chrabovitsj op de toeter van zijn bestelbus drukt, leeft Siversk op. Uit kelders en vanachter flatgebouwen komen mensen tevoorschijn. Op slippers haasten ze zich naar de bus. ‘Heeft u water voor ons?’, vraagt een dame met een wandelstok. ‘Ik heb voedsel nodig voor een kelder met twaalf mensen’, roept een man. Een vrouw: ‘Heeft u medicijnen voor mijn vader? Hij heeft zo’n verschrikkelijke rugpijn.’

Achterblijvers

De Oekraïense autoriteiten vroegen inwoners van de Donbas al begin april om te vertrekken. Ze zagen het Russische offensief in het oosten aankomen, waarbij volledige nederzettingen met de grond gelijk worden gemaakt. De meeste inwoners vertrokken naar familie in andere delen van Oekraïne of naar het onbekende in het buitenland. Maar tienduizenden mensen bleven. In deze groep vallen de meeste burgerslachtoffers van de artillerieoorlog.

De achterblijvers van Siversk zitten al ruim een maand zonder elektriciteit, water of gas. Koken doen ze op binnenplaatsen, met potten en pannen boven kampvuren. Ze wonen in kelders, samen met de buren in donkere opslaghokken die ze verlichten met kaarsen en opwindbare zaklantaarns.

  • Slavik (links) is een van de achterblijvers van Siversk. ‘Alle klasgenoten van mijn dochter zijn vertrokken.’

‘Ik wist niet dat kelders konden schudden’, zegt Slavik, een veertiger die in de brandende zon hout staat te hakken, nu het gerommel alleen uit de verte komt en de kust volgens hem veilig is. Zijn dochter van 14 speelt verderop met achtergelaten huisdieren. ‘Al haar klasgenoten zijn vertrokken en de school ligt in puin’, zegt Slavik, die zijn achternaam liever niet geeft. ‘Het wordt hier steeds gevaarlijker.’

Maar hij blijft en sluit aan in de rij voor de bestelwagen van de pastor, die hulpgoederen uitdeelt voordat hij begint aan zijn evacuatieronde. Slavik: ‘Waar moeten we anders heen?’

Het is het antwoord dat Chrabovitsj elke dag krijgt als hij mensen vraagt waarom ze niet in zijn bus stappen. En hij kan het niet meer aanhoren. ‘De reden om weg te gaan is simpel: er vallen hier bommen’, zegt hij tegen een groep inwoners rond een kampvuur die hij net van water en brood heeft voorzien. ‘Gaat u weg, wacht tot het voorbij is, en keert u dan weer terug.’

Russische staatstelevisie

Maar de mensen bij het kampvuur zitten niet te wachten op het advies van de pastor. ‘Als we een appartement zouden krijgen, dan zouden we gaan, maar ik ga echt niet in een vluchtelingenkamp wonen’, roept een vrouw. Een ander: ‘Ik heb jaren gewerkt aan de verbouwing van mijn appartement, en dat nu achterlaten zeker?’ Nog iemand: ‘Als we terugkomen, kunnen we niet meer bij onze huizen, want dan liggen ze in de Donetsk Volksrepubliek.’

Pastor Vadim Chrabovitsj rijdt weg na een discussie met achterblijvers, die volgens hem geloven dat hun armoede veroorzaakt wordt door het Oekraïense leger. 

In de verte rommelt de artillerie weer.

‘Dus u wacht op de Russen’, concludeert de pastor.

‘Wij wachten op niemand’, antwoordt een vrouw getergd. ‘Ook niet op u. Slaat u ons de volgende keer maar over.’

Chrabovitsj geeft gas, hij moet naar de mensen die wel weg willen. Maar hij weigert de uitleg van de blijvers te geloven en wijst naar de satellietschotels aan de balkons. ‘Ze hebben hier jarenlang Russische staatstelevisie gekeken’, zegt Chrabovitsj. ‘Sommigen houden de Oekraïense regering verantwoordelijk voor hun armoede. Ze denken dat ze in Rusland een beter leven krijgen.’

Hij vreest vooral voor de kinderen die niet worden weggebracht door hun ouders. Hij heeft zelf een zoon van 3, die sinds het begin van de oorlog met zijn moeder naar Noorwegen is gevlucht. Ze bellen elke dag, maar hij wil zijn zoon weer in zijn armen sluiten, zegt hij. ‘Een jongen van 3 heeft zijn vader nodig.’

  • Pastor Vadim Chrabovitsj met jongen wiens familie in Siversk wil blijven.

Het Oekraïense leger heeft nog een andere zorg over de achterblijvers. Militairen vermoeden dat er mensen tussen zitten die de komst van Rusland willen bespoedigen. Bijvoorbeeld door coördinaten van Oekraïense posities of konvooien door te geven aan de vijand. Procureur-generaal Iryna Venediktova zei vorige maand dat er 1.400 Oekraïeners worden verdacht van hoogverraad en samenwerking met de vijand.

