Reportage Marseille

Welkom bij
l’Après M

De wereld na McDonald’s in corona

Toen de geliefde McDonald’s in het noorden van Marseille de deuren dreigde te sluiten, bezetten oud-medewerkers het pand om het restaurant voor de buurt te behouden. Nu runnen ze er een voedselbank.

Met lege trolleys staan de ­mensen in de rij voor de McDonald’s, nog voor de ­deuren open gaan. Het is zes uur, maandagochtend. De ­hemel boven Marseille kleurt van roze naar zachtblauw, dezelfde tinten waarmee de muren van het fastfoodrestaurant zijn beschilderd. Als een kleine oase steekt het uit tussen het betonnen landschap van flatgebouwen en snelwegen in het noorden van Marseille.

De grote gele M hangt nog aan de buitenmuur, maar verder is hier alles anders. Geen dunne frieten in kartonnen doosjes meer, maar mango, bloemkool en baguettes op het menu. Door de drive-in rijden winkelwagentjes en trolleys. En het eten is hier gratis.

Het filiaal van McDonald’s in Marseille dat door oud-medewerkers en vrijwilligers is bezet en waar nu een voedselbank zit die tijdens deze coronatijden overuren draait.

Welkom bij l’Après M – de wereld na McDonald’s. Dat is de wereld van de voedselbank, en dat is beter dan het klinkt. ‘Hier verkopen we geen Big Mac meer en buiten we geen werknemers meer uit’, zegt Kamel Guémari. ‘Hier reiken we elkaar de hand.’

Bijna dertig jaar lang gingen hier hamburgers en kipnuggets over de toonbank. Maar ondanks fel protest van het personeel om het restaurant te behouden voor de buurt, werd het eind 2019 failliet verklaard. Het filiaal was niet winstgevend genoeg. Oud-medewerkers en vrijwilligers bezetten het gebouw en runnen er nu een voedselbank waar ruim duizend maaltijdpakketten per week worden uitgedeeld. Een cruciale levenslijn voor de omliggende wijken, waar voordat de coronacrisis uitbrak al zo’n 40 procent van de bevolking in armoede leefde.

Strafvermindering dankzij McDonald’s

Guémari – lang, rank postuur, imposante baard – is de voormalig ­manager van het ­McDonald’s filiaal aan de noordkant van Marseille. Daar was hij trots op. Het klinkt misschien vreemd voor een snackbar, maar dit restaurant was ooit het kloppend hart van de wijk. In 1992 werd het filiaal hoogstpersoonlijk geopend door de toenmalige minister van Arbeid Martine ­Aubry. De komst van fastfoodketens naar de arme buitenwijken was onderdeel van haar strategie om banen te creëren voor jonge mensen zonder diploma of ervaring.

Het was precies wat Guémari nodig had, als ­16-jarige schoolverlater. Hij leefde op straat in die tijd en was – zoals zoveel jongens om hem heen – betrokken bij drugshandel en criminaliteit. Wie opgroeit in dit deel van Marseille, zeggen ze hier, heeft drie soorten baankansen: werkloosheid, prostitutie, of werken als chouf – ‘kijk’ in het Arabisch dialect zoals dat in Marokko en Algerije wordt gesproken. Het is de term voor jongens die op de uitkijk staan voor de politie ­tijdens een drugsdeal. Guémari klopte bij McDonald’s aan voor werk, en werd aangenomen door een filiaalhouder die hem hielp zijn motivatiebrief te schrijven. ‘Dat was voor mij een enorme kans’, zegt Guémari. ‘Hier ontmoette ik mensen die me vertrouwen gaven.’

Kamel Guémari (links)

Vertrouwen is cruciaal voor kinderen die opgroeien met wantrouwen, zegt Guémari. ‘Mensen leven hier in flatgebouwen als kippenhokken, met honger, drugsgeweld en continue politiecontroles. En er is de voortdurende belediging door mensen die op ze neerkijken – uit racisme, maar vooral uit afkeer van armoede.’ Wat de McDonald’s voor hem werd, werd het voor veel jongeren zonder diploma’s uit de quartiers nords, de noordelijke wijken van Marseille, die bekendstaan als draaischijf in de Europese drugshandel: een startpunt in de wereld van werk en daarmee een alternatief voor criminaliteit of de gevangenis. Soms heel direct; een aantal oud-werknemers kreeg strafvermindering dankzij het uitzicht op een baan bij de fastfoodketen.

Met 77 werknemers was de snackbar de een-na-grootste werkgever in de omgeving. Maar het was ook een sociale ontmoetingsplaats; in een gebied met verder weinig voorzieningen was dit de plek om een kop koffie te drinken. Of de administratie te doen, met dank aan gratis wifi. Totdat het bedrijf besloot de boel te sluiten.

Lange rijen voor de voedselbank L’Après M. Alleen al in de eerste vijf weken ontvingen 100 duizend mensen hier een voedselpakket.

Lastige vakbond

‘Het leek me een bizar idee. Protesteren tegen de sluiting van een snackbar-multinational’, zegt Sylvain, leunend tegen de oude bestelbalie. Achter hem melden de borden nog de terugkeer van de driedubbele cheeseburger, maar de winkelkarren om hem heen zitten vol watermeloenen, pakken sap en rijpe avocado’s. Via de studentenvakbond ontmoette Sylvain drie jaar geleden activisten die zich het lot van de McDonald’s hadden aangetrokken. Opvallend voor Frankrijk, waar in de jaren ­negentig door boeren en antiglobalisten juist gedemonstreerd werd tegen de Amerikaanse junkfoodketen. ‘Maar toen ik ging kijken, begreep ik waarom’, zegt ­Sylvain. ‘Kamel leidde hier een vakbond. Dat hebben de meeste vestigingen niet. Bij dit franchise-filiaal kregen ze het voor elkaar betere arbeidsomstandigheden af te dwingen; betaalde vakantie, een dertiende maand.’

