Analyse

Een ongekend keerpunt op de arbeidsmarkt

Waarom is er opeens geen personeel meer te vinden?

Voor het eerst sinds de start van de CBS-metingen zijn er meer vacatures dan werklozen. Nederland lijkt totaal overvallen door het personeelstekort. Waar komt dat vandaan?

Dat grijze wolken zich zouden samenpakken boven de arbeidsmarkt werd al in 2008 voorspeld door de commissie-Bakker. Als gevolg van de pensionering van de babyboomgeneratie en minder instroom van jongeren zou de arbeidsmarkt structureel krap worden. In 2015 zou al een tekort van 350 duizend handjes zijn om ziekenhuizen en scholen draaiende te houden.

Onderstaande grafiek toont het aantal werklozen tegenover het aantal vacatures vanaf 2003. De verwachting van de commissie-Bakker was dat de werkloosheid hard omlaag zou gaan en het aantal vacatures omhoog.

  • Maar door de kredietcrisis kon die voorspelling de prullenbak in, de werkloosheid liep razendsnel op, en rond 2014 kwamen er nauwelijks banen bij.

    Kwartaalcijfers x1000

  • Het respijt was van korte duur: toen de economie weer was aangetrokken, begon de werkloosheid te kelderen en ging het aantal vacatures omhoog. In 2019 verschenen dan toch de krantenkoppen over restauranteigenaren die hun koks uit Spanje moesten halen en operaties die werden uitgesteld wegens een tekort aan personeel.

  • En toen begon de coronacrisis.

De klap die het coronavirus aan de economie toebracht was ongekend. In het tweede kwartaal van 2020 kromp deze met 8,5 procent.

Toch leidde dit niet tot meer faillissementen. Sterker nog: dankzij de coronasteun gingen minder bedrijven op de fles dan ooit gemeten: in april 2022 slechts negentig.

Tegelijk bracht de corona-economie ook nieuwe bedrijven voort. In het eerste kwartaal van 2022 telde Nederland een recordaantal van ruim 2 miljoen bedrijven. Daardoor bleven niet alleen veel vaste (soms zombie)banen overeind, er kwamen ook nieuwe bij: onder de streep 390 duizend ten opzichte van 2019.

Bekend zijn natuurlijk de 40 duizend banen die de GGD creëerde voor onder andere bron- en contactonderzoekers, maar zelfs in de zwaar getroffen horeca waren eind 2021 duizend banen meer dan voor de coronacrisis.

Dat leidde eind vorig jaar tot iets wat het CBS nooit eerder zag: in Nederland waren er meer vacatures dan werklozen. Er werden ruim 20 duizend werknemers meer gezocht dan er werklozen waren, 392 duizend ten opzichte van 370 duizend. Na de jaarwisseling werd dat verschil alleen nog maar groter, er zijn nu 112,5 duizend meer vacatures dan er werklozen zijn.

De acute personeelstekorten zijn niet het gevolg van het verminderde aanbod van arbeid, maar van een toegenomen vraag. Dat de behoefte naar werknemers piekt, hangt deels samen met het opheffen van de coronamaatregelen. De 80,8 miljard die de afgelopen twee jaar is opgespaard, kan eindelijk rollen.

Daarnaast is er ook een structureel grotere vraag naar arbeid door de groeiende zorgbehoefte en klimaattransitie. Niet voor niets kwamen er het afgelopen jaar relatief de meeste banen bij in de energiesector.

De mensen zijn gelukkig niet ‘op’, er is in Nederland nog een flinke voorraad onbenut arbeidspotentieel. Naast de ruim 1,1 miljoen Nederlanders die om uiteenlopende redenen nog aan de zijlijn staan, wordt er ook vaak gewezen naar deeltijdwerkers die meer uren zouden kunnen maken. Want Nederland is met een gemiddelde werkweek van 32,2 uur kampioen deeltijdwerk.

Dat betekent overigens niet dat er grosso modo minder wordt gewerkt, de arbeidsparticipatie (het percentage van de bevolking dat werkt) is ook hoog. Veel Nederlanders (81,7 procent van de 20 tot 65 jarigen) werken dus relatief weinig. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Griekenland, waar weinig mensen (62,6 procent van de bevolking) een lange werkweek hebben van 40,1 uur.

Bij de deeltijdwerkers ligt dus een belangrijk arbeidspotentieel. En het goede nieuws is dat ruim een half miljoen parttimers ook best meer uur zouden willen werken en daarvoor direct beschikbaar is.

Bijvoorbeeld in de horeca: 14 procent van de werknemers in die sector geeft aan meer te willen werken. In de gezondheidszorg, inclusief kinderopvang, is dat 7 procent. Dat zijn toch sectoren met een groot tekort aan personeel.

Het probleem is alleen dat door de piekbelasting – niemand wil op dinsdagochtend naar het café, op de kinderopvang is het op woensdag en vrijdag duimendraaien – meer uren werken niet altijd mogelijk is.

Hoewel er dus geen snelle oplossingen in zicht zijn, is het nog maar de vraag of de arbeidsmarkt over een half jaar nog steeds ongekend krap is. In 2008 en en 2020 werd de dreigende krapte ruw ongedaan gemaakt door een grote crisis. Met de oorlog in Oekraïne, snel stijgende gasprijzen en torenhoge inflatie staan de economische seinen weliswaar nog niet op rood, maar ook zeker niet meer op groen. In een eventuele recessie zou het aantal werklozen weer snel toenemen terwijl er dan minder nieuwe banen zijn. Met mogelijk een nieuwe ommekeer tot gevolg.

Databronnen: CBS, Eurostat, analyse de Volkskrant