Raketscherven

Wie wel weg willen, zijn de zussen Tanja en Natasja Belenko. Ze staan al klaar voor het blauwe houten huis van hun ouders als de evacuatiebus komt aanstuiven. Ze drukken hun vader en moeder stevig tegen zich aan, maar voor een uitgebreid afscheid is langs deze weg geen tijd.

‘Ze wilden niet mee’, zegt Tanja als ze haar huilende ouders heeft uitgezwaaid. ‘Ze hebben geen geld en willen geen vluchtelingen worden die om hulp moeten vragen.’

‘Wij gaan werk zoeken in Charkiv’, vult haar zus Natasja aan. ‘En dan sturen we het geld naar onze ouders. Misschien dat iemand het voor ons kan meenemen hierheen.’

  • Tanja and Natasja Belenko, twee zussen die worden geëvacueerd, nemen afscheid van hun moeder en haasten zich naar het busje van de Engelen der Verlossing.

  • Een echtpaar sluit de deur van hun huis, misschien voor de laatste keer, vier kilometer van het front in Oekraïne.

Iets verderop trekken twee oudere mensen de poort dicht van het huisje waar ze bijna een leven lang samen hebben gewoond. Ze besloten de uitnodiging om bij familie in Dnipro te verblijven pas aan te nemen toen de oorlog op hun dak viel.

‘Ik dacht eerst dat er stenen op het dak waren gevallen’, zegt Viktor Sjepovalov, oud-kraanmachinist in de mijnen van de Donbas. ‘Maar toen ik buiten ging kijken bleken het raketscherven te zijn.’

‘Beng, beng, beng. Zo ging het hier de afgelopen dagen’, zegt zijn vrouw Valentina. ‘Ik ben nergens zo bang voor als voor het geluid van schoten.’ Ze zijn opgelucht dat ze in de bestelbus zitten die ze naar het treinstation van Pokrovsk moet brengen. Eerder vertrokken de evacuatietreinen vanuit het dichterbijgelegen Kramatorsk, maar dat station is dicht nadat het werd gebombardeerd door het Russische leger. Zeker 59 mensen kwamen om het leven, onder wie 7 kinderen.

Verse bombardementen

En dan raakt Chrabovitsj de weg kwijt. In het dorp waar hij zo min mogelijk tijd wilde doorbrengen, kan niemand hem naar Sjkolnaja Oelitsa nummer 5 wijzen. De enige inwoner op straat, een demente vrouw, wijst alle kanten op.

‘Verse bombardementen’, mompelt Chrabovitsj terwijl hij door het dorp rijdt en ingestorte huizen ziet die een dag eerder nog rechtop stonden. Voor hem uit stijgen zwarte rookwolken op uit de olieraffinaderij van Lysytsjansk.

Die stad is het laatste bolwerk in de provincie Loehansk onder Oekraïense controle en ligt constant onder vuur. De meeste evacuatieteams hebben hun missies naar Lysytsjansk gestaakt wegens te grote veiligheidsrisico’s. Chrabovitsj gaat ook al een week niet meer. Het dorp waarin hij nu is verdwaald, is hem gevaarlijk genoeg.

Verwoeste gebouwen in Siversk, enkele kilometers van het front in Oekraïne. 

‘Is dit Sjkolnaja Oelitsa?’, schreeuwt Chrabovitsj vanuit zijn bus naar een man die in ontbloot bovenlichaam naast een bankje staat. De man knikt, wijst Chrabovitsj op nummer 5 en zegt kalmpjes dat hij de bewoner is.

‘Bent u dan de man die ik moet evacueren’, vraagt de pastor.

‘Evacueren? Waarheen?’

‘Dnipro, Kyiv, waar u maar heen wil!’ Chrabovitsj begint zijn geduld te verliezen.

De man denkt even na en zegt dan: ‘Nou, vooruit dan.’

‘Trek wat aan, pak uw spullen, uw zus had u toch verteld dat ik zou komen?’

De man kijkt nog eens zwijgend naar de bezwete pastor in zijn kogelvrije vest achter het stuur en zegt dan: ‘Weet u, vadertje, ik denk dat ik toch maar hier blijf.’

  • De zussen Tanja en Natasja Belenko in de trein naar Dnipro, na hun evacuatie uit Siversk.

Burgers in Kramatorsk worden geëvacueerd door een Deense NGO. Rechts een evacué uit Lysytsjansk.

Tijdens de terugweg gaat het gaspedaal in de evacuatiebus nog verder omlaag dan tijdens de heenreis. Net nadat Chrabovitsj zijn eva­cués heeft afgezet voor doorreis naar veiligere delen van het land, verspreidt het Oekraïense leger een nieuwsbericht over het front.

Siversk is gebombardeerd. Een woonwijk.