REPORTAGE NOORWEGEN

Oslo pronkt
met prachtmusea

En opeens ook met het blinkende water in de Oslofjord

Een operahuis, een prachtbibliotheek, het groots uitgebreide Munchmuseum en nu weer een nagelnieuw Nationaal Museum: geld speelt geen rol in Oslo, waar de ene na de andere publiekstrekker wordt geopend. Allemaal in een nieuw stadsdeel aan de Oslofjord. 

REPORTAGE NOORWEGEN

Oslo pronkt
met prachtmusea

En opeens ook met het blinkende water in de Oslofjord

Een operahuis, een prachtbibliotheek, het groots uitgebreide Munchmuseum en nu weer een nagelnieuw Nationaal Museum: geld speelt geen rol in Oslo, waar de ene na de andere publiekstrekker wordt geopend. Allemaal in een nieuw stadsdeel aan de Oslofjord. 

In de Oslofjord, op het dak van een drijvend saunahuisje van de Badstuforening (saunavereniging), staat een vrouw in bikini in op het punt een verkoelende duik te nemen als ze een zwart gevaarte door de lucht ziet zweven. Een telescoopkraan takelt een bronzen sculptuur – negen meter hoog, 15 duizend kilo – over een kanaaltje naar het Munchmuseum.

Ook een Britse toerist op een elektrische huurstep ziet het gebeuren. In de vormen van het kunstwerk herkent hij een geknielde vrouw die naar haar handen kijkt. De man is bepaald niet onder de indruk. ‘Kom op, laat haar in de zee vallen, het is nog niet te laat!’, roept hij naar de werklieden die het beeld ontdoen van rode spanbanden. ‘Geef de vissen iets om mee te spelen!’

Drijvende saunahuisjes in de Oslofjord.

Vermoedelijk is hij niet naar Oslo gekomen voor kunst en cultuur. Toch pronkt de hoofdstad van Noorwegen daar overvloedig mee. In 2020 opende een prachtige openbare bibliotheek (Deichman Bjørvika), vorig jaar uitgeroepen tot ’s werelds beste bieb. In oktober 2021 volgde het nieuwe Munchmuseum, vijf keer zo groot als het oude museum. Het lijkt lijkt op een stapel papier waarvan de bovenste vellen dreigen af te waaien. Begin juni volgde het Nationaal Museum, de fusie van vier musea voor kunst, design en architectuur. Het Nasjonalmuseet is groter dan het Rijksmuseum in Amsterdam.

Munchmuseum

Alle Noren miljonair

De Osloërs moeten de tel kwijt zijn, zoveel honderden miljoenen Noorse kronen zijn er de laatste jaren gespendeerd aan al deze culturele bolwerken. Kunstcommissies, scheepsmagnaten en andere filantropen doen er nog een schep bovenop met grote sculpturen op pleinen en in parken. Geld speelt geen rol in Noorwegen, dankzij de duizelingwekkende rendementen uit het Statens Pensjonsfond, het staatsfonds dat geld belegt uit de inkomsten uit olie- en gaswinning. In theorie zijn alle Noren miljonair.

Het beeld bij het Munchmuseum is The Mother van de Britse kunstenaar Tracey Emin. ‘Dit is een spannend moment’, zegt Emin als het gevaarte wordt vastgeschroefd. Het krijgt een permanente plek aan de fjord waar Edvard Munch zijn wereldberoemde schilderij De Schreeuw maakte. ‘Ik wilde Munch een moeder geven’, zegt ze. ‘Zijn moeder stierf aan tbc toen hij vijf was. The Mother zal het museum beschermen en de bezoekers van Oslo begroeten.’

Alsof het afgesproken werk is, galmt over de fjord de scheepshoorn van de Aida Nova, een cruiseschip met 17 restaurants en 23 bars.

Oslo is zeker niet Europa’s drukste toeristische bestemming, al rijden ook hier hop-on-hop-off-dubbeldekkers rondjes langs populaire attracties. Ze stoppen bij het Vigeland-beeldenpark (met 212 stenen en bronzen beelden van beeldhouwer Gustav Vigeland), het Kon-Tiki Museum (gewijd aan de expedities van antropoloog Thor Heyerdahl) en het koninklijk paleis.

