100 Jaar Volkskrant

Volkskrant-journalist Jan van Wieringen was een van de eersten die berichtten over aids. Toen kreeg hij het zelf

Jan van Wieringen was een van de eersten die vanuit New York in 1983 berichtten over de nieuwe ziekte aids. Hij nam zijn lezers mee in het uitgaansleven van homo’s in Greenwich Village. Waarom hij korte tijd later alweer stopte met zijn verslaggeving, is een vergeten geschiedenis.

100 Jaar Volkskrant

Volkskrant-journalist Jan van Wieringen was een van de eersten die berichtten over aids. Toen kreeg hij het zelf

Jan van Wieringen was een van de eersten die vanuit New York in 1983 berichtten over de nieuwe ziekte aids. Hij nam zijn lezers mee in het uitgaansleven van homo’s in Greenwich Village. Waarom hij korte tijd later alweer stopte met zijn verslaggeving, is een vergeten geschiedenis.

In het voorjaar van 1983 heeft de correspondent van de Volkskrant in New York zijn handen vol aan het wereldgebeuren. Vrijwel dagelijks staat hij in de krant met nieuws dat hij telefonisch vanuit zijn appartement in Greenwich Village woord voor woord aan de redactie heeft gedicteerd.

Het gaat over de ‘nauwelijks geheime’ Amerikaanse inmenging in El Salvador, of over de honderd MX-kernraketten waarmee president Ronald Reagan de planeet tot ‘een veiliger plaats voor alle aardbewoners’ denkt te kunnen maken. Het is belangrijk werk, als notulist van de geschiedenis.

De correspondent heet Jan van Wieringen, en hij is de eerste correspondent die de Volkskrant in de Verenigde Staten heeft. De redactie rekruteerde hem in 1978 uit het leger jonge journalisten dat de wereld introk met pen en blocnote, en hij kwam in 1982 echt in dienst van de krant met een vast contract en een pensioenregeling. Onze man in Amerika. Parel in de kroon van het snel uitdijende correspondentennetwerk, net als de nieuwe post in de Sovjet-Unie. De krant heeft daarmee het chique NRC Handelsblad bijgehaald: alle fronten in de Koude Oorlog zijn bemand.

Maar het verhaal dat het leven en het werk van Jan van Wieringen tekent, speelt zich niet af in het Witte Huis, op een atoombasis in de woestijn of tussen de linkse rebellen van Midden-Amerika. Nee, dat verhaal speelt zich in het voorjaar van 1983 af in zijn eigen buurt.

Jan van Wieringen in zijn appartement in New York, in januari 1982. Foto: Privé archief

‘Als dodelijke ziektes niet zo treurig waren, zou het om te lachen zijn, die op luide toon gevoerde aids-discussies van wandelaars in Christopher Street, de drukste straat van Greenwich Village in New York, waar veel homoseksuelen wonen of uitgaan.’

Het is het eerste stuk in een Nederlandse krant dat uitgebreid beschrijft hoe de homogemeenschap in New York kapot gaat aan aids, en het staat op zaterdag 7 mei 1983 op pagina 2 van het achtergrondkatern ‘Het vervolg’ onder de kop ‘Daar gáát de homo-emancipatie’. Het verhaal is grotendeels terug te lezen in De eeuw van de Volkskrant, de bundeling aan verslaggeving van grote nieuwsgebeurtenissen en maatschappelijke kwesties die deze maand ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Volkskrant is uitgebracht.

Berichten over een nieuwe ziekte die vooral homoseksuele mannen treft, hebben dan al wel in de krant gestaan. In Nederland zijn ook net de eerste twee aidsdoden gemeld. Maar dat was allemaal zakelijke nieuwsverslaggeving met een medisch-wetenschappelijke inslag. Dit is andere koek: Van Wieringen neemt zijn lezers voor het eerst mee naar het uitgaansleven van homo’s bij hem om de hoek.

‘Het is nog druk voor de discotheken en bij de zogenaamde ‘fuckbars’ met hun ‘backrooms’, de donkere ruimtes waar onbekenden zich voor tien, vijftien minuten even met elkaar kunnen terugtrekken. Maar regelmatige bezoekers melden dat het niet meer zo druk is als een jaar geleden.’

