Fotoserie Onbewoond eiland

Verlangen naar een eiland; de huidige staat van Rottumerplaat

Vijftig jaar na het spraakmakende verblijf van Godfried Bomans en Jan Wolkers op Rottumerplaat blijft het onbewoonde eiland tot de verbeelding spreken. Volkskrant-fotograaf Harry Cock mocht er kijken.

Godfried Bomans deed zijn eerste nacht op Rottumerplaat geen oog dicht. De meeuwenkolonie waar zijn tentje middenin stond, maakte ‘een oorverdovend lawaai’. Hij bofte: de luchtmacht dropte de volgende dag een partij oordopjes.

Op 10 juli 1971 vertrok de schrijver naar de voor het publiek afgesloten zandplaat in de Waddenzee voor een verblijf van een week. Daarna wisselde Jan Wolkers hem af. Dagelijks brachten zij de wal via een radioverbinding op de hoogte van hun belevenissen.

De ‘ontzaglijke ruimte’ had ‘niks lelijks’, meldde Bomans. ‘Alles is mooi: de lucht, het water, zelfs een verbleekt touw op het strand.’ Alleen ’s avonds kreeg het stadsmens het benauwd. ‘Heel veel mensen denken dat je hier heel diepe gedachten krijgt. Maar nee. Ik vind een week mooi genoeg.’

Lilavelden van zeeraket

Hoe anders was dat voor Jan Wolkers (‘Opdonderen, laat me alleen’), die zich voornam te leven van de natuur. Permanent opgewonden raakte hij niet uitgepraat over de scholekster met een gebroken pootje en een dode zeehond met jong. Hij zag ‘lilavelden van zeeraket’, ving garnalen (‘soms wel voor zes garnalencocktails’), at lichtgroene zeesla en zwom in zee.

Hoe triviaal veel mededelingen nu ook klinken (Bomans: ‘Er zaten twee haringen los’), in de overlevering kreeg Alleen op een eiland mythische proporties. Vijftig jaar na het verblijf van de schrijvers vroegen de beheerders van Rottumerplaat, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer, daarom opnieuw drie kunstenaars uiting te geven aan het verlangen naar een onbewoond eiland. Fieke Gosselaar schreef een kort verhaal, Babette Rijkhoff maakte een podcast.

Volkskrant-fotograaf Harry Cock verbleef als enige twee nachten op de zandbank. Behalve het eiland legde hij het onderkomen van de vogelwachters vast, dat sloop en bescheiden nieuwbouw wacht. Aanvankelijk was dit het verblijf van de duinarbeiders, die in de jaren 50 naar Rottumerplaat kwamen. Hun werk was onderdeel van het plan de Waddenzee in te polderen. Daar kwam niks van terecht, zodat Wolkers in 1971 na een strandtocht kon jubelen: ‘Soms schrik ik van een voetafdruk. Maar dan zet ik er mijn eigen voet in, en dan past-ie.’

Volg ons