Maar de culturele bloei manifesteert zich juist volledig aan de fjord, waar compleet nieuwe stadsdelen uit de grond worden gestampt. Dat is mogelijk door een majeure stedenbouwkundige ingreep: Oslo en de fjord waren van elkaar gescheiden door een drukke snelweg. Tegenwoordig neemt het verkeer een kilometerslange tunnel, terwijl oude havengebieden zijn gesaneerd en spoorwegemplacementen opgeruimd.

Operahuis

Hippe hoogbouw en visrestaurants

Op de nieuwe wijken extra cachet te geven, besloot Oslo de belangrijkste culturele instellingen ook naar de fjord te verhuizen. Te beginnen, in 2008, met het Operahuis. Het onderkomen van Den Norske Opera & Ballett steekt als een ijsberg de lucht in. In 2012 verhuisde het Astrup Fearnley Museum van het centrum naar een voormalige scheepswerf. Het museum, ontworpen door Renzo Piano, die in Maastricht het Bonnefantenmuseum bouwde, bezit vijftienhonderd Scandinavische en internationale topwerken.

Sindsdien is het hard gegaan met de stadsvernieuwing. Achter de opera blinkt de kantorenwijk Barcode (2016), een staalkaart van hippe hoogbouw die doet denken aan de Amsterdamse Zuidas. Het Astrup Fearnley Museum staat aan het eind van een boulevard met luxe appartementen en visrestaurants. Soms voelt al die krachtpatserij alsof je door een maquette loopt met louter visitekaartjes van architectenbureaus. Er waren slechts enkele oude pakhuizen die konden worden omgetoverd tot lofts. Het patina ontbreekt nog in het nieuwe Oslo.

Met haar beeld The Mother, volgens Tracey Emin een vrouw van een jaar of tachtig, wil de Britse kunstenaar die stoere skyline iets vriendelijker maken. ‘Het Munchmuseum is een robuust en hard gebouw’, zegt ze, wijzend op de grijze façade met uitvergrote golfplaten. ‘Mijn beeld maakt het zacht.’ Ze weet dat er veel kritiek is. Niet alleen op het nieuwe museum, maar ook op haar beeld, waarvan twee jaar geleden al schetsen werden getoond in de media. ‘Sommige mensen vinden mijn beeld niet mooi, maar ze is de moeder van iedereen. Ze kijkt vriendelijk, niet agressief of boos’, zegt Emin. Ze wilde per se dat haar beeld zou worden neergezet in een perkje met wilde veldbloemen. ‘Als je niet van kunst houdt, kun je hier ook lekker komen zonnebaden en zwemmen.’

Nasjonalmuseet (Nationaal Museum) 

Kolossaal museum met bescheiden uitstraling

De apotheose van de culturele vernieuwing vormt het Nationaal Museum, sinds 11 juni geopend voor het publiek. In de bijna negentig zalen ontdek je Griekse en Romeinse beelden, romantische Noorse schilders als Johan Christian Dahl, Thomas Fearnley en natuurlijk Edvard Munch (ook hier hangt een versie van De Schreeuw). Pablo Picasso, Georges Braque en Louise Bourgeois zitten in de collectie, net als Scandinavisch design en de garderobe van de Noorse koninginnen Maud en Sonja.

Het Nasjonalmuseet is een fusie van vier musea voor kunst, design en architectuur. Het gebouw heeft 600 miljoen euro gekost. Het staat op een voormalig spoorwegemplacement, achter een 19de-eeuws treinstation – tegenwoordig het Nobel Vredescentrum. Het interieur wekt de indruk dat hier voor de eeuwigheid is gebouwd, met duurzame materialen als eik, marmer en brons.

Buiten heeft Nationaal Museum door de donkere Noorse leistenen volgens critici nog het meeste weg van een gevangenis of crematorium. Toch valt er wel degelijk iets te zeggen voor het ontwerp. Ondanks zijn kolossale omvang probeert het museum zich neutraal en bescheiden op te stellen aan de haven met cruiseschepen, veerboten en driemasters. De bovenste verdieping is de zeven meter hoge Lyshallen (Lichthal), die verwant lijkt aan het Parthenon op de Acropolis in Athene.