‘Daar gaat de homo-emancipatie’

de Volkskrant
7 mei 1983

Het eerste stuk in een Nederlandse krant waarin de impact van aids op het leven van homo's in New York wordt belicht. Dit staat (ingekort) ook in het jublieumboek "De eeuw van de Volkskrant" (2021). Oorspronkelijk verschenen op pagina 2 van het achtergrondkatern "het Vervolg", dat zaterdag bij de krant verscheen.

In de Verenigde Staten zijn dan al 428 aidspatiënten overleden. Veelal in New York en San Francisco, de steden die in de jaren zeventig het toneel waren van de gay liberation. In het verhaal laat Van Wieringen de schrijver Larry Kramer aan het woord, die een jaar eerder de actiegroep Gay Men’s Health Crisis heeft opgericht.

‘Het is onvoorstelbaar wat het op het ogenblik betekent om homoseksueel te zijn en in New York te wonen. Niemand weet of hij het volgende slachtoffer zal zijn. Achttien van mijn vrienden zijn de laatste anderhalf jaar aan aids gestorven. Twaalf anderen zijn nu ernstig ziek, zes van hen liggen in het ziekenhuis. Doktoren smeken hun patiënten om te leren op een andere manier uit te gaan. Zij smeken uit naam van alle dode slachtoffers om te leren hoe we uit moeten gaan.’

Correspondent Jan van Wieringen schrijft de smeekbede op voor zijn lezers in Nederland. Maar voor hem zelf is het te laat.

Twee mannen bekijken de parade van de Gay Pride in New York, in juni 1984. Foto: Getty

Twee jaar later, in de herfst van 1985, meldt Van Wieringen zich bij het Amsterdams Medisch Centrum. Internist Sven Danner pioniert daar met een aidskliniek. Met vereende krachten heeft een groep vrienden Van Wieringen naar Nederland weten te halen, en een van hen is journalist Agnes Koerts. Ze herinnert zich dat Danner tijdens het spreekuur tegen hem zegt: ‘Het zijn jouw verhalen geweest die me ervan hebben doordrongen wat er op ons af ging komen.’

Veel valt er niet meer voor Van Wieringen te doen. Hij is vermoedelijk in 1981 of 1982 besmet geraakt. Na een jarenlange incubatietijd heeft aids ‘een instorting van het immuniteitssysteem van het lichaam’ veroorzaakt, zoals hij zelf de ziekte in zijn stukken omschreef.

Na een paar maanden overlijdt hij, op 26 januari 1986. Hij is dan 38 jaar oud. Op de crematie spreekt Agnes Koerts namens zijn vrienden. ‘De boodschapper van het slechte nieuws die werd onthoofd: zijn de tijden van het oude Rome dan nog niet voorbij?’

De geschiedenis van Jan van Wieringen is op de redactie van de Volkskrant bij nog maar weinigen bekend. Zijn leeftijdgenoten zijn met pensioen. De Amerika-correspondenten, chefs Buitenland en hoofdredacteuren kwamen en gingen. De Muur viel en aids verloor zijn dodelijke geheimzinnigheid. De ziekte is sinds het einde van de jaren negentig als chronische aandoening goed te behandelen met een cocktail aan hiv-remmers. Zo raakte zijn geschiedenis in de vergetelheid, ondanks het feit dat het zeldzaam is dat het persoonlijke en journalistieke leven van een verslaggever elkaar zo dramatisch tegenkomen.

‘Jan van Wieringen overleden’

de Volkskrant
28 januari 1986

Het overlijden van Jan van Wieringen maakte de Volkskrant bekend op pagina 3.

Jan van Wieringen is twee jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog geboren, op 18 juni 1947. ‘Mijn moeder vertelde altijd hoe warm het die zomer was’, zegt zijn drie jaar jongere zus Mieke Fleur (69). Hun vader vloog bij de KLM als boordwerktuigkundige. Als kinderen woonden ze in Bussum. Als pubers groeiden ze vanaf 1962 op in Den Haag.