Volgens McDonald’s zelf leed het filiaal verlies, maar Sylvain en veel oud-medewerkers zien dat anders. ‘Het moederbedrijf vreesde dat het tot protest zou leiden elders, als personeel van andere vestigingen geïnspireerd zou raken’, zegt Sylvain, die intussen een van de woordvoerders is van L’Après M. ‘Ze wilden van de opstandige afdeling af.’ Manager Guémari kreeg een voorstel voor een afkoopsom, maar weigerde die. Hij had hier zijn kansen gehad, dan kon hij toch zijn broers niet laten zitten?

De hamburgers hebben plaatsgemaakt voor groente, fruit, olijfolie, melk, meel, pasta, chocoladekoekjes en ga zo maar door.

Honger

De McDonald’s heeft het ondanks de protesten niet gered en sloot eind 2019 de deuren. Maar toen niet lang daarna de coronacrisis uitbrak, stonden Guémari en zijn team algauw weer binnen – ze hadden de sleutels nog. Door de lockdown verloren mensen in de quartiers nords massaal hun inkomen – veel zwartwerk in de schoonmaakbranche en bouw ging niet langer door. Toen ook de scholen moesten sluiten – en daarmee de kantines met gratis of goedkope maaltijden – werd honger een urgenter probleem dan corona.

De bonte verzameling van oud-­medewerkers, activisten en buurt­bewoners bouwde de snackbar in no time om tot voedselbank. Alles op basis van donaties: boeren brengen fruit en groente dat anders weggaat, winkels bieden eten aan, organisaties die zelf hun deuren moesten sluiten springen bij voor hand- en spandiensten. Alleen al in de eerste vijf weken kregen 100 duizend mensen een voedselpakket.

Hartstochtelijke knuffels

Fanatiek steekt Mona de volgende fles ijsthee uit het raam van de drive-inbalie, maar de plastic tas van de vrouw tegenover haar is al bezweken onder het gewicht van de buit. ‘Wat is dat nou, zo’n belachelijk klein tasje’, lacht de man naast haar. ‘Volgende keer neem je gewoon een trolley mee!’

Olijfolie, melk, meel, pasta, chocoladekoekjes – het eten wordt in etappes uitgedeeld in een strak parcours rondom het McDonald’s-gebouw. De binnenkant doet dienst als pakhuis. Al is er ook een zithoek met een bibliotheek en lesmateriaal voor kinderen, waar tijdens de schoolsluiting dankbaar gebruik van werd gemaakt. ‘Alleen ga je snel, samen gaan we ver’, hangt er op het prikbord vol tekeningen en gedragsregels die de moraal moeten hooghouden.

In de rij voor de geïmproviseerde welkomstbalie deelt een oudere dame naar eigen zeggen vrolijkheid uit. Haar tengere bouw weerhoudt haar er niet van hartstochtelijke knuffels te geven. Het zorgt voor de nodige luchtigheid. Veel mensen die hier komen zeggen weinig en zijn nauwelijks herkenbaar achter hun mondkapje, zonnebril en hoofddoek. Praten over wat ze hier brengt, doen de meesten liever niet.

Arm genoeg

Met een grote glimlach neemt ook vrijwilliger Ouarda Gattouchi haar omhelzing in ontvangst, om haar heen hangt een zoete wolk van parfum. ‘Hier helpt iedereen elkaar. Als je zelf hulp nodig hebt, betekent dat niet dat je niets kunt geven’, zegt Gattouchi. Laat staan dat dat in opperste ernst moet gebeuren, juist niet. ‘Onze missie is de misère uit de wijk halen, en de jongeren uit de misère. Positiviteit is daarbij heel belangrijk. Mensen komen hier misschien in schaamte, maar we laten ze vertrekken met een glimlach.’

Quarda Gattouchi

Dat worden er elke week meer. ­Iedere maandag sluiten er vijftig tot honderd nieuwe mensen aan in de rij. Bij de welkomstbalie krijgen ze dan een stempelkaart op naam. Voor het voorraadbeheer, en om te voorkomen dat iemand twee keer op één dag komt. ‘We vragen alleen een adres en telefoonnummer, als het kan’, zegt Gattouchi. ‘Meer niet. Om sociale hulp te krijgen, heb je normaal een heel dossier nodig met uittreksels, een schuldenoverzicht, bewijzen van je inkomsten. Voor velen is dat een drempel.’ Ze hebben geen papieren, spreken de taal niet goed genoeg of vallen buiten schot omdat ze zonder formeel contract niet kunnen bewijzen dat ze inkomsten zijn misgelopen. ‘Hier vragen we niet of je arm genoeg bent’, zegt ­Gattouchi. ‘Hier vragen we wat je nodig hebt.’

Het verhaal van de gekraakte McDonald’s in Marseille is ruim een jaar na de heropening zo succesvol, dat de burgemeester besloot het gebouw te kopen van McDonald’s, zodat ontmanteling niet langer dreigt. Deze week werd de deal gesloten. L’Après M hoopt het pand van de gemeente te kopen, of een huurcontract voor de komende decennia te sluiten – daarover overleggen ze nog. Een ding is zeker, zegt Sylvain: ‘Voor het eerst in de geschiedenis hebben burgers legaal een McDonald’s in beslag genomen.’

Volg ons