Het museum zou in 2020 openen, maar door de pandemie ging de leverancier van de veiligheidsdeuren failliet. Bovendien kon het interieurontwerpbureau niet overkomen uit Florence en stonden de vitrines vast in Milaan. ‘Nee, het ging niet altijd over rozen’, erkent Karin Hindsbo, de uit Denemarken afkomstige directeur. ‘Er was bovendien veel protest. Tegen de fusie van vier musea, tegen de locatie, tegen de architectuur. Maar kritiek is niet per se slecht. Het betekent dat mensen betrokken zijn bij wat hier gebeurt.’

Noorwegen heeft een ‘historische investering in kunst en cultuur’ gedaan, onderstreept Hindsbo, die aan het hoofd staat van zeventien teams van curatoren. ‘Niet alleen met dit museum, maar ook in theaters, de nieuwe bibliotheek en het Munchmuseum. Er gaat bovendien heel veel geld naar de makers van speelfilms en series. De kunsten maken een enorme bloei door, al is het voor individuele kunstenaars nog vaak zwaar.’

Deichman-bibliotheek

Monumentale panden staan leeg

De scepsis in Oslo over al die nieuwe culturele bastions aan de fjord heeft met iets anders te maken. Vrijwel gelijktijdig hebben het Munchmuseum, de Deichman-bibliotheek en de vier musea die zijn opgegaan in het Nasjonalmuseet het centrum verlaten. Tot verdriet van de Osloërs staat daardoor een reeks geliefde monumentale panden leeg.

‘Ik deel die zorgen’, zegt viceburgemeester Omar Samy Gamal. ‘Monumenten moeten niet leegstaan, we gaan een mooie herbestemming vinden. En we geven wat terug.’ Hij legt uit dat van elk nieuw gebouw dat de gemeente neerzet, 4 procent van de bouwsom wordt besteed aan kunst in de openbare ruimte. ‘Van dat budget hebben we niet alleen The Mother van Tracey Emin betaald, maar ook sculpturen neergezet in andere wijken.’

Buitenkunst bereikt immers ook de mensen die niet naar een museum of galerie gaan, zegt Gamal. ‘We geloven dat het belangrijk is om mensen kunst te geven in hun dagelijks leven. We kijken al zoveel op onze smartphones, dat is door de pandemie alleen maar erger geworden. Mensen ontmoeten elkaar in de publieke ruimte. Daar hoort kunst bij, recht in je gezicht.’

Deichman-bibliotheek

Kunst begint natuurlijk niet in een museum, daar kan het hoogstens eindigen. Wie gevoel wil krijgen voor de Noorse avant-garde, kan in Oslo terecht in een keur aan galeries en kunstenaarsinitiatieven (online en op papier te vinden in de Oslo Art Guide). Zoals bij de Kunstnerforbundet, de kunstenaarsvereniging op een steenworp afstand van het stadhuis. De in 1910 opgerichte galerie is een coöperatie van de aangesloten kunstenaars.

Voor de deur staat een passagiersbusje met een hoge aaibaarheidsfactor: de carrosserie en het interieur zijn bekleed met blauw-roze pluche. In de salons en kabinetten is het gezellig druk bij de opening van de groepsexpositie Fremfor ligger fremtiden (Vooruit ligt de toekomst). De muren zijn tot de nok gevuld met schilderijen, tekeningen en grafiek. Her en der hebben kopers een rode stip laten plakken. Er zijn bescheiden glaasjes wijn uit kartonnen dozen met een kraantje – alcohol is peperduur in Noorwegen.

Astrup Fearnley-museum

Er is veel geld, maar alles is ook duurder

Oslo heeft een uitstekend geoutilleerde kunstacademie en er zijn veel onafhankelijke kunstenaarsinitiatieven, vertellen Frido Evers en Michiel Jansen. De twee Nederlandse beeldend kunstenaars wonen en werken respectievelijk veertien en vijf jaar in de Noorse hoofdstad. Ze prijzen de steun en waardering die de lokale en nationale overheden geven aan individuele kunstenaars en hun onafhankelijke expositieruimtes.

‘Je kunt in Noorwegen zonder overbodig papierwerk een beurs of subsidie aanvragen’, zegt Michiel Jansen. ‘Er is hier veel geld, maar alles is ook veel duurder.’ De artist-run spaces in Oslo komen en gaan, ondanks de pandemie zijn er nieuwe commerciële galeries geopend. ‘Al draaien ze heus niet allemaal een topomzet’, nuanceert Frido Evers. ‘Elk huishouden kan hier elk jaar een dik kunstwerk kopen zonder dat het financieel zeer doet, maar dat is helaas geen traditie.’