‘Jan ging naar de hbs. Zijn kamer stond vol boeken, met veel briefjes tussen de bladzijden. Buiten spelen deed hij niet, hij las veel. Vooral Couperus, daar had hij denk ik wel alle boeken van.’

Van Wieringen wist al vroeg dat hij homo was en zijn zus herinnert zich dat hij het thuis ook vertelde. ‘Ik denk dat ik een jaar of 13 was. Hij moet 16 zijn geweest.’ Het was de tijd dat de homobelangenorganisatie COC zelfbewuster naar buiten trad: voorzitter Benno Premsela verscheen in 1964 als eerste homo openlijk op televisie. (Overigens heette de Haagse voorloper van het COC kort na de oorlog de Louis Couperus Vereniging.)

Na een jaar psychologie in Leiden hield Jan van Wieringen het studeren voor gezien. Schrijven wilde hij. Na een aantal jaren bij regionale kranten te hebben gewerkt (‘daar schreef hij in het begin over dingen als wedstrijden paalzitten’) vertrok hij in 1974 naar Venezuela.

Voor avontuurlijke journalisten was Latijns-Amerika indertijd een hotspot: de staatsgreep van generaal Pinochet in Chili had van de linkse dromen op het continent een zaak van leven en dood gemaakt. Toch was het niet in de eerste plaats de geopolitiek die Van Wieringen naar Zuid-Amerika had geleid, het was de liefde geweest. In Amsterdam had hij de Venezolaanse fotograaf Raúl Abreu ontmoet en die reisde hij achterna. Van Wieringen bouwde in de hoofdstad Caracas een freelancepraktijk op met weekblad Vrij Nederland en televisieomroep Avro als opdrachtgevers. Zus Mieke: ‘Dan zag ik zijn hand met een microfoon in beeld, en dacht: daar is Jan!’

Na die aanloop verhuisde Van Wieringen in 1978 naar Washington. Hij was niet honkvast, hij wilde reizen, net als zijn idool Couperus dat aan het eind van de 19de eeuw had gedaan.

Toen Van Wieringen eenmaal werkte voor de Volkskrant, raakte hij bevriend met de Haagse collega-redacteur Agnes Koerts. Ze versloeg voor de krant in 1978 de olieramp met de tanker Amoco Cadiz voor de Franse kust en belde Van Wieringen daarna voor informatie over claims die na de ramp waren ingediend bij Amerikaanse rechtbanken.

‘Aangemoedigd door Jan nam ik eind 1980 ontslag bij de krant’, zegt Koerts (toen 32). ‘Ik had de VN-conferentie over vrouwenemancipatie in Kopenhagen verslagen en hij was enthousiast over wat ik daar had gehoord. Staar je niet blind op een vast dienstverband, zei hij tegen me, want er is zoveel meer te ontdekken in de wereld. Zelf ging hij toen op reis via Japan en Singapore en hij nodigde me uit in Washington: ‘Kind, ga jij maar fijn in mijn huis werken.’’

Van Wieringen woonde aan O Street in Dupont Circle, de buurt waar de homocafés van de de Amerikaanse hoofdstad lagen. ‘We gingen daar samen uit’, zegt Koerts. ‘Ik was overal welkom. Het was een bijzondere, leerzame tijd. Al die mannen in driedelig pak, die je overdag ergens anders tegenkwam, en die zich ’s avonds in een dubbelleven met elkaar vermaakten.’

Twee jaar later had Van Wieringen alsnog zelf een vast contract van de Volkskrant op zak – ‘daar was onze vader wel blij mee’, zegt zus Mieke – en vertrok hij naar New York.

Augustus 1982: Jan van Wieringen en zijn zus Mieke in New York.

De verhuizing van Jan van Wieringen naar Greenwich Village valt in 1982 vrijwel samen met de publicatie in het Amerikaanse vaktijdschrift New England Journal of Medicine over een nieuwe epidemie waarvan overwegend homoseksuele mannen het slachtoffer zijn. Het is het begin van een verwarrende tijd. Opvallend veel patiënten lijden aan ka­posi­sar­coom, een vorm van huidkanker die normaal gesproken zeldzaam is en artsen dus alarmeert dat er iets vreemds aan de hand is. Het blijkt een van de symptomen van de nieuwe ziekte te zijn. In Nederland schrijft de medisch redacteur van De Telegraaf er in januari als eerste over, de wetenschapsredactie van de Volkskrant volgt in maart met een kort bericht.

