4 vragen

Waarom kun je niet meer goedkoop met de trein een dagje weg?

Voor 15 euro op en neer naar een willekeurige stad in het land, voor oplettende treinreizigers was het jarenlang vaste prik. Maar de spotgoedkope aanbiedingen voor dagjes weg zijn van de baan. Hoe komt dat? En welk signaal geeft dat af richting een duurzame toekomst?

Hoe werkte de zomeraanbieding van de NS?

Een zomers dagje naar het Groninger Museum, het strand van Scheveningen of de grachten van ’s Hertogenbosch? Het was van 2005 tot 2020 voor een habbekrats mogelijk, waar je ook woonde in het land. Via wijdverspreide retailers als Kruidvat, Blokker en Albert Heijn was een dagkaart al voor 15 tot 20 euro op te halen. De NS kon het hebben, omdat treinen in de zomer doorgaans leger zijn dan in de andere seizoenen.

De coronapandemie leidde ertoe dat de aanbiedingen uit de (digitale) schappen werden gehaald. Tijdelijk, zei een NS-woordvoerder tegen Treinreiziger.nl: ‘Zodra het verantwoord is, willen wij niets liever dan ook weer goedkope treinkaartjes aanbieden.’ Maar deze zomer speelt het vermaledijde virus een bescheiden rol, en blijven de kortingen desondanks uit.

Waarom stopt de NS ermee?

De regelmatige uitval van treinen door personeelstekort staat los van deze beslissing, zegt een woordvoerder van de NS. De treinmaatschappij zag de laatste jaren een probleem ontstaan met de voordeelkaarten: ze droegen bij aan druktes ‘op de verkeerde momenten, op de verkeerde plekken’. Ze brachten gebruikers ertoe naar steden te trekken op dagen dat die al door festivals of andere evenementen werden overlopen. ‘Terwijl je juist, ik zeg maar iets, wil dat mensen in Castricum naar het strand gaan, als in Zandvoort een race wordt gehouden’, aldus de woordvoerder.

De nieuwe voordeelacties van de NS moeten ‘gerichter’ zijn: mensen lokken die niet vaak met de trein gaan, en ze sturen naar plekken die meer toeloop willen. Daarvoor heeft de NS een ‘Spoordeelwinkel’ ingericht op haar site. Die biedt dag- en weekendaanbiedingen aan naar bijvoorbeeld Leeuwarden, Breda of het Limburgse pretpark Toverland, maar niet voor de prijs waarvoor het vroeger kon.

Zijn voordelige treintickets juist nu niet hard nodig?

Het contrast met het oostelijke buurland mag er zijn. Waar de grote kortingen in Nederland verdwijnen, kunnen Duitsers nu juist voor een klein tientje de hele zomer gebruik maken van regionaal openbaar vervoer. Het zogeheten 9-euroticket is een van de maatregelen om Duitsers door de energie- en inflatiecrisis te helpen.

Vooral voor minder bedeelde Nederlanders betekent het schrappen van de oude kortingen dat zij ‘niet of aanzienlijk minder’ naar hun gewenste bestemming kunnen, vermoedt Paul Peeters, docent duurzaam transport en toerisme bij de Hogeschool Breda (BUas). Maar hij betwijfelt of dat een goede reden is om structureel goedkope treinkaartjes aan te bieden. ‘Dan komt de klassieke vraag op tafel: moet je armere mensen helpen door alles gratis te maken, of moet je ze gewoon een hoger inkomen geven?’

Jongeren van 12 tot 18 jaar kunnen bovendien nog steeds voor een zacht prijsje ‘tienertouren’ door het land. De NS biedt aan hen dagkaarten voor 7,60 euro aan, zo lang zij buiten de spits blijven.

Hoe aantrekkelijk is het ov ten opzichte van de auto voor een dagje weg?

Voor Herre Dijkema, directeur van het adviesbureau Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen, bestaat weinig twijfel: ‘Als we naar een duurzame toeristische sector willen, is het heel belangrijk dat de overheid ov-gebruik stimuleert.’ Het schrappen van de goedkope treinaanbiedingen is wat dat betreft geen goed signaal, vindt hij,

Dijkema schreef met city- en regiomarketeers uit heel het land een transitieplan voor duurzamer toerisme in Nederland. Openbaar vervoer speelt daar een grote rol in, maar de ‘particuliere waarneming’ van Dijkema is dat de auto onverminderd populair is onder dagjesmensen.

Dat heeft volgens Dijkema ook een andere reden: bereikbaarheid. Bij de Veluwe is vooral de ‘famous last mile’ een probleem, zegt hij, het laatste stukje van de reis. In omliggende dorpen als Hoenderloo of Otterlo komen lukt nog wel vanaf Ede, Arnhem of Apeldoorn, maar om in het centrum van het park te komen, moet je minstens een keer van bus overstappen.

Volgens Peeters zit daar de crux. ‘In Nederland wordt het streekvervoer enorm afgekalfd, soms tot het absurdistische toe. Bergen aan Zee heeft in de zomer op zondag geen busverbinding. Ik kan daar met mijn hoofd niet bij.’