De Nederlandse kunstenaars herinneren zich de kaalslag in Nederland nadat er in 2011 onder staatssecretaris Halbe Zijlstra fors werd bezuinigd op cultuur. Vooral het gebrek aan waardering was destijds voelbaar. ‘Het contrast met Noorwegen was zo duidelijk', zegt Evers. ‘In Nederland stonden kunstenaars haast apathisch op hun openingen. In Oslo waren die openingen bruisend, stampvol en geëngageerd.’

De keerzijde van die Noorse warme deken is dat het soms een beetje saai wordt, zegt Jansen. ‘Ik heb in Berlijn en in Rotterdam gewoond, daar is het minder braaf.’ Hij vindt de kunstenaarsinitiatieven in Oslo minder spontaan. ‘Als je met een idee komt, blijken ze al voor de komende twee jaar vol te zitten.’ Evers lost dat creatief op: hij heeft een demontabel paviljoentje ontworpen voor exposities, dat hij onlangs opstelde bij het Munchmuseum.

In zekere zin is Noorwegen een jong kunstland. Eeuwenlang, tot 1905, zat Noorwegen onder de knoet van eerst Denemarken en later Zweden. Daardoor ontbreekt er bijvoorbeeld omvangrijke koninklijke kunstcollectie. De grote rijkdom die de culturele bloei mogelijk maakt, dateert van 1969, toen het land gigantische olievelden in de Noordzee ontdekte.

Met zijn tijdelijke openingsexpositie kijkt het Nationaal Museum vooral naar de toekomst. Wat is kunst en wie bepaalt dat? Dat zijn de vragen van de tentoonstelling Jeg Kaller Det Kunst / I Call It Art. In de Lichthal is werk te zien van 147 hedendaagse Noorse kunstenaars die nog niet in de collectie zitten. Schilderijen, fotografie, muziek, mode, performances – rijp en groen door elkaar.

‘Deze expositie is een liefdesbrief aan alle kunstenaars in Noorwegen’, zegt museumdirecteur Karin Hindsbo. ‘Ook als museum willen we nieuwe dingen blijven ontdekken, onze keuzes onder het vergrootglas leggen. Daarom zijn we niet zelf gaan speuren naar onbekende kunstenaars, maar hebben we een open oproep gedaan.’ Die blik naar de toekomst sluit aan bij het nieuwe elan rond de Oslofjord. Het Nationaal Museum en de andere culturele bolwerken staan er stevig verankerd, hopelijk voor de komende eeuwen. ‘Dit is niet het einde’, zegt Hindsbo, ‘dit is het begin.’

Kistefos Museum Foto: Arvid Hoidahl

Tip: dagtrip naar het Kistefos Museum

Geheimtip! Maak vanuit Oslo een dagtrip naar het Kistefos Museum in Jevnaker. In het bosrijke dal van de Ranselva-rivier ligt een sculpturenpark, een kunstmuseum en een museum voor industriële geschiedenis ineen. Hier werd vroeger papierpulp geproduceerd. Yayoi Kusama maakte een gigantische octopus (in haar kenmerkende rood met witte stippen), Marc Quinn laat een waterval door een groot bronzen oog stromen. Architect Bjarke Ingels ontwierp The Twist (2020), een spectaculair museumgebouw van zestig meter dat een fascinerende draaibeweging over de rivier maakt. Het is een brug én een bewoonbare sculptuur, aldus Ingels.

MEER NOORWEGEN

In Noorse films en series voel je steeds de dreiging van een ramp die alle (olie)rijkdom wegvaagt. De Noren leiden een luxe leven. Dat laten fictieschrijvers nooit lang goed gaan, blijkt uit dit overzicht van Noorse films en series.

Het steenrijke Noorwegen voelt zich ook ongemakkelijk met alle weelde – en de ongelijkheid is alleen maar toegenomen. in oliehoofdstad Stavanger sprak de Volkskrant met marxistisch parlementslid Mímir Kristjánsson (35). ‘De rijken hebben reden om bang te zijn.’

En o ja: dit zijn de vijf culturele bolwerken aan het voorheen zo afzijdige fjord in Oslo.