Om ‘Amerika-gangers’ te waarschuwen ‘aan het begin van het vakantieseizoen’ schrijft Jan van Wieringen op 13 april 1982 een groot stuk over de opkomst van allerlei geslachtsziekten in de VS, als ‘bijproduct van de seksuele revolutie’. De nadruk ligt op het herpesvirus, dat de gemoederen ook in Nederland bezighoudt. ‘Vrouw met herpes zoekt dito man die niet zeurt’, luidt later dat jaar een contactadvertentie in de Volkskrant.

‘Herpes-virus alarmeert VS'

de Volkskrant
13 april 1982

De eerste keer dat Jan van Wieringen schrijft over GRID: "gay related immune deficiency", zoals het complex aan verschijnselen (ongelukkig) werd afgekort voordat de naam aids voor de ziekte bestond. Hier verscheen het in een stuk vol zorgen over de verspreiding van geslachtsziekten.

Maar Van Wieringen staat ook uitgebreid stil bij de opkomst van een ziektebeeld met ‘paarsrode vlekken ter grootte van een muggenbeet op de benen of de rug, koorts, ademhalingsmoeilijkheden, hoesten en onverklaarbaar gewichtsverlies’. Hij schrijft: ‘Als het waar is dat homoseksuelen, net als in de mode, ook op sociaal terrein voorop lopen, staat heteroseksuelen nog heel wat te wachten.’

Voor het eerst valt in zijn stuk de afkorting GRID (gay related immune deficiency ) die kort in gebruik is onder medici en ongelukkigerwijs leidt tot de term ‘homoziekte’. Het woord keert daarna meerdere keren terug in koppen van de krant, zoals die waarin Van Wieringen in juli meldt: ‘‘Homoziekte’ breidt zich verder uit: ook slachtoffers onder Haïtianen.’ Het duurt nog meer dan een half jaar voor de afkorting AIDS (acquired immuno deficiency syndrome) valt, als opvolger van GRID. Het is wederom Van Wieringen die het in maart 1983 in de Volkskrant introduceert in een klein stukje in de rubriek ‘Dag in dag uit’, die destijds een andere invulling had dan tegenwoordig.

‘‘Homo-ziekte’ breidt zich verder uit’

de Volkskrant
20 juli 1982

De tweede keer dat Van Wieringen schrijft over GRID, nu met de belangrijke ontwikkeling dat ook hetero's besmet waren.

Dan begint voor Van Wieringen een zomer tussen hoop en vrees. Zijn oude liefde Raúl is eind januari in Venezuela overleden, 36 jaar oud. Was het aids? In de herinnering van Agnes Koerts wil Van Wieringen daar aanvankelijk niets van weten. ‘Hij had hem nog aan de telefoon gehad en zijn stem klonk zwak. Hij hield het op een verwaarloosde longontsteking en malaria.’

Maar de toon van het eerste grote stuk over de aidsepidemie in Greenwich Village is anders. De verworven vrijheid van Amerikaanse homo’s staat op het spel. ‘We kunnen net zo vaak uitleggen als we willen dat wij de slachtoffers van aids zijn, en niet de oorzaak, maar het helpt niet’, citeert Van Wieringen schrijver en activist Larry Kramer. ‘De angst kan leiden tot een terugkeer naar de Middeleeuwen. Daar gáát de homo-emancipatie.’

Twee dagen na de publicatie luncht Van Wieringen op maandag 9 mei 1983 met journalist en wereldreiziger Willem Oltmans, een goede kennis van hem sinds ze elkaar op een diplomatenreceptie zijn tegengekomen. ‘Jan sprak veel over de aids-epidemie en vertelde over een ‘candlelight procession’ in verband hiermee’, schrijft Oltmans na afloop in zijn dagboek. ‘Er was een homo geweest die afwisselend in Californië en New York werkte, en die niet minder dan 21 jongens met aids had besmet. Zeven van hen waren al overleden. Hij zei dat de gaybars leeg liepen en dat iedereen erover sprak. Het is een ernstig probleem geworden.’

Toch blijkt daar weinig van in het pagina’s lange portret van New York dat Van Wieringen schrijft voor de kleurenbijlage van Vrij Nederland van 2 juli 1983. Met ‘speciale tips om de smaak van de stad te pakken te krijgen’. Als toeristengids leidt hij de lezer onbezorgd en openhartig rond in zijn eigen buurt, het ‘nichtengetto’ Greenwich Village.

Juni 1985: toeschouwers kijken hoe de parade van de Gay Pride marcheert door Christopher Street. Destijds de drukste straat van Greenwich Village in New York, waar veel homoseksuelen wonen of uitgaan. Foto: Getty

‘Hoewel ik zelf een uiterst saai type ben en alleen sigaretten rook, is het misschien goed om volledigheidshalve even te vermelden dat in dit laatste deel van Christoffer Street betrekkelijk veilig joints kunnen worden gekocht, per stuk (één dollar). (...) Nu we toch bezig zijn: poppers zijn onder meer legaal te koop (alle merken) tegenover het Riviera Café op de 7de Avenue in een kleine kiosk.’ Poppers waren in de New Yorkse homoscene destijds populair als lustverhogende partydrug.

Maar van die opgewektheid is niets meer over in het tweede grote verhaal dat hij in de Volkskrant over aids schrijft, en dat op 13 augustus in het zaterdagkatern ‘Het vervolg’ verschijnt. De redactie in Amsterdam plaatst het verhaal op de laatste pagina, die dan is gereserveerd voor artikelen over de media en andere verschijnselen van modern leven.

Het begint met een opsomming van de ene na de andere ‘bizarre aids-anekdote’. Over een bankovervaller bijvoorbeeld, die kassiers in New York bedreigt met de uitroep: ‘Ik heb aids. Ik heb minder dan dertig dagen te leven. Geef me alle biljetten van 20 dollar.’ Maar het absurdisme heeft een paar alinea’s later plaatsgemaakt voor de beangstigende zoektocht naar zondebokken. ‘Zeker is dat de meeste slachtoffers van de ziekte tot weinig populaire en onbekende minderheidsgroepen behoren: homoseksuelen, Haïtiaanse vluchtelingen, drugsgebruikers en bloederzieken.’ (Die laatste zijn patiënten met hemofilie, een stoornis in de bloedstolling.)

Hij besluit: ‘Seks is voorlopig een soort Russische roulette geworden: de keus van de verkeerde partner kan leiden tot een langzame dood.’

Nadat hij het heeft ingeleverd, schrijft Van Wieringen een brief aan Koerts. ‘Het nieuwe aidsverhaal gaat over de bizarre sociale reacties op de ziekte. Het is twaalf vel geworden en staat vol dingen die eigenlijk net niet meer kunnen; ben benieuwd hoe de krant er op reageert. Schrijf jij mooie dingen op het ogenblik? (...) Ik vind zelf steeds meer dat onderwerpen waar je zelf net bij betrokken bent er het mooist uit komen, tijdens het tikken.’

‘The medium is AIDS en sex een roulette’

de Volkskrant
13 augustus 1983

Het tweede (en laatste) grote stuk dat Jan van Wieringen over aids schreef verscheen drie maanden later ook in 'het Vervolg'.

Het was vreemd genoeg meteen het laatste grote stuk dat Van Wieringen in de Volkskrant over aids schreef. Naar het waarom daarvan is het gissen. In 1983 was Paul Brill net aangetreden als chef van de buitenlandredactie. Hij sprak Van Wieringen vaak, maar kan zich niet meer herinneren dat aids in die gesprekken als nieuwsontwikkeling ter sprake kwam. ‘Het was geen hoofdonderwerp en Jan was niet een activist die steeds met hetzelfde onderwerp terugkwam’, zegt Brill. ‘Het ging toen vanzelf meer en meer over de presidentsverkiezingen van 1984 en de vraag wie de Democraten in stelling gingen brengen tegenover Reagan.’

Het dagblad Trouw stuurde in het verkiezingsjaar redacteur Bert van Panhuis (nu 73) naar de VS om reportages te maken. Op zijn redactie schreef Van Panhuis ook als een van de eersten over aids. Het was, denkt hij, daarbij geen toeval dat hij net als Van Wieringen homo was. Je moet het zijn collega’s van toen niet aanrekenen, zegt Van Panhuis, maar als hij weer met een verhaal over aids kwam, ging het van: ‘O, daar heb je Bert weer met z’n aberratie.’

Juni 1983: deelnemers aan de Gay Pride-parade in New York dragen een spandoek met de boodschap: ‘A.I.D.S.: We hebben onderzoek nodig, geen hysterie!' Foto: Getty

In New York ging Van Panhuis in 1984 langs bij Van Wieringen. ‘Wees voorzichtig hoe je met het onderwerp aids omgaat’, waarschuwde hij zijn Trouw-collega. Als Van Panhuis daar nu aan terugdenkt, weet hij eigenlijk niet precies wat Van Wieringen bedoelde. ‘Had hij misschien kritiek uit Nederland gekregen?’

Ja, dat had hij inderdaad. In de brievenrubriek van de Volkskrant had op 23 juli 1983 een kritisch ingezonden stuk gestaan van een COC-stafmedewerker, die lid was van de nog maar net opgerichte Stuurgroep Voorlichting Aids. Vertegenwoordigers van de homobeweging en de eerste artsen die in Amsterdam aids behandelden hadden daarin de handen ineen geslagen. Het verhaal ‘Daar gáát de homo-emancipatie’ was niet aan hun aandacht ontsnapt, schrijft historicus Annet Mooij in Geen paniek! (2004), haar studie naar de omgang met aids in Nederland vanaf 1982.

‘De eerste vrees (bij de Stuurgroep, red.) was dat aids een negatieve uitwerking zou hebben op de maatschappelijke acceptatie en emancipatie van homoseksuelen’, schrijft Mooij. ‘De tweede angst was dat de media met aids aan de haal zouden gaan. Men beschouwde de ziekte als een publicitaire bom die koste wat kost niet ongecontroleerd tot ontploffing mocht komen.’

In de ingezonden brief kapittelde de Stuurgroep de verslaggeving van Jan van Wieringen met een vileine ondertoon. Hij had in 1982 ‘en passant’ de kop ‘homoziekte’ geïntroduceerd, terwijl hij ‘zou moeten weten dat hier sprake is van een ziekte die oorzakelijk niet aan homoseksualiteit gekoppeld mag worden’.

Maakte de kritiek Van Wieringen kopschuw? Koerts kan uit de bewaarde correspondentie van die jaren afleiden dat hij vanaf de herfst van 1983 aan het denken was over een vertrek uit New York. Misschien geen ‘stukjes voor de krant’ meer. Maar dat leek vooral ingegeven door zijn oude verlangen boeken te schrijven, zoals Couperus. ‘In een land waar het leven goedkoop is.’ Maar ‘scherp en consciëntieus journalist als hij was’, zegt Koerts, ‘voorzag hij’ omwentelingen in Oost-Europa en solliciteerde begin 1985 naar het correspondentschap in de Sovjet-Unie.

De ziekte sloeg toe in de zomer van 1985. Agnes Koerts had hem in augustus aan de telefoon. Van Wieringen lag lusteloos op de bank. ‘Hij rekende me voor dat hij in zeven jaar Amerika veertienhonderd verhalen had geschreven, tweehonderd per jaar.’ Hij worstelde met een onder correspondenten vaker voorkomende twijfel. ‘Hij vond de post New York zo duur voor de krant en vroeg zich af of hij het wel waar maakte.’

Zijn laatste stuk verscheen op 7 augustus 1985. Het is een doorsneebericht, halverwege pagina 4, over de Amerikaanse begroting. Erboven staat een groot verhaal over de nieuwe leider van de Sovjet-Unie, Michail Gorbatsjov. Een aankondiging van een nieuwe tijd.

Chef Paul Brill vloog in september naar New York ‘om hem moed in te praten’. Het was de maand waarin president Reagan voor het eerst publiekelijk over aids sprak, nadat Hollywood-filmster Rock Hudson als eerste beroemdheid openbaar had gemaakt dat hij aan aids leed. Het is nog maar moeilijk voor te stellen, maar vrijwel niemand wist nog hoe met aids om te gaan. ‘Ik ben voor vertrek nog langs de huisarts geweest om te vragen naar de besmettelijkheid.’

Eenmaal in het appartement van Van Wieringen in Greenwich Village schrok Brill van zijn verzwakte toestand. Via de telefoon was dat toch niet helemaal doorgekomen. ‘Hij praatte langzaam. Hij was gedeprimeerd. Teleurgesteld dat dit hem was overkomen en dat er niets aan te doen was.’

Vier maanden later was het druk op de crematie in Driehuis. Er waren ‘zo veel positieve geluiden’, herinnert zus Mieke Fleur zich. ‘Jan was altijd op zichzelf. Het was fijn om te zien dat hij niet te veel in zijn eentje bezig was geweest.’

De vriendengroep liet een nummer draaien van zangeres Laurie Anderson, de coole koningin van de New Yorkse avant-garde. In 1984 had Van Wieringen een van hen een krantenknipsel over haar opgestuurd uit The New York Times. ‘Wat een geweldige show was dit!!!’, had hij erbij geschreven. De eerste zin van het liedje Kokoku vonden ze gepast voor Jan, en voor het moment. ‘I come very briefly to this place. I watch it move. I watch it shake.’

  • In 1988 wordt ‘The Quilt’ tentoongesteld, een gigantische ‘sprei’ van op dat moment 8.288 aan elkaar vast gemaakte herinneringskleden, die vrienden of familieleden van Aids-slachtoffers voor hun dierbaren hebben gemaakt. Foto's: Getty

Twee jaar later, in 1988, doet Bert van Panhuis in Washington verslag van het tentoonstellen van The Quilt, een herdenkingskunstwerk voor aidsslachtoffers. Het is een gigantische ‘sprei’ van op dat moment 8.288 aan elkaar vast gemaakte herinneringskleden, die vrienden of familieleden van slachtoffers voor hun dierbaren hebben gemaakt.

In sectie 16c ontdekte hij een bekende naam, schrijft hij in Trouw. ‘Hier staat zijn naam bijgeschreven in de rijen. Jan van Wieringen, omringd door drie tulpen, twee roze en een rode. Het is herkenbaar Nederlands. Het oog in oog staan met het paneel werkt op de emotie. Een zonnebril moet de tranen verbergen, maar een van de vele emotie-medewerkers is stand-by.’

The Quilt is sindsdien verder uitgebreid tot meer dan 46 duizend herinneringsdoeken, waarmee 94 duizend aidsdoden worden herdacht. Het weegt alles bij elkaar 54 ton en ligt opgeslagen in San Francisco. Daartussen nog steeds het gedenkteken voor Jan van Wieringen. Wie het indertijd heeft gemaakt, dat weten zijn zus en zijn vrienden tot op de dag van vandaag niet.

De naam van Jan van Wieringen wordt vermeld op de AIDS Memorial Quilt.

De Volkskrant wordt dit jaar 100. In aanloop naar het jubileum blikken we in een serie terug: hoe ging de krant de afgelopen honderd jaar om met het nieuws dat zich voordeed? Lees over de Watersnoodramp van 1953, en over de januaridagen van 1940, toen de oorlog nog iets op afstand was.

Jubileumboek

Het net verschenen jubileumboek De eeuw van de Volkskrant presenteert ‘de wereld van toen door de ogen van toen’. Van de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928 via de opkomst van Adolf Hitler in 1933, de formatie van het eerste Paarse kabinet in 1994 tot aan de aanslag op de Twin Towers van 11 september 2001. Hoe beschreef de Volkskrant de grote momenten uit de geschiedenis, toen ze nog het nieuws van de dag waren?

De oude artikelen zijn terug te lezen, aangevuld met de duiding van nu en geïllustreerd met veel foto’s. Het is de aftrap van de viering van het honderdjarig bestaan van de Volkskrant, die op 1 oktober 1921 voor het eerst als dagblad verscheen.

Theo Audenaerd en Hans Wansink (redactie): De eeuw van de Volkskrant. W Books; 208 pagina's; € 29,95.

